Beste DoubleUP,
Dat is nogal wat om te beantwoorden! Ik zie wel, hoe ver ik kom.
Je eerste vraag: Waarom is het zich terúgtrekken van Jezus naar een heidens land iets ánders, dat er hééngaan?
Dit is nu net een belangrijk punt waarin wij kennelijk verschillen. De vraag is altijd weer: Hoe leest gij? In ‘Kleed en wezen van de thora”zegt rabbi Simon:’Wee de mens die denkt dat de thora ons vertellingen geeft over de wereld, of alleen maar verhalen wil vertellen. Als dat zo was, dan waren we ook wel in staat om een andere thora te schrijven met meer zulke vertelsels. Veeleer zijn alle woorden van de thora hoge woorden, diepe geheimen. Zo is de VERTELLING van de thora het kleed. Wie gelooft, dat die vertelling de eigenlijke thora is, hij zij vervloekt. Daarom bad David: ‘Open mijn ogen, dat ik aanschouw de wonderen van Uw thora’.
De vraag is hóe lezen we de evangeliën. En dus: Hoe lezen we dat verhaal van Jezus’ gáán naar een heidens land en de ontmoeting met een heidense vrouw? Ik ga het niet opnieuw verklaren, maar een zich terugtrekken duidt zéker niet op een gericht gaan naar de heidenen. Het was zelfs zo, dat Jezus Zich onmiddellijk in een huis verborg, omdat Hij niet wilde, dat iemand het wist. Een verhaal dus met een dubbele bodem! De vraag is alleen: Hóe lezen wij dat verhaal? De kanttekeningen, die je aanhaalde doen alsof Israel moest ‘voorgaan’. Maar ook dát is niet juist, want dat zou impliceren, dat Jezus daarná ook naar de heidenen zou gaan. Dat heeft hij echter nóóit gedaan! Maar als ik dan zeg, dat Jezus geen boodschap had voor ons, dan is jouw antwoord:’Dat klopt niet, want dat doet onrecht aan het feit dat een mens de straf moet dragen voor de zonden, die een mens gedaan heeft’.Hiermee geef je te kennen, dat je teveel denkt in termen van schuld en straf. Ik denk zelfs, dat dit helemaal niet de bedoeling is van het evangelie van Jezus Christus. Bovendien zou God onrechtvaardig zijn, als Hij een onschuldig mens zou straffen voor ál die miljarden en miljarden, die door God zelf tot zondaren zijn gesteld geworden. Wat de catechismus leert klopt niet.‘Wat moeten wij dan voor een Middelaar en Verlosser zoeken? Zulk een, die waarachtig en rechtvaardig mens is, en nochtans ook sterker dan alle schepselen, dat is, die ook tegelijk waarachtig God is’.Dit is ten diepste een miskenning van Jezus. Dan is het immers ‘geen kunst’ geweest wat Hij deed. De Schrift noemt Hem wel meer dan 20 keer een mens. Zelf zei Hij in Joh. 8.40:’Maar nu tracht gij Mij te doden, een mens, die u de waarheid heeft. Waarom zei Hij dan niet dat Hij een Godmens was? En in Joh.20. 17b zei Hij tegen Maria van Magdala:’Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God’. Bovendien: Onze Middelaar en Verlosser is niet een mens, maar onze grote God en Heiland, Christus Jezus, die Zich voor ons heeft gegeven…’. (Titus 2.14).
Dan is er nóg een hoogst belangrijk punt. De Schrift laat er geen twijfel over bestaan, dat wij hetzelfde moeten bereiken, als Jezus bereikte. Totdat wij de volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben (Ef.4.13). Gods Geest woont nu immers in ons.
Je maakt geen verschil tussen Jezus en de Christus, want, zo zeg je:’Ik zie geen reden er meer in te lezen dan er staat (en niet ergens stilzwijgend van uitgaan). Dus jij denkt nooit als je bijvoorbeeld leest over ‘de tweede dood’, of over de ‘eerste opstanding’, dat er dan ook een eerste dood en een tweede opstanding moeten zijn? Je moet Matt. 22.41 tot 26 eens bestuderen. Jezus vroeg daar aan de Schriftgeleerden:’Wat dunkt u van de Christus? Wiens Zoon is Hij?’ Toen zij Hem antwoordden:’Davids zoon’wees Hij dit antwoord mét vlijmscherpe argumenten resoluut van de hand. Jezus had het namelijk niet over zijn Persoon, maar over de Geest, die in Hem woonde.
