Om te kunnen begrijpen waarom de kinderdoop wel bijbels is,moet je de eenheid tussen het O.T en het N.T willen zien,anders denk ik dat je alleen maar overgoten word met uit zijn verband gerukte bijbelteksten.
Zelf heb ik een artikel gelezen van ds K. Folkersma die hij uitgesproken heeft tijdens de boekbespreking van Bert Bolhuis.
Voor mij was dat heel verhelderend.
Ik zou hem hier neer kunnen zetten maar hij is 3 A4 tjes lang.
(ik weet niet of er link naar gemaakt kan worden zelf weet ik niet hoe dat moet,ik zet hem er maar op dan moet de moderator maar zien wat er mee gedaan wordt)
--
23 september 2004 Noorderkerk, bespreking van: Bert Bolhuis, Vrijgemaakt door de Zoon....een persoonlijk getuigenis
Broeders en zusters,
Het onderwerp dat ik zal belichten is de Eenheid van Oud en Nieuw Verbond.
Een belangrijk onderwerp. Hoe lees je de Bijbel? Gaat het in het Oude Testament in de geschiedenis van Israel ook over ons? Gaat het ook in het Oude Testament over Christus en de redding die er is alleen door het geloof?
Bolhuis maakt een scherpe scheiding tussen Oud en Nieuw Verbond.
Pag. 41v: Ieder joodse baby werd in het oude verbond opgenomen door de besnijdenis. Er is in Christus een nieuw verbond dat niets met het oude van doen heeft.
Hier zijn heel belangrijke vragen in geding.
Ik wil laten zien dat er in wezen een diepe eenheid is tussen OT en NT, O(ude) V(erbond) en N(ieuwe) V(erbond). Wij worden op dezelfde manier behouden als Abraham, de vader van alle gelovigen. Christus is de enige Middelaar. Gelovigen van alle tijden hebben alleen toegang tot God door Hem. Hij kwam om Zijn volk te redden van hun zonden. Dat is één volk van God (één kudde, één Herder), door alle tijden heen.
We kunnen beginnen bij de Schepping en de moederbelofte, Gen. 3 : 15. Het boek Openbaring eindigt met de nieuwe hemel en de nieuwe aarde hn het nieuwe Jeruzalem. En in Openbaring 12 wordt de geschiedenis van Gods kerk tot en met Christus hemelvaart en de aanvaarding van Zijn heerschappij en wat dan met de kerk op aarde gebeurt, getekend in de termen van de moedrbelofte.
En dan Abraham. Gen. 12, 15, 17: het verbond met Abraham is een eeuwig verbond. En bij Abraham heeft God de volken op het oog, Gen. 12: 1-3. Abraham, vader van vele volken, de vader van alle gelovigen, Rom. 4.
Het NT trekt de lijn van Abraham via Christsus door naar allen die in Christus geloven: Als je van Christus bent, dan ben je zaad van Abraham en naar de beloften erfgenaam. Gal. 3 : 29. Abraham is de vader van alle gelovigen.
Ook in de tijd vóór Christus was er alleen behoud door geloof in Christus. (Abraham heeft zich erin verheugd de dag van Christus te zien en hij heeft die gezien Joh. 8:56).
Maar wat betekent dan de instelling van het NV?
We moeten hier goed onderscheiden: Het NV vervangt niet verbond met Abraham, maar komt in plaats van het Sinaïverbond.
Hebr. 7 10 laten dat duidelijk zien: het oude verbond is dat van het levitische priesterschap, de tabernakeldienst, het eerste verbond wordt het daar genoemd. Dat is achterhaald door het offer van Christus, hogepriester naar de orde van Melchizedek. En het heiligdom waar Christus met Zijn bloed is binnengegaan is boven bij Gods troon.
Het is ook niet een volstrekte tegenstelling, maar het is de verhouding: schaduw werkelijkheid. De werkelijkheid van het OV is gekomen in Christus.
Mozes heeft van Hem gesproken. De Schriften getuigen van Hem, Johannes 5 :39 en 46
Daarom is het niet terecht als op pag. 41 wordt gezegd, dat de Israëlieten door het houden van de verordeningen van het Sinaiverbond en de hele tempeldienst gerechtvaardigd voor God konden verschijnen. Bloed van stieren en bokken kon de zonde niet wegnemen, zegt Hebr. 10. Ook toen was er slechts de rechtvaardiging door het geloof.
