quote:
bloem schreef op 25 juni 2011 om 07:49:[...]
eerlijk antwoord ?
Het gaat niet om het lukken, het gaat om de intentie waaróm je iets doet.
Als jij heel heilig wil leven omdat je denkt dat God dan meer van je gaat houden, zit je al fout.
Ik weet nu dat mijn zondige natuur dood is.
Omdat ik opnieuw geboren ben. Als ik nu af en toe verkeerde dingen doe,( echt zonde is volgens mij gewoon : Jezus niet kennen )is dat omdat mijn gedachten nog niet vernieuwd zijn. ( zie Rom12: 2).
Dát is volgens mij het Christenleven.
Ik weet dat ik wederomgeboren ben, dat ik verlost ben,dat ik rechtvaardig ben, dat ik heilig ben, en dat God van mij houdt.
En heilig leven is zo een vrucht van redding. en geen brón van redding.
En dát geeft mij zoveel kracht en blijdschap in dit leven.
En als je je zelf steeds als zondaar beschouwd, doet het dat gewoon teniet.
En daarbij, hoe kan je jezelf als zondaar zien als Jezus in je woont ?

(ben de rest van de dag trouwens offline, dagje met vriendin op stap)

De eerlijkheid gebiedt om te erkennen dat ons persoonlijk heil niet afhangt van de leer, en de belijdenis, maar van de gesteldheid van het hart. Als wij samen bouwen op de gesteld heid van het hart dat Jezus aanneemt en God aanhangt, dan zijn de verschillen die wij nog opmerken van een andere, lagere, orde.
Als wij dan als geredden met elkaar spreken, dan is er iets waarvan we af moeten. Dat is te critisch luisteren naar elkaar. En dan bedoel ik natuurlijk niet om maar te gaan luisteren naar hetgeen ons bevalt en hetgeen wij zoeken - en de rest naast ons neer leggen. Maar dan bedoel ik dat wij het oor gewend houden tot God bij het luisteren naar hetgeen wij toch echt van naast ons horen. Want wat wij horen komt ten diepste niet van naast ons maar van boven. Dat vraagt om aandacht en stilte en weiding. Denk aan de enorme rij telescopen van de radiosterrenwacht in Westerbork. Een enorm sterk beeld hoe de wereld luistert naar God. Volledige stilte vereist in een straal van enkele kilometers. Veertien enorme oren om te horen wat God's schepping ons verkondigt. Dag aan dag zien wij het voor de ogen en nacht aan nacht zien wij wetenschap en Godskennnis aan het firmament. Psalm 19. Maar dan wordt er iets opgevangen door een van de telescopen. En daar zien wij het voorbeeld dat de wereld ons geeft: alle telescopen zijn verbonden met elkaar, en zodra één telescoop wat opvangt, dan spannen de overige telescopen zich des te meer in om van het opgevangene een breder of een meer samenhangend geheel te maken. ALLE TELESCOPEN BLIJVEN DUS NAAR BOVEN GERICHT. Maar als we kijken naar ons, de op de exacte golflengte afgestemde luisteraars van God ZELF, dan zie je iets heel anders: één telescoop vangt wat op en ineens draaien al die telescopen zich van de hemel naar de telescoop die wat opgevangen heeft. De meeste telescopen kunnen niet eens zover draaien, en die wel draaien kunnen krijgen zoveel ruis en kakefonische klanken dat niets van het originele opgevangen geluid overkomt. En ernstiger is dat het samenhangend geheel dat door de telescopen samen wordt gevormd verloren gaat. En nog ernstiger is als de telescopen in hun eigen authentieke plaats en functie volledig vergeten om de eigen plaats vast te houden en om het grote oor naar boven gewend te houden. Want alleen de hemel kan het enorme oor vullen en fijnstellen tot een eigen waardevolle authentieke ontvangst en doorgave. En omgekeerd: wat doorgegeven wordt is nimmer het meest samenhangende en het meest bevrijdende. Want dat krijgen de andere ontvangers op hun beurt weer van de hemel.
Als wij dus ons verblijd mogen weten met kennis van God en een luisterend oor naar God zelf, dan kunnen we in vrijheid spreken over wat God ons in het hart legt. En God geeft zelf andere ontvangers een eigen voeding om wat wij zeggen ook tot een samenhangend geheel te maken.
