Het verhaal is Christelijk, de boodschap is universeel. Ik las over Sint Franciscus van Assisi: Jezus gaf hem de opdracht Zijn Kerk te herstellen aangezien deze tot een ruïne was vervallen. Hoewel Jezus doelde op mensen, vermoedde Sint Franciscus een letterlijke betekenis, zocht naar stenen, en ving aan met het herstellen van een kapel. Pas later, nadat ook anderen zich bij hem hadden gevoegd, begreep hij de werkelijke bedoeling.
Wat het mij, als Joodse, zegt, is dat God zoveel om mensen geeft dat Hij ze ziet als altaren die roepen om heling en ontmoeting.
Terwijl het de gevolgen van de plaag van de duisternis beschrijft, zegt Exodus 10 in vers 23:
quote:
"... geen mens zag zijn broeder ..."
De midrasj laat in de uitleg op dit vers de letterlijke betekenis abrupt los en vertelt hier over de ergste soort duisternis: dat we onze broeders niet meer zien, dat we het lijden van onze naaste niet meer willen waarnemen, dat we de schreeuw van andere mensen niet meer willen begrijpen en we ons voornamelijk bekommeren om onszelf; diepe duisternis.
Binnen de grote verhaallijnen van Chaim Potok's boek "
de uitverkorenen" over twee jongens, Re'oeven en Dani'el, komt een klein verhaaltje voor over een koning die veel van zijn zoon hield. Naarmate de jaren verstreken verslechterde de relatie tussen beiden en uiteindelijk besloot de zoon te vertrekken. De koning smeekte om zijn terugkeer, maar hoewel de zoon diep in zijn hart veel om zijn vader gaf, zond hij het bericht terug dat de kloof tussen beiden te groot was om nog terug te kunnen keren. De vader, die aanvoelde wat er in het hart van zijn zoon omging, schreef "
kom dan terug tot zover je kunt, dan zal ik je tegemoetkomen en de rest van de afstand afleggen."
Dit alles vertelt mij iets over hoe God ons ziet, over hoe wij elkaar soms niet meer willen zien, en over hoe we kunnen terugkeren; terug naar God en terug naar elkaar.