small brother schreef op 13 december 2012 om 00:27:Identiteit is vast en zeker; een vast vertrekpuntIdentiteit is niet te definiëren als een bepaald gedrag. Wie je bent, en wat je identiteit is loopt niet volgens lijnen van uiterlijk gedrag van je groep maar volgens lijnen van je innerlijke gesteldheid en je innerlijke keuzes. Die soms meer, en soms minder, tot uiting komen in bepaald herkenbaar gedrag.
Daarbij is wel een kenmerk: de identiteit is hetgeen je je mee vereenzelvigt. De identiteit is iets vasts, en het is een basis van je zijn, of althans zo voelt dat. Een vertrekpunt werd het hiervoor genoemd. Dat kan niet anders, want als je je identificeert met iets onvasts, dan kun je daaraan geen identiteit koppelen, behalve die van een kameleon of een blad in de wind. En als je het spoor kwijt bent, dan spreekt men ook van een crisis in de identiteit: een identiteitscrisis.
Soorten van identiteitDat brengt iets aan de oppervlakte: namelijk dat identiteit en de mate waarin je je daarmee vereenzelvigt, sterk afhankelijk is van je eigen omgang met het leven. Immers, als je principieel bent en bewuste keuzes maakt, dan heb je meer besef van
formele identiteit, dan als je keuzes ingegeven worden door omstandigheden en gevoelsmatigheiden, en bevindingen van het moment.
Gereformeerde identiteitGereformeerd is gelovig zijn in Christus, met een bewuste keuze principieel gericht tegen de oorspronkelijke bewaarders van het Woord van God, dus de joden, en daarna de katholieken. Tegen de joden vanwege hun verwerping van het WOORD, en tegen de katholieken vanwege hun verwerping van het Woord. In beide gevallen is de keuze tegen de groep niet ingegeven door een verwerping van die groep als zodanig, maar door de botsingen die ontstaan met het gezag dat binnen die groepen heerst, en dat claimt het gezag en de stem van God te zijn.
Al het uiterlijke vertoon en alle soorten van omgang met Christus of met de kerk, zijn deelverzamelingen van deze identiteit. Geen enkele gereformeerde die Christus serieus neemt, zal een andere identiteit willen aannemen. Die zouden er oppervlakkig wel kunnen zijn door gebruiken en regels en voorkeuren en klemtonen, maar principieel staan die zaken
in geen enkele verhouding tot de hoofdzaken. Principieel zal elke zich met een bepaalde groep of identiteit associërende gereformeerde zich graag willen laten overtuigen of zelfs overreden om de gemeenschappelijke identiteit te zien, aan deze te hechten, en zich ook daarmee te conformeren en te identificeren.
Vrijgemaakte identiteitEigenlijk bestaat de
vrijgemaakte identiteit niet in het perspectief van de voorgaande alinea. Gereformeerd wel. Toch is er principieel wel een hoofdzaak van identiteit waaruit het vrijgemaakte is ontstaan. En dat is de primaire keuze voor trouw aan God. Dat is eenwording met Christus. Loze woorden dus, want dat zegt het gros van denominaties? Nee, geen loze woorden. Het identificerende of beter gezegd het onderscheidende van vrijgemaakt, is dat vrijgemaakt vrijwillig heeft gekozen om tegen de mens en tegen de wereld en tegen de schijn van warmte in eigen omgeving, te kiezen voor de moeilijke smalle weg van uiterlijke kilte. Kilte niet van zichzelf, maar van de omgeving. Het is geen kilte in eigen geloof; zeker niet: het is juist de warmte tot het geloof dat doet volgen tegen de omgeving in. Maar dat is het wel voor de omstanders. En achteraf ook voor de eigen nageslachten. En dat is het des te meer omdat de keuze voor het eigen volgen gelijk opgaat met het
klassificeren van de achterblijvers als trouweloos of afvallig. De keuze in zichzelf doet dit verschil al ontstaan. Het oproepen om dezelfde keuze te maken, doet dit verschil al verscherpen tot scherpe gemeen snijdende messen. En de genadeslag is dan ook het veroordelen van het niet willen volgen, als "eenwording met de vermeende afvalligheid van het oorspronkelijke". Daarmee is het wettig bewijs geleverd dat een
veroordelende scheiding een belangrijk kenmerk is van de identiteit. Een identiteit van onzuiverheid bij een gerichtheid op zuiverheid. Echter: als even opzij gezet wordt wat er onzuiver was, dan is de boodschap in zuiverheid voor de eigen entiteit: “Laten wij ons bekeren!“
LiefdeloosheidZo heel graag wil de omgeving, en het eigen vlees en nageslacht vingers leggen bij de zere plekken, en doekjes zoeken voor het bloeden uit oude wonden. En daardoor begint in onbegrip een zoektocht naar het waarom en het eigene en het nut van de keuzes in het verleden. En automatisch wordt gehekeld wat fout was in het verleden en weer aansluiting gezocht bij
de gelovigen in het heden. Met name bij die gelovigen die de klemtoon leggen op het tegendeel: niet een strijd in moeite en afzetting tegen dwaalleeer en geestelijke bewapening, maar een blijde heiliging in het licht van gewonnen vrijheid en blijheid.