Zoals Bolhuis het stelt, kijken de Joden die niet geloven aan tegen het Oude Verbond. Maar doordat zij Christus niet willen zien in het OV ligt er een bedekking op hun aangezicht en het OV zonder Christus kan alleen maar veroordelen.
Zij lezen het OT a.h.w. door een gekleurde bril, zodat ze Christus niet zien. Maar als Christus aanvaard wordt als de vervulkling van het OV, gaat het OT open en spreekt van Christus .( 2 Kor. 3 ).
Zoals Paulus ook in Gal. 3 zegt: wie het van werken vd wet verwachten liggen onder de vloek. Maar in Christus, Die de vloek gedragen heeft, komt de zegen van Abraham ook tot de heidenen.
In Gal 3 laat Paulus zien, dat het bij Abraham gaat om Christus. En wie van Christus is, is zaad van Abraham en naar de belofte erfgenaam. En hierbij is geen onderscheid tussen Jood en Griek.
Het Sinaïverbond was 'tuchtmeester tot Christus’, Gal. 3. Israel was toen nog als een onmondig kind dat nog opgevoed moet worden en discipline leren.
( maar wat je van de tuchtmeester leert, dat mag je niet vergeten, als je volwassen wordt. Volwassen, mondig worden is : wat je in een goede opvoeding leert, je eigen maken, zodat je zelf ook wilt wat je moet. De vorm verandert, maar waarden en normen blijven.
Denk aan Jer. 31.
Daar belooft God het Nieuwe Verbond waarin Hij de wet in de harten zal schrijven. Dat is in Jer. 31 de belofte voor Israel. In Hebr. 8 en 10 wordt die beloften toegepast op de christelijke gemeente. De HERE schaft Zijn wetten ook niet af maar schrijft die in de harten ( eenheid OV en NV ).
En die belofte ziet in Hebr. niet op de toekomst die nog eens voor de Joden zal aanbreken, zoals Bolhuis schrijft, ( zie pag. 72vv). Jer. 31 is geen toekomstmuziek voor de Joden, maar gaat nu in vervulling : Hebr. 10 : 16-18. En dan gaat het zo verder: daar wij dan volle vrijmoedigheid hebben enz. Dat is de werkelijkheid voor de NT-ische kerk, die genaderd is tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, Hebr. 12.
Het is echt één volk, de kerk van alle tijden.
HERE begint met Pinksteren niet iets aparts met de gelovigen uit de heidenen.
Hand. 2 : 39 trekt de lijn van het verbond door: want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Here, onze God ertoe roepn zal. Daar gaat het over de belofte van vergeving vd zonden en het ontvangen van de Heilige Geest. Daarmee komt het verbond van Gen. 17

: om u en uw nageslacht tot eren God te zijn, tot zijn NT-ische hoogtepunt. Zoals de zegen van Abraham in Gal 3 : 14 omschreven wordt als het ontvangen van de beloofde Geest.
Gelovigen uit de heidenen worden bij Israël ingelijfd.
Vroeger stonden ze er buiten, uitgesloten van het verbond en van het burgerrecht van Israël. Maar de scheidingsmuur tussen Joden en heidenen is in Christus weggenomen. De gelovigen uit de heidenen zijn geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar MEDE burgers der heiligen en huisgenoten van God, Ef. 2 en 3.
En zo worden aan de gemeente van Christus dezelfde eretitels gegeven die Israël bij de Sinaï ontving.
Vergelijk Ex. 19 met 1 Petrus 2 : 9 ( geschreven aan christenen uit de heidenen, 4:3).Uitverkoren geslacht, koninklijke priesterschap, heilige natie, volk Gode ten eigendom.
Titels die in Oppenbaring 1 en 5 terugkomen.
En Petrus past hier ook Hosea 1 : 10 toe eens niet Zijn volk, na echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in Zijn ontferming aangenomen.
Bolhuis zegt: niet de kerk is de bruid, Israël is de bruid en hij haalt daarbij uitvoerig Hosea aan. Maar Hosea 1 : 10 wordt in 1 Petrus 2 : 10 betrokken op de gemeente van Christus.
