Ik heb zojuist deze discussie gelezen. Ik ben geen Christen, evenmin heb ik me verdiept in de Triniteit, dus ik heb geen oordeel. Desondanks vraag ik me af of de Triniteit de meest voor de hand liggende oplossing is voor het enigma dat in dit draadje wordt geschetst.
quote:
Nunc:
Blijft de vraag, waarom we geloven dat Jezus God is.
Allereerst omdat Johannes dat schrijft. Ik weet dat het WTG en sommige andere groepen claimen dat de vertaling 'het woord was een god' moet zijn, maar grappig genoeg is dat niet wat de meeste experts zeggen, en ook niet wat de vroege kerkvaders (die zelf koine-grieks als moedertaal hadden) lazen en niet wat de tegenstanders uit de tijd van de vroege kerk lazen (bv. keizer Julianus (Apostatus) die op basis van Joh.1:1 claimede dat het christendom twee Goden had en dus niet aansloot op het monotheistische jodendom) --> er is dus alle reden om "het Woord is God" zeer serieus te nemen als vertaling.
En hoe zit het met de volgende benadering: In het begin schiep God de Hemel en de Aarde. God schiep via Zijn woord (God zei "er is licht" en er was licht; God zei "Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt" en zo vond het plaats,...). In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord
was (HN) God. Het was in het begin bij God; alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. Lees Genesis 1 en je ziet de perfecte uitleg van Johannes 1:1-3.
God zei "er is licht" en er was licht. In het woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. Het woord is licht geworden; het woord is ook een gewelf geworden dat de watermassa's scheidt; het woord is ook de zaadvormende planten en bomen geworden; het woord is de lichten aan het hemelgewelf geworden en eveneens de grote zeedieren, alle krioelende levende wezens en allerlei gevleugeld gevogelte. Het woord is ook mens geworden: Jezus. Geen van allen
is God, hoewel allen Zijn woord zijn geweest, waardoor alles is ontstaan, zonder welke niets is ontstaan van wat bestaat, bij God, en God zelf. Nu zijn het dieren geworden, vogels geworden, licht en duisternis geworden, Jezus geworden: niet God.
Een erg voor de hand liggende lezing, niet?
quote:
Nunc:
Maar er is veel meer. Zo zegt Thomas 'mijn Here en mijn God' tegen Jezus (Joh.20:28) en zo'n uitspraak zie je verder alleen in ps.35 waar het direct aan JHWH gericht is.
Je kunt de uitspraak ook anders verstaan. Tomas zei tegen (αυτω) Jesus (niet
over, περί, Jezus): "
mijn Heer en mijn God!" Iemand zei tegen (αυτω) Jezus: "
uw moeder en uw broers [staan buiten, jouw zoekend te spreken]." Betekent dit dat Jezus Zijn moeder en Zijn broers was, [buiten Zichzelf staande om Hemzelf te zoeken]? Het is mogelijk dat Tomas zich uitte TEGEN (αυτω) Jezus OVER God; de God van Jezus die Jezus heeft laten herrijzen. De uitspraak valt simpel te interpreteren als een lofuiting voor God Die Tomas' geliefde Meester heeft doen opstaan uit de dood. Tomas kwam tot besef dat God Zijn Zoon uit de dood heeft laten herrijzen, en geloofde.
quote:
Nunc:
Verder zit Jezus (het Lam) bv. op de troon van JHWH volgens Openbaring 22:1 en 3. Jezus is ook 'de Eerste en de Laatste' (Opb.1:17-18, 22:13) net zoals God de Vader. Het Lam en de Vader krijgen in Openbaring 4 t/m7 ook dezelfde lof, heerlijkheid, dank, etc, toegezongen. Het Lam wordt dus in de hemel op dezelfde wijze aanbeden als God. Jezus had in Joh.5 ook al aangekondigd dat men dan de Zoon zou eren zoals men de Vader eert.
