Hi Anne,
Citaat: Mattheüs 19 vers 3 tot en met 6
3 En de Farizeën kwamen tot Hem, verzoekende Hem, en zeggende tot Hem: Is het een mens geoorloofd zijn vrouw te verlaten, om allerlei oorzaak?
4 Doch Hij, antwoordende, zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen, Die van den beginne den mens gemaakt heeft, dat Hij ze gemaakt heeft man en vrouw?
5 En gezegd heeft: Daarom zal een mens vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn; 6 Alzo dat zij niet meer twee zijn, maar een vlees. Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet. 7 Zij zeiden tot hem: Waarom heeft dan Mozes geboden een scheidbrief te geven en haar te verlaten? 8 Hij zeide tot hen: Mozes heeft vanwege de hardigheid uwer harten u toegelaten uw vrouwen te verlaten; maar van den beginne is het alzo niet geweest. 9 Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat, anders dan om hoererij, en een andere trouwt, die doet overspel, en die de verlatene trouwt, doet ook overspel.
Einde citaat.
Ja wat is hier nu onduidelijk aan?
Je kunt net zo goed vragen of je mag stelen, liegen bedriegen en noem maar op. Omdat het dus toch gebeurt komt bij ons arme zondaren toch weer steeds de vraag op of het nu mag of niet. Op grond van de Bijbel ( Gods Woord ) zeg ik nee het mag niet. Ja maar het gebeurt toch? Ja dat is nu juist de ellendige staat waar wij in verkeren. Er wordt duidelijk gezegd dat het niet mag. Deze vraag is ontstaan omdat echtscheiding plaatsvindt. Als dat niet het geval zou zijn, zou die vraag over echtscheiding dan in ons opkomen, nee toch niet dan? Het valt om de drommel niet mee om als onvolmaakt schepsel ( door eigen schuld ) volmaakt te leven, het gaat gewoon niet, maar daarom gaan we toch niet goedkeuren wat God ons in zijn Woord verbiedt. O ja we verkeren allemaal in deze ellendige staat waaruit we verlost zijn door het volkomen zoenoffer van Gods Zoon, Jezus de Christus, neem dat Woord van God aan dan is het goed!
Citaat: Romeinen 7 vers 21 tot en met 26
21 Zo vind ik dan deze wet in mij; als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt.
22 Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens;
23 Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is.
24 Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?
25 Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere.
26 Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde.
Einde citaat.