Wat zie jij dan als verschil tussen ziel en geest?
En als niet-gelovigen geen geest hebben, hoe kan het dan dat ze als niet-gelovige wel goede dingen kunnen doen en dat ze tot geloof kunnen komen? Volgens jou kan dat dan ook niet.
Ik krijg sterk het idee dat je 'geest' als aparte entiteit ziet die in je ziel vaart ofzo. Zoals Gods Geest in iemand komt als hij tot geloof komt. Maar de ziel zou verdorven zijn, en tot niets goeds in staat, dus niemand kan zonder God tot geloof komen. Alleen heb je daarvoor Gods Geest nodig als niet gelovige, maar die heb je dan niet.
Je kunt wel leuk met een tekst aankomen waarin ziel 'levende geest' betekent, maar op andere plekken wordt het woord anders gebruikt:
Gebruik van het woord 'ziel' in de Historische boeken:[q]
Deut 4,29Maar ten slotte zult u de HEER, uw God, weer zoeken, en hem ook vinden, als u hem tenminste met hart en ziel zoekt.
Deut 6,5Heb daarom de HEER lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.
Deut 10,12 Israël, bedenk dus dat de HEER, uw God, niets anders van u vraagt dan dat u ontzag voor hem toont, dat u de weg volgt die hij u wijst, dat u hem liefhebt, hem met hart en ziel dient
Deut 11,13 Als u de geboden gehoorzaamt die ik u vandaag voorhoud, en de HEER, uw God, liefhebt en hem met hart en ziel dient,
Deut 13,4 luister dan niet naar wat hij zegt. Want de HEER, uw God, wil u daarmee op de proef stellen, om te ontdekken of u hem wel met hart en ziel liefhebt.
Deut 26,16Vandaag draagt de HEER, uw God, u op om u aan deze wetten en regels te houden. Neem ze zorgvuldig in acht en leef ze met hart en ziel na.
Deut 30,2en samen met uw kinderen naar de HEER, uw God, terugkeert en hem weer met hart en ziel gaat gehoorzamen – daartoe heb ik u vandaag aangespoord –,
Deut 30,6De HEER, uw God, zal uw hart besnijden en ook dat van uw nakomelingen, zodat u hem weer met hart en ziel zult liefhebben en in leven zult blijven.
Deut 30,10 Want u toont de HEER, uw God, dan uw gehoorzaamheid door de geboden en bepalingen in dit wetboek in acht te nemen, en u wilt hem weer met hart en ziel toebehoren.
Joz 22,5Maar houd u altijd aan de geboden die hij u in zijn onderricht gegeven heeft: heb de HEER, uw God, lief en volg de weg die hij u wijst, leef zijn geboden na, wees hem toegedaan en dien hem met hart en ziel.’
Re 5,21 Vorsten werden meegesleurd door het water van de Kison, de Kison, die aloude en snelstromende rivier. Ga voort, mijn ziel, ga voort!
1 Sam 12,24 Dus: heb ontzag voor de HEER en wees hem oprecht, met hart en ziel toegewijd. U hebt immers zelf ervaren welke grootse daden hij voor u heeft verricht.
1 Kon 2,4en dan zal de HEER zijn woord aan mij gestand doen: Als je zonen het rechte pad houden en mij met hart en ziel toegewijd blijven, dan zal er altijd een van jouw nakomelingen op de troon van Israël zitten.
1 Kon 8,48wanneer ze zich in het land van de vijanden die hen gevangen hebben genomen weer met hart en ziel aan u toewijden en tot u bidden in de richting van het land dat u aan hun voorouders hebt gegeven, van de stad die u hebt uitgekozen en van de tempel die ik voor uw naam heb gebouwd,
1 Kon 11,4 op zijn oude dag verleidden zij hem ertoe andere goden te gaan dienen en was hij de HEER, zijn God, niet meer met hart en ziel toegedaan zoals zijn vader David dat was geweest.
