Goed, ik zou nog terugkomen op deze discussie. Ik beperk me eerst even tot de vraag van Infodoos, hier vlak boven. Qohelet heeft de discussie op een algemener niveau gebracht. Misschien kom ik daar later nog op. Eerst nog even de quote waar ik op reageer:
quote:
Aangezien de predikanten nog steeds gebonden zijn aan de Drie Formulieren van Enigheid, is de leer van de kerk nog altijd gebonden aan wat we belijden in de Drie Formulieren van Enigheid. Wie dus die leer belijdt kan niet beweren dat hij met een versmalde geloofsbelijdenis te maken heeft, die alleen in de Apostolische geloofsbelijdenis te vinden is.
Het lijkt me dat we hier eerst wat preciezer moeten worden: Aangezien de ambtsdragers in de kerken gebonden zijn aan de 3fve wordt de leer van de kerken (voornamelijk, in ieder geval mede) gevormd door die 3fve. De ambtsdragers zijn in dit verband de mensen die officieel namens de kerken kunnen spreken, die 'leren'.
Wie ja zegt op de uitspraak dat de leer van het Oude en Nieuwe Testament die hier in de christelijke kerk geleerd wordt, de ware en volkomen leer van de verlossing is, die heeft dus inderdaad niet met een versmalde geloofsbelijdenis te maken, die alleen in de Apostolische Geloofsbelijdenis te vinden is. Dat zit al in de formulering in de formulieren zelf: die leer wordt in de Apostolische Geloofsbelijdenis
samengevat.
Maar als je nu zegt dat je als belijdend gemeentelid net zo goed gebonden bent aan de 3fve als de ambtsdragers en dat er in feite geen verschil is tussen ambtsdragers en gemeenteleden op het punt van gebonden zijn aan de 3fve, haal je verschillende dingen door elkaar en laat je merken geen oog te hebben voor de verschillende posities en situaties in de kerk.
De binding die ambtsdragers kennen is een kerkrechtelijke binding die bedoelt het 'leren' in de kerk zuiver te houden. Het actieve geheel van prediking, onderwijs, spreken op huisbezoek, en zo voort, wordt in die binding beveiligd aan de kant van degenen die in dat geheel de officiële actieve personen zijn. Dat is juridisch vorm gegeven met een ondertekening die een instemming met vastgestelde formuleringen (drie
formulieren van eenheid) inhoudt. Deze binding is een binding die als kern heeft een 'jij hebt beloofd dat te leren'. Als je dat niet meer kunt leren mag je niet meer namens de kerk spreken en dus niet langer ambtsdrager zijn (ik geef vereenvoudigd weer, maar hier hopelijk voldoende).
De instemming die belijdende leden bij hun belijdenis (en meestal vaker) betuigen met de leer benadert dat actieve geheel van 'leren' (prediking, onderwijs etc.) net van de andere kant. Je legt je daarin niet vast op een vaste formulering, maar je voegt je daarin onder het concreet in die en die kerk(en) verkondigde evangelie en stemt daarmee in. Juist daarom wordt ook verklaard dat men zich wil onderwerpen aan de kerkelijke vermaning en tucht ook over een misgaan in de leer. Daar zit veel meer beweging in dan in de binding bij ambtsdragers. Het is de beweging van een onderwijs-situatie, en de formulering van de liturgische formulieren over de samenvatting in de Apost. Geloofsbelijdenis geeft aan waar de kern in het geheel zit. Over grenzen wordt niet gesproken, ook niet over een minimum-grens dat belijdende leden in gereformeerde kerken de 3fve voor hun rekening moeten nemen. Dat zou net zo goed het leven in de kerken miskennen als zeggen dat gemeenteleden alleen maar aan de Apost. Geloofsbelijdenis gebonden zijn.
Hierom heb ik, nog even verder hierboven, op Wiering gereageerd zoals ik deed. Wie als gemeentelid afwijkt van de 3fve wordt niet terugverwezen naar zijn belofte van zus en zo te geloven, maar wordt gehouden aan zijn belofte zich te laten leren en komt dus in aanraking met dat actieve geheel van het kerkelijke leren.
Ik vind het wezenlijk dat we beseffen dat de kerk geen vereniging is met een grondslag of een bepaald statuut, waar alle leden mee instemmen. De kerk is een schepping van het evangelie, een gemeenschap die gevormd wordt rond de prediking, de verkondiging (toegepast evangelie). We hebben als kerken die verkondiging beveiligd met een binding, en daar stem ik van harte mee in (al valt er best eens een boom op te zetten over de problematiek daarvan). Waar de precieze grenzen liggen voor de kerkleden, dat is uiteindelijk aan de wijsheid van de kerkenraden. Er valt in het algemeen geloof ik weinig zinnigs over te zeggen.