Vanuit de blijdschap die ons heeft vernieuwd tot nieuwgeboren kinderen ben ik van harte met je eens dat wij zijn gered en dat niets ons van God kan scheiden. Een moment van geloof kan ons recht stellen voor God. Jezus zei het zo vaak als beslissend criterium: uw geloof heeft u behouden.
Wij zijn verlost. Inderdaad. En het leven is een vrucht van onze redding; geen bron. Inderdaad. God heeft Zich nieuwe kinderen geschapen en op de wereld gezet als Zijn eigendom tot Zijn eer. Maar wat doet dat dan met ons? Zijn wij nu als de engelen, uitsluitend geschikt en gemaakt tot het gestalte geven aan de eer van God? Maar de engelen toonden zich daarbij als gehoorzamen aan de wil van God. Dienstknechten van God. En dat brengt ons tot een verdieping: Jezus zélf. Was Jezus zélf verlost en uitsluitend in staat het goede te doen? Nee, Jezus was niet verlost van de verleiding en hij was in staat het verkeerde te doen. Maar HIJ was degene die niet viel, die volhardde, en die trouw bleef, en die gehoozaamheid toonde, en die bij dat alles zeer zwaar aangevallen werd door de satan. Hij ZELF zei ook tegen Petrus: uw ziel is zeer gezocht door de satan. Kán dat dan?
Als de engelen en Jezus dan hun leven bewust in dienst weten tot eer en gehoorzaamheid aan God, kunnen wij dan zeggen dat ons leven niet tot eer en tot gehoorzaamheid aan God gesteld moet worden? Ik denk dat de vraag retorisch is. Wat ons aan het praten houdt is ons beperkt begrip van iets dat groter is dan wij. Wij verdienen niets met ons doen en ons moeten en onze heiliging. Maar je mag niet zeggen dat God genoeg van ons houdt als wij zeggen dat wij Christus aannemen. Want Jeuzs aannemen en dan niet ons leven bewust onderwerpen aan God is hetzelfde doen als de joden die de offers precies brachtten zoals voorgeschreven - maar God walgde op een gegeven moment van hun offers. En wat dacht je dat de functie was van de hele eerste bedeling? Onder andere om de mens te tonen dat God's liefde ook eer zoekt en gehoorzaamheid vraagt. Met de nieuwe bedeling is God's eer en God's vraag om gehoorzaamheid niet op een lager plan gesteld. Maar wij zijn op een hoger plan gesteld, om zelf te doen wat God van zijn eigen Kind vraagt. En dán en zó is de gesteldheid van het hart doorslaggevend. Want niets kan ons van de Vader scheiden als wij de eenheid in Christus geloven en omarmen. Christus heeft ons verlost zodat elke misstap en elke zwakheid en elke dwaling ons niet toegerekend wordt ! Wij zijn heilig? Jawel, in Christus. Wij zijn gered? Jawel, in Christus. God houdt van ons? Dat valt nog maar te bezien!! Jezus aannemen en niet de eer en gehoorzaamheid zoeken met heel ons hart en met heel onze ziel en met heel ons verstand is een vorm van onbekeerlijkheid tegenover God. Is een ongerijmdheid met onze eenheid in liefde. Als wij ons dus één weten of één zeggen te zijn in liefde, dan moeten wij die eenheid ook inhoud geven. Dat is de andere kant van een en dezelfde medaille. De
achterkant is dat wij gered zijn. En de voorkant hoe wij daarmee omgaan.
Hoe kunnen we dan een betekenisvolle lijn vinden die we gezamenlijk kunnen erkennen als waarheid? Ik weet het niet. Voor sommigen is deze materie vanzelfsprekend. Bij anderen lijkt de gehoorzaamheid een zwaar juk, en bij weer anderen is de liefde in volledige ongehoorzaaamheid. En voor velen wordt de liefde c.q. gehoorzaamheid en eer een iets heel eigens van de betreffende gelovige: voor zichzelf helder en logisch en voor een ander duister of onlogisch. En dat werpt ons weer terug op de basis: het zelf afgestemd blijven op God, en prijzen wat uit God is en ook tot ons komt.
