Mijn belevenissen in een pinkstergemeente hier in Gouda tijdens een (noem het) genezings/profetische avond.
Zie maar wat je er van leest. Voor mij was het misschien niet zo'n extreme situatie, doch voor hen die er nooit komen wellicht verhelderend.
De zaal zit al bomvol met mensen als ik net voor achten binnen kom lopen. Hoop maar dat Jaap (kennis uit de straat) een plekje ergens achterin de zaal heeft uitgekozen. Bij dit soort avonden moet je nooit voorin gaan zitten want dan ben je geheid de klos. Of mag ik zo niet praten?
Tot mij schrik heeft Jaap op de tweede rij een plaatsje naast hem voor mij vrij gehouden. Met een tevreden glimlach op zijn lippen gebaard hij mij vriendelijk naast hem te komen zitten. Nou het moet dan maar. De zangdienst begint en we gaan staan. Na twee liederen roept de zangdienstleider enthousiast:” We gaan nu een lied zingen waar allerlei gebaren bij horen”. Oh lieve mensen wat een vreugd, ik hou helemaal niet van liederen met gebaren. “Kijk”, gaat hij verder, Bij “Haleluja” springt u omhoog en bij “looft Hem” draait u een slag in de rondte”. “Vergeet vooral niet blij te zijn”, voegt hij er nog aan toen. Nou en daar gaan we. Beweeg me als een reeds lang uitgestorven Dodo in de rondte en probeer er vooral blij bij te kijken. Daarna gaan we een kinderlied zingen met allerlei dieregeluiden. De zangdienstleider leert ons nog even het “kameelgeluid”. “Kijk dat klinkt zo”, roept hij entousiast,”Moooeëeeëewaaaaap!, Mooooeeeeeeeeewaaaap”! Ja dit word me toch te dol, zoek het maar lekker uit met je kameelgeluiden, ik doe niet mee.
Halverwege het lied stopt hij plotseling en roept:” Ja hoor, Bram zit weer niet mee te doen, kom maar op het podium Bram”. Zie hoe ene Bram met gebogen maar rood opgewonden hoofd het podium opsloft. “Nou Bram laat jij ons nou maar eens horen hoe de kamelen doen”. En hup daar gaat ie dan, “Moooeeaappp!, Moooeeeewaap!”, Verschrikkelijk.
Als Bram weer van het podium stapt ziet hij er opgelucht maar ontzettend ongelukkig uit. “Goed, nog een keer opnieuw”, roept de zangdienstleider en hup daar gaan we weer. En ik? Ja ben niet gek! Doe ook mee natuurlijk. Kijk kameelgeluiden maken is natuurlijk niks, maar op het podium in je uppie “Mooooeëeeeaaap!” moeten roepen is een regelrechte ramp.”Mooooeëeewaap, Mooooeeeeewaaap, ja zo doen de kamelen zing ik uit volle borst me terwijl de transpiratie in mijn nek loopt. Leuk hoor zo’n pinkstergemeente.
Net als Jaap me een kaugumpje aanbied komt er een klein, maar erg dik mannetje het podium opstappen. Hij beantwoord nou niet bepaald aan het beeld wat men heeft bij een profeet. Maar goed ik geef hem het voordeel van de twijfel.
“I know that some of you think, is that little guy realey a prophet.” Die man leest blijkbaar ook gedachten. “But this body (gaat hij verder) is a joke of the Lord.” “In the flesh a ame a little guy but in spirit a ame build like a tank.” Profeet of geen profeet, die man weet wel hoe hij de aandacht op zich kan vestigen. Verschillende gemeenteleden worden naar voren gehaald en krijgen de meest interessante dingen te horen. Sommige worden opgeroepen de zending in te gaan. Anderen horen bemoedigende woorden over van alles en nog wat, dat hen blijkt bezig te houden. “Wat denk jij Jaap”, vraag ik hem? Zijn schouders ophalend mompelt Jaap,”Kwee nie, zou best eens echt kunnen zijn”. Vandaag in elk geval geen genezingen
Als we drie kwartier later weer buiten staan, regent het pijpenstelen. Heb zelf geen profetie gehad, zelfs geen kleintje. Vraag me nog steeds af in welk licht ik dit moet zien. Is het echt van God of heeft die man daarbinnen alleen maar een geweldige fantasie.
“En hoe was het schat”, vraagt Paula me? Mompel wat over a little guy ho was