quote:
Adinomis schreef op 01 augustus 2009 om 00:16:reactie op bericht P&A Geplaatst op donderdag 30 juli 2009 12:15Denk je dan dat er in die teksten van Openbaring twee groepen mensen benoemd worden? Eén groep die de geboden houdt en één groep die trouw is aan Jezus? Volgens mij gaat het hier om één en dezelfde groep.
-Op.14:12 Hier komt het aan op de standvastigheid van de heiligen, die zich houden aan Gods geboden en aan de trouw van Jezus.-Het is mogelijk dat hier een andere beoordeling plaats vindt omdat dit in een andere bedeling valt. Jij bent veel beter thuis in die bedelingenleer dan ik. Dat heb ik niet van jongs af meegekregen en het lijkt of ik dat steeds weer moet “pakken”. We hebben hierover in het verleden van gedachten gewisseld in het topic “de vier paarden uit Openbaringen 6”. Ik vond het heel leerzaam wat je er toen over schreef. Maar nu ik daarover nadenk begrijp ik wel dat dit het oordeel is over degenen die na de opname van de gemeente zijn achtergebleven. Maar zouden die dan wel weer “de wet moeten houden”?
Hier kan ik nog wel eens dieper induiken;... het is iig een andere groep gelovigen, zij worden ook onmiddelijk gedood omdat ze het beest niet aanbidden.
quote:
Ik vond wat je schreef over het weer instellen van het Loofhuttenfeest voor het aardse Israël eigenlijk wel een eyeopener. Daar had ik nog niet aan gedacht.
Dat is mooi dat er weer iets duidelijker wordt.

quote:
Hieruit merk ik dat je me niet helemaal begrijpt. Ik probeer juist te zeggen dat we niet dood zijn voor de wet van Mozes, maar voor de wet(matigheid) van de zonde die tot de dood leidt.
OK.

Ik begrijp je wel, maar jij begrijpt mij niet denk ik.

Ik zeg juist: als je
niet dood bent voor de wet van Mozes (zoals jij dat zegt), dan eist deze wet nog steeds van ons: doet dat en gij zult leven.
De wetmatigheid van de zonde komt juist aan het licht door de wet van Mozes die eist: Doet dit en gij zult leven.
Dit is voor de mens een combinatie: door de wet van Mozes gaat de zonde leven, komt de wetmatigheid van de zonde door onze verkeerde gevallen natuur, aan het licht.
quote:
Je vroeg me om vers 4 zorgvuldig te lezen.
Wie was dan die andere man die daar bedoeld wordt? Dat is toch niet de wet van Mozes?
M.i. dus wel.

quote:
De wet en Jezus staan toch niet tegenover elkaar?
Jawel.
Je staat onder de wet die eist, of je bent onder de genade van Jezus. Hij eist niet maar heeft die wet in zich Zelf volbracht.
quote:
Bovendien bedoel ik niet dat we met Jezus de wet dienen of andersom. Als Jezus de nieuwe bruidegom is dan had de bruid daarvoor een andere relatie. Was dat de wet? We hebben het er in dit topic al eerder over gehad, dat was de duivel.
Dat noemde
jij zo.

Het is dat natuurlijk zo dat we in de macht van de duivel waren, maar die wordt in de bijbel nooit vergeleken met onze echtgenoot.
De wet wordt
wel vergeleken met een echtgenoot. NL. een echtgenoot die van ons eist dat we aan zijn geboden geheel voldoen.
Die vergelijking wordt getrokken in Romeinen 7.
En in die beeldspraak van Romeinen 7 is Jezus onze nieuwe echtgenoot.
En de wet (van Mozes) is niet gedood (in dat beeld) maar
wij zijn gestorven en doordat de dood is ingetreden, zijn we door de zgn. huwelijkswet niet meer aan onze eerste man gebonden, maar kunnen we rechtens een Ander toebehoren.
