Piebe: ik ga even terug naar onze bijbel, Genesis 6 en heb de Naardense bijbelvertaling bijgepakt

Dat is verrekte belangrijk, omdat ik wel eens een detail over het hoofd gezien zou kunnen hebben, namelijk dacht ik nu aan vers 3 van Genesis 6 waar in het NBG staat:
Genesis 6:3
3 En de HERE zeide: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar zijn.
NBG-vertaling 1951
© 1951 Nederlands Bijbelgenootschap
Hier staat dat de mensen dus nog de Heilige Geest in zich hadden wonen, maar door de zonden besloot God om Zijn Geest terug te trekken. Het gevolg van de Heilige Geest die nog aanwezig was kan betekenen dat deze mensen met de hemelse gewesten en God nog zichtbaar in contact stonden, zoals Majoor Bosshardt dus ook stond. Ik noem haar bewust, omdat ze een betrouwbare vrouw is. Als zij spreekt, dan spreekt ze de waarheid, dat geloof ik

.
Goed dat maakt het één en ander mogelijk. Ze kunnen mogenlijk nog geesten zien! Ter plekke vraag ik je ook even na te denken over de twee engelen aan de poort van het hof van Eden. Ze hebben Adam en Eva uit het hof van Eden verdreven, noch voor ze kinderen hadden. Waren Adam en Eva dan wel de eerste mensen als de engelen ook aardse mensen zouden zijn? Los van mijn vraag wat nu het verschil is tussen een mens en een engel, behalve de functie en titel, uitzonderlijk de mensen die engelen genoemd werden

.
Dan komen we bij het volgende boeiende aan, onze bijbelse woorden in de Naardende Bijvelvertaling. Eerst het NBG:
Genesis 6: 1-4
Het huwelijk der zonen Gods
6
1 Toen de mensen zich op de aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden, 2 zagen de zonen Gods, dat de dochters der mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zij maar verkozen. 3 En de HERE zeide: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar zijn. 4 De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun (kinderen) baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam.
NBG-vertaling 1951
© 1951 Nederlands Bijbelgenootschap
en nu de Naardense vertaling:
6:1 Het geschiedt dat de
roodbloedige mensbegint
talrijk te worden op het aanschijn van de
bloedrode grond:
als er aan hen dochters worden gebaard
2 zien
de zonen van God de dochters van de
roodbloedige mens aan:
ja, góed zijn die!-
en zij nemen zich vrouwen,
uit al wat zij te kiezen hebben gehad.
3 Dan zegt de Ene:
laat mijn adem niet voor eeuwig toeven
in de roodbloedige mens,
hij is immers maar vlees!-
wezen zullen zijn dagen
honderd en twintig jaar!
4 Reuzen
zijn er op de aarde geweest
in die dagen
en ook daarna,
toen de zonen van God inkwamen tot
de dochters van de roodbloedige mens en zij voor hen kinderen baarden;
zij zijn de kerels van de vóórwereld,
de mannen van de naam.
Kijk, dat is interessant. Er wordt hier helder onderscheid gemaakt tussen roodbloedige mensen en de zonen van God.
Jezus is trouwens de
enig geboren Zoon van God.
zoon van God staat trouwens ook voor vredestichter, omdat Jezus zei: "zalig zijn de vredestichters, zij zullen zonen van God genoemd worden. Daarmee werd de vrede tussen God en de mensen bedoeld. Jezus is de vredestichter en in navolging van Hem mogen wij ook vredestichters zijn.
Deze zonen van God namen zich dochters van de roodbloedige mensen en er wordt ook alleen van deze roodbloedige mensen gezegd dat ze nog maar 120 jaar krijgen om te leven op de aarde. De godenzonen worden hierin duidelijk appart gezet.
Conclusie, hieruit zou je op maken dat godenzonen geen vleselijke roodbloedige wezens waren en doordat de Geest van God nog onder de mensen was er nog contact met de roodbloedige mensen mogelijk was. Inderdaad zou je kunnen zeggen dat ze zo ook als godenzonen net als de Heilige Geest bij Maria is staat waren om kinderen te verwekken.
Het kinderen verwekken is trouwens altijd iets dat God doet, aangezien wij dat niet kunnen. Elk leven wordt door God gegeven.