BevestigingVanmorgen is Pulpeet bevestigd in het ambt van diaken. Als goede vriend behoorde ik daar natuurlijk bij te zijn, en dat was ik dan ook. Maar het had niet veel gescheeld of ik had verzaakt. Gisteren ging ik namelijk weer eens bijzonder laat slapen, en daarbij was m’n wekker ook nog eens kapot. Voldoende reden om me te verslapen dus, maar gelukkig fungeerde m’n moeder als reddende engel door me uit bed te bellen, met de vraag of ik met haar meewilde naar de kerk. Natuurlijk wilde ik dat, maar om nu te zeggen dat ik me erg fris voelde… nou nee. In m’n ingewanden rinkelden de alarmbellen, een catastrofale meltdown hing in de lucht. En m’n ogen kreeg ik slechts tot op een kiertje open. Maar meltdown of niet, je kan je vrienden natuurlijk niet laten zitten. En dus fietste ik door een gemene regenbui, met m’n kabouterparapluutje, naar de kerk. Pulpeet zal ongetwijfeld geroerd zijn als hij leest wat ik er allemaal voor over heb gehad om bij de bevestiging aanwezig te zijn…
In de kerk waren er mensen die blij waren me weer te zien, niet in het minste m’n moeder. Ze hoopt dat dit de aanzet is tot mijn terugkeer, maar ik heb daar zo m’n twijfels over. De preek ging over vissen (of was het nu vissers?) van mensen maken. De dominee haalde voor de jeugd Idols aan als voorbeeld. Wel goed van ‘m om te laten merken dat hij bij de tijd is. Later vertelde m’n moeder dat hij eigenlijk nooit televisie kijkt en gisteren, nadat gemeenteleden erover begonnen waren, pas voor het eerst naar Idols heeft gekeken. Toevallig heb ik het programma zelf gisteren ook gezien. Bij het kijken naar Idols valt me een aantal dingen op: ten eerste de sterke en stompzinnige drang van veel jongeren om beroemd te willen worden. Waar komt die toch vandaan? Ten tweede de gebrekkige, of totale afwezigheid, van zelfkennis bij de meeste kandidaten. Onvoorstelbaar hoe dom sommigen zijn. Als laatste valt me de hardheid van het programma op. Niet alleen boort de jury kandidaten hardhandig de grond in (soms terecht), kandidaten die op mij een zwakbegaafde indruk maken, worden genadeloos uitgebuit. Zij zijn slechts toegelaten tot het programma om de kijkers eens lekker te laten lachen. Eigenlijk zouden deze mensen tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen.
Maar goed, ik dwaal af (grin.) Pulpeet zag er wel cool uit in z’n donkergrijze jasje (met streep!) en lichtblauwe stropdas. Over de dienst heb ik verder weinig bijzonders te melden. Logisch, want ik bevond me nog in een semi-comateuze toestand. Nadat ik de (her)bevestigde ambtsdragers de handjes had geschud, peerde ik ‘m naar de knusse huiskamer en verse koffie van m’n moeder.
Nog even iets anders. Gisteren hadden Pulpeet en ik het weer eens over boeken en muziek. We betreurden het feit dat er zo overweldigend veel is om te lezen en te horen, dat je nooit kennis kan nemen van alles wat je boeit. Daarom beperk je je vaak noodgedwongen tot wat oppervlakkig grazen, waarbij je dingen die op het eerste gezicht niets lijken links laat liggen. Een zekere tragiek zit hier wel in. Een cultuurminnend mens heeft gewoon te weinig tijd.
Over mijn eigen graasbelevenissen valt ook nog wat te melden. Zo ben ik momenteel bezig in ‘The Thin Red Line’ van
James Jones. Het gebeurt niet vaak, maar in dit geval vind ik de film beter dan het boek. De film is vrij losjes op het boek gebaseerd, maar bij vlagen komen details scherp overeen, zoals bepaalde dialogen die bij het lezen meteen de bijbehorende scène oproepen. Het boek is bloederiger, rauwer, platvloerser en veel minder filosofisch en poëtisch dan de film. Desondanks vind ik beide wel de moeite waard.
Verder viel mijn oog gisteren op een advertentie voor de nieuwe roman van Jhumpa Lahiri, een oogverblindend mooie Amerikaans-Indiase schrijfster die in 2000 de Pulitzer Prize voor fictie kreeg. Een tijdje terug zag ik een interview met haar op Nederland 3 (R.A.M.) over dit boek (‘De Naamgenoot’), waarin ik haar erg intelligent vond overkomen (hoewel dat intellectuele geouwehoer van mij niet zo hoeft.) Schrandere blik. Jhumpa studeerde onder meer Engels, Kunst & Literatuurwetenschappen en ‘Creative writing’, om jaloers op te worden. Rechten is dan wel niet m’n dood geworden, tot volle bloei heeft het me bepaald niet gebracht. Ik heb er een hekel aan en moet er niet aan denken dat ik de rest van m’n leven de jurist moet uithangen. Cultuur is wat ik wil. ‘De Naamgenoot’ lijkt me overigens wel interessant. Het gaat over een Indiaas gezin dat emigreert naar Amerika, wat uiteraard tot botsing van culturen leidt. Dit is ook een thema van m’n favoriete schrijver Chaim Potok.

Wat muziek betreft doet het me goed dat Santaarnpaal behalve een cd van The Orb, ook ‘Closer’ van Joy Division heeft gekocht. Spaart me weer geld uit. In het weekend wat nummertjes van Portishead en Moloko zitten beluisteren. Portishead is wel lekkere trip-hop, maar ik vind ’t nogal rustig, en van ijle stemmen als die van zangeres Beth Gibbons ben ik niet zo kapot. Maar toch ga ik ‘Dummy’ wel aanschaffen denk ik; Portishead is ideale muziek om via je koptelefoon bij weg te dromen. Moloko is ook trip-hop, maar vind ik te vrolijk.