Nunc,
Jij:
Piet, Paulus reageert bevestigend op Agrippa als die zegt: "Gij wilt mij wel spoedig als christen laten optreden!", door te antwoorden: "Ik zou God wel willen bidden, dat èn spoedig èn voorgoed, niet alleen gij, maar ook allen, die mij heden horen, ook zo werden als ik, uitgezonderd deze boeien." Paulus wijst Agrippa niet terecht, dat hij als heiden geen christen kan worden, maar geeft een bevestigend antwoord - hij bidt er zelfs voor. Vertel mij Piet, dat deze reactie van Paulus geen betekenis heeft in het licht van het gebruik van de term 'discipel' voor heidenen, en de term 'christenen' voor discipelen die joods en heiden zijn
-------------------------------------------------------------------------------------------------------
Voor alle duidelijkheid,Nunc: Jij interpreteert het eventuele geloof van Agrippa tot christen-worden. En jij alleen! Niet Paulus! Die wenst Agrippa wel geloof toe, maar dan ben je in de bijbel geen christen, maar gewoon een gelovige HEIDEN. En dan behoor je, aldus Paulus, gewoon tot een heidengemeente. Paulus noemde alle door hem gestichtte gemeenten immers heidengemeenten. Maar voor jouw is een heiden, die tot geloof komt, per definitie een christen. Daar 'val' ik niet over, want dat wordt echt wel goed bedoeld. Maar op de keper beschouwd - zo heb ik willen aantonen - klopt dit eigenlijk niet. Het is dan ook niet bijbels, om het zo eens te zeggen. Zijn alle gelovigen in alle godsdiensten van de wereld dan christenen? Waarom zouden niet-christenen geen gelovigen kunnen zijn?
Ik heb je aangetoond, dat ook zij, die op de prediking van Paulus, gelovig zijn geworden, in het n.t. geen discipelen worden genoemd. Alleen zij die onderwijs kregen van Jezus, Johannes de Doper, de Farizeeen en Mozes, die worden discipelen genoemd. Daarover bestaat bij de huidige exegeten volkomen overeenstemming.
Ik heb mij toch weer laten 'verleiden'.