Je verklaringen over Romeinen 8 begrijp ik niet. Hoe kun je er nu aantwijfelen, dat Christus de Geest is, die in ons woont, als je de verzen 10 en 11 leest? Je laat je vermoedelijk door dat hoofdlettergeknoei van de vertalers misleiden. De grondtekst heeft helemaal geen hoofdletters. Het gaat in beide verzen over Gods Geest, die onze sterfelijke lichamen levend zal maken. Niet incidenteel, maar procesmatig. Wat de verzoening van God met de wereld betreft, er is slechts één apostel (met zijn helpers), aan wie de bediening der verzoening is toevertrouwd, en dat is de apostel Paulus. Twéé keer zegt hij het:’En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft en ons de bediening der verzoening gegeven heeft, welke immers hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen, en dat Hij ons het woord der verzoening heeft toevertrouwd’. Waar moeten wij het woord der verzoening dan zoeken? In de evangeliën,of in het evangelie van Paulus?
Het pleonasme van Paulus. Ik weet nu, dat je er niet méér in wilt lezen, dan wat er staat. Dan is het voor mij moeilijk uit te leggen. Hoe het ook zij: Het blijft tóch een woordovertolligheid, waarmee hij m.i. tóch een bedoeling had. Ook schrijf je hier weer een paar keer over de straf, die Jezus kreeg. Ik kan daar niet aan wennen, DoubleUP. Een onschuldig mens, die gestraft wordt voor iets, dat Hij nooit gedaan heeft. Lees toch eens iets meer in de trant van metaforische voorstellingen, die de bijbel geeft. Wat Jezus heeft ondervonden, kán gewoon geen straf genoemd worden, want Hij heeft niets onbehoorlijks gedaan. Hier wreekt zich het feit, dat er geen aandacht besteed wordt aan het lijden van de Geest, die in Jezus was. Wat is er gebeurd toen Jezus geboren werd? Of, zoals de Schrift het zegt: Toen het Woord vlees werd. De Geest van God, die in Hem woonde, kwam in een toestand des doods. In die toestand verkeerde Hij, gedurende heel zijn leven. Het is de toestand waarin wij als mensen ook verkeren. (Dus zijn allen gestorven) De Schrift noemt ons dan ook doden. Petrus schreef zelfs, dat aan doden (levende mensen), het evangelie is verkondigd, opdat wij wél, naar de mens, wat het vlees aangaat, zouden geoordeeld worden, maar, naar God, wat de geest betreft, zouden leven. Ook Jezus sprak daarover toen Hij tegen iemand zei, die Hem wilde volgen, maar eerst zijn vader wilde begraven:’Laat de doden hun doden begraven’. In de bijbel gaat het hoofdzakelijk over deze (ik noem het de eerste dood) dood. Zoals ik al opmerkte trad deze (eerste) dood in toen Hij in het vlees kwam. Dat blijkt ook uit Hebr. 2.16, waar zijn dood onmiddellijk verbonden wordt aan zijn vleeswording. We lezen daar:’Daar nu de kinderen deel hebben aan vlees en bloed, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen opdat Hij door zijn dood …’. Tevens staat er, dat Jezus op dezelfde wijze heeft deel gekregen aan bloed en vlees als alle mensen. Zeker iets om over na te denken!
De Geest legde het leven echter vrijwillig af. Jezus, die in het evangelie van Johannes de directe Woordvoerder is van de Geest, en dus ook namens de Geest spreekt, zei in hoofdstuk 10.17 en 18:’Hierom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik mijn leven afleg om het weer te nemen. Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht het af te leggen en macht het weer te nemen. Dit gebod heb Ik van mijn Vader ontvangen’. Dat Hij hier niet over zijn lichamelijk lijden en sterven sprak moge duidelijk worden voor hem of haar, die de Schrift hierover onderzoekt. Zijn aardse leven werd Hem, hoewel Hij zich vrijwillig over gaf, immers wel degelijk ontnomen. En wat het leven weer opnemen betreft, we lezen wel vijf keer, dat Hij door zijn Váder werd opgewekt. Ik denk, dat er wat dit betreft, nog een heel terrein ‘braak ligt’. Onontgonnen dus!