(De spraakverwarring treedt hier gemakkelijk op omdat de huwelijks
wet ook genoemd wordt in dit gedeelte, naast het woord 'wet' waarmee de wet van Mozes wordt bedoeld.)
Misschien handig dat ik weer even dat gedeelte quote van Romeinen 7 en er achter verduidelijk welke 'wet' er (m.i.

) elke keer wordt bedoeld.
quote:
Rom 7
1 Of weet gij niet, broeders, – ik spreek immers tot wie de wet [van Mozes] kennen – dat de wet [in het algemeen de burgelijke wet- w.o. de huwelijkswet] heerschappij voert over de mens, zolang hij leeft?
- dit is de stelling van Paulus-
2 Want de gehuwde vrouw is door de [huwelijks]wet aan haar man gebonden, zolang deze leeft; wanneer echter de man sterft, is zij ontslagen van de [huwelijks]wet, die haar aan die man bond.
3 Zo zal zij dan, indien zij bij het leven van haar man een ander tot man neemt, echtbreekster heten; wanneer echter de man sterft, is zij vrij van de [huwelijks]wet, zodat zij geen echtbreekster is, indien zij zich aan een andere man geeft.
-deze verzen geven de uitleg van de stelling in vers 1 en hierna volgt de verdere toepassing van de stelling
4 Bijgevolg, mijn broeders, zijt ook gij dood voor de wet [van Mozes] door het lichaam van Christus om het eigendom te worden van een ander, van Hem, die uit de doden opgewekt is, opdat wij Gode vrucht zouden dragen.
5 Want toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten, die door de wet [van Mozes] geprikkeld worden, in onze leden, om voor de dood vrucht te dragen;
6 maar thans zijn wij van de wet [van Mozes] ontslagen, dood voor haar, die ons gevangen hield, zodat wij dienen in de nieuwe staat des Geestes en niet in de oude staat der letter. [de oude staat is het dienen door de wet van Mozes]
7 Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet [van Mozes] zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet [van Mozes]; immers, ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet [van Mozes] niet zeide: gij zult niet begeren.
8 Maar uitgaande van het gebod, wekte de zonde in mij allerlei begeerlijkheid op; want zonder wet [gebod, hier bedoeld de wet van Mozes] is de zonde dood. 9 Ik heb eertijds geleefd zonder wet [van Mozes, zie ook Galaten 3]; toen echter het gebod kwam, begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven, 10 en het gebod dat ten leven moest leiden [de wet van Mozes], bleek voor mij juist ten dode te zijn;
11 want de zonde heeft uitgaande van het gebod [de wet van Mozes], mij misleid en door middel daarvan gedood.
12 Zo is dan de wet [van Mozes] heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.
-en dit is weer de vervolg-uitleg van het beeld wat wordt gegeven in vers 2 en 3, waar het beeld wordt gebruikt van een gehuwde vrouw die zolang zij leeft aan haar man is gebonden door de huwelijkswet
quote:
En die is niet gestorven, dat merken we dagelijks. Wij moeten sterven aan de wet(matigheid) die ons aan de duivel verbindt. Dat kan alleen als we deel hebben aan het sterven van Jezus.
Nee, de duivel is niet gestorven, maar die wordt in dit beeld van Romeinen 6-8 niet genoemd.
Het gaat om de zonde die in ons vlees woont, en we zijn dan wel dood voor de zonde, maar ons vlees blijft nog bij ons totdat we bij de Heer zijn.
Dat is ons probleem wat genoemd wordt in het laatste gedeelte van hst 7:
quote:
13 Is dan het goede mijn dood geworden? Volstrekt niet! Maar de zonde heeft, opdat zij zou blijken zonde te zijn, door het goede [de wet van Mozes] mijn dood bewerkt, opdat de zonde bij uitstek zondig zou worden door het gebod [de wet van Mozes].
14 Wij weten immers, dat de wet [van Mozes] geestelijk is; ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde.
15 Want wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik.
16 Indien ik nu wat ik niet wens, toch doe, stem ik toe, dat de wet [van Mozes] goed is.
17 Doch dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
18 Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet.
