In de ban van de RingNog een dag wachten, en dan was Roodkapje jarig. Het feest zou groots gevierd worden, ze had iedereen die ze kende uitgenodigd en hoewel een aantal vrienden niet konden komen kwamen er nog meer mensen wél. Daarom moesten er inkopen gedaan worden. Roodkapje kocht altijd veel en veel te veel spullen. Ze was bang anders te weinig te hebben. Ze ging zelf taarten maken, daarom kocht ze ook daar de ingrediënten voor. Bij de likeurboer moest ze koffielikeur kopen voor een Tiramisu-taart. Toen ze verder rondkeek in de winkel zag ze een fles Baileys staan. Ze wist dat Doornroosje er verzot op was. Verder zag ze ook nog dat er die week een speciale aanbieding was: een fles Baileys van 750cc in een geschenkverpakking met twee hoge glazen en een zakje senseo koffiepads. Hee...

Ze liet het inpakken en ging Doornroosje ermee verrassen. Die vroeg namelijk regelmatig als Roodkapje boodschappen ging doen: "Neem je ook wat lekkers mee?". Nou, dit keer zou ze aan die wens voldoen. Een kleinigheidje
De volgende dag was het zover: na ontbijt met koffie kreeg Roodkapje van Doornroosje haar eerste cadeautje, een zilveren kettinkje met lichtblauwe frummeltjes eraan, bij een lichtblauwe gebreide trui. Doornroosje deed hem om bij Roodkapje, zodat ze er de hele dag mee rondliep. Daarna begon Roodkapje met het voorbereiden van haar taartenproject. Er gingen drie taarten gebakken worden: een appeltaart en een chocoladetaart. Verder werd er ook een tiramisutaart gemaakt. Een tiramisutaart was een mon chou taart met lange vingers bovenop de kruimelbodem en mascarpone met koffielikeur en oploskoffie in plaats van mon chou.

Roodkapje vond het harstikke leuk om taarten te bakken, het probleem was alleen dat die taarten vervolgens ook opgegeten moesten worden en natuurlijk waren daar wel mensen voor te vinden die geheel belangeloos langskwamen op de koffie om Roodkapje van haar taarten af te helpen, maar als dat vaak gebeurde was dat ook niet goed. Vrienden waren er namelijk niet voor om vet te mesten.

Terwijl ze de tiramisutaart in de koelkast zette werd er aangebeld: het waren Shrek en Vader. Shrek had behalve een boekenbon wat lokale specialiteiten meegenomen, omdat die in het Wilde Westen niet te krijgen waren. En die avond zouden Pooh en Knorretje komen uit het Grote Bos, en Pooh miste de specialiteiten (worst en hardbroodjes) uit de streek om het Sprookjesbos (het Ommeland) best wel. Nou, als hij toch kwam kon daar wel in voorzien worden.
Er werd koffie gezet en de resterende lange vingers werden bijkans soldaat gemaakt (dat krijg je als je te vroeg komt op Roodkapjes verjaardag, dan is de taart nog niet klaar). Ook Grootvader en Grootmoeder kwamen langs. Ze hadden een boek bij zich van Donkey, die om de een of andere duistere reden niet zelf wilde komen

Het was "De Reis van Sint Brandaan". Een golf van nostalgie kwam over Roodkapje. Nadat ze zich drooggeschud had vertelde ze dat dit een van de onderwerpen van haar eindexamen geschiedenis van 1999 was geweest. Destijds had ze er weinig aan gedaan omdat het lokale poolcentrum doorgaans interessanter gevonden werd dan haar huiswerk en dan school, maar ze had wel interesse gehad voor het verhaal, dat vertaald was door Willem Wilmink. Haar geschiedenisleraar had het haar aangeraden, maar als puber hoor je niet te doen wat je leraren je aanraden, Dus had ze het nooit gekocht. En nu kreeg ze het van een historicus.De cirkel was weer rond.

