IvorIk kan me niet herinneren of ik al eerder een stukje heb geschreven over m’n kleine vriendje
Ivor, maar als dat niet het geval is is het iig hoog tijd. Ivor neemt namelijk een belangrijke plaats in in mijn miserabele leventje.
Het begon allemaal in het voorjaar van 1996, toen m’n moeder van kennissen een Jack Russell kreeg aangeboden. Hij was kort daarvoor geboren in België en z’n moeder had helaas het loodje gelegd. Ivor – hij is vernoemd naar de gigantische hond van een oom – heeft ook nog een zusje, die ook in Holland belandde.
Eerst had ik zoiets van ‘wat moeten we in vredesnaam met een hond? Ze stinken, kwijlen en moet ze tig keer op een dag uitlaten'. Van honden had ik totaal geen verstand en ik was bang dat het zo’n klein, langharig mormel zou zijn waar sommige vrouwen zo dol op zijn. Gelukkig bleek dat geenszins het geval, Ivor was een heel grappig beestje en och wat was-ie klein. Omdat z’n moeder dood was, was hij eigenlijk te vroeg uit het nest gehaald. De eerste dagen vergeet ik nooit meer. Dan lag het beestje op m’n borst, met z’n snuitje verstopt onder m’n oksel. ‘Lekker fris’ zal je misschien denken, maar Ivortje vond het lekker warm.
’s Nachts sliep Ivor bij mij op de kamer, in een doos met een handdoek. Hij miste z’n moeder en omdat hij nog niet zindelijk was, lag hij te rillen van de kou in z’n eigen pies. Het gejammer was niet om uit te houden. Uiteindelijk heb ik ‘m maar in een handdoek gewikkeld en bij mij in bed gelegd. Hierbij was ik wel een beetje bang dat ik ‘m zou pletten – het verhaal van Salomo spookte als een angstbeeld door m’n hoofd - , maar het viel reuze mee. Ivortje werd op z’n gemak gesteld en kwam helemaal tot rust.
De eerste maanden met Ivor waren geweldig. Met zo’n piepklein hondje heb je natuurlijk veel aanspraak. 'Ha, mensenredder!' kreeg Ivor bijvoorbeeld vaak te horen. In die periode is waarschijnlijk ook de afkeer van Ivor voor water ontstaan. In het park was hij lekker aan het rennen, waarbij hij een vijver vol met kroos aanzag voor een sappig stukje gras. Hij schrok zich een ongeluk toen hij opeens kopje onder ging en sindsdien moet hij niks van water hebben. Regenplassen omzeilt hij altijd omzichtig en in de regen uitgelaten worden vindt hij maar niks. In bad gestopt worden is helemaal een ramp, doodsbenauwd is-ie dan.
M’n moeder is het baasje van Ivor, maar iedereen is het er over eens dat ik daarna z’n favoriet ben. Misschien komt dat door de manier waarop ik tegen ‘m praat, maar ik heb hem ook nooit geplaagd. Af en toe logeert Ivortje bij me, en dan mag hij altijd in bed slapen. Sommige mensen (met name vrouwen) vinden dit vies, maar het interesseert me niets. Zojuist heb ik Ivor lekker lang uitgelaten, waarbij we werden overvallen door een gemene regenbui. Af en toe was ik bang dat Ivor de sloot in zou waaien, maar dat gebeurde gelukkig niet. Wel moest ik ‘m, toen ik thuiskwam, flink droog boenen met een handdoek.
Ivor is een echte Jack Russell, wat betekent dat hij intelligent, grappig, speels, fel, onverschrokken en een tikkeltje dominant is. Voor grote honden is hij totaal niet bang, maar wijselijk genoeg laten we het nooit op een gevecht aankomen. De grootste vijand van Ivor woont in mijn flat, een trappenhuis verderop. Het is zo’n klein, langharig hondje waar je veel vrouwen mee ziet lopen. Zodra we in de buurt van de flat zijn, spurt Ivor als een hazewindhond naar het raam van z’n vijand, om te kijken of hij er zit. Als dat het geval is, gaan ze allebei als een bezetene tekeer. Op een avond, het was erg donker, liep ik Ivor uit te laten toen we opeens z’n vijand met baasje tegen het lijf liepen. Zelden zo’n heftige dogfight meegemaakt, wat kostte het een moeite om de kemphanen uit elkaar te halen.
Ook is Ivor dol op de vrouwtjes, vooral als ze loops zijn. Toen we ‘m net hadden, stelde m’n moeder voor om Ivor te laten steriliseren, maar dat onzalige plan hebben we gelukkig uit haar hoofd kunnen praten. Want zeg nou zelf, wat is een echte vent zonder ballen?