quote:
gaitema schreef op 12 juli 2010 om 09:16:[...]
Calvijn heeft zich inderdaad vergist. De leer van de uitverkiezing heeft ook een probleem. Je ziet bij veel calvanisten de houding van: "wat zou het baten wat ik doe, als God me niet uitverkozen heeft dan beland ik toch in de goot." Dat is heel sterk te zien bijvoorbeeld in de gereformeerde gemeentes van Nederland. God heeft je echter zelf de vrijheid gegeven om een keuze voor Hem te kunnen maken. Ieder mens die geboren is op aarde heeft hij die vrijheid gegeven. Dat God vervolgens mensen inzicht geeft of verblind doet Hij niet omdat Hij nu éénmaal voor de lol de meederheid van de mensen in de hel wil gooien en de rest niet, maar omdat Hij weet wie echt bij Hem horen en wie niet, omdat Hij die mensen persoonlijk diep kent.
Zodat je later nooit kan zeggen: "hoe kon ik er nu aan doen dat ik verloren ga, God verblinde me immers?" Nee, je kan nooit dat in Gods schoenen schuiven. Dat we verloren kunnen gaan is vooral aan jezelf te verwijten. God helpt iemand namelijk niet opweg, als Hij weet dat het geen nut zal hebben.
In het christelijke leven gaat het in de eerste plaats om onze intenties tot het dienen van God en onze heiliging van ons leven tot Zijn eer.
Iemand van evangelische grondslag en iemand van een meer schriftgetrouwe grondslag kunnen dan wel heel erg van inzichten verschillen over de basis waarop hun handelen is gegrondvest en waarmee hun handelen wordt verklaard, maar in wezen verandert dat niets aan het individu. Want de leer of de grondslag voedt wel tot meer kennis en een bestendiger geloof, maar zij verandert niet de intentie die gericht is op het dienen van God.
Dat gezegd hebbende, is het voor de groeiers in het geloof een genot, en een nut, en een verdienste voor God, om God te leren kennen en dichter te komen tot Zijn aangezicht, zodanig dat ook van ons gezegd kan worden: en hij wandelde met God.
Dit streven om door God te worden gezien en geëerd, is een legitiem streven, maar zij is tegelijk een bron tot heel veel kwaad. Want God verkiest. Deze verkiezing is niet gebaseerd op onze keuzes en ons handelen, maar op de kennis die God heeft van onze ziel, die van de beginne af door God gekend is. David danste voor de ark en dat was niet oirbaar. Ja dat was het wel, maar omdat hij in overgave aan God uitsluitend de gedachte had bij God - en niet bij mensen. David legt aan de dochter van Saul uit hoe dat zit: hij beroept zich op zijn band met God die sterker is dan banden van mensen. Hij verwijst naar de verkiezing door God van hem boven Saul.
Deze verkiezing is een wisselwerking. God kent de ziel en begeert de liefde van die ziel. Wie (meer) de juiste gesteldheid van ziel heeft is (meer) een zoon van God. Dat neemt niet weg dat die ziel kan kiezen voor het kwaad, en kan vallen voor verleiding en door zwakte. God zal die ziel verkiezen die in "aanleg" reeds is wat God zoekt: volledig in overgave aan God.
In de oude tijd was het gebruikelijk om niet alleen te geloven in God, maar om er ook mee te rekenen in het dagelijkse leven. Met tot gevolg jalouzie of verharding als God anders kiest. Saul diende God. Saul profeteerde met de profeten. Saul was door God verkozen. Toch wist Saul dat God hem niet het meest lief had, en was hij jaloers op David, en Saul ontstak van tijd tot tijd in grote toorn. Wordt hij jaloers doordat David boven hem gesteld werd, of was het reeds in zijn ziel? Als je een ei ziet weet je dat er een kip is geweest. Het kwaad was reeds in hem.
