quote:
Piebe schreef op 24 juni 2011 om 12:28:[...]
...een ieder die uit God geboren is kan NIET meer zondigen.
1 Joh 3,9Een ieder, die uit God geboren is, die doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem;
en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren. Een ieder die de zonde nog doet is dus NIET uit God geboren!
Ik heb hier nog eens wat verder over nagedacht... In samenhang met de volgende uitspraak van Jezus:
Mat 7:18
Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, evenmin als een slechte boom goede vruchten dragen kan.
Legt Jezus hier nu uit dat een goede boom
nooit enige oneetbare vrucht voortbrengt en een slechte boom
nooit iets eetbaars??
Maar als het zo "zwart-wit" gesteld zou zijn in deze wereld, dan zou Jezus geen zondaren
kunnen redden... Een boom die nu eenmaal slechte vruchten voortbrengt ZAL nooit wat goeds produceren...! Maar
klopt die gedachte??
Lucas verbindt een andere uitspraak aan Jezus met die "vruchten-spreuk":
Luc 6:43 Een goede boom brengt geen slechte vruchten voort, en evenmin brengt een slechte boom goede vruchten voort. 44 Elke boom kun je aan zijn vruchten kennen, want van distels pluk je geen vijgen en van doornstruiken geen druiven. 45 Een goed mens brengt uit de goede schatkamer van zijn hart het goede voort, maar een slecht mens brengt uit zijn slechte schatkamer het kwade voort; want waar het hart vol van is daar loopt de mond van over. Hier komt de hartsgesteldheid van de mens om de hoek kijken. Zijn "dadendrang", als het ware...
Waar vult de mens zijn hart mee? Hoe overlegt deze bij zichzelf en wat is het uiteindelijke
resultaat daarvan?
In Mat 12 wordt die koppeling van uitspraken
ook gemaakt. Maar dan in deze context:
Mat 12:30 Wie niet met mij is, is tegen mij, en wie niet met mij samenbrengt, drijft uiteen. 31 Daarom zeg ik u: elke zonde en elke godslastering kan de mensen worden vergeven, maar wie de Geest lastert kan niet worden vergeven. 32 En iedereen die iets ten nadele van de Mensenzoon zegt, zal worden vergeven. Maar wie kwaadspreekt van de heilige Geest zal niet worden vergeven, noch in deze wereld, noch in de komende.
33 Wanneer een boom goed is, dan zijn ook zijn vruchten goed. Is een boom daarentegen slecht, dan zijn ook zijn vruchten slecht. Want aan de vruchten herkent men de boom. 34 Addergebroed! Hoe kunt u iets goeds zeggen terwijl u zelf slecht bent? Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. 35 Een goed mens haalt uit zijn schatkamer met goede dingen het goede tevoorschijn, terwijl een slecht mens uit zijn schatkamer met slechte dingen het slechte tevoorschijn haalt.
Let wel, dat deze uitspraken staan in een
nog bredere context. De religieuze leiders van het volk spreken openlijk hun bedenkingen uit over het optreden van Jezus...
‘Hij kan die demonen alleen maar uitdrijven dankzij Beëlzebul, de vorst der demonen.’ Jezus houdt hen genadig voor dat hen die uitspraak zelfs nog vergeven zou kunnen worden, mits ze zich er van verzekerd hebben dat ze het bij het rechte eind hebben: komt het optreden van Jezus nu
werkelijk voort vanuit de duivel, of is hier
toch Gods Geest aan het werk?? Want miskent men het optreden van Gods Geest (spreekt men daar kwaad over!), dan gaat men reddeloos verloren! En in die omgeving staat de scherpe zwart-wit tegenstelling
goede boom, slechte boom... Zou deze uitspraak iets met
God te maken hebben? Met
Gods handelen??? Met Gods
werking in de mens??
En dan terug naar die 1e brief van Johannes:
1 Joh 3:7 Kinderen, laat niemand u misleiden: wie rechtvaardig leeft is een rechtvaardige, zoals ook Jezus rechtvaardig is, 8 en wie zondigt komt uit de duivel voort, want de duivel heeft vanaf het begin gezondigd.Ook hier is de tegenstelling volkomen zwart-wit: Jezus/God tegenover de duivel... Rechtvaardig/zondig...
1 Joh 3:9 Wie uit God geboren is zondigt niet, want Gods zaad is blijvend in hem. Hij kán zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren.Gods zaad is blijvend in hem... Hier is inderdaad
God aan het werk!! Aan het werk om "kinderen te verwekken"... De uitkomst staat vast: immers
een goede boom brengt goede vruchten voort (Johannes spreekt hier dus overduidelijk woorden van hoop!!)
Maar dan die tweede zin: "Hij kán zelfs niet zondigen"...
In het Grieks staat er: καὶ οὐ δύναται ἁμαρτάνειν, ὅτι ἐκ τοῦ θεοῦ γεγέννηται.
Het werkwoord hier is δύναμαι. En inderdaad wordt dat werkwoord in de meeste gevallen vertaald met "kunnen", "in staat zijn om"... Maar het woord is verbonden met het zelfstandig naamwoord "δύναμις" - kracht... En het werkwoord zou dus ook vertaald kunnen worden met "kracht hebben om te"...
Het zou dus ook zo kunnen zijn dat Johannes ons hier wil bemoedigen door te zeggen: als
God in je aan het werk is, dan heb je niet meer de
kracht om te zondigen... Kinderen van God gaan
onherroepelijk af op hun einddoel: een goede boom te worden die goede vruchten voort zal brengen. Immers: GOD is een goede boom die goede vruchten voortbrengt!! Dankzij Gods optreden is de zonde
krachteloos geworden... Zonder δύναμις...
En
dan die zwart-wit tegenstelling... Zou die soms bedoeld zijn om ons scherp te houden? Te waarschuwen van tijd tot tijd bij onszelf te rade te gaan of we nog wel op de goede weg zitten? Nog steeds gericht zijn op dat einddoel? Op God en zijn Messias??
Zo zou
ik deze gedachten van Johannes uitleggen in samenhang met andere delen van het NT... En zo
bemoedigen deze teksten me meer dan dat ze me
afschrikken (wat ze wel zouden kunnen doen op het moment dat ik bij mezelf merk dat ik helemaal geen 100% rechtvaardige
ben, ik zou kunnen denken dat ik wel eens geen kind van God zou kunnen zijn ("slechte boom want slechte vruchten") of ik het idee zou krijgen dat "
dit, in het hier en nu, het nu eenmaal is wat we krijgen van God"... Nee: we gaan op een
doel af -
nu zijn we gerechtvaardigd, maar ooit
zijn we rechtvaardig in een
rechtvaardige wereld...)