19 Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dát doe ik.
20 Indien ik nu datgene doe, wat ik niet wens, dan bewerk ík het niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
21 Zo vind ik dan deze regel: als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig;
22 want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods, 23 maar in mijn leden zie ik een andere wet [der zonde, ik kan niet anders dan zondigen door mijn vleselijke natuur], die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is.
24 Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?
25 Gode zij dank door Jezus Christus, onze Here!
26 Derhalve ben ik zelf met mijn verstand dienstbaar aan de wet Gods, maar met mijn vlees aan de wet der zonde.
Het verstand wil de wet van Mozes wel vervullen, maar het is een mogelijkheid omdat wij ‘vlees’zijn. Galaten 3 zegt ook dat de wet niet tot leven leidt.
quote:
Abraham, Henoch en anderen hadden de wet – het Woord van God – in hun hart. Dat moet ook bij ons zo zijn. Niet de wet in de hand en in de mond, maar in het hart.
Maar dat is niet de wet van Mozes. die kwam pas op de Sinai, en die wet zegt: je moet dit en dat en dan zul je leven.
quote:
Ik ben er ook van overtuigd dat we door de relatie met Jezus Christus in dezelfde positie komen als Abraham. Door Christus zijn we ook naar de geest kinderen van Abraham met de wet in ons hart.
Door het geloof gerechtvaardigd....
En de wet is er honderden jaren later pas even bijgekomen totdat Christus kwam. (Gal. 3)
quote:
Eigenlijk is het zo dat we, als gelovigen uit de heidenen zonder de wet (de Tora) geen gemeenschap met Jezus kunnen hebben.

En de mensen van voor de Sinaï dan? Deze stelling is onhoudbaar. Of ik begrijp je niet goed.
Wel is het zo dat als je eenmaal gelovig bent, je door de wet kunt zien hoever Gods eisen eigenlijk wel gaan.
Maar hiervoor kun je ook Matt 5 lezen.

En Gods Geest overtuigt ons van zonde, gerechtigheid en van oordeel.
We kunnen dat in principe zonder de wet van Mozes, omdat de Geest volgens Matt 5 nog veel
verder gaat dan de wet van Mozes. Bv als je een vrouw aanziet om haar te begeren heb je al echtbreuk gepleegd.
Dat gaat veel verder dan de wet.
quote:
Hierdoor hebben we onze zonden leren kennen en wisten we dat we Hem nodig hebben. De wet zelf kon en kan ons niet rechtvaardigen en redden, maar is nodig om tot Christus te komen.
Hoe bedoel je dat?
Galaten 3 zegt dat de wet de tuchtmeester
tot Christus was.
Maar daar wordt niet mee bedoeld dat we niet zonder de wet [van Mozes] kunnen als we Christus eenmaal hebben
gevonden.

quote:
Dus de wet (Tora) en Christus kunnen nooit tegenover elkaar staan.
Ze kunnen ook niet samen gaan.

De natuurlijke mens past nl niet bij de wet die geestelijk is.
Maar:
Als wij eenmaal geestelijk zijn geworden door het geloof, past de wet die eist, niet meer bij ons, maar volbrengen we de wet door de Geest in ons.
Lees maar eens deze tekst:
quote:
1 Tim 1
8 Wij weten, dat de wet goed is, indien iemand haar wettig toepast, 9 wel wetend, dat de wet niet gesteld is voor de rechtvaardige, maar voor wettelozen en tuchtelozen, voor goddelozen en zondaars, voor onverlaten en onheiligen, voor vadermoorders en moedermoorders en doodslagers, 10 hoereerders, knapenschenders, zielverkopers, leugenaars, meinedigen, en al wat verder ingaat tegen de gezonde leer, 11 in overeenstemming met het evangelie der heerlijkheid van de zalige God, dat mij is toevertrouwd.
