Boekenmarkt“Ik ben een nieuwsgierige en chaotische reiziger”, bekent de schrijver van één van de boeken die ik afgelopen donderdag heb gekocht op de boekenmarkt in de eerste regel. Hetzelfde kan van mij worden gezegd. Ik ben een nieuwsgierig persoon en heb een ultra-brede interesse. In alles wat me boeit is ongetwijfeld een rode lijn te ontdekken, maar desondanks ben ik een chaotische lezer. Vaak ben ik bezig in een paar boeken tegelijk en continu pikken mijn sensoren nieuwe onderwerpen op die het bestuderen waard zijn. Dit werd ook weerspiegeld in de boeken die ik donderdag heb gekocht, waaronder een biografie van Frida Kahlo (naar aanleiding van de film ‘Frida’die ik pas heb gezien), ‘Seven Pillars of Wisdom’ van T.E. Lawrence (beter bekend als Lawrence of Arabia), een boek over slagschepen (die ik ongelofelijk esthetisch vind), ‘De Gereformeerden’ van Agnes Amelink (onlangs gelezen) en de roman ‘Bidden wij voor Owen Meany’ van John Irving. Van deze auteur wilde ik al een tijdje iets lezen. Maar het meest in m’n nopjes ben ik met ‘Kunstlezen’ van Alberto Manguel, waaruit het bovenstaande citaat afkomstig is. Dit boek gaat over het ‘lezen’ en begrijpen van kunstwerken en is heel fraai uitgevoerd. Een tijdje terug stond er een recensie van in het Reformatorisch Dagblad die mijn interesse deed ontvlammen, maar helaas… het boek was ietwat aan de prijzige kant (35 euro.) Daarom ben ik Pulpeet zeer erkentelijk dat hij ‘Kunstlezen’ zag liggen op de boekenmarkt en voor me meepikte. Bedankt Pulpie! (ook voor het oplappen van mijn pc.)

Op de mammoetboekenmarkt in Utrecht lag nog veel meer interessants, maar je moet nu eenmaal selecteren. Ik heb nu al meer boeken in huis dan ik de komende jaren kan lezen. Tragisch, maar ja… dat is het lot van een boekenman.
FeestDe afgelopen week was het zwaar op het werk. Dinsdag was er een inspraakmiddag/-avond waar inwoners van Zwijndrecht vragen konden stellen over het nieuwe parkeerbeleid van de gemeente. Ik zag er wel een beetje tegenop omdat ik van parkeren nog niet veel verstand heb (en eigenlijk ook niet wil hebben), maar het ging boven verwachting goed. Ik vond ’t leuk om al die mensen te woord te staan en hen zo goed mogelijk te informeren. Er zaten een paar lastige vragenstellers tussen, maar het kwam van pas dat ik vrij relaxt ben en me niet snel druk maak. “Vond je die mensen niet lastig?”, vroeg een collega na afloop. Ik: “Nee hoor, ik vond ze wel aardig.” Misschien moet ik maar eens gaan zoeken naar werk waarbij ik mensen kan helpen, of in ieder geval meer contact met mensen heb. Op een kantoor sterf ik langzaam af.
Maar goed, bovenstaand stukje verklaart niet de titel van dit verhaaltje. Ondanks de afwezigheid van ieder plezier in m’n huidige werk, had ik gisteren toch iets te vieren. De vaste lezers van deze weblog herinneren zich ongetwijfeld dat ik nog bekend zou maken wat ik m’n moeder voor haar verjaardag heb gegeven. Wel, dat was m’n afstudeerscriptie. Omdat ik er niet trots op ben dat ik nog niet was afgestudeerd, heb ik het er nooit eerder over gehad, maar na een uiterst moeizame en trage totstandkoming (rechten boeit me nu eenmaal niet) heb ik twee weken geleden dan eindelijk m’n scriptie ingeleverd. Gisteren zat er een mailtje in m’n inbox van m’n scriptiebegeleider dat ie is goedgekeurd. Dit betekent dat ik ben afgestudeerd, joepie! Eindelijk ben ik van die ellendige studie verlost.
Gisteravond belde ik m’n moeder om het heugelijke nieuws te melden en ze nam de telefoon op met “gefeliciteerd!” Pleun: “Huh, hoe weet u nu wat ik ga zeggen?” Moeder: “Nederland staat toch voor?” Nederland had zojuist gescoord tegen Oostenrijk en ze dacht dat ik daar blij om was. Toen ik de ware reden voor mijn goede humeur onthulde, sprong ze een gat in de lucht. Met Pulpeet heb ik overigens een weddenschap lopen dat wie er het eerste klaar zou zijn met z’n scriptie een boekenbon zou krijgen. Pulpeet heeft als eerste z’n scriptie ingeleverd, maar waarschijnlijk krijg ik eerder m’n bul uitgereikt als hij. Welk criterium is nu van toepassing?