Dat is niet maar zo een proces. Dat is niet een trend van een tijd. Maar dat is een reactie op de gemeten liefdeloosheid en het gemeten gemis aan bezieling. Aan geloof. En het is ook een normale omgang met de gelovigen van de eigen tijd. En vanuit dat perspectief wordt met een nieuw licht en een kritisch oog naar het verleden gekeken. Maar is het geloof en zijn de keuzes uit het geloof van het voorgeslacht, te meten met het licht van een zoekend nageslacht?
BegripMaar het is net als bij bepaalde begrippen in de theologie. Zoals het bij het begrip "zonde" en het "meer" en "minder" kunnen hebben ervan. Er wordt (m.i.) gezocht naar betekenis en duiding vanuit een eigen (vastgelegd) standpunt. En vanuit dat vaste standpunt worden waarheden en rechtheden als de krommingen van tijd en ruimte bij Einstein. Het is recht, en het is waar. Maar als je vanaf een afstandje kijkt is het zo krom als een hoepel voor wie niet redeneert, maar gewoon kijkt.
Zo is het met het kijken naar zichzelf. Zo is het met gedachten over de eigen identiteit. Vanuit het heden is het niet meer mogelijk te geloven dat het verleden liefde had en uit liefde koos en handelde. Want er zijn bewijzen zat. En er is kennis wat het verleden opleverde aan schade voor het heden.
OnderscheidMaar er dient onderscheid gemaakt te worden. Onderscheid tussen de liefde en de keuzes uit liefde die God vraagt. Tegenover hetgeen de mens ervan gemaakt heeft. Geen enkel volk en geen enkele denominatie heeft vastgehouden wat het heeft gekregen of wat het heeft nagestreefd. Ook de eerste discipelen lieten het ontsporen of vallen.
Daarom dient niet naar de eigen identiteit gekeken te worden zoals het wordt vertolkt en afgespiegeld. Maar er dient gekeken te worden in termen van leer en van de Wet van de liefde. Want als deze is onderscheiden en geïdentificeerd, dan is er ook een mogelijkheid om je eraan te conformeren en je ermee te identificeren. Los van de mensen die er toevallig bij aangesloten zijn. Los van wat de mens ermee heeft gedaan. Zelfs als je er nu helemaal geen gevoel bij hebt. Dan is het net als ten tijde van Nehemia: ga zitten bij elkaar en lees samen de wet van God en onderwerp je als groep aan God in eendrachtigheid van de identiteit van Christus; hier praktisch en principieel verwoord als de identiteit van de gereformeerde leer en belijdenis.