In Rom 11 komt in het voorbeeld van de olijfboom duidelijk de eenheid van Israël en de Ntische kerk uit . .
De christenen uit de heidenen zijn ingeënt op de oude stam van Gods volk. En joden die Christus verwerpen, zijn als takken van de oude stam weggebroken. Zij worden weer geënt op de oude stam als zij niet bij hun ongeloof blijven. Eén volk in Christus.
Het is echt 1 volk van God, de kerk van alle tijden.
En hoe je verder ook denkt over de toekomst van het Joodse volk. De eenheid OT en NT staat boven alle twijfel vast. En er is geen enkele aanleiding in het NT om te denken dat er nog beloften voor het joodse volk zijn waar de kerk buiten staat. De scheidmuur is weg. Het is de ene olijfboom van Gods volk.
Nergens in het NT lezen we dat er nog iets speciaals voor Israël komt waar de gemeente van Christus uit Joden en heidenen buiten staat. [Rom. 11: 26: niet "en dan" maar "aldus"]
Volgens Jakobus in Handelingen 15 ziet de profetie over het herstel van de vervallen hut van David, Amos 9 ; 11v de vergadering van de kerk ook uit de heidenen.
En de profetie van Ez. 37 wordt in 2 Kor. 6 toegepast op de christelijke gemeente: wij toch zijn de tempel van de levende God.... En daar wordt de kern van het verbond dat God sloot met Abraham aangehaald: Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn .
De christelijke gemeente is genaderd tot de berg Sion, de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, Hebr. 12.
Als het gaat over de vervulling van de profetieën over het herstel van Israël, van het koningschap van David en van Jeruzalem: houdt dan de lijn in het oog: door Chistus in de NT ische gemeente en uiteindelijk in het Nieuwe Jeruzalem. Dat is geen vergeestelijking van de profetie, maar het volgen van lijn van de heilsgeschiedenis zoals die ons in OT en NT beschreven zijn.
Christus’ koningschap is ook niet iets van de toekomst, als zou Hij alleen de koning der Joden zijn en pas in de toekomst in een 1000-jarig rijk Zijn koninklijke herschappij uitoefenen.
Christus is Koning. In Hem zijn Psalmen als 2, 16 en 110 vervuld. Zo haalt het NT deze psalmen aan ( Hand., Hebr.) Christus heeft alle macht ontvangen. Mat. 28 : 18.
En Hij wees bij het verhoor voor het Sanhedrin de hogepriester op Dan. 7 over de Zoon des mensen : Van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien aan de rechterhand der macht en komende op de wolken des hemels, Mat. 26:65. Zo zag Stefanus Hem staan aan de rechterhand van God, Hand. 7 : 56. Zie ook 1 Kor. 15:25v: En Hij moet als Koning heersen totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten gelegd heeft. De laatste vijand die onttrroond wordt is de dood.
Zo tekent Openb. 1 Hem( de overste van de koningen der aarde) en Openb.19:16 ( de Koning der Koningen en de Heer der Heren ). En Hij verschijnt als de mensenzoon in heerlijkheid aan Johannes op patmos, Openb. 1.
Zo kenne we Hem uit Openb. 5 en 12. Zo wordt Hij getekend in heel de brief aan de Hebr. Vanaf het begin. Hij is de Kurios. Hij is als Hoofd boven al wat is gegeven aan de gemeente die Zijn lichaam is, slot Ef 1; de kerk Zijn Bruid naar Ef. 5
Het is echt in OT en NT 1 weg van behoud, 1 Middelaar en Verlosser, 1 verbond, 1 volk.
2 Kor. 1:Want hoevele beloften van God er ook zijn, in Christus is het: Ja, daarom is ook door Hem het Amen tot eer van God.
Het gaat in de discussie niet over kleinigheden. Houden wij een hele Bijbel over? Of wordt een heel stuk van de Bijbel voor ons als NT kerk niet van toepassing verklaard? Het gaat om de eenheid van Gods openbaring. Het gaat over God die wel verder gaat met Zijn werk van verlossing, maar Die zelf niet verandert. God, de God van Abraham, Izak en Jakob, de God en Vader van onze Here Jezus Christus.