Maar ook bv. Paulus schrijft het. Als Paulus in Ef.4 een betoog schrijft, dan merkt hij op:
7 Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. 8 Daarom staat er: ‘Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen.’ 9 ‘Hij steeg op’ – wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? 10 Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. (Efeze)
Dus omdat Christus afdaalde en opsteeg, staat er "Toon hij opsteeg ...". Maar waar staat dat en over Wie gaat het?
19 U voerde gevangenen mee,
eiste gaven van opstandige mensen,
en steeg op naar uw woning, JEHOVAH, onze God. (Psalm 68)
De auteur van de Hebreeën-brief doet hetzelfde in Hebr.1:10 waar God de Vader over de Zoon zegt: ‘In het begin hebt u, Heer, de aarde gegrondvest,
en de hemel is het werk van uw handen.
11 Zij zullen vergaan, maar u houdt stand,
ze zullen als een gewaad verslijten,
12 als een mantel zult u ze oprollen,
als een gewaad zullen ze worden verwisseld;
maar u blijft dezelfde, en uw jaren zullen geen einde nemen.’ (Hebr. 1:10-12)
ik laat het aan jou, om even te kijken in psalm 102 over Wie dit gezegd wordt. En toch zegt de Vader dit volgens de Hebreeën-auteur over de Zoon. Veel duidelijker kan eigenlijk niet.
De evangelisten doen ook vrolijk mee. Johannes schrijft in Joh.12: 41 Dit zeide Jesaja, omdat hij zijn heerlijkheid zag en van Hem sprak.. Johannes schrijft hier over waarom de mensen Jezus niet geloofden, dus de 'zijn' en 'Hem' gaan over Jezus. Maar het citaat op basis waarvan Johannes dit schrijft (de voorgaande verzen) zijn een citaat uit Jesaja 6, waar ze (alweer) over JEHOVAH gaan. Het is namelijk Jesaja's roepingsvisioen, waarin Jesaja de heerlijkheid van JEHOVAH ziet, en nergens apart Jezus wordt vermeld. Dus Jesaja vermeldt JEHOVAH en het is het zien van JEHOVAH waarom Jesaja gaat profeteren, en Johannes claimt dat Jesaja JEZUS zag en dat het zien van Jezus nota bene de reden was waarom Jesaja dit profeteerde/schreef.
Johannes de doper (o.a. Marcus 1:1-3) is degene die als volgt beschreven wordt: "de stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden". Dit gaat overduidelijk over Jezus. Jezus bevestigt later ook aan de discipelen van Johannes de doper dat Hij degene is die zou komen (Mattteus 11:3-6). Tot zover niks mis mee, maar wel als je even naleest wat de profetie van Jesaja, die op Johannes de doper van toepassing is, precies luidt: Hoor, iemand roept: Bereidt in de woestijn de weg van JEHOVAH, effent in de wildernis een baan voor onze God. (Jes. 40:3). Dan blijkt de verheven identiteit van Jezus.
Maar je ziet het ook op andere manieren. Volgens Paulus (filippenzen 2) heeft Jezus de naam boven alle namen gekregen. Welke naam kan er als enige boven alle andere namen staan? Inderdaad, die van JEHOVAH. Zie bv. "Dat zij de naam van JEHOVAH loven, want zijn naam alleen is verheven, zijn majesteit is over aarde en hemel." (Psalm 148:13). Dit is ook in lijn met de rest van het NT, want het is de naam van Jezus die aangeroepen wordt tot behoud: 11 Jezus is de steen die door u, de bouwlieden, vol verachting is weggeworpen, maar die nu de hoeksteen geworden is. 12 Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.’ (Hand.4, zie ook Joh.20:30)
Engelen worden ook als "God" aangesproken; zelfs in de T'NaCh. Niet noodzakelijkerwijs omdat ze God ZIJN, maar omdat ze God VERTEGENWOORDIGEN. Het feit dat engelen de enige wezens/personen zijn die naast de Almachtige Vader door de T'NaCh als "God" worden aangesproken, is overigens een interessant gegeven.