2 Kon 10,31Maar Jehu nam de wetten van de HEER, de God van Israël, niet met hart en ziel in acht. Hij brak niet met de zondige praktijken van Jerobeam, die de Israëlieten tot zonde had aangezet.
2 Kon 23,3 Staande op het podium bekrachtigde hij ten overstaan van de HEER het verbond. Hij zwoer dat hij de HEER zou volgen en zich geheel en al zou houden aan zijn geboden, voorschriften en bepalingen, om zo het verbond dat in deze boekrol was vastgelegd met hart en ziel na te leven. Heel het volk sloot zich hierbij aan.
2 Kon 23,25 Met hart en ziel en met inzet van al zijn krachten trachtte hij de wetten van Mozes strikt na te leven en terug te keren tot de HEER, zoals geen van zijn voorgangers of opvolgers ooit gedaan heeft.
1 Kron 22,19 Welnu, richt u met hart en ziel naar de HEER, uw God, en begin zo snel mogelijk een heiligdom te bouwen voor God, de HEER, zodat de ark van het verbond met de HEER en de heilige voorwerpen van God kunnen worden overgebracht naar de tempel die voor de naam van de HEER zal worden gebouwd.’
2 Kron 6,38wanneer ze zich in het land waarheen ze zijn weggevoerd weer met hart en ziel aan u toewijden en bidden in de richting van het land dat u aan hun voorouders hebt gegeven, naar de stad die u hebt uitgekozen en de tempel die ik voor uw naam heb gebouwd,
2 Kron 15,12Ze zwoeren dat ze zich met hart en ziel zouden richten naar de HEER, de God van hun voorouders,
2 Kron 34,31 Staande op zijn vaste plaats bekrachtigde hij ten overstaan van de HEER het verbond. Hij zwoer dat hij de HEER zou volgen en zich geheel en al zou houden aan diens geboden, voorschriften en bepalingen, om zo het verbond dat in deze boekrol was vastgelegd met hart en ziel na te leven.[/quote]
Gebruik van 'ziel' in poëzie- en wijsheidsliteratuur:[q]
Job 7,11 Maar ik zal mijn mond niet houden, zo beklemd als mijn hart is, zal ik spreken, zo bitter als mijn ziel is, zal ik klagen.
Job 10,1Vervuld van afschuw voor het leven laat ik mijn klacht de vrije loop en zal ik spreken uit het bitterst van mijn ziel.
Job 12,10Want in zijn macht is de ziel van al wat leeft, in zijn macht de adem van het menselijk geslacht.
Job 14,22Zijn lichaam kent slechts pijn en zijn ziel treurt over hem.’
Ps 13,3 Hoe lang nog wordt mijn ziel gekweld door zorgen en mijn hart door verdriet overstelpt, dag aan dag? Hoe lang nog houdt mijn vijand de overhand?
Ps 16,9Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel, mijn lichaam voelt zich veilig en beschut.
Ps 22,21Bevrijd mijn ziel van het zwaard, mijn leven uit de greep van die honden.
Ps 30,13Mijn ziel zal voor u zingen en niet zwijgen. HEER, mijn God, u wil ik eeuwig loven.
Ps 31,8Ik zal mij verblijden, juichen over uw trouw, want u ziet mijn ellende, u kent de nood van mijn ziel,
Ps 31,10 Heb erbarmen, HEER, want ik verkeer in nood, mijn ogen zijn gezwollen van verdriet, mijn ziel en mijn lichaam verkwijnen,
Ps 42,2 Zoals een hinde smacht naar stromend water, zo smacht mijn ziel naar u, o God.
Ps 42,3Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God, wanneer mag ik nader komen en Gods gelaat aanschouwen?
Ps 42,5Weemoed vervult mijn ziel nu ik mij herinner hoe ik meeliep in een dichte stoet en optrok naar het huis van God – een feestende menigte, juichend en lovend.