De wet past niet bij rechtvaardigen in Christus.
Hij is er om de zonde te leren kennen en is er dus voor zondaars.
In wezen zeggen ze (de wet en Christus) hetzelfde maar bewerken het op een andere manier.
God wilde ons leren dat we het zelf niet kunnen.
Daar was de wet van Mozes voor nodig. De letter.
En Christus geeft ons de Geest zodat we als geestelijke mensen de wet volbracht zien worden door Christus, en dat gaat het niet meer om eisen.
quote:
De wet was en is bedoeld om onze zonden te leren kennen en ons tot Christus te leiden? Het was niet Gods bedoeling dat we door de wet in de macht van de duivel zouden blijven.
De bijbel geeft aan dat de wet ons niet kan redden, hij leidt niet tot het leven. De wet moet ons uit laten schreeuwen om genade.
Maar je kunt dit 'tot Christus' ook zien in de tijd:
De bedeling van de wet was voorbij toen Christus eenmaal was gekomen – Hij duurde tot Christus, en na Christus lijden en sterven is er de genadetijd en is de ópvoeder, de pedagoog die de wet is volgens Galaten, niet meer nodig.
Als je een wegwijzer, een opvoeder hebt die je iets leert, is die opvoeder dan nog nodig als de volmaakte persoon zelf aanwezig is? Als de wegwijzer z’n werk heeft gedaan, en we bij degene waar we bij uit moesten komen aangeland zijn, kan de wegwijzer niets nuttigs voor ons meer doen. Zijn taak zit er op.
quote:
Het was onze menselijke natuur die het verkeerd interpreteerde. (Rom.8:3)
3 Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees – God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees,
Wij interpreteerden het niet verkeerd, wij
konden het niet. Door ons zondige vlees wat we hebben, kon de wet ons niet redden.
quote:
Maar David dan, die zich verlustigde in de wet en Gods geboden liefhad? In psalm 19 vers 8 zegt hij “de wet van YHWH is volmaakt”, zij verkwikt de ziel”. Hier is de wet tot zegen!
Tuurlijk kun je je verlustigen in Gods wet, omdat het Zijn eisen zijn, Hij wil dat we zo leven. De wet is heilig en goed.
David kende dan ook belijdenis van zonden en vergeving. Maar moest wel steeds nog offeren etc.
Maar ik ken ook genoeg gereformeerden die elke zondag weer denken: mooi die eisen van God, maar het is me weer niet gelukt.
Dan verlustigen ze zich er niet in., maar worden er bij wijze van spreken depressief van omdat het niet lukt.
quote:
Dit begrijp ik niet helemaal.
De wet blijft wel, we moeten zelfs de sabbath houden etc, en geen varkensvlees eten,
maar de zonde zijn we vrij van gemaakt.
Toch zijn we toch ook vrijgemaakt van de vloek der wet lijkt me.
quote:
even een stukje wat de bewuste dominee schreef n.a.v. de Catechismus zondag 4:
dominee:
“Rom 5:12 bewijst wel dat alle mensen gezondigd hebben en moeten sterven, maar niet dat de straf door/voor iedereen gedragen of betaald moet worden (dus dat ook bij bekering de vloek als straf op je blijft tenzij er betaald wordt).
Is bij bekering verzoening zonder schuldbetaling niet mogelijk? Dat wordt door de teksten niet bewezen. Kan of wil God niet ‘zomaar’ genadig vergeven ‘om niet’? Het wordt niet bewezen door de teksten. Waar staat dat God de zonde ook persé wil straffen bij schuldbelijdenis en bekering? Dat beweert antw 10 toch? Maar schriftbewijzen?”
……
Het lijkt allemaal op ‘teksten-plukkerij’ of ‘aanhalen op de klank af’ (zonder op de context te letten). Maar dit wordt veroorzaakt door het feit dat de catechismusopstellers uitgingen van de gedachte, dat iedereen gezondigd heeft (een terechte gedachte), maar tegelijk van de onjuiste gedachte uitgingen, dat God DUS iedereen wil straffen en dat God nooit zomaar uit genade zal vergeven ‘om niet’ (dus zonder betaling of compensatie te krijgen). Dit laatste is het onjuiste (anselmiaanse) uitgangspunt.