Nadat de taarten gebakken waren moest er vlug eten gekookt worden (een andere hobby van Roodkapje). Repelsteeltje had z'n horloge klaarblijkelijk bijgezet, want hij was stipt op tijd voor het eten, dat nog niet helemaal klaar was omdat Roodkapje ruzie had gemaakt met het appeltaartdeeg. Soms wou dat gewoon geen bol worden en bleef ze zitten met en hoop kruimels die niet van plan schenen om aan elkaar vast te plakken. 5 minuten je handen wassen onder de ijskoude kraan was dan de enige oplossing...
Vlak nadat Repelsteeltje zich in de keuken had geïnstalleerd kwam de rest van de visite uit het Wilde Westen en het Milde Midden aan in het Sprookjesbos: voor de deur stonden: Skippy, Kanga, Roetje, Pooh, Knorretje en April Assepoester, de zus van Assepoester. Assepoester was namelijk de achternaam van de zusters geworden sinds Assepoester er vandoor was gegaan met een of andere prins. De voornaam van Assepoester was eigenlijk Mei, April en Mei hadden nog een andere zus, die Juni heette.
Uiteindelijk draaide het erop uit dat Roodkapje, Doornroosje en Repelsteeltje onder het toeziend oog van de rest van de Reisgenoten hun maaltijd nuttigden. Zij hadden namelijk al gegeten, want ze waren in de veronderstelling dat het Sprookjesbos in het Land van Ver-ver-verregweggistan lag, wat in de praktijk erg meeviel omdat zelfs het Sprookjesbos nog gewoon Fantasia was, een land dat niet heel erg groot was.
Voordat ze er erg in hadden had Repelsteeltje koffie gezet en was het feest al begonnen. Roodkapje pakte een aantal cadeautjes uit, waarvan één desastreuze gevolgen zou hebben, waarover straks meer, en een ander die wel heel spectaculair was. Roodkapje kreeg namelijk een boksbal. Het oppompen van het ding (het was er zo eentje die opgepompt moest worden en verzwaard met water) bleek erg lachwekkend te zijn: terwijl Pooh aan het opblazen was maakte het mechanisme zo'n herrie dat Pooh zo door kon gaan voor slangenbezweerder

Uiteindelijk stond het ding en kon er naar hartelust tegenaangetrapt en geslagen worden. Roodkapje bedacht dat ze het logo van de Unseen University (haar grootste bron van frustratie was haar faculteit) wel op het ding kon schilderen, zodat het symbool stond voor de onmogelijke bureaucratie die zich meester gemaakt scheen te hebben van de Universiteit.
Het andere cadeautje was een 3D-puzzel van het type houtje-touwtje-bolletje-ring. Roodkapje liet het in de verpakking zitten, en daar had het moeten blijven.
Pooh riep nog dat hij er niet aan zou komen, maar de kracht van de Ring bleek te sterk te zijn voor Pooh. Toen Roodkapje namelijk even later de kamer binnenkwam zat Pooh namelijk al uitgebreid met het ding te klooien.
“Je zou er toch vanaf blijven?” vroeg Roodkapje.
“Ja, maar ik heb me heel lang ingehouden!” riep Pooh.
Vertwijfeld sloeg Roodkapje haar ogen op naar de hemel, haalde haar schouders op en ging verder met koffie schenken. De Ring ging van hand tot hand. Iedereen wilde de Ring hebben, maar die bleef gewoon zitten waar het zat: om het touwtje dat tussen een houten stellage en een houten bal zat. De bal was natuurlijk net te groot voor de ring.

Ze waarschuwde de Reisgenoten dat als de Ring van het touw gehaald werd, dit betekende dat diegene hem er ook weer aan moest frunniken. Haar waarschuwing werd in de wind geslagen, hoewel de puzzel niet die avond werd opgelost.
Het werd laat, toen nog later, totdat alleen de Reisgenoten over waren gebleven samen met Roodkapje. Er werden hamburgers gebakken, brood gegeten en er werd nog nagepraat. Tegen vijven ging iedereen maar naar bed, want om 0930 zou de ochtendsamenkomst van de Haarklovers zijn, waar Roodkapje heen zou gaan.
(wordt vervolgd)