quote:
Piebe schreef op 28 juni 2011 om 11:37:[...]
Onzin, wat hier vooral duidelijk wordt is hoe onmogelijk debatteren wordt als mensen koste wat het kost willen vasthouden aan aangeleerde kaders. Een eerlijke discussie is niet meer mogelijk en dat vind ik prima, maar ik heb wel wat beters te doen.
Het is zaak om niet ons leed in zieligheid te bezitten; maar onze ziel in lijdzaamheid. Dat is ook wat je zelf citeert als het gaat om niet op te geven maar de loopbaan te voleinden tot het einde:
quote:
Piebe schreef op 27 juni 2011 om 23:08:[...]
Ik denk dat Paulus de oude mens bedoelde omdat hij schreef:
Efeziërs 4,22Te weten d
at gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, de oude mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding;
Vergelijk dat met Heb 12,1:
Daarom dan ook, alzo wij zo’n grote wolk der getuigen rondom ons hebben liggende,
laat ons afleggen alle last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is;
En 1 Petr 2,1:
Zo legt dan af alle kwaadheid, en alle bedrog, en geveinsdheid, en nijdigheid, en alle kwaadsprekerijen;
Indien Paulus de oude mens nog niet had afgelegd, dan was hij
een zondaar die tot geen goed in staat was, doch was dat natuurlijk niet het geval.
Kol 3,10En
aangedaan hebt de nieuwe mens, die vernieuwd wordt tot kennis,
naar het evenbeeld van Hem, Die hem geschapen heeft;
Zou je willen bepleiten dat Paulus de nieuwe mens zelf niet aangedaan had en niet naar het evenbeeld van God was vernieuwd? En indien hij wel het evenbeeld was geworden, zou je dan willen bepleiten dat God een zondaar was, tot geen goed in staat?
[...]
Begrijp je het verschil tussen gezondigd hebben en nog steeds een zondaar zijn? Ik heb nooit gezegd dat de gelovigen niet gezondigd hebben, maar wat ik heb geschreven en nu weer schrijf is in harmonie met wat Johannes leerde, namelijk dat wie uit God geboren is vanaf dat moment niet meer zondigt, want dat kan hij niet. Lees het maar na, ik heb ettelijke malen naar de Schriftplaatsen verwezen, dus het staat geschreven!
Let op het onderstreepte. Zondaar is volgens jou wie “tot geen goed is staat is”, en ook “gezondigd hebben en nog steeds een zondaar zijn”. Hoewel die betekenis klopt lijk je toch een ander beeld te hebben. Namelijk die van de goddeloze uit het oude testament -maar dan wel in een moderne vertaling. Want die begrippen worden tegenwoordig door elkaar heen gebruikt. Goddeloze staat tegenover rechtvaardige. Het oude testament kent dit onderscheid heel nadrukkelijk. Het is, zoals fotografinnetje al aangaf, een definitieprobleem. Plus daarnaast een zaak van begrip van de boodschap van de apostelen. Laten we gemakkelijk beginnen:
1. Psalmen 10,13
NBV- Hoe kan de zondaar u verachten en denken: God vraagt geen rekenschap.
SV- Waarom lastert de goddeloze God? zegt in zijn hart: Gij zult het niet zoeken?
2. Psalmen 37,10
NBV- Nog even, en verdwenen is de zondaar, je kijkt waar hij is, maar vindt hem niet.
SV- Vau. En nog een weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en gij zult acht nemen op zijn plaats, maar hij zal er niet wezen.
3. Psalmen 37,12
NBV- De zondaar belaagt de rechtvaardige met een grijns op zijn gezicht. Zain.
SV- De goddeloze bedenkt listige aanslagen tegen den rechtvaardige, en hij knerst over hem met zijn tanden.
4. Psalmen 37,21
NBV- De zondaar vraagt te leen en brengt niet terug, de rechtvaardige geeft, uit mededogen.
SV- Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weder; maar de rechtvaardige ontfermt zich, en geeft.
5. Psalmen 37,32
NBV- De zondaar loert op de rechtvaardige en zoekt een kans om hem te doden,
SV- Tsade. De goddeloze loert op den rechtvaardige, en zoekt hem te doden.
6. Psalmen 37,35
NBV- Ik heb een zondaar gezien, een uitbuiter, hij groeide uit als een woekerende laurier;
SV- Resch. Ik heb gezien een gewelddrijvenden goddeloze, die zich uitbreidde als een groene inlandse boom.