AfstandBij een dergelijke vraag en definitie schep je onmiddellijk afstand. Ten eerste omdat het gros van de gelovigen niet wil vervallen in excentriek gedacht gedrag. Liever wordt gekozen voor een eigen leven in eigen leer en gevoelen, dan een gemeenschappelijk geformuleerde leer en gevoelen. Liever wordt gekozen voor uiterlijk samenleven in liefde, dan volgens schijven van leer na te gaan denken. Alsof dat een
alternatieve keuze is. En ten tweede ontstaat afstand door wantrouwen. Want er is geen vertrouwd gezag. En zelfs de woorden van gezag uit de belijdenis en leer worden niet vertrouwd. En wie het verleden neemt als basis voor de verwachting van de toekomst, die bedenkt zich 1000 keer alvorens hij zich gedachten maakt over gemeenschappelijke pijlers of gemeenschappelijke fundamenten, waarop gezamenlijk wordt gebouwd.
On-topicMaar dat hoeft ook niet. Gemeenschappelijkheid hoeft niet en is hier waarschijnlijk ook niet nuttig. De leer is hier onder ons onvoldoende gemeenschappelijk in het hart geduid om nog te kunnen spreken van gemeenschappelijkheid van leer. Veeleer is er sprake van verbabelonisering van leer en geloof. Maar nog relevanter dan dat: het is hier geen onderwerp. Het onderwerp is de identiteit van die vrijgemaakten. En voor de identiteit van vrijgemaakt is niet nodig dat we allemaal die identiteit omarmen. Maar wat valt op: De aardigheid is dat die identiteit niets anders is dan de kerk volgen met de les van de reformatie: aan Gode meer eer dan aan de mens. Dat is ook: aan Gods Woord meer gezag dan aan het gezag van de mens. Maar dat is zeker géén verwerping van het gezag dat door God is ingesteld!! „Hier sta ik; ik kan niet anders“, zijn de gezagsbeperkende woorden in navolging van Daniël die niet wilde buigen voor door mensen gemaakte beelden. Die woorden werden gesproken tot het gezag, en het gezag werd verworpen en het gezag en de naam en de rechte leer werd geclaimd. Mensenwerk. Zuiverheidsstreven in onzuiverheid. Maar als onderscheidende entiteit van de kerk niets anders dan een teruggaan tot de kerk van de reformatie.
IdentiteitDe identiteit van vrijgemaakt ontspruit dus uit de wil om te conformeren aan de leer, waarvan de overtuiging is dat die de enige leer van zaligheid is, tot redding van de wereld. Maar dat is dus niets nieuws en niets bijzonders: het is iets van
elk geloof: ook de Jehova’s en de katholieken en de babtisten, en zelfs vervloekte afgodendiensten zullen zich op deze wijze oriënteren en identificeren. Deze identiteit is direct verbonden met het geloof. Deze (formele) identiteit onderscheidt zich van alle soorten van oppervlakkige identiteitsbegrippen, omdat de gelovige mens bereid is de punten van leer en belijdenis en de praktijk van het gezag van de kerk, zodanig het eigen leven te laten overheersen, dat er een conformering en vereenzelviging optreedt van eigen leven en gevoelen, met het gevoelen en de leer van de kerk (leer en belijdenis).
Identiteit komt in een crisis als er een toename is van liefdeloosheidWaar de liefde verkilt, daar is her-ijking nodig van elk woord aan de
leer en belijdenis. Ook dat geldt voor elk zichzelf respecterend geloof. En bij afvalligheid wordt een niveau dieper gedaald of gezakt: dan is het nodig om
elk woord te ijken aan de
Schrift. Want niets is meer vanzelfsprekend; ook belijdenis en leer niet. En dan blijkt dat wie (te) lang heeft vertrouwd op de leer en de belijdenis, op een dag wordt geconfronteerd met de vraag waar hij zelf staat: in het volgen van een leer/gezag, of in een levend geloof. Wie dan ontdekt dat zelfs het geloof geen vanzelfsprekendheid is, die ontdekt de
beperkte betekenis van leer en belijdenis en gezag. Maar: make-no-mistake: deze waarheid geldt uitsluitend vanaf het niveau van geloofscrisis. Waar geen crisis in het geloof is, daar blijkt en daar blijft de waarde van hetgeen vanuit een crisis waardeloos wordt gedacht en geacht.