Zo waren de broers van Jozef jaloers op Jozef omdat Jozef geliefd werd. De liefde die de broers wilden, die voelden zij niet. En in plaats van liefdewerken te doen tot het vinden van genade in de ogen van hun vader, deden zij hun vader groter verdriet en lieten zij zich verleiden tot grove zonde. Ook zij moeten hebben gevoeld dat hoe goed zij het ook proberen, dat zij het nooit zouden winnen in genade boven hun broer.
Dit spanningsveld van liefdewerken doen en genade zoeken te vinden in God's ogen - en tegelijk weten dat wij minder genade verdienen en krijgen dan anderen is een harde confrontatie met onszelf. We kunnen kiezen. Judas, ga heen om te doen wat je moet doen, zei Jezus. Judas kon kiezen [maar hij wist dat hij nooit de nummer één zou worden].
Jezus had heel veel discipelen, en die konden kiezen, maar Jezus haalt eruit wat erin zit: hij confronteert hen met het ware geloof en de opoffering en onderwerping die ermee gepaard gaat, en bijna alle discipelen verlaten hem. Zelfs de verkozen discipelen in het heilsplan van God waren vertwijfeld over de hardheid van de woorden van Jezus, maar zij kozen desalniettemin voor de smalle weg: Here waarheen zouden wij gaan zonder U?
Het was er al vanaf het begin. Abel offerde God en Kaïn offerde God. Kaïn was de eerste en de meeste. Maar God keek niet om naar de offers van Kain. Daardoor kwam uit Kain wat er in zat en door God gekend. De weg die Kain moest gaan is de weg van overgave aan God en een kiezen voor God - ook als het hemzelf wat minder welgevallig was, of als God hem wat minder toegenegen lijkt.
Wij zijn dus onderdeel van een verkiezing. De liefde tot God en de gewilligheid tot overgave is niet aan eenieder in gelijke mate toebedeeld. De genade van God is niet aan ieder in gelijke mate toebedeeld. En beproevingen zijn niet in gelijke delen verdeeld. Maar het kiezen om te groeien in genade en om niet te zwichten voor jaloersheid, wrok, haat en om niet te vervallen in luiheid, eigenwaan, en minachting is een keuze voor God om door Hem gezien te worden en om [toch] ontferming en genade en kracht en zegen toegewezen te krijgen.
Nee, God ziet ons niet aan zoals hij Jezus aan ziet. helemaal niet zelfs. Hij ziet ons aan met al onze zonden en begeerten en hardvochtigheden. En hij beoordeeld ons naar zijn rechtvaardig oordeel. Maar voor wie bewust breekt met zichzelf en die kiest om Jezus te volgen, voor hen haalt Hij om Jezus wil Zijn hand over Zijn hart. Want in hen ziet hij de bereidheid tot liefde en opoffering terug die Hijzelf ook voor de mens heeft. Maar wee degene die Jezus zegt de kiezen en te volgen, maar die niet de hartelijke gezindheid heeft om te
volgen !
Verkiezing maakt ons passief? Nee, maar wel lijdzaam en volhardend. In gebed en liefdewerken tot het groeien in genade voor de ogen van God. In de gref-gem heerst optisch aan een kant verslagenheid en deemoed en aan de andere kant juist niet. Maar door het vasthouden aan het Woord van God wordt zij wel in verzekerde bewaring gesteld. Het volk Israël werd ook in verzekerde bewaring gesteld door de wet. Hoewel; hoezeer het vasthouden aan het Woord een vasthouden aan onze levensader is, wij weten allen dat het de liefdewerken zijn die het onderscheid maken voor God. En dan gaat het niet om de liefdewerken uit de traditie waartegen Maarten Luther zodanig mee in conflict kwam dat hij het boek Jacobus als tegenwerkend en belastend ervaarde, maar gewoon om de gezindheid van het hart die door God echt wel wordt gezien, en die er voor ons mensen op vele manier uitkomt of toch wat meer verstopt blijft dan onszelf en anderen lief is.
Wie van de andere kant daarentegen zich verzekerd weet in het geloof door [niet meer dan] de liefde van God, die heeft geen ijkpunt en geen groeier voor het geloof. Want de emotie komt en gaat en zoekt niet de genade van God, maar blijft rusten in de gearriveerdheid in het hemels koninkrijk - met een toegesloten hart (de paradox van dienaars van de geest) voor de groeier van het geloof. Want de Heilige Geest komt uit God en komt door Het Woord, en is evenzoveel in het Woord als in ons hart, en zal de Geest zoeken waar zij is te vinden.