Wat ik wel weet is dat er hier een heel duidelijke dimensie is toe te voegen die de discussie mogelijk gelijk op een ander niveau kan brengen. Dat is de dimensie tijd. Want het gered zijn is helemaal niet het eindstation. De redding en verlossing is juist de start van een nieuw leven. Waar we dus de tijd stilzetten en met elkaar spreken over één bepaald moment ben ik geheel met je eens dat we gered zijn en heilig en dat niets ons van God scheidt.
Maar bij de eerste seconde erna worden we opgeroepen om vanuit het nieuwe leven te leven en vanuit de verlossing te denken en vanuit gehoorzaamheid aan God te handelen. En vanaf seconde één komt de satan, en hij heeft gelijk een belangrijke kaart uit te spelen: je bent gelijk aan God, en je bent bevrijdt van God's verplichtende juk. Vanaf de eerste seconde worden wij weer terug geworpen op onze ellendige staat en onze diepe val, waarin wij terugkomen als we niet in alles ons onderwerpen aan God. En wij houden vast naar beste weten en kunnen aan God en gehoorzamen zijn Woord en wij zoeken Zijn gemeenschap. Maar niet de ellendigheid is wat ons drijft en niet de duisternis is wat ons vervuld, maar de dankbaarheid en de liefde om te doen wat maar nodig is om God niet alleen onze eigengebakken liefde te tonen, maar ook de liefde die Hij bedoelt, en de eer die Hij vraagt, en de gehoorzaamheid die Hij ook van Jezus verzocht. "Laat deze beker aan mij voorbijgaan" vroeg Jezus. En Hij zweette bloed. Wij moeten God de eer geven en mogen ook die vraag stellen als God ons in confronterende situaties brengt. Laten wij onszelf in confronterende situaties komen? Zoeken wij wel de wil van God meer dan onze vrijheid gebruiken om eigen wegen tot God te gaan? De slaaf mag niet een betere behandeling verwachten dan de meester. Zijn wij dan slaven?? Het spanningsveld - of beter gezegd de samenhang - van vrijheid met knechtschap is makkelijker te leven dan te leren..
Ik heb bewust niet gekozen voor een aansluiting bij een concrete uitleg van Johannes's woorden an-sich. Maar dat kan wel, ook in eigen context. Johannes spreekt vanuit het verlost zijn en vanuit de liefde. Christus is volmaakt en wie één is met Christus is volmaakt in de liefde. Maar die eenheid vraagt een afsterven en een wedergeboren worden en blijvend gevoed worden. Johannes spreekt denk ik heel mooi in balans over deze zaken. Ik denk ook dat in onze praktische levens de verschillen niet zo groot zijn. Maar het is jammer als voor de praktijk niet sterk verschillend uitwerkende punten in ons gesprek over de leer tot bijna tegenovergestelde leerpunten worden.
Je zondige natuur leeft en blijft je nabij zolang ons tijdelijke lichaam onze ziel woning biedt. Voor zonde heb je een wil die daartegen nee kan zeggen. Voor heiliging heb je een hart dat daarvan vervuld kan worden. Voor gehoorzaamheid heb je een hart en een wil om je te onderwerpen. En de zonde die toch blijft, is daar tegen onze wil, en wij strijden ertegen en wij breken ermee - en zij kan ons niet van God weghouden. En evengoed kun je zeggen dat wij niet meer zondigen en uitsluitend God heiligen en gehoorzamen. In geloof. Maar wij, zegt Paulus, die zo dicht genaderd zijn tot het heilige Sion, laten wij erop bedacht zijn om niet te verachteren in geloof en gehoorzaamheid. Als God het volk Israël zódanig heeft gestraft en verdrukt op hun ongehoorzaamheid, hoezeer ook niet wij die als kinderen van God direct tot voor zijn troon komen en mogen leven vanuit vrijheid en genade? Adeldom verplicht. Nee; liefde maakt harten bereid.
