quote:
op 04 Jun 2003 12:32:55 schreef cheese:
onderstaande klinkt niet als een onbewust (hemels of paradijselijk) leven,
maar juist zeer bewust:
3 En ik weet van die persoon - of het in het lichaam of
buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het
-4 dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en
onuitsprekelijke woorden gehoord heeft, die het
een mens niet geoorloofd is uit te spreken.
2 K o r i n t i ë r s 1 2
Dit was een visioen van Paulus, maar waar nam hij een 'kijkje'? Wat is het Paradijs? Er wordt in de bijbel maar twee keer over de plaats verteld: In Genesis (de hof van Eden) en in Openbaring 2 en 22 ( de nieuwe aarde). Nergens in de bijbel wordt
de hemel 'paradijs' genoemd. Men neemt aan dat Jezus' woorden (heden zult gij met mij in het paradijs zijn) doelen op de hemel, maar waarom eigenlijk? Zoals gezegd, alleen de
aarde wordt in de bijbel het paradijs genoemd, de aarde bij de schepping én de aarde straks bij de herschepping. Paulus heeft misschien een kijkje mogen nemen in het hiernamaals, de nieuwe aarde.
quote:
19 En er was een rijk man, die gekleed ging in purper
en fijn linnen en elke dag schitterend feest hield.
20 En er was een bedelaar, Lazarus genaamd, vol
zweren,
21 nedergelegd bij zijn voorportaal, die verlangde zijn
honger te stillen met wat van de tafel van de rijke
afviel; zelfs kwamen de honden zijn zweren likken.
22 Het geschiedde, dat de arme stierf en door de
engelen gedragen werd in Abrahams schoot.
23 Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En toen
hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de
pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus
in zijn schoot.
.....
L u c a s 1 6
Deze gelijkenis moeten we niet uit z'n verband rukken. Jezus vertelde gelijkenissen om ons een bepaald iets duidelijk te maken. In dit geval gaat het om de les (in vers 31): dat de levenden op de aarde zich moeten willen laten onderwijzen door Mozes en de profeten (de bijbel). Willen zij dat niet, dan zullen ze zich ook niet laten gezeggen door iemand die uit de doden is opgestaan.
Dat is de les van deze gelijkenis, en we moeten er geen andere conclusies uit willen trekken.
Trouwens, wil je hier dan ook uit op kunnen maken dat er contact mogelijk zou zijn tussen mensen in de hemel en die in de hel?
Ook de zielen onder het altaar worden in dit verband vaak genoemd (Openb. 6)
Maar ook dat geeft naar mijn mening geen duidelijk zicht op een hemelleven.
Deze 'zielen' waren van hen 'die geslacht waren om het woord van God', dus van martelaren. Horen ál de gestorven gelovigen hierbij? Niet iedere gestorven heilige is een martelaar geweest. En ook is mijn vraag dan: De zielen zuchten en riepen met luider stem en zeiden: hoelang nog Here.... Mogen/moeten we hier uit opmaken dat er voor de gestorvenen vooral veel te klagen en te verzuchten valt? Nee toch?
Prof Holwerda zegt over deze 'zielen': Zij roepen dat God hun bloed zal wreken, maar zij krijgen als antwoord dat ze moeten rusten, tot hun mede-dienstknechten en hun broeders vervuld zijn. Ze moeten dus wachten tot het getal der kinderen Gods vol is. Pas dán komt voor hen de overwinning van de laatste vijand, tegelijk met de overwinning van de anderen. Pas dan doet hij allen triomferen. (De betekenis van verbond en kerk voor huwelijk, gezin en jeugd. Blz 13)
Ik citeer van hem ook nog even dit:
Het is prachtig zoals Hebr. 11 over deze dingen spreekt. U kent dat hoofdstuk wel: de galerij der geloofshelden. De schrijver spreekt daar van Abraham, Jacob, Mozes en vele anderen, die door het geloof hebben geleefd en gewerkt. En dan eindigt hij met die geweldige volzin: deze allen zijn in het geloof gestorven, de belofte niet verkregen hebbende, daar God wat beters voor ons voorzien had, opdat ze zonder ons niet volmaakt zouden worden.
En even verder (blz. 13 en verder):
Wat gebeurt er dus bij het sterven? Wordt dan de laatste vijand overwonnen? Nee, die wordt juist op de gelovigen losgelaten! Ze overwinnen niet, ze capituleren. Ze zijn door de genade van Christus, als ik het zo mag zeggen, doorgbroken op dit front; maar ze lopen vast op dat andere front van de dood. Ze mogen daar geen overwinning behalen, want ze moeten wachten op de levenden die achter hen aankomen. (....)
Wie dit gezien heeft is verlost van het individualisme. Hij haast zich in de dienst van God, niet maar om zelf zalig te worden, maar ook opdat met haast voor heel Zijn volk de dag der glorie aanbreke.
(Sorry hoor, het is wel een erg lang verhaal geworden.)