Het hanteren van gepersonificeerde attributen was een manier om over God's eigen krachten te spreken. Over de Torah werd als een persoon gesproken. In de Joodse teksten van
De Wijsheid van Salomon werd de wijsheid vermenselijkt. De wijsheid werd als medeschepster beschouwd; ook zij zat zat op de troon van God, op de hoogte van alle Goddelijke kennis. Dat betekent niet dat ze God was; ze werd als God's hoogste functionaris beschouwd, de pure afspiegeling van de glorie van God, de spiegel waarin men de onzichtbare God kon zien. Als je haar zag, dan zag je God.
Op een vergelijkbare manier hanteerde Filo de Logos (het Woord van God). In Quaest. Genesis 2:62 noemt Filo de Logos "
ton deuteron theon", wat het best vertaald kan worden als "
de tweede god." Hij schrijft dat Adam naar de beeltenis van de Logos is geschapen, welke het rationele gedeelte van de menselijke ziel vertegenwoordigt. Soms is de Logos een engel, soms een
mesites (tussenpersoon) tussen God en de mens. De Logos wordt beschreven als de
protogonon, de eerstgeborene, de aartsengel en ook de "
Naam van God" (de Confusione Lingguarum 146).
Ook Spijt (tesjoevah) krijgt in de eerste eeuwse Joodse teksten
Jozef en Asenath deze status. Deze status werd hen toegedicht omdat ze ons dichter naar God leidden.
Ook van Henoch werd gezegd dat hij op de Troon van Glorie, God's Troon, zou zitten (bv. 1 Henoch 45:3; zie ook 51:3, 55:4, 61:8, 62:2, 3, 5-6, 70:27). Henoch wordt ook opgennomen in de Hemel in 1 Henoch 71:1, 5. Henoch wordt ook de "Mensenzoon" en "Uitverkorene" genoemd in 1 Henoch hoofdstukken 37-71. Ook Henoch zat op een verheven Troon (3 Henoch 10:1). Henoch wordt zelfs "
de mindere J.H.W.H" genoemd, met een duidelijke verwijzing naar Exodus 23:20-21 ("mijn naam is in hem,[/i]" 12:5). En in 2 Henoch 24:1-3 nodigt God Henoch uit om aan Zijn linker hand te zitten, waar zelfs de geheimen die engelen niet weten aan hem onthuld worden.
Ook Mozes en Samu'el werden "Elohiem" genoemd; niet alleen driemaal in de T'NaCh (waar het ook gewoon "machtige" kan betekenen), maar ook in de Griekse tekst van Filo wordt Mozes "
God" genoemd (theos). Mozes wordt het "
perfecte model" genoemd voor anderen met goddelijke aspiraties. En in zijn commentaar op Deuteronomium 5:31 wordt van Mozes gezegd dat hij deel uitmaakt van God's Wezen, God's Natuur (tes heautou physeos). Volgens E. R. Goodenough in
By Light, Light 223-34 wordt in teksten als Sac. 9-10, Prob. 43; Quaest. Exid. 2:29, 4; Mut. 19, 24-26, 127-28; Post. 28-30 Mozes vergoddelijkt (ik heb deze teksten zelf niet gechecked). Mozes werd in de Joodse teksten van
Het Testament van Mozes beschouwd als iemand die al vanaf het begin van de wereld bestond (1:14; cf. 3:12); de meest perfecte leraar ter wereld. In de
Exagoge van Ezechi'el zat ook Mozes op de Troon waar zelfs de sterren (plethos asteron) voor hem neerbogen (verzen 68-82) en verderop wordt gezegd: "
hij zal de stervelingen berechten" (brabeuseis kai kathegese broton). Ook Malkitsedek, Jaho'el (die zelfs de naam van God draagt) en Micha'el werden met vergelijkbare termen beschreven. In de Dode Zee Rollen 11Q Melchizedek wordt Malkitsedek beschreen als "de elohiem die verrijst."