7. Psalmen 75,11
NBV- ‘De trots van de zondaar zal ik breken, de rechtvaardige zal worden verheven.’
SV- En ik zal alle hoornen der goddelozen afhouwen; de hoornen des rechtvaardigen zullen verhoogd worden.
10. Spreuken 14,21
NBV- Wie zijn medemens veracht, is een zondaar, gelukkig hij die zich bekommert om de armen.
SV- Die zijn naaste veracht, zondigt; maar die zich der nederigen ontfermt, die is welgelukzalig.
11. Prediker 8,13
NBV- Een zondaar daarentegen zal het slecht vergaan: de schaduw van zijn levensdagen zal niet lengen – want hij heeft toch geen ontzag voor God?
SV- Maar den goddeloze zal het niet welgaan, en hij zal de dagen niet verlengen; hij zal zijn gelijk een schaduw, omdat hij voor Gods aangezicht niet vreest.
12. Prediker 9,2
NBV- Hij weet alleen dat ieder mens hetzelfde lot wacht. Ben je een rechtvaardige of zondaar, goed en rein of onrein, offer je wel of offer je niet, ben je goed of zondig, durf je makkelijk een eed te zweren of ben je bang een eed te zweren – Alle ding wedervaart hun, gelijk aan alle anderen;
SV- enerlei wedervaart den rechtvaardige en den goddeloze, den goede en den reine, als den onreine; zo dien, die offert, als dien, die niet offert; gelijk den goede, alzo ook den zondaar, dien, die zweert, gelijk dien, die den eed vreest.
Zondaar is een overtreder. Goddeloze is een onverbeterlijke zondaar.
Je hebt dus in zekere zin gelijk Piebe. In de zin van de Nieuwe bijbelvertaling. Het begrip zondaar wordt daarin ruim gedefinieerd en heel nadrukkelijk ook gekoppeld aan de onbekeerlijke, aan degene die niet God zoekt en Hem onder tarting verwerpt. Dit is letterlijk de wijze waarop jij over zondaar spreekt en waartegen jij je verzet bij toepasselijkheid op gelovigen. Maar dit is niet het begrip zondaar waar wij het hier over hebben. Wij hebben het over de oudtestamentische rechtvaardige die naar nieuw-testamentisch begrip blijkt
even slecht af te zijn als een goddeloze. Wij hebben het over nieuwtestamentische mensen die niet de mate van rechtvaardigheid halen als de oudtestamentische rechtvaardigen.
Maar toch door Christus verlost kunnen worden. Dat is een nieuw zicht. Een verdieping van het geloof en een verruiming van de kring der gerechtvaardigden.
Of misschien beter gezegd: een oud licht in een nieuw jasje: Ez. 18: 26:
Als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, en sterft in dezelve, hij zal in zijn onrecht, dat hij gedaan heeft, sterven. Maar als de goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, die hij gedaan heeft, en doet recht en gerechtigheid, die zal zijn ziel in het leven behouden; Dewijl hij toeziet, en zich bekeert van al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven. Evenwel zegt het huis Israëls: De weg des Heeren is niet recht. Zouden Mijn wegen, o huis Israëls, niet recht zijn? Zijn niet uw wegen onrecht? Daarom zal Ik u richten, o huis Israëls! een ieder naar zijn wegen, spreekt de Heere HEERE, keert weder, en bekeert u van al uw overtredingen, zo zal de ongerechtigheid u niet tot een aanstoot worden. Werpt van u weg al uw overtredingen, waardoor gij overtreden hebt, en maakt u een nieuw hart en een nieuwen geest; want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?
Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft. De goddeloze neemt Jezus niet aan en kan dat ook niet. Maar wie vanuit de goddeloosheid de bevrijding van Jezus’ offer aanneemt, die wordt in de naam van Jezus geheiligd. Zijn zonden worden met de oude mens gekruisigd. Veroordeeld en gedood. En in de nieuwe mens staat hij in Christus op en is rechtvaardig en er is geen zonde meer die hem wordt aangerekend. De discussie hier gaat dus niet over de goddelozen, maar over de vraag of er na het aannemen van Christus nog zonden blijven. Zondigen heet dat, of ook zondaar zijn – naar de letter. Als ik jouw woorden goed lees zijn we het hier gewoon eens dat we allen zondigen.