En dan heb ik zo vaak de termen "gehoorzaamheid" en "eer van God" genoemd dat niet achter mag blijven dat dit ook een punt van veel misbruik is voor gelovigen om te gaan heersen over anderen. Het koninkrijk van God is hier niet de hemel zelf, maar het is een klein zaadje. Vind je dat, dan geeft God het andere bovendien. Het licht sluit het duister uit. Maar de boodschap is dan ook: blijf in het licht! Waar is dat licht? Is dat in Jezus? Is ons eigen hart ons genoeg? Krijgen wij de melkspijs c.q. het vaste voedsel uit ons hart? Is ons hart zonder verkeerde overleggingen? Waar is het licht? is ons hart zelf het licht? De Geest is eenheid. De Geest zoekt ook eenheid. God is één met Christus. Wij zijn eén met Christus. Wij zijn één met God... De eenheid die wij belijden brengt ons op een hoger plan van handelen en leven uit liefde. Die liefde die wij leven brengt ons tot een handelen tot eer en gehoorzaamheid. Dat is een strijd. Dat is vrijheid. Dat is een juk. Dat is vreugde. Dat is geborgenheid. Dat is smaad en verdrukking. Dat is dankbaarheid en lofprijzing.
Een tekst in deze draad was:
Een iegelijk, die in Hem blijft, die zondigt niet. Een iegelijk, die zondigt, die heeft Hem niet gezien, en heeft Hem niet gekend.
en:
Die de rechtvaardigheid doet, die is rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is. Die de zonde doet, is uit den duivel; want de duivel zondigt van den beginne.
1 joh1:3 Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben, en wij in de duisternis wandelen, zo liegen wij, en doen de waarheid niet.
1 joh 3: 18 Mijn kinderkens, laat ons niet liefhebben met den woorde, noch met de tong, maar met de daad en waarheid. En hieraan kennen wij, dat wij uit de waarheid zijn, en wij zullen onze harten verzekeren voor Hem.Is er iets in deze teksten van Johannes dat ons op een spoor zet dat ons handelen heilig is en onbevlekt? Nee, het tegendeel blijkt eruit: ben je heilig: wees dan ook heilig en blijf heilig! Het is een appél tegen een achtergrond van adeldom. Zondig je in het minste (ben je in het minste getrouw) dan zul je ook het meeste verliezen. In onze tekst: dan heb je Hem niet gekend. Maar niet onze verheven staat en ook niet onze mooiste woorden biedt wat God behaagt.
Maar wel wat wij ermee doen.
De farrizeeër zag zijn verheven staat, en beriep zich op zijn hoge plaats tegenover de samaritanen en het gelovige volk. Maar de tollenaar boog het hoofd en confronteerde zich met zijn zondig bestaan. Hij veranderde ten goede. De farrizeeër niet. Het gaat om het hart. Zullen de heiligen zich verheffen boven hen die de zonde als deel van het dagelijkse leven erkennen? Het deemoedig en berouwvol hart wordt door God verhoogd. Maar het vrije en eigenwillige hart verliest alle verhevenheid.
Als veel woorden gezegd zijn, is het maar net wat geraakt heeft om begrip of juist afstand gecreëerd te hebben. Ik kan me dus wel een reactie voorstellen zoals: "Maar ik ben het niet meer die leeft, maar Jezus is het die in mij leeft". Dat zijn Rijke woorden, die getuigen van een wens tot rijk leven in offering en volgen. Je bent van adel. Je hoeft niemand gelijk te geven tegen je geweten in. Maar wees dan elke dag opnieuw één met Jezus. Houdt dan vast wat je hebt, en aan wat Jezus is. Laat je onverminderd onderrichten door zijn Woord, want daar is Hij één mee. Jezus is het vleesgeworden Woord, en de bijbel is het schriftgeworden Woord van God. In het beeld van de telescopen: Nog groter en indrukwekkender dan de enorme oren die de wereld omhoog richt naar God, is het antwoord van God: Wie in Jezus gelooft, gelooft het Woord. Ontwijfelbaar. Zichtbaar. Tastbaar. Beschikbaar. Dat is je eigen zakbijbeltje in vele varianten van getrouwheid verkrijgbaar. Er is in Jezus geen breuk met het Woord, maar er is éénheid. De wet is niet vervallen, maar zij wordt juist inhoud gegeven. De Geest is om te bezielen, en het Woord is om sturen en te leiden. En alles is om God in te dienen (aan Hem onderworpen te zijn) en eer te geven.