Dit is slechts een klein gedeelte (ik heb de voorbeelden uit Hurtado's boek "
One Lord, One God" gehaald), maar het onderliggende principe is duidelijk: zonder het geloof in 1 God te verliezen, werden er allerlei entiteiten metaforisch als God of bijna-goddelijk beschreven. Dat betekende in het Jodendom absoluut niet dat ze daadwerkelijk werden gezien als God. De nagedachtenis aan hun voorbeeld is een krachtig exiler waarin we de stem en de bedoeling van God zien uitgedrukt. Ik heb hetzelfde een beetje met Mahatma Gandhi. God's bedoeling spreekt door de daden van tsadikiem (rechtvaardigen). Het IS God die spreekt via de daden van de rechtvaardigen. Via hen is er contact met de Onzichtbare Oneindige God.
Gezien de historische context is het niet ondenkbaar dat iets vergelijkbaars gebeurde in het Christendom. Het NT is binnen de context van dit Jodendom ontstaan: omstreeks dezelfde tijd en met een vergelijkbare terminologie. Jezus was voor vele Christenen het perfecte klankbord van God, zoals Mozes dat voor anderen was. De mobiele telefoon die verbinding heeft met de onzichtbare God, zodat we "God" tegen de telefoon zeggen, maar in werkelijkheid naar God aan de andere kant van de lijn verwijzen.
quote:
Nunc:
Dus nee, als verstandig mens kan ik zeer goed in de drie-eenheid geloven, want hoe meer ik in de bijbel lees, hoe meer bewijzen ik tegenkom. Bewijzen, overigens, die ik al vaker aan WTG-leden heb voorgelegd, zowel digitaal als persoonlijk, en op een hoop persoonlijke aanvallen na (zo vriendelijk zijn ze dus niet altijd!) en een hoop ontwijkgedrag, kreeg ik niet echt weerleggingen of argumenten waarom ik deze teksten verkeerd zou begrijpen (tenzij je: 'de drie-eenheid is heidens, en dus zie je het gewoon verkeerd' als serieuze weerlegging wilt aanmerken). De bijbel laat het duidelijk zien: Jezus is God, krijgt goddelijke aanbidding, zit op de troon van God, draagt de naam van God (JEHOVAH), etc.
Binnen de grenzen van de door jouw geciteerde verzen, lijkt het me vanuit het perspectief van Joodse Christenen uit de eerste eeuw niet noodzakelijk, noch voor de hand liggend, om Jezus als een persoon binnen een Goddelijke eenheid te zien.
Maar evenmin lijkt me de identificatie als Micha'el logisch. Paulus spreekt zich hier impliciet TEGEN uit als hij in Kolossensen 2:18-19 kritiek uit tegen hen die opgaan in engelenverering (threskeia ton angelon).
De (mijns inziens) meest realistische benadering zou simpelweg de gedachtegang volgen van Joodse bronnen ten tijde van Jezus. Heel Joods en heel eerste eeuws: precies wat de eerste Christenen waren.
quote:
Nunc:
De grote puzzel die dan overblijft, is hoe het precies kan. Hoe kunnen Vader (JEHOVAH) en Zoon (JEHOVAH) verschillend zijn terwijl er toch maar één God is? Dat is iets om lang en diep over na te denken. Maar je kunt niet, omdat het je niet op het eerste gezicht duidelijk is, de mogelijkheid afwijzen. De feiten wijzen ernaartoe, en daar zitten we gewoon aan vast.
Als je geen alternatief zoekt voor de lijn die het meest overeenstemt met het Joodse gedachtengoed van de eerste eeuw, is er m.i. geen enigma dat vereist dat Vader en Zoon als verschillende individuen binnen dezelfde God bestaan.
Is het weerlegbaar wat ik poneer? Zoniet, is het een werkbaar, realistisch en historisch onderbouwd concept?