quote:
Pooh schreef op 11 oktober 2006 om 18:00:[...]
Volgens mij zijn diak2b en ik nog niet zo heel lang geleden tot de conclusie gekomen dat er misschien wel nuanceverschillen zijn, maar dat er vooral veel overeenkomsten zijn, en dat die ook veel belangrijker zijn. Sterker nog, daar is zelfs nog een topic uit voortgekomen:
De doop in oecumenisch perspectiefMet een citaatje:
[...]
Ik begrijp het volgende van de doop van de Kerk.
Niet gedoopt als je sterft is geen toegang tot de hemel
Geen katholieke doop is geen deel hebben aan het Lichaam van Christus. De kerk is het Lichaam van Christus, dat zijn niet de diverse denominaties.
Verder is er naast de doop (doopsel) nog het vormsel. Naar ik begrijp heb je eerst doop en daarna vormsel. In die volgorde, niet het een zonder het ander en aan elkaar verbonden.
Even een tekst over doopsel en vormsel van internet geplukt. Diak kan wel zeggen of die
tekst klopt neem ik aan
"In het doopsel krijgt de onuitsprekelijke naam van God een menselijke vorm, want zoals een vader zijn naam aan zijn kind geeft, zo geeft God zijn naam aan de mens. Het is God zèlf die zich in het doopsel aan de mens geeft. Maar het is de zorg van de kerk dat deze gave inderdaad aanvaard wordt en het verbond daadwerkelijk wordt aangegaan. Want zolang de mens God niet aanvaardt, is de betekenis van het doopsel nog niet vervuld. Daarom heet het doopsel het sacrament van het geloof, en roept de kerk allen die rond het doopvont staan op, om het geloof in Gods woord te belijden.Bovendien wordt de mens door het doopsel opgenomen in de kerk, die geroepen is lichaam van Christus te zijn. Daarom is het doopsel ook een verbintenis met de gemeenschap van gedoopten. Aldus wordt de kerk zo tastbaar en kwetsbaar, maar ook zo krachtig als haar mensen zijn en maakt zij een ontmoeting met Christus zelf mogelijk."
Uit voorgaande haal ik, maar ik kan me vergissen...dat de Kerk een wezenlijke rol vervult na het doopsel. Volgens mij is het de HG die deze rol vervuld en niet de Kerk.
Overigens staat in dit stuk ook nog dat na doopsel nog aanvaarding moet volgen. Dat is in tegenstelling tot de schrift. In handelingen 8 staat:
36 En alzo zij over weg reisden, kwamen zij aan een zeker water; en de kamerling zeide: Ziedaar water; wat [8:36] Hand 10:47.verhindert mij gedoopt te worden?
37 En Filippus zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, zo is het geoorloofd. En hij, antwoordende, zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is.
Betreffende het vormsel:
"Het vormsel is de zending van de heilige Geest, in de dubbele betekenis van het woord zending. Wij ontvangen met het sacrament de gave van Gods Geest die over ons gezonden wordt, maar deze zending betekent dat wij zelf gezonden zijn om het heil in de wereld uit te dragen. In de zalving krijgt de vormeling de kracht èn de soepelheid om de zending ook inderdaad te volbrengen, opdat zij die gezonden zijn, gezond zijn. Maar de zalving is ook een zegel, want zoals het doopsel de mens aan Gods geheime naam verbindt, zo bezegelt het vormsel dat wij bij God behoren door in de zalving op Christus te gelijken. Christus betekent immers "de Gezalfde". Evenals Christus bij zijn zending gezonden werd, zo ontvangt de gevormde met het zegel de zending van Gods Geest. Aldus worden alle gedoopten door de Geest gevormd tot het messiaanse volk, dit is: de christelijke kerk."
De christelijke kerk is neem ik aan de Rooms Katholieke Kerk.
Ik herinner me toch dat de doop is een afwassing van de zonden door het bloed van Jezus Christus en de Heilige Geest. Dat een aparte specifieke rol van de HG op een later moment niet wordt geleerd.
Daarmee heb ik denk ik een aantal wezenlijke verschillen aangedragen.
Ik kan het fout hebben, maar dan horen we dat wel weer.
Vriendelijke groet
kajem