quote:
Roodkapje schreef op 22 mei 2005 om 16:11:Wat zie jij dan als verschil tussen ziel en geest?
En als niet-gelovigen geen geest hebben, hoe kan het dan dat ze als niet-gelovige wel goede dingen kunnen doen en dat ze tot geloof kunnen komen? Volgens jou kan dat dan ook niet.
De Heilige Geest klopt aan en als Hij binnenkomt maakt Hij je levend. Kan toch?
Joh. 3: 6
Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest Zie verder mijn vorige post waar ik hier ook wat over zei.
quote:
Ik krijg sterk het idee dat je 'geest' als aparte entiteit ziet die in je ziel vaart of zo. Zoals Gods Geest in iemand komt als hij tot geloof komt. Maar de ziel zou verdorven zijn, en tot niets goeds in staat, dus niemand kan zonder God tot geloof komen. Alleen heb je daarvoor Gods Geest nodig als niet gelovige, maar die heb je dan niet.
Je hebt sowieso niet Gods Geest-de heilige Geest in je als ongelovige.
Zie:
Rom. 8
9 Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe.
10 Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid.
In Genesis staat dat God de levensadem blies in de mens, en deze zo werd tot een levend wezen. (Of: een levende ziel - met uw permissie

) In het hebreeuws: chaja nefesj
quote:
Je kunt wel leuk met een tekst aankomen waarin ziel 'levende geest' betekent, maar op andere plekken wordt het woord anders gebruikt:
Je bedoelde i.d.d. levende ziel.

Ik heb dat niet zo gebruikt in dat stukje waar ik Mat. 16: 25 en 26 aanhaalde. Daar wordt het woord psuche gewoon vertaald met leven en in het tweede stukje van de tekst met ziel.
Maar het is niet fout om daar ziel te lezen, want dat is het gewoon in de grondtekst. Ik weet dus eigenlijk niet wat je nu eigenlijk wil zeggen met 'dat ik leuk met een tekst aan wil komen'. Ik wil gewoon wat uitleggen. En haalde dat stukje aan. Later zocht ik de tekst op en wilde even duidelijkheid daarover scheppen. Ik weet niet anders dan dat als men deze tekst aanhaalt, er altijd bij gezet wordt tussen haken dat het ook 'ziel' betekent. Dus voor mij bekende koek.

quote:
Gebruik van het woord 'ziel' in de Historische boeken:
[...]
Gebruik van 'ziel' in poëzie- en wijsheidsliteratuur:
[...]
Het gebruik van het woord 'ziel' door de profeten:
[...]
Wat wil je nu eigenlijk zeggen hiermee?
quote:
Er wordt in het OT met geen WOORD gerept over de geest in combinatie met ziel, zoals dat WEL in het NT gebeurt. Ergo, óf alle gelovigen voor het NT hadden geen geest en waren zeer te betreuren omdat ze (zelfs David niet) de Geest des Heren niet hadden, óf ze hadden dat wel, maar het OT hanteert een ander (monistisch) mensbeeld dan in het NT, vanwege een andere culturele achtergrond... Kiest u maar...
Ik kies voor geen van beiden.

Ik lees vaak genoeg in het OT over de geest.

Dat hoeft toch helemaal niet in combinatie met de ziel te worden genoemd? Het staat genoemd in ANDERE teksten dan waar het over de ziel (nefesj) gaat. En dat is toch niet gek, want het is wat anders:
ruach. In het NT wordt het wel eens bij elkaar genoemd. Één of twee keer. In één tekst 4x.
In het OT heb ik dit gevonden als teksten waar het woord ziel (nefesj) en geest (ruach) in één tekst worden genoemd:
SV - als enige kloppend met de grondtekst:
1 Sam 1,15
Doch Hanna antwoordde en zeide: Neen, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterke drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des H.
NBGDoch Hanna antwoordde: Neen, mijn heer, ik ben een diepbedroefde vrouw; wijn noch bedwelmende drank heb ik gedronken, maar ik heb mijn hart uitgestort voor het aangezicht des HEREN.
NBV‘U vergist u, heer,’ antwoordde Hanna. ‘Ik heb geen wijn of andere drank gedronken. Nee, ik ga gebukt onder een zwaar verdriet en stort mijn hart uit bij de HEER.
SVJob 12,10
In Wiens hand de ziel (NBG: ziel/NBV: ziel) is van al wat leeft, en de geest (NBG: geest/NBV: adem) van alle vlees des mensen.
SVJes 26,9
Met mijn ziel (NBG: hart) heb ik U begeerd in de nacht, ook zal ik met mijn geest, die in het binnenste van mij is, (NBG: in het diepst van mijn gemoed) U vroeg zoeken;
De NBV versimpelt het wel heel erg:
Jes. 29: 6
Reikhalzend kijk ik naar u uit, zelfs ’s nachts verlang ik naar u. (Geen geest en ziel te bekennen)
quote:
De citaten komen uit de NBV, de NBG kiest vaak ook voor de vertaling 'ziel' waar de NBV hart vertaalt.
Het zijn heel veel teksten, en bij de paar die ik uit het OT heb bekeken, zie ik veel onduidelijkheid in de NBV. Je kunt het beste uit de SV citeren; meeste kans van concordante vertaling – de woorden exact vertaald vanuit de grondtekst. Toch wel belangrijk als we over specifieke woorden het hebben
quote:
Opvallend is dat vrijwel alle keren dat er over 'ziel' gesproken wordt in het OT het bijna altijd een metafoor of een spreekwoord (wijze van spreken over iets) is.
Je bedoeld dat er vaak ‘hart en ziel’ staat?
Hoe weet jij dat het een metafoor is? Staat dat erbij?