En mij gaat het daar ook nog niet eens om. Want het geweten weet echt wel te klagen als iemand fout zit. En ik weet wel dat jij ook wel eens fout zit. Maar mij gaat het om de dwaalleer die ermee is gemoeid: namelijk dat als je zegt dat je door de Geest per definitie heilig leeft, dat je de zaak dan op zijn kop zet. Waar in het oude testament de rechtvaardigen zich geheel onderwierpen aan God en in alles God dienden en Hem in alles zochten te behagen en te gehoorzamen, zien we bij de dwaling dat met het trucje van “wij zijn heilig” God geheel buitenspel wordt gezet. Alle overleggingen van het hart worden in sentiment getoetst aan het eigen hart en onderworpen aan niets anders dan de geest in het eigen hart. En dan kan ik allemaal dingen verzinnen om er weer iets van terug te winnen met argumenten dat de melkspijs niet genoeg is en dat we nog moeten groeien en dus nog van God afhankelijk zijn, maar het onheil is principieel reeds geschied: net als in het paradijs is de mens erin geslaagd aan God gelijk te worden. Het lijntje met God wordt doorgeknipt omdat het eigen hart heerst over God in ons. Dát is mijn principiële probleem met de wij-zijn-niet-meer-zondaar-generatie. De navelstreng met God wordt doorgeknipt. Maar in ons eigen bloed zijn wij Goddeloos, en zonder het Bloed van God gaan wij voorzeker verloren. Is dan Christus niet eens en voor al gekruisigd en opgestaan om ons voor eens en voor al te verlossen? Zeker wel; maar de eenheid van Christus vraagt een voortdurende voeding en gemeenschapsoefening met Christus. Wie in de liefde achterop raakt en overtreedt, die valt onder de wet. Want de wet is een eeuwige formulering van God’s liefde veroordelende alles en ieder die niet volmaakt is in de liefde. Wat uit God geboren is kan niet zondigen. Dus wat in ons uit God is kan niet zondigen. Wat is dan in ons uit God dat niet zondigen kan? Dat is de Geest van God zelf. Deze Geest helpt ons en steunt ons en Hij bidt zelfs gebeden die wij niet kennen noch spreken kunnen. Zijn wij dan gelijk aan die Geest? Heerst die Geest dan over ons? Kent ons hart dan de Geest volkomen? Nee, in het geheel niet. De Geest is God’s adem die ons aanraakt en beweegt en ons drijft tot God. Het is dus zoals Johannes zegt: wordt je niet gedreven tot God en tot gehoorzaamheid dan ben je niet uit God. Wie weet dat hij gelooft en zich heeft laten dopen in de naam van Jezus Christus, die weet dus dat hij de Geest heeft. Die is gered. Maar zodra daar verloochening van God of zijn gebod of zijn Woord of ander openbaringen van God zelf bij aan te pas komt moeten we spreken van terug gevallen zijn in de liefde of van het overtreden van de wet. De zaligheid is voor wie het geloof en de hoop en de liefde vasthoudt. Een moment kan voldoende zijn om behouden te worden. En daarna komt het aan op blijven op de smalle weg en lopen van de wedren. En de Geest beschermt ons. Daarom benoemt de Schrift de zonde tegen de Geest, en spreekt de Schrift ergens ook ervan dat God sommigen van ons wegneemt op jonge leeftijd om te voorkomen dat ze op latere leeftijd gaan dwalen en van God los komen en Hem verwerpen. Johannes en Petrus getuigen ons van de onmogelijkheid van uit God zijn van wie zondigt, en Paulus roept op de wedren uit te lopen met alle kracht en volharding. Hoe eigenwijs willen wij dan nog zeggen dat de wedren gelopen is?
Vergeving van zonden is als je erover nadenkt in de termen van jouw uitleg van 1 Johannes 3 grote onzin. Want de oude mens doden en kruisigen we en we wissen hem geheel uit onze beleving – als het kon. En de nieuwe mens is uit God en zondigt in het geheel niet meer. Waarmee het hele leerstuk van vergeving der zonden niet van toepassing is voor het dagelijkse leven van de christenen. Het gebed dat Jezus ons leerde (het Onze Vader) is zo een eenmalig gebed op ons dopen. Eenmaal oprecht bidden; en schoon is uw geweten voor eeuwig, in 30 seconden. Maar ik gaf je reeds 1 Johannes 1 weer waarin Johannes heel specifiek spreekt over vergeving van zonden. Als we op die manier geen zondaren zouden zijn, waartoe dient dan de vergeving?? Daarom moet je bij 1 johannes 3 niet denken dat hij bedoelt dat een christen geen zondaar is. Hij bedoelt ons te vertellen dat we op moeten houden met ons goddeloos van twee walletjes-eten-gedrag. Breken is definitief. Breken is berouw. Breken is radicaal. God dienen is niet met alleen onze Geest, niet alleen met het woord, niet alleen met ons verstand, maar met alles wat wij in dit leven hebben en meedragen. Verschillenden hebben het in deze draad al beter verwoord, maar het is zaak voor jou om het ook te kunnen herleiden uit de prediking van Johannes en Petrus.
