Oude taal in liederen en liturgie was één van de drie redenen waarom ik in 1978 mijn kerklidmaatschap (Gereformeerd synodaal) opzegde.
Die gij-vormen stoorden me nog niet eens het ergst.
Het ging me eerder om woorden als godsvrucht, ootmoed, goedertierenheid etc. waarvan niemand het in z'n hoofd zal halen om ze door z'n dagelijks spraakgebruik te mengen.
Woorden die je inderdaad moet leren om ze te kunnen begrijpen en ... waarmee je je als 'kerkvolk' apart zet van de rest van de wereld.
Ik begreep niet waar dat goed voor was.
Inmiddels heb ik sommige woorden, zoals zonde, bekering en verlossing wat beter leren begrijpen en waarderen.
Ik geef er nog steeds de voorkeur aan om 'dagelijkse taal' te spreken als ik het over geloof heb.
Volgens mij moeten daarin dezelfde geloofswaarheden en -ervaringen uit te drukken zijn als in gedateerd Nederlands.
Dat maakt het ook veel makkelijker om buitenkerkelijken aan te spreken en niet bij voorbaat af te schrikken.
Het "
Psalmen voor Nu" project ziet er inderdaad veelbelovend uit:
quote:
wikipedia:
De ambities van het projectteam zijn door hen in de eerste uitgave met 17 psalmen (onder de titel "Totdat het veilig is", uit de berijming van psalm 57) in drie punten min of meer als volgt samengevat:
1.De teksten van de psalmen moeten begrijpelijk zijn, en mee te zingen zijn op een melodie die dicht bij de muziekcultuur staat van mensen uit de 21e eeuw
2.Inhoudelijk gezien zijn de psalmteksten dermate waardevol dat het jammer zou zijn wanneer ze uit het kerkrepertoire verdwijnen
3.De berijmingen moeten ook aansprekelijk zijn voor mensen die niets van bijbel, kerk of christendom afweten.