.
Als jij het scheiden van ziel en geest bijvoorbeeld al een metafoor vindt, omdat het is
zoals je gewrichten en merg scheidt met een zeer scherp mes, weet ik niet of dat dan klopt door die tweedeling (die wij mensen haast niet kunnen maken hiertussen) dus maar gewoon onzin te vinden. Het scheiden van gewrichten en merg, slaat op het offer in het OT waar de priester met het mes de stukken ging verdelen en idd zo diep doordrong dat hij gewrichten en merg scheidde.
quote:
Nooit wordt er geleerd over het letterlijke bestaan van een ziel naast het lichaam. Een dualistisch mensbeeld is derhalve ook geen bijbels mensbeeld. De bijbel hanteert een monistisch mensbeeld, zoals hierboven gedemonstreerd werd.
Jij MAAKT ervan dat ik dus de mens zie als een dualistisch wezen. Dat is onzin, in jouw redenatie zou ik juist de mens zien als iemand die uit
drie delen bestaat en geen eenheid is.
Toch geloof jij ook dat de mens zijn lichaam hier achter laat als hij sterft. En wordt er ook (als is het weliswaar een tijdelijke) scheiding aangebracht. Dat zeg ik dan toch ook niet dat je dualistisch denkt als je dit zo ziet.
Dus volgens mij zit je iets te veel met het griekse mensbeeld in je hoofd, en ben je constant deze dingen die in de bijbel staan aan het analyseren als ‘grieks’ – heidens – cultuur bepaald, etc.
Verder geloof jij ook in Één God, maar gelooft ook in de drie-eenheid.
En bestond de tabernakel/tempel ook uit drie gedeelten: de voorhof – het heilige – het heilige der heilige waar God woonde.
Toch zeggen we dat God in de tempel woonde en dat er maar één tempel is.
En wij zijn ook
een tempel van de heilige Geest waar God in woont.
Ik benader het liever op deze bijbelse manier i.p.v. de griekse manier oid.

quote:
In reactie op de tekst van Mattheüs 16 ben ik benieuwd wat P&A van onderstaande citaten vinden:
Ps 22,21
Bevrijd mijn ziel van het zwaard, mijn levenuit de greep van die honden.
Ps 119,25
Mijn ziel ligt neergedrukt in het stof, laat mij leven zoals u hebt beloofd.
Ps 119,75
Moge mijn ziel leven en u loven, mogen uw voorschriften mijn hulp zijn.
De oplettende lezer is het wellicht opgevallen: in alle keren dat ziel en leven bij elkaar in de buurt staan in het OT gaat het bij leven ALTIJD om een werkwoord, niet om een zelfstandig naamwoord.
Dat is in ieder geval NIET zo bij deze drie aanhalingen uit de NBV.

De eerste aanhaling van jou is ziel en leven allebei een zelfstandig naamwoord. Dacht ik

Verder kun je beter de grondtekst erbij pakken en
i.i.g. geen NVB.
Daar kun je geen bijbels
studie meedoen.
Want je hebt daar wel gelijk over dat het hier een werkwoord is, maar de NBV klopt gewoonweg niet. Daar is de eerste tekst wel vertaald als zelfstandig naamwoord.
Ps 22,21
Bevrijd mijn
ziel van het zwaard, mijn
levenuit de greep van die honden.
Hier staat in de grondtekst bij ‘ziel’ nefesj.
Leven staat niet eens in de grondtekst. Als het al leven zou betekenen, is het niet het leven zoals dat op andere plaatsen wordt bedoeld. Het woord leven hier is afgeleid van yachid wat alleen, eenzame enz betekent. Het kan dan ook vertaald worden met het niet vervangbare leven (van die persoon).’In de SV en de NBG vertaald als ‘eenzame’.
Mijn conclusie is dat dit helemaal niets te maken heeft met het woord ‘psuche’ in Matt. 16.
Alleen waar er hier in deze verzen als ziel staat, wordt nefesj genoemd in de grondtekst. En dat is ‘psuche’. Dus hetzelfde als wat er genoemd wordt in Matt. 16.
Het woord leven wat in deze drie teksten staat, is hier niet ‘psuche’ maar is iets met chaja dat te maken heeft met dat je ‘aan het leven bent’, als werkwoord. Zie ook: chaja nevesj - [/i]levende[/i] ziel.
Ik leef, jij leeft en wij leven etc.
Dat is iets anders dan in het zinnetje:
mijn leven is in Gods hand. Bijvoorbeeld. Dan wordt er iets geheel ander bedoeld en heeft het dezelfde betekenis als in Matt. 16. En dan kan er netzo goed ziel staan. De grondtekst geeft in dit geval nefesj voor beide woorden: ziel/leven.
Dus je kunt deze woorden ‘leven’hier in de psalmen die jij aanhaalt, niet gelijk stellen met het woord ‘leven’in Matt. 16.
Ook volgens de grondtekst is het iets anders.
Ik heb van jou nog niet gehoord wat JIJ van Matt. 16 vindt. Gewoon steeds oorspronkelijk het woord psuche/ziel in de grondtekst.