En dat brengt mij op het lezen van de tekst. Je bent altijd zo trouw aan en consequent met God’s Letter, dat ik denk dat je nog op water zou lopen als God’s Woord je dat zou aangeven. Dat siert je. Maar daarmee ben je er nog niet. Ook Petrus stapte door zo’n vurige ijver nog wel eens naast de plank. En hij moest weer opgetrokken worden. Maar als je het vuur voelt, waarom luister je dan niet nóg preciezer? Waarom accepteer je dan niet wat er geschreven staat?! Als Johannes zegt dat wat uit God geboren is niet zondigt, waarom accepteer je dat dan niet Volledig?? Volledig! Gooi de schroom af! Jij bent uit God geboren, dus jij kent geen zonde meer. Wees dan wie je bent !! En kom niet met flauwekul dat je ook nog enige zonden hebt. Zegt Johannes niet in dezelfde tekst dat wie zondigt uit de duivel is?! Dat slappe gedoe van jou en anderen om jezelf kleine zonden toe te staan is in die context omheilig en niet-principieel. Wat jullie doen is de teksten van Johannes en Petrus – die nota bene allebei een gemeente
vermanen - gebruiken tot een rechtvaardiging van een leven waarin jullie allen aangeven ook te zondigen. De teksten zijn duidelijk genoeg, wees alleen zo fair om ook de keerzijde te zien dat als je zondigt je ook een kind van de duivel bent. Jou kan ik wel overtuigen omdat het Woord bij jou gezag heeft. Dat is echter een heel ander verhaal bij zovelen die zodanig het Woord van God hebben verlaten dat zij alléén nog bouwen op het eigen geweten dat ze voorhoudt dat ze niet meer zondigen, en daarvoor ook God’s woord en zijn gebeden niet meer nodig hebben. Hoe spreek je iemand aan die reeds gearriveerd meent te zijn? Zegt Paulus: Loop de wedren!! Zeggen zij: Welke wedren; Relax man, je bent gered !! En waarachtig, als God ze beschermt en voedt zoals zuigelingen, zullen ze ook goed terecht komen. Misschien beter dan wij. Maar jij kunt lezen, en jij hebt de wens om God’s Woord te doorgronden. Léés dan. Spreek me tegen als ik ongelijk heb. Denk aan de wedren. Lees met precisie. En wees consequent.
Dan over de diepte.
In het nieuwe testament worden de zaken op scherp gesteld. De bergrede laat zien hoe scherp deze "nieuwe" leer snijdt in het vlees. Veel verder dan de wet. Waarbij dan steeds erop gehamerd moet worden dat de nieuwe leer geen nieuwe wet is, maar een benoeming van de draagwijdte van de oude wet. Wij zijn dus ten diepste inderdaad zondaren in de ergste betekenis van het Woord: Goddelozen. Want ook de rechtvaardigsten kunnen in zichzelf niet worden gered. Wij zijn allen zondaren, onbekwaam om in eigen kracht genade te vinden in God's ogen. Dat is voor gereformeerden bekende koek en wij zijn daarmee vertrouwd en daarom voelen wij niet jouw ergernis aan onze woorden. Maar voor ons geeft zij juist de diepte en omvang van de verlossing door Christus aan.