Alleen heeft de realiteit van de praktijk daarbij nu een verscherping en een waarschuwing, en is een teken aan de wand: Wees één met wie je bent; Kies je identiteit bewust. Want: Geteld wordt elke vrucht naar zijn stam; Gewogen wordt elke gelovige op schalen van beproeving; en Gebroken wordt alles wat zich afwendt van God.
En waar eenstemmingheid van leer en belijdenis is, daar blijkt heel snel - als er oog voor is -hoe er verwantschap is met gelovigen die geheel anders de principes ordenen, maar wel vanuit die principes Christus trouw willen volgen. En de verschillen kunnen geduid worden in kernbegrippen van geloof en leer, vanuit een logisch verstandelijke benadering. Want de verschillen zijn beproefd, en overwogen, en bewust gekozen. Hoe anders is de praktijk waar in verwarring wegen worden gekozen van eigen overleggingen en emotie van het hart. De trouw waaraan mensen zich overgeven is niet meer gekoppeld aan een basis van leer die wordt getoetst en onderworpen aan het verstand. Daar is de gemiddelde gelovige eenvoudig niet aan toe. Gezocht wordt en gehunkerd wordt naar de melkspijs; de basisvoeding voor het dagelijks geloof.
Identiteit = entiteit in DominiVelen zien ergens op een of andere manier de identiteit gekoppeld aan het volgen van Christus. En daardoor indirect aan de identiteit van Christus (niet te verwarren met toeëigening van de identiteit van Christus zelf). Hoe dan ook, hoe juist dat ook zal zijn in het uitgangspunt, het is niet zo onderscheidend. Wat het onderscheidende biedt, is hetgeen zich samengroepeert als groep; dat is als entiteit.
Identiteit is dus de identiteit in Chritus, die je als entiteit gezamelijk belijdt en gestalte geeft.
In bijbelse dimensies kun je er nog het oude woord „ent“ in zien: het is geënt in de stam, maar als ent onderscheidt het zich van de andere takken van de stam. Maar wel met een gemeenschappelijke wortel en stam. Dat is dus: entiteit In Domini. Of: ID-entiteit.
BekeringEigenlijk is die identiteit voor ons allemaal gelijk in aanleg. En eigenlijk dienen we er allemaal naar terug te keren. Dat is bekering. Keer terug naar je wortels en je stam en kies er bewust voor. De vrijgemaakte kerk riep altijd om het hardst deze ware kerk te zijn. Maar die kerk zegt dat niet meer ! Dat is een onmiskenbaar verlies van identiteit. Maar wel een zaak van alle gelovigen. Dit element van identiteit is vast, maar niet voor iedereen gelijk. Maar het hoort wel overwogen te worden door alle gelovigen, met een vaste blik op Christus en een trouw richting de gemeente van Christus.
Het is waar dat die bekering ons allemaal tot één kerk zou brengen. De ware kerk. Maar dat is slechts het geval indien God zou willen dat hier te lande slechts één kerk zal zijn. Vooralsnog lijkt de realiteit van Gods wil te zijn (die ik niet pretendeer te kennen of te begrijpen) dat niet de gelovigen als entiteiten van Christus lichaam worden verzameld, maar veeleer los van elkaar gegroepeerd rond verschillende dogma's en verschillende klemtonen en verschillende waarheden en een verschillend kennisniveau c.q. omgang van het Woord van God. Het Woord wordt zo, lijkt het wel, versplinterd bewaard en zeker gesteld, ondanks de gebrokenheid van de mens. Bij gebrek aan gezag en in een verbabeloniseerde wereld lijkt het alsof de geloofsonderdelen zijn opgedeeld en elk in bewaring gesteld bij hoeders en bewaarders van dat onderdeel van geloof, die elkaars taal niet kunnen spreken noch vatten. Tot ook deze tijd is vervuld en er ook een verbrokkeling optreedt van de geloofsbegrippen, dan wel als God het geeft, er een meer
algemene geest van bekering wordt gewerkt.
Ik heb geen tijd en gelegenheid en aardigheid gehad om dit gestructureerd uit te werken tot kernwoorden, dus Riemer e.a.: je zult het ermee moeten doen; of het moeten overslaan...