Als je Rom 5: 12 bekijkt en het gedeelte wat ervoor komt, zie je toch wel meer dan verzoening zomaar om niet.
Zie:
Rom 5
8 God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is. 9 Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn. 10 Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft; 11 en dát niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onze Here Jezus [Christus], door wie wij nu de verzoening ontvangen hebben.
Adam en Christus
12 Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben
Gerechtvaardigd worden geeft toch wel iets aan van genoegdoening etc. Je wordt nooit ‘zomaar’ gerechtvaardigd.
Of: er was niets aan de hand, de beschuldiging was een grote vergissing,
Of: er is genoegdoening geschied waardoor je gerechtvaardigd bent.
Verder kan in een bepaalde tekst nooit over alle aspecten gesproken worden.
Het lijkt me erg kort door de bocht om daarom te zeggen: er is geen betaling nodig omdat dat niet wordt genoemd in Rom. 5: 12.
quote:
Ik heb altijd moeite om dat laatste vers van dit citaat te begrijpen. Ik krijg de indruk dat Kefas zich voor zijn volksgenoten schaamde omdat hij met heidenen aan tafel zat. Die waren voorheen “onrein”, maar na het visioen van Petrus “rein” verklaard. Het lijkt me een soort “sociaal aangepast gedrag”, dat ten koste ging van de heidenen. Als ik dit lees moet ik altijd denken aan een bepaalde situatie waarin ook op die manier de mist in ging..
Dit stukje heb ik inmiddels in een vorige post proberen te verduidelijken.
quote:
Men noemt het geen “Joodse wetten” maar “wetten van God”. Maar gehoorzaamheid hoort toch ook bij deze bedeling. Daarom halen we in het forum toch ook vaak Bijbelteksten erbij om te laten zien hoe God het wil. Maar niet als voorwaarde om gerechtvaardigd te worden.
OK. Ik begrijp je.
Maar Gods wetten ‘voor de Joden’, had God nu juist terzijde gesteld in het visioen aan Petrus.
Dus als je dan toch die spijswetten weer wil/nog wil blijven houden, dan ben je ongehoorzaam aan Gods wil die Hij aan Petrus duidelijk heeft gemaakt.
quote:
We willen graag leven zoals God het wil. Maar onze redding ligt in Christus. In zijn plaatsvervangend lijden. Ik zie het dus wel dat Christus in onze plaats is gegaan om de wetmatigheid der zonde te verbreken. Hij onderging de straf op onze zonde.
Ja, Hij verbrak de macht van de zonde, maar God zegt ook dat wij niet meer onder de wet (van Mozes)zijn.
Ook de spijswetten kun je niet gaan houden uit dankbaarheid – waarom niet?
Omdat God ze terzijde heeft gesteld.
Zo lees je in Hebreeën ook duidelijk over de het spoedig verdwijnen van dingen die vroeger in het OT heel belangrijk waren en in stand moesten worden gehouden:
Heb 8,13
Als Hij spreekt van een nieuw (verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning.
quote:
Wat is de vrijheid in Christus? Niet dat we kunnen doen en laten wat me maar willen.
Ik refereer met die opmerking aan een gedeelte uit Galaten 2:
quote:
3 Maar zelfs Titus, die bij mij was, werd, ofschoon hij een Griek was, toch niet gedwongen zich te laten besnijden; 4 en dat met het oog op de binnengedrongen valse broeders, lieden, die waren binnengeslopen, om onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, te bespieden, en zo ons tot slavernij te brengen. 5 Wij zijn voor hen geen ogenblik gedwee uit de weg gegaan, opdat de waarheid van het evangelie ook verder bij u zou blijven. 6 Maar wat hen betreft, die in zeker aanzien waren – wat zij vroeger geweest mogen zijn, doet er voor mij niets toe: God ziet de persoon niet aan – mij immers hebben zij, die in aanzien waren, verder niets opgelegd.
