quote:
Cardilli schreef op 28 februari 2005 om 19:24:[...]
Ik doe mijn best om steeds meer kennis op te doen van het christelijk geloof, de discussies die ik hier voer met jullie helpen daar ook bij, maar ik begrijp eerlijk gezegd niet wat je bedoelt...interpreteren doe je als er iets te interpreteren valt lijkt mij. Er zijn dingen die je maar op 1 manier kunt uitleggen, als er in de Bijbel staat dat de vrouw in de gemeenten
moet zwijgen, leg mij dan uit hoe je dat anders moet zien dan dat de vrouw dient te zwijgen!
Natuurlijk dien je als vrouw te zwijgen in de gemeente. Als je als vrouw het hoogste woord voert in de gemeente en aan mannen gaat onderwijzen, dan neem je een autoriteitspositie in die je in de scheppingsorde niet gekregen hebt. Dat is bij de islam precies hetzelfde denk ik: ik heb nog nooit van vrouwelijke imams gehoord, bijvoorbeeld. Als er een samenkomst is die gemengd is, dan voeren de mannen het woord. Het staat een vrouw vrij om het woord te voeren als er vrouwen of vrouwen met kinderen samenkomen, maar het is niet naar de Wet wanneer de vrouw probeert te heersen over de man. Adam werd eerst geschapen en uit zijn rib schiep God Eva. Daarmee duidde hij al de positie aan van de vrouw: de man is haar hoofd. Maar dit heeft niks met vrouwenonderdrukking te maken. De vrouw is volledig vrij en gelijkwaardig. Ze heeft alleen een
andere rol dan de man. In Korinthe (de gemeente waaraan de brief gericht is) waren er vrouwen die zich gingen gedragen als mannen, terwijl dat dus tegen de door God gegeven orde ingaat.
Ik zal zelf nooit voorgaan in gebed, preken, etc. Kortom, het woord gaan voeren in de gemeente, omdat ik gehoorzaam wil zijn aan God. Dat is geheel vrijwillig, ik word nergens toe gedwongen. Bovendien wil ik opmerken dat de verhoudingen die we heden ten dage kennen vrij moderne West-Europese opvattingen zijn die hun oorsprong vinden in het humanisme. Op bijna alle andere plekken in de wereld vind je terug dat de vrouw ondergeschikt is aan de man, dus heel raar is het idee niet. Het unieke van het bijbelse beeld is dat vrouwen wel totaal gelijkwaardig zijn aan mannen. De leiding van de man wordt vergeleken met Christus' leiding over de kerk. Christus is gestorven aan het kruis, voor ons. Hij heeft zijn leven gegeven opdat wij kunnen leven. Dat is een een daad van liefde. Jezus predikt ook vanuit de liefde. Over die liefde heeft Paulus het ook vlak voor hij het in de brief aan de Korinthiërs heeft. De brief is één geheel. In 1 Korinthiërs 14 gaat hij gewoon verder waar hij in 1 Korinthiërs 13 gebleven is. Terloops wil ik even opmerken dat hoofdstuk- en versnummering in de Bijbel alleen het doel hebben dat we verzen/stukken snel en makkelijk kunnen vinden. Dus dat heeft uitsluitend een praktisch doel, omdat elke bijbel een andere paginering heeft. Versnummering stamt uit de 16e eeuw NA Christus... Het heeft dus niks met de inhoud te maken: bijbelboeken vormen een geheel, net als elk willekeurig ander leesboek.
1 Korinthiërs 13quote:
1 Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal. 2 Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. 3 Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.
4 De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. 5 Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, 6 ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. 7 Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.
8 De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan – 9 want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. 10 Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen. 11 Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. 12 Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. 13 Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.
Paulus verwijst hier naar wat de HEER ook al tegen de vrouw zei in Genesis 3, nadat de vrouw van de boom van Goed en Kwaad had gegeten en ook haar man ervan gegeven had:
1 Korinthiërs 14:34,35quote:
34 Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat. 35 Als ze iets willen leren, moeten ze het thuis aan hun man vragen, want het is een schande voor een vrouw als ze tijdens een samenkomst spreekt.
Genesis 3:16,17quote:
16 Tegen de vrouw zei hij:
‘Je zwangerschap maak ik tot een zware last,
zwoegen zul je als je baart.
Je zult je man begeren,
en hij zal over je heersen.’
Het is hier ook duidelijk dat het hier niet gaat over dat de vrouw ongelijk is aan de man, maar dat ze een andere rol heeft dan de man. In de verzen voor 1 Kor. 14:35,35 zegt hij dat vrouwen wel mogen profeteren, er worden vrouwelijke profetessen genoemd in de Bijbel. De nadruk ligt dan ook niet zozeer op het zwijgen, maar op het ondergeschikt zijn aan de man (gevolg van de zondeval, Genesis 3). Het zwijgen in de gemeente is een uiting van het zich onderwerpen aan het mannelijke gezag, zoals dat conform 1 Korinthiërs 13 geldt.