Het tijdperk van de illusieloosheid
De Groene Amsterdammer | 2 augustus 2003
De geschiedenis herhaalt zich tegenwoordig voornamelijk in de vorm van amusement. Zo worden de jaren tachtig gereduceerd tot een verzameling populaire tv-programma’s en modeverschijnselen. Men kijkt terug met nostalgie, waar afschuw meer op zijn plaats zou zijn. De illusieloosheid en somberte van die tijd waren écht. Maar authenticiteit is ook niet meer wat het geweest is.door Rob van Erkelens
Fris en vrolijk kondigt RTL4 aan: «Voor iedereen die prettige herinneringen koestert aan de jaren tachtig is er goed nieuws: Reinout Oerlemans laat nu nog Meer Typisch Tachtig! zien. Iedere dinsdag reist Reinout terug in de tijd om de iconen van toen opnieuw in hun herkenbare omgeving te plaatsen.» Die iconen zijn dan JR uit Dallas, Cosby uit The Cosby Show, Marco van Basten, de mannen van Miami Vice, Wubbo Ockels, de Dolly Dots, Pac Man, Medisch Centrum West, een «Frankie says…»-T-shirt, Luv, Rubik’s Cube, Stan Smith-schoenen van Adidas, (te) strakke spijkerbroeken, beenwarmers, et cetera.
Op het Eurovisie Songfestival was de heropleving van die gezellige jaren tachtig al haarscherp onderkend, toen Ruffus namens Estland het prachtlied Eighties Coming Back ten gehore bracht. Ruffus verwoordde wat velen hoogstens intuïtief hadden aangevoeld. In het tweede couplet zong hij: «you said let’s do it/ let’s take it out and dance all night/ but those deep synthesizersounds freak you out/ now you wake up in the middle of the night/ in terror all you do is cry/ cold sweat a cup of tea no nothing seems to help you/ thru the night/ my god// they say it’s just the eighties coming back/ aw yeah it’s just the eighties coming back (ad inf)».
In de populaire cultuur zijn deze dagen overweldigend veel hommages aan, herhalingen van, bespiegelingen over en rip-offs van de jaren tachtig te bespeuren, van massale party’s tot kinderprogramma’s op de televisie. Platter kan het niet; wat overblijft na een dergelijke beschouwing over het decennium van somberheid en pessimisme is niet meer dan een enorme berg clichés. De geschiedenis herhaalt zich tegenwoordig voornamelijk in de vorm van amusement. Gepresenteerd door Reinout Oerlemans. Iedereen die in de jaren tachtig zijn wortels heeft liggen, zal niet anders dan met kromme tenen deze infantiliteit kunnen aanzien. En gefrustreerd moeten toekijken hoe een tijdperk dat zulke diepe sporen heeft nagelaten in zijn bewustzijn en zijn leven, dat hem tot grote hoogte gevormd heeft, wordt gereduceerd tot een verzameling populaire dingetjes van verwaarloosbare betekenis die worden opgepompt tot factoren die bepalend waren voor de geest van de tijd.
De tijdgeest van de jaren tachtig wordt uitgehold en van al het wezenlijke ontdaan tot er niets meer overblijft dan een slordig geconstrueerd staketsel van als los zand aan elkaar hangende verschijnseltjes, gebeurtenisjes en ideetjes. Het begrip retro is veelzeggend: met dat woord wordt voor de hedendaagse mens, de consument van het alom aanwezige en alles egaliserende vermaak, de geschiedenis in hapklare brokken geserveerd, direct toegankelijk, begrijpelijk en verteerbaar. Retro betekent dat niets meer oorspronkelijk, authentiek, echt is, en alles een herhaling, een reproductie, een kopie — waarvan het origineel zo goed als vergeten is, zodat de kopie wordt aangezien voor het oorspronkelijke ding. Het houdt in dat de geschiedenis één grote koketterie wordt, een kluwen van ontelbare soorten namaak, van onechtheid.