Ps 42,6Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij. Vestig je hoop op God, eens zal ik hem weer loven, mijn God die mij ziet en redt.
Ps 42,7 Mijn ziel is bedroefd, daarom denk ik aan u, hier in het land van de Jordaan, bij de Hermon, op de top van de Misar.
Ps 42,12 Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij. Vestig je hoop op God, eens zal ik hem weer loven, mijn God die mij ziet en redt.
Ps 43,5Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij. Vestig je hoop op God, eens zal ik hem weer loven, mijn God die mij ziet en redt.
Ps 44,26Onze ziel ligt neergebogen in het stof, ons lichaam vastgekleefd aan de aarde.
Ps 57,9Ontwaak, mijn ziel, ontwaak met harp en lier, ik wil het morgenrood wekken.
Ps 62,2Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust, van hem komt mijn redding.
Ps 62,6Zoek rust, mijn ziel, bij God alleen, van hem blijf ik alles verwachten.
Ps 63,2God, u bent mijn God, u zoek ik, naar u smacht mijn ziel, naar u hunkert mijn lichaam in een dor en dorstig land, zonder water.
Ps 63,6Dan wordt mijn ziel verzadigd met uw overvloed, jubel ligt op mijn lippen, mijn mond zal u loven.
Ps 63,9Ik ben aan u gehecht, met heel mijn ziel, uw rechterhand houdt mij vast.
Ps 77,3Op de dag van mijn nood zoek ik de Heer, bij nacht hef ik mijn handen, rusteloos, mijn ziel laat zich niet troosten.
Ps 84,3Van verlangen smacht mijn ziel naar de voorhoven van de HEER. Mijn hart en mijn lijf roepen om de levende God.
Ps 94,19Toen ik door zorgen werd overstelpt, was uw troost de vreugde van mijn ziel.
Ps 103,1Van David. Prijs de HEER, mijn ziel, prijs, mijn hart, zijn heilige naam.
Ps 103,2Prijs de HEER, mijn ziel, vergeet niet één van zijn weldaden.
Ps 103,22Prijs de HEER, al zijn schepselen, prijs hem, overal in zijn rijk. Prijs de HEER, mijn ziel.
Ps 104,1Prijs de HEER, mijn ziel. HEER, mijn God, hoe groot bent u. Met glans en glorie bent u bekleed,
Ps 104,35Zondaars zullen van de aardbodem verdwijnen, onrechtvaardigen zullen niet meer bestaan. Prijs de HEER, mijn ziel. Halleluja!
Ps 108,2Mijn hart is gerust, o God, ik wil zingen en spelen. Mijn ziel,
Ps 116,7Kom weer tot rust, mijn ziel, de HEER is je te hulp gekomen.
Ps 119,20Mijn ziel kwijnt weg van verlangen naar uw voorschriften, dag en nacht.
Ps 119,25Mijn ziel ligt neergedrukt in het stof, laat mij leven zoals u hebt beloofd.
Ps 119,28Mijn ziel schreit van verdriet, richt mij op zoals u hebt beloofd.
Ps 119,81Mijn ziel smacht naar de redding die u brengt, in uw woord heb ik mijn hoop gesteld.
Ps 119,112Met hart en ziel ben ik bereid uw wetten uit te voeren, eeuwig, tot het einde toe.
Ps 119,167Ik houd mij aan uw richtlijnen, mijn ziel heeft ze innig lief.
Ps 119,175Moge mijn ziel leven en u loven, mogen uw voorschriften mijn hulp zijn.
Ps 120,2Bevrijd mijn ziel, HEER, van lippen die liegen, van de tong die bedriegt.
Ps 120,6Te lang al woont mijn ziel bij mensen die vrede haten.
Ps 123,4Meer dan onze ziel kan dragen raakt ons achteloze spot, de hoogmoed van onverschilligen.
