Wat ik wat mis in de bespreking, is dat de handoplegging, zalving
ook bedoeld kan zijn voor het
geestelijke behoud van de zieke. Het
herstel van de zieke houdt dan Gods vergeving van zonden in, gericht op een opstanding tot een
eeuwig leven.
quote:
Jakobus 5:13 Als een van u het moeilijk heeft, laat hij bidden; is hij vrolijk, laat hij een loflied zingen. 5:14 Laat iemand die ziek is de oudsten van de gemeente bij zich roepen; laten ze voor hem bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer. 5:15 Het gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem laten opstaan. Wanneer hij gezondigd heeft, zal het hem vergeven worden. 5:16 Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen. Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet.
Jakobus spreekt over de redding van de zieke. God zal hem doen opstaan, is de hoopvolle boodschap. Hiermee geeft Jakobus echter niet aan dat de zieke dadelijk, hersteld zal opstaan, genezen van zijn
lichamelijke ziekte.... Zelfs het woord "genezing" in vers 16 kan ook een figuurlijke betekenis hebben....
Vergelijk Mat 13:16, waar hetzelfde Griekse werkwoord voor genezen ook een meer figuurlijke betekenis heeft, verbonden aan een tot inkeer komen van de mens, en aan Gods vergeving:
quote:
Mat 13:14 In hen komt deze profetie van Jesaja tot vervulling:
“Jullie zullen goed luisteren maar niets begrijpen,
en jullie zullen goed kijken maar geen inzicht hebben.
13:15 Want het hart van dit volk is afgestompt,
hun oren zijn doof
en hun ogen houden zij gesloten.
Met hun ogen willen ze niets zien,
met hun oren niets horen,
met hun hart niets begrijpen.
Want anders zouden ze tot inkeer komen
en zou ik hen genezen.”
Wat ik
ook wat mis, is dat de genezingswonderen in de eerste eeuw ook een
andere betekenis zouden kunnen hebben dan ons te leren dat
God in deze wereld altijd en iedereen wil en zal genezen, op het moment dat die persoon maar sterk genoeg gelooft..... Want is
dat de les die we moeten trekken?
Toen genas God wel, en
nu niet, en
dus zal er wel wat mis zijn met ons of ons geloof? (of een:
we hebben de boot van Gods Koninkrijk gemist, want dat Koninkrijk was er in de eerste eeuw van onze jaartelling)....??
Jezus haalt Zelf herhaaldelijk de profetieën van Jesaja als Hij spreekt over het teken van Zijn genezend handelen (zie Mat 11, als Hij spreekt tot de discipelen van Johannes de Doper). Hij haalt hier de volgende tekst aan:
quote:
Jesaja 42:6 In gerechtigheid heb ik, de HEER, jou geroepen.
Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden,
ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen
en maak je tot een licht voor alle volken,
42:7 om blinden de ogen te openen,
om gevangenen te bevrijden uit de kerker,
wie in het duister zitten uit de gevangenis.
Eerder sprak Jesaja al het volgende:
quote:
Jesaja 35:4 Zeg tegen het moedeloze volk:
‘Wees sterk en vrees niet,
want jullie God komt met zijn wraak.
Gods vergelding zal komen,
hijzelf zal jullie bevrijden.’
35:5 Dan worden blinden de ogen geopend,
de oren van doven worden ontsloten.
35:6 Verlamden zullen springen als herten,
de mond van stommen zal jubelen:
waterstromen zullen de woestijn splijten,
beken de dorre vlakte doorsnijden.
35:7 Het verzengde land wordt een waterplas,
dorstige grond wordt waterrijk gebied;
waar eenmaal jakhalzen huisden,
maakt dor gras plaats voor riet en biezen.
Jesaja leert dat er een Dienaar van God zal optreden als Licht voor de volken,
om blinden de ogen te openen, etc... God
Zelf zal zijn volk bevrijden (Jes 35:4).
Deze genezingswonderen zijn dus verbonden met Gods directe (bijna
fysiek te noemen) optreden op aarde, in de "
eerste eeuw" dus, maar niet alleen op
dat moment: ons is
ook een belofte gegeven, dat God ooit weer onder ons zal wonen.... Vers 4!!!
quote:
Openbaring 21:1 Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. 21:2 Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. 21:3 Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. 21:4 Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’
Een handoplegging door een dominee of priester, een Dienaar des Woords dus, is m.i. dus niet zozeer bedoeld om ons
fysieke genezing te schenken, maar om ons
geloof te behouden, en ons
door het geloof te doen behouden, opdat wij
ooit mogen opstaan tot een
eeuwig leven.....