Er waren ‘valse broeders’ binnengeslopen die de vrijheid van de christenen bespiedden, en hen weer bepaalde wetten/geboden wilden opleggen. Hier wordt er dan gedoeld op het opleggen van de besnijdenis aan heidenen die tot geloof zijn gekomen.
Zie:
quote:
Gal. 2
18 Immers, indien ik hetgeen ik afgebroken heb, weder opbouw, bewijs ik daardoor, dat ik zelf een overtreder ben. 19 Want ik ben door de wet [die eiste de dood voor de overtreder] voor de wet gestorven [Christus is de nieuwe man van de gelovige] om voor God te leven. 20 Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.
21 Ik ontneem aan de genade Gods haar kracht niet; want indien er gerechtigheid door de wet is, dan is Christus tevergeefs gestorven.
Wij zijn dood voor de wet van Mozes. Hij kan niets meer van ons eisen. Christus zegt ons hoe we moeten leven. De wet zegt het tegen de zondaar, Christus tegen de verloste.
Dit zegt Paulus zelfs als vervolg op de geschiedenis met Kefas die plotseling de spijswetten weer wilde houden.
Het is inperken van de vrijheid die we in Christus hebben.
Verderop in de brief komt het weer aan de orde:
quote:
Gal. 2
O, onverstandige Galaten, wie heeft u betoverd, wie Jezus Christus toch als gekruisigde voor de ogen geschilderd is? 2 Dit alleen zou ik van u willen weten: Hebt gij de Geest ontvangen ten gevolge van werken der wet, of van de prediking van het geloof? 3 Zijt gij zó onverstandig? Gij zijt begonnen met de Geest, eindigt gij nu met het vlees? 4 Was het dan tevergeefs, dat gij zoveel hebt ondervonden? Ware het slechts tevergeefs! 5 Die u de Geest schenkt en krachten onder u werkt, (doet Hij dit) ten gevolge van werken der wet, of van de prediking van het geloof?
Je bent m.i. bezig met de werken der wet als je de spijswetten gaat houden, als je je wilt laten besnijden of als je de tien geboden wilt houden uit dankbaarheid.
quote:
Vervolg Gal. 2
10 Want allen, die het van werken der wet verwachten, liggen onder de vloek; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die zich niet houdt aan alles, wat geschreven is in het boek der wet, om dat te doen. 11 En dat door de wet niemand voor God gerechtvaardigd wordt, is duidelijk; immers, de rechtvaardige zal uit geloof leven. 12 Doch bij de wet gaat het niet om geloof, maar: wie dat doet, zal daardoor leven.
En je kunt natuurlijk zeggen: Ik geloof in Christus en verwacht het niet van de wet, maar dan twist je over een woordje. God zegt m.i. dat zogauw je werken der wet gaat doen omdat God dat fijn zou vinden bv, je
verplicht bent om de hele wet na te komen. Zelfs dat je buiten de genade staat.
Je doet werken der wet, en God verbindt er onmiddellijk weer de eis aan dat je daardoor zult moeten leven.
Even een stukje uit Galaten 4:
quote:
4 Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, 5 om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen.
Christus is geboren onder de wet: als Jood en was ook verplicht om de wet van Mozes te houden.
Hij had geen zonde gekend nog gedaan, en kon zo ieder die onder de wet was (onderworpen aan de eisen van die wet om bij God te kunnen komen) vrij te kopen.
Hier staat dat toch wel heel duidelijk dat we gekocht zijn.