Voor dit moment maakt het verschil in onze achtergrond geen verschil. Want de gezindheid is het die ons bindt. Maar daarna is het aan een ieder van ons om keuzes te maken in het geloof. Wetende dat wijzelf door God worden bemind, of juist
niet zo door God worden bemind. Een keuze voor God, ook als God ons minder heeft uitverkoren dan hen die wandelden met Hem. Een keuze om zodanig onszelf en onze begeerten weg te cijferen, dat wij geen stap zullen zetten zonder het eerst te toetsen aan God's Woord en ons geweten in overleg met God.
Deze gezindheid brengt ons geen vrijkaartjes voor het eeuwig schouwspel der engelen en hemelse machten, en ook niet tot een berusting van Eli die hem achterover deed vallen met zijn stoel, maar zij brengt ons tot een willig geweten om te groeien in kennis en waarheid.
Groeien in kennis en waarheid is niet het doen wat anderen ons voorschrijven, maar om te blijven doen wat wij in een vrij geweten reeds deden, maar wel met een waarschuwend licht in ons achterhoofd om alles wat wij menen en beleven, te toetsen aan het Woord van God. Want de leer van de kerk is iets wat met het hart geleerd moet worden uit de schrift, alvorens wij er met het verstand een punt van kunnen maken of een punt erachter kunnen zetten. Want zonder het hart is de leer van de kerk niets anders dan wat de wet is voor de Joden. En zonder leer is het hart niets anders dan een blad in de wind of een schuimkraag op een golf. God toegenegen, maar niet gericht op een volkomen geloof.
Maar weest gij dan allen volmaakt, gelijk de Vader in de hemelen volmaakt is. En blijf niet achter in genade, want wie nu nog achterblijft - na alle kennis en vervulling die over ons gekomen is - zal door een harder oordeel getroffen worden.
Jawel, Jezus, heeft voor ons geleden en is voor ons gekruisigd. Maar de vraag is: zijn wij daardoor bevrijd en gearriveerd, of zijn wij daardoor dienstknechten van God geworden, in alles volgend de leer van het Woord van God, en het voorbeeld van de dienstbaarheid die Jezus zelf aan de dag legde voor God?
Wij zijn bevrijd van de zonde. Is dat dat wij bevrijd zijn
tot zonde?
Wij zijn als zonen van God. Is dat dat wij ons hemels erfdeel gaan claimen?
De apostelen aan wie Jezus zich had geopenbaard als heer en meester, noemt hij vrienden op het moment dat hij zijn leven voor hen gaat geven, en hen voorzegd heeft dat zij Hem zullen volgen in lijden. Wees er dan op voorbereid dat hoe meer wij ons zien als vrienden van Jezus, hoe meer ook ons licht zal worden gebruikt tot stralen in het donker. Dat is naar de mens een weg van lijden en overgave en volharding.
Maar wie niet de lijdensweg van het vriendschap van Jezus op aarde kiest en niet één wordt met Jezus in het kindschap van God, die zal niet als vriend worden herkend en die zal te bestemder tijd des te meer lijden buiten de poort.
Wie breekt met het bewaren van God's Woord, en de redding door Christus als het geheel en al van de leer verheft, die is als een opstandige zoon die zijn erfdeel opeist, maar de vader niet wil gehoorzamen en dienen. De vader hoeft hem niets te geven, maar hij doet het toch - als hij het kind gunstig gezind is, want het gaat om een eigen kind dat tot hem terug kan keren.
En wie breekt met het bewaren van God's Woord, en die de vermaningen van de voorvaderen en de profeten minacht en verwerpt, die is als een opstandige zoon, die zijn eigen weg gaat totdat het leven hem terugwerpt op wie hij zou zijn zonder vader. Niemand.
Fijn dat het forum het weer doet