In deze ontwortelde tijd wordt de mensen voorgehouden dat de wereld waarin zij leven heus wel vertrouwd is — dat er niets nieuws onder de zon is, en dat ze dus niet in paniek hoeven te raken. Want het nieuwe, het onbekende, het onverwachte is angstwekkend. Nu veel traditionele wortels zijn doorgesneden — God, de waarheid en andere oeroude instituten — is de mens een dolend wezen geworden, losgekoppeld van oude zekerheden, richtingloos dwalend door een tijd die chaotisch, onoverzichtelijk en ten diepste angstaanjagend is. Het tegengif: de illusie van vertrouwdheid, structuur, richting en zekerheid. In de vorm van knusse, huiselijke verhaaltjes die de wereld overzichtelijk, bekend en begrijpelijk maken. Bijvoorbeeld door de parallellen tussen de huidige tijd en de jaren tachtig te reduceren tot de comeback van de Gun Club, of de hernieuwde productie van de Stan Smith-sportschoenen van Adidas, of de heropgeleefde belangstelling voor de Dolly Dots.
Voor de huidige generatie jonge mensen is de geschiedenis een themapark, een retro-pretpark, waar je naar believen een tijdperk kunt «beleven» of eigenlijk «herleven» want daar doet men het voor. Zet een ronde gekleurde bril op en je bent even hippie; in de volgende attractie kun je met een vetkuif en een brommer een mod zijn, en daarna beleef je de jaren tachtig door je in zwarte gewaden te laten hijsen, somber te kijken en te dansen alsof je je contactlenzen zoekt. (Shoegazer, ben je dan, typisch jaren tachtig.)
In de jaren tachtig luisterde je toch de hele tijd naar Joy Division?
Alsof je dat voor de lol deed!
Je woonde toch in een kraakpand, droeg zwarte gewaden en zwarte make-up op dat bleke snuitje van je?
Alsof dat voor de lol was!
Niemand werkte toch? Iedereen had toch een uitkering?
Alsof «iedereen» dat leuk vond!
De vragen worden gesteld met zo’n hedendaagse glimlach die bewijst dat de jaren tachtig voor de grote meerderheid niet méér zijn dan een vertederend tijdperk waarin mensen somber deden. Eerder met nostalgie dan met afschuw kijkt men terug, in de overtuiging dat de illusieloosheid en de wanhoop van die tijd niet méér waren dan modeverschijnselen van voorbijgaande aard. Want wie is opgegroeid in de jaren negentig kijkt naar de geschiedenis met die verdomde retro-bril op, waardoor stijl voor identiteit wordt aangezien, en buitenkant samenvalt met binnenkant. Wie met die kokette visie de geschiedenis beschouwt, begrijpt niet dat mensen zich toen kleedden zoals ze zich kleedden, zich gedroegen zoals ze zich gedroegen omdat ze zo waren, niet alleen maar als stijl, als een vluchtige manifestatie van een of andere mode. Omdat dat dat hun identiteit was.
Wie nu jong is, weet niet beter dan dat identiteit een keuze is, nooit definitief, altijd vrijblijvend en inwisselbaar voor een andere. Identiteit koop je in de Kalverstraat.
«In het weekend ben ik punk en dan ga ik helemaal uit mijn dak.»
«Ik was eerst new wave, maar toen ben ik gothic geworden, omdat mijn vriendin dat ook was.»
Stijl, stijl, alles is stijl. Misschien is dat in de jaren tachtig begonnen. Bret Easton Ellis schreef in American Psycho: «Verlangen is betekenisloos. Angst, onschuld, sympathie, schuld, onvermogen, leed zijn zaken, emoties die niemand meer echt voelt. Het kwaad en de verveling zijn de enige bestendigheden in de wereld. Buitenkant, buitenkant, buitenkant is het enige waar iemand betekenis aan ontleent.»