Ook komt er een verhelderend stukje over de twee bedelingen: Hagar en Sara: de wet en de belofte (de vrije)
Dit vers valt me nu op:
quote:
29 Maar zoals destijds hij, die naar het vlees verwekt was, hem, die naar de geest verwekt was, vervolgde, zo ook nu. 30 Maar wat zegt het schriftwoord? Zend de slavin weg met haar zoon, want de zoon der slavin zal in geen geval erven met de zoon der vrije. 31 Daarom, broeders, zijn wij geen kinderen ener slavin, maar van de vrije.
Hier zie je de duidelijke scheiding tussen de wet en de belofte:
De wet zegt tegen de vrije: je moet maar weer iets wettischer worden – ze vervolgen ons daarmee eigenlijk. En zoals Hagar door Sara weggestuurd moest worden, zo moeten we de wet wegdoen. Hagar is de berg Sinai. Het kan niet duidelijker eigenlijk.
En als je Hagar hebt weggestuurd, laat je haar niet af en toe nog langskomen voor het e.e.a. uit dankbaarheid ofzo.
Begrijp je wat ik bedoel?
quote:
Er blijft gehoorzaamheid nodig en Gods geest zal ervoor zorgen dat er een verlangen in ons ontstaat om Gods wil te doen. Vrijheid in Christus geeft ons macht over de zonde. We mogen erover heersen
Beter: ons dood houden voor de zonde. – Dat geeft een andere houding aan dan te proberen de zonde eronder te houden.
In Galaten 5 geeft Paulus aan wat de vrijheid is in Christus:
quote:
1 Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen.
2 Zie, ik, Paulus, zeg u: indien gij u laat besnijden, zal Christus u geen nut doen. 3 Nogmaals betuig ik aan ieder, die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de gehele wet na te komen. 4 Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij. 5 Wij immers verwachten door de Geest uit het geloof de gerechtigheid, waarop wij hopen. 6 Want in Christus Jezus vermag noch besnijdenis iets, noch onbesneden zijn, maar geloof, door liefde werkende.
[..]
13 Want gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn; (gebruikt) echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkander door de liefde 14 Want de gehele wet is in één woord vervuld, in dit: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. 15 Indien gij echter elkander bijt en vereet, ziet dan toe, dat gij niet door elkander verslonden wordt.
16 Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees. 17 Want het begeren van het vlees [houdt je de wet, ben je met je vlees bezig]gaat in tegen de Geest [door de Geest Gods wil doen] en dat van de Geest tegen het vlees – want deze staan tegenover elkander – zodat gij niet doet wat gij maar wenst. 18 Indien gij u echter door de Geest laat leiden, dan zijt gij niet onder de wet.
Het is bijna een bespreking van de Galatenbrief.

quote:
en hoeven er niet meer door overheerst te worden. We zijn geen slaven meer van de zonde.
Mee eens.
Maar dat zijn we niet door weer ons te gaan houden aan: Gij zult niet doodslaan, Gij zult niet echtbreken etc.
Dan zul je zeker weer struikelen.
Je kunt het ook zo bekijken: we zijn niet meer gebonden aan de wet van de Sinai, (Hagar moest weggestuurd worden) we zijn wel – en altijd – gebonden aan Gods morele wet. En als je door de Geest wandelt, dan voldoe je vanzelfsprekend niet aan het begeren van het vlees, volbrengt Hij Gods wil in ons.
quote:
Nee, deze redenering is helemaal fout. Het is niet “wij doen het via de Geest” maar
2 Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet der zonde en des doods. 3 Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees – God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, 4 opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest.
Wie vervult nu dan Gods wil in ons? Niet wij door o.a. de wet te volgen omdat die geboden zo mooi de wil van God laten zien. Want: vers 3 zegt:
wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees…..
Het enige wat we zien als we naar de wet kijken is hoe volmaakt God zou willen dat we zijn. En dat we daar vanuit onszelf geen millimeter aan roe komen.
En daarom moeten we niet naar de wet kijken of die doen op wat voor manier dan ook, maar de geest laten werken en het van Christus verwachten.
Het is wet -> vlees -> zonden
Of:
Nieuwe mens ->Geest -> leven