Want zijn wij gerechtvaardigd door het aannemen en volgen van Jezus. Het afsterven van de oude mens en de groei als opnieuw geboren kind gebeurt en krijgt inhoud in het teken van de doop. Maar deze doop is niet onze activiteit. het is God's activiteit in ons. Wat wij enkel hoeven doen is ons laten leiden door God. Van volstrekt onmondige en geheel onbekwamen tot groeienden in het geloof tot verheerlijking van God. Deze groei vindt zijn voleinding niet bij de geestelijke geboorte. Is dat werkelijk verbazingwekkend? Zij vindt haar voleinding als wij met Jezus verenigd worden. En tót dat moment mogen wij elke keer als wij ervaren dat wij één zijn met Jezus Christus even hard uitroepen als Jezus dat deed: Het is VOLBRACHT. NIETS is méér nodig om tot God te komen. En ons leven is heilig en zonder zonden en wij gehoorzamen God in alles en zoeken onze heiliging en Zijn heerlijkheid in dat boek dat tot die heiliging en tot Zijn heerlijkheid is geschreven: de bijbel. Petrus liep gewoon over water. Gewoon Onmogelijk. Nee, het was gewoon Geloof. En als dan dat moment aanbreekt dat wij twijfelen, of falen of aarzelen, of misleid worden door ons eigen hart of door de satan, dan weten wij dat wij wel gered zijn, maar nog niet thuis zijn. En wij bidden, en wij werken, en wij gaan de weg. Hoezéér het ook aankomt op gewoon accepteren, en hoe licht de last in Christus ook zal zijn, het wordt in de bijbel een
smalle weg genoemd en een
kleine poort.
Jezus zei tegen Petrus: Dit heeft niemand je verteld, God is het die je dit geopenbaard heeft, en Ik zeg u: Petrus zijt gij en op deze Petra zal de gemeente gebouwd worden. Mijn visie is dat Jezus daarmee de Geest aansprak in Petrus. In diezelfde lijn zie ik hoe Johannes de Geest aanspreekt in de gelovigen. Dat is dat deel van de gelovige dat de voeding rechtstreeks vindt in God. Jezus zegt het bij herhaling tegen de discipelen: kleingelovigen. En hij vertelt ze de waarheid: wie in geloof een berg verplaatst zal dat ook volbrengen. Dat is het Geestelijke gedeelte van de mens, het gedeelte dat in het vlees werkt en door de mens maar beperkt wordt waargenomen of aangenomen. Jezus nam het volledig waar en was er één mee. De apostelen deden vele wonderen omdat de Geest overeenkomstig de profetieën zeer krachtig in hen werkte. Maar wij beleven het ten dele, want ons zien en ervaren is nogal beperkt. Dat geestelijke deel zal de ziel sturen en tot God geleiden en op de jongste dag zal de volkomenheid van de ziel die één is met God's Geest volledig ingaan. Maar zover is het nog niet.
Wij hebben twee bronnen van leven. De enige bron is God, en die vult ons. Maar tegelijk zijn wij geketend aan ons vlees. Dit vlees heeft de vrijheid om ons te prikkelen en te verleiden en te pijnigen. Ruimer geformuleerd is het de satan die ook nu alle heiligen evenzeer probeert te raken en mee te trekken en tegen elkaar op te zetten als hij probeerde met Jezus zelf. Jezus was gered bij voorbaat. Is dat zo? Hij was uit God geboren, dus dat kan niet anders. Toch werd hij in verleiding gebracht en werd hij beproefd en werd hij gepijnigd. Dus ook Hij die onze meester is moest telkenmale de keuze maken om een heilige stap te zetten en om God's wil te doen, en om de heerlijkheid van God die ook in Hem was ook invulling te geven. Als Hij dan niet vrij ging van beproevingen en alle verdrukking ondervond die de ergste zondaren ondervinden, zouden dan wij van deze verdrukkingen en beproevingen verschoond blijven? De levensweg van de apostelen die ons erover schreven bewijst het tegendeel! Maar wat wij mogen weten is dat niets ons van de Vader afhoudt als wij ons met heel ons hart en met heel onze ziel en met al onze kracht inzetten tot het volgen van Jezus. OOK al zijn wij als het erop aan komt nog niet tot het minste daarvan in staat.
Ik sluit af met aanhaling van 1 joh.2:29 waarin staat dat we weten dat Jezus rechtvaardig is. Daarom is iedereen die rechtvaardigheid doet uit Jezus geboren. Dat is gewoon een heel duidelijke boodschap: zie wat voor ogen is en oordeel wat uit God is en wat uit de Satan is. Verleiders zijn gekomen om de gemeente af te breken en Johannes spreekt van de antichrist. Maar de gemeente wordt voorgehouden dat zij van niemand iets nodig hebben, omdat zij reeds zelf alle heil en alle kennis en alle Geest hebben als zij in God zijn. Dat is een waarschuwing tegen dwaalleraars, maar vooral een bemoediging en aansporing. Geen vrijbrief voor gearriveerdheid en laksheid. En een heel praktisch handvat zonder veel diepte van leer: Hierin zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels openbaar: Een iegelijk, die de rechtvaardigheid niet doet, die is niet uit God, en die zijn broeder niet liefheeft.