‘Nergens in het n.t. komt die naam (Christus Jezus), zo citeer je een uitdrukking van mij. Ik denk, dat ik dat niet geschreven heb. Ik heb geschreven, dat niemand van de apostelen zich een apostel van Christus Jezus noemt, dan alleen Paulus. Zeker, Lucas gebruikt die naam wél in Hand.24.24, maar die vertelt de belevenissen van Paulus.
Je zou wel eens bijbelteksten willen lezen, waarin Paulus de betekenis van de naam Christus Jezus uitlegt. Lees dan Galaten 3.36 en 4.6. In deze twee teksten identificeert hij de naam Christus Jezus in 3.26, met ‘de Geest zijns Zoons’ in 4.6.
Natuurlijk sluit het gebruik door Paulus van de naam Christus Jezus, het gebruik van de naam Jezus Christus niet uit. Het gaat er maar om welke geloofsvoorstellingen hij bespreekt.(Je hebt er werkelijk veel werk van gemaakt, DoubleUP).
Van het conflict tussen Paulus en de joden heb je niets kunnen vinden. Gezien je manier van bijbellezen, kan ik dat begrijpen. Nee, ik bedoel dit niet kwetsend, maar dát is de oorzaak dat het niet ‘ziet’. Maar toen ik eens las dat Paulus in Hand.18 door de Joden voor de rechter gesleept werd, viel het mij op, dat de rechter Gállio de volgende uitspraak deed:’Indien er sprake was van enige onrechtmatigheid of misdrijf, zou ik u, o Joden, uit de aard der zaak ontvankelijk verklaard hebben. Maar nu het geschillen zijn over een woord en NAMEN en de wet, die bij u geldt, moet gij het zelf maar uitmaken; hierover wil ik geen rechter zijn’. Ik dacht er eens diep over na. Over wélke namen zouden ze dan meningsverschil hebben gehad? En, is het belangrijk, dat ik dat zou weten? De bijbel vertelt toch niet zomaar een verhaal, waaraan ik vandaag de dag niets heb. Het gaat in de bijbel toch om geestelijke waarheden. Maar toen ik bij Hand.24.24 kwam, begon ik het te begrijpen. Eerst las ik in vers 23, dat Felix (een heiden), zeer goed van ‘de weg’ op de hoogte was, en in vers 24, dat hij met een Joodse vrouw getrouwd was. Eerst maar weer eens zoeken, wat er met ‘de weg’ bedoeld wordt. En, jawel hoor, in hoofdstuk 18.26 las ik, dat Priscilla en Aquilla (niet het forumlid), aan een Jood, die toch al doorkneed was in de Schriften, hem de weg Gods nauwkeuriger uitlegden. Welnu, uitgerekend déze Felix hoorde Paulus over het geloof in Christus Jezus. Dáárom vermelde Lucas dat hij zeer goed op de hoogte was van de weg Gods. Voor mij was het raadsel van de namenkwestie in Hand.18 opgelost. Als we nu nog in aanmerking nemen, dat Paulus in Efeze 3.1 moest schrijven, dat hij ter wille van Christus Jezus in de gevangenis zat, is het ontwijfelbaar, dat de kwestie tussen de Joden en Paulus beheerst werd door deze omgekeerde naam. Toen iemand op een forum eens vroeg, of ik niet twijfelde aan mijn uitleg, omdat níemand het met mij eens was, heb ik hem het volgende geantwoord: ‘Ik wil mij absoluut niet vergelijken met Paulus, maar van zijn prediking zegt hij in Hand. 19.10, dat allen, die in Asia woonden, het woord Gods van hem hoorden, zowel Joden als Grieken (heidenen). Maar later moest hij aan Timotheus schrijven :’Dit weet gij, dat allen, die in Asia zich van mij hebben afgekeerd…’. Hoe nauwkeurig is de Schrift! Paulus boodschap werd niet aanvaard. Toen niet, maar nu nog steeds niet! Ga de Schriften na, of het zo is, DoubleUP.
Volgende keer hoop ik nog verder te antwoorden.
Piet Strootman-