Ps 130,5Ik zie uit naar de HEER, mijn ziel ziet uit naar hem en verlangt naar zijn woord,
Ps 130,6mijn ziel verlangt naar de Heer, meer dan wachters naar de morgen, meer dan wachters uitzien naar de morgen.
Ps 131,2Nee, ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht. Als een kind op de arm van zijn moeder, als een kind is mijn ziel in mij.
Ps 139,14Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan, wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt. Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.
Ps 143,8Laat mij in de morgen uw liefde horen, in u stel ik mijn vertrouwen, wijs mij de weg die ik gaan moet, mijn ziel verlangt naar u.
Ps 146,1Halleluja! Loof de HEER, mijn ziel.
Spr 16,24Een vriendelijke uitspraak is een korf vol honing, zoet voor de ziel en gezond voor het lichaam.
Pred 1,17Ik heb me er met hart en ziel voor ingespannen te ontdekken wat wijs is, en wat dwaas en onverstandig is. Maar ook dat, zo heb ik ingezien, is enkel najagen van wind.
Pred 7,28Ik heb met hart en ziel gezocht, maar nog altijd niet gevonden. Onder duizend mensen vond ik er maar één die ook werkelijk een mens was, maar het was geen vrouw.[/quote]
Het gebruik van het woord 'ziel' door de profeten:[q]
Jer 4,19O bonzend hart! O razend hart! Ik krimp ineen van pijn! Ik kan niet zwijgen, tot in mijn ziel voel ik het hoorngeschal, hoor ik het krijgsgeschreeuw.
Jer 29,13Jullie zullen mij zoeken en ook vinden, als jullie mij tenminste met hart en ziel zoeken.
Jer 32,41Ik zal er weer vreugde in vinden hen te zegenen en zal hen voorgoed in dit land planten. Met hart en ziel zal ik dat doen.
Ez 36,5Dit zegt God, de HEER: In het vuur van mijn hartstocht klaag ik Edom en al die andere volken aan. Hun hart was vol vreugde en hun ziel vol verachting toen ze mijn land in bezit namen en er de weidegronden buitmaakten.”[/quote]
Er wordt in het OT met geen WOORD gerept over de geest in combinatie met ziel, zoals dat WEL in het NT gebeurt. Ergo, óf alle gelovigen voor het NT hadden geen geest en waren zeer te betreuren omdat ze (zelfs David niet) de Geest des Heren niet hadden, óf ze hadden dat wel, maar het OT hanteert een ander (monistisch) mensbeeld dan in het NT, vanwege een andere culturele achtergrond... Kiest u maar...
De citaten komen uit de NBV, de NBG kiest vaak ook voor de vertaling 'ziel' waar de NBV hart vertaalt. Opvallend is dat vrijwel alle keren dat er over 'ziel' gesproken wordt in het OT het bijna altijd een metafoor of een spreekwoord (wijze van spreken over iets) is. Nooit wordt er geleerd over het letterlijke bestaan van een ziel naast het lichaam. Een dualistisch mensbeeld is derhalve ook geen bijbels mensbeeld. De bijbel hanteert een monistisch mensbeeld, zoals hierboven gedemonstreerd werd.
In reactie op de tekst van Mattheüs 16 ben ik benieuwd wat P&A van onderstaande citaten vinden:
quote:
Ps 22,21
Bevrijd mijn ziel van het zwaard, mijn leven uit de greep van die honden.
Ps 119,25
Mijn ziel ligt neergedrukt in het stof, laat mij leven zoals u hebt beloofd.
Ps 119,175
Moge mijn ziel leven en u loven, mogen uw voorschriften mijn hulp zijn.
De oplettende lezer is het wellicht opgevallen: in alle keren dat ziel en leven bij elkaar in de buurt staan in het OT gaat het bij leven ALTIJD om een werkwoord, niet om een zelfstandig naamwoord.