Geneesheer, genees u zelfMet diep verdriet in Christus heb ik de oproep tot bekering in het Nederlands
Dagblad gelezen. Zeker, er is reden tot zorg binnen de Gereformeerde Kerken
Vrijgemaakt.
Ik heb gehoord dat sommigen onder u zich op de borst slaan in de veronderstelling
dat zij rechtvaardig voor God staan. Wie heeft u blind gemaakt? Bent u dan
vergeten wat de apostel schrijft in Romeinen 3?
Gelijk geschreven staat:
Niemand is rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die
verstandig is, niemand die God ernstig zoekt; allen zijn afgeweken, tezamen
zijn zij onnut geworden;
Er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet één.
Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder
hun lippen; hun mond is van vloek en bitterheid vol;
Snel zijn hun voeten om bloed te vergieten, verwoesting en ellende zijn op
hun wegen, en de weg des vredes kennen zij niet. De vreze Gods staat hun
niet voor ogen. (Rom 3:10-18)
Weet dan dit broeders en zusters dat Christus niet gekomen is voor hen die
gezond zijn;
Hij hoorde het en zei: Zij, die gezond zijn hebben geen heelmeester nodig,
maar zij die ziek zijn. Gaat heen en leert, wat het betekent: Barmhartigheid
wil ik en geen offerande; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen,
maar zondaars. (Matt. 9:12,13)
Niemand rechtvaardig voor God, en wij allen derven de heerlijkheid Gods.
Waar blijft het roemen dan? Het is uitgesloten. (Rom 3: 27a). Maar;
Wie roemt, roeme in de Here (1 Kor 1:31). Verootmoedigd u voor Hem.
U zegt dat u Christus navolgt. Doet u dat in dienstbaarheid en niet om te
heersen? Dit is uw opdracht: Dat u elkaar lief hebt;
Weest niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben. (Rom 13:

Want;
De gezindheid van de Geest is leven en vrede (Rom 8:6b),
en;
Zo laten wij dan najagen hetgeen de vrede en onderlinge opbouwing bevordert
en breek niet ter wille van de spijs het werk Gods af. (Rom 14:19, 20a)
God is niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.
U bent vrijgekocht met het kostbare bloed van onze Here Jezus Christus, en
die gekruisigd. Wat betekent dit voor u? Bent u vrijgekocht van het slavenjuk
van de zonde, en werpt u zich onder het juk van de wet?
Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden,
waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het
geloof in Jezus Christus. (Rom 3:21,22a).
U weet toch dat de wet zonde doet kennen. U weet toch dat door de wet wij
allen strafwaardig voor God worden. God zoekt ons hart, niet onze offerdienst.
Slachtoffers en offergaven, brandoffers en zondoffers, hebt Gij niet gewild,
noch daarin een welbehagen gehad, hoewel zij naar de wet gebracht worden.
Doch daarna heeft Hij gezegd: Zie, hier ben Ik, om uw wil te doen. (Hebr.
10:8,9a)
Wil God hier mee zeggen, dat hoewel u vrijgekocht bent van de zonde en de
wet dat u zich een dwangbuis moet aantrekken? Heeft God zelf de inrichting
van onze eredienst voorgeschreven? Tot op zekere hoogte zeker. Maar met deze
basisregel dat Hij uw hart zoekt. Zoekt hem dan ook met uw hart, niet met
uw regels. Zoekt hem met uw leven en niet met uw voorschriften.
Leeft als wedergeboren christenen in Zijn koninkrijk. Niet pas straks, maar
nu al in dit leven. Laat uw leven een afspiegeling zijn van Christus in liefde
voor elkaar en tot Hem. Laat u zich toch niet verleiden tot het oordelen
van de ander.
Daarom bent u, o mens, wie u ook bent, niet te verontschuldigen, wanneer
u oordeelt. Want waarin u een ander oordeelt, veroordeelt u uzelf; want u,
die oordeelt, bedrijft dezelfde dingen.
Wij weten echter, dat het oordeel Gods onpartijdig gaat over hen, die zulke
dingen bedrijven.
Rekent u wellicht hierop, o mens, die oordeelt over hen die zulke dingen
doen, en ze zelf doet, dat u het oordeel Gods ontgaan zult?
Of veracht u de rijkdom van Zijn goedertierenheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid,
en beseft u niet, dat de goedertierenheid Gods u tot boetevaardigheid leidt?(Rom 2:1-4)
En;
Laten wij dan niet langer elkaar oordelen, maar komt liever tot dit oordeel:
Uw broeder geen aanstoot of ergernis te geven (Rom 14:13)
De context van dit laatste vers is het gedeelte waarin de apostel schrijft
over het wel en niet eten van bepaalde gerechten. Een les in verdraagzaamheid.
Iedereen heeft de opdracht overtuigd te zijn van wat hij doet, en wat hij
eet.
Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd.
Wie aan een bepaalde dag hecht, doet het om de Here, en wie eet, doet het
om de Here, want hij dankt God; en wie niet eet, laat het na om de Here en
ook hij dankt God. (Rom 14:5b,6)
Zou de God van de vrede hier ook het liedboek mee bedoelen? Denk er aan dat
Hij uw hart wil, en uw hele leven. Maar of God nu wel,of niet het liedboek
goedkeurt voor hen die Hem daarvoor danken. Uw opdracht blijft elkaar geen
aanstoot of ergernis te geven maar de vrede van Christus te zoeken.
En om die vrede van Christus te vinden, roept Hij u ook samen als Zijn gemeente.
Om Hem te leren kennen naar waarheid. Daarvoor hebt u Dienaren des Woords
ontvangen. Ontvangt hen ook in de naam van God. Ook hij zal verantwoordelijkheid
moeten afleggen.
Komt u in de kerk om elkaar te bekritiseren, of komt u luisteren naar het
Woord van God? U mag dan wel van uw voorganger eisen dat hij u ook de volle
rijkdom van het evangelie laat zien. U mag verwachten dat hij u de Genade
van onze Here Jezus Christus, zijn liefde, zijn ontferming, zijn barmhartigheid
en dienstbetoon aan u openbaar maakt. Maar God is ook rechtvaardig, en u
mag ook niet blind zijn voor Zijn straf, zijn toorn.
Gemeente zijn. Dat is iets moois. Het is een heilige gemeenschap. Dankt God
onophoudelijk voor Zijn wijsheid dat Hij zich een kerk wil bouwen. Leer in
te zien dat u niet zonder gemeente kunt. U hebt elkaar nodig. Bemoedig elkaar,
vermaan elkaar en bid voor elkaar zodat u staande mag blijven in de verzoeking.
De God nu van de Vrede, die onze Here Jezus, de grote herder van de schapen
door het bloed van een eeuwig verbond heeft teruggebracht uit de dood, bevestige
u in alle goed, om Zijn wil te doen, terwijl Hij aan ons doe, wat in Zijn
ogen welbehagelijk is door Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle
eeuwigheid. Amen. Ik vermaan u, broeders, houdt mij dit woord van vermaning
ten goede. (Hebr. 13:21,22a)
Genade en Vrede zij u van Hem, die is, en die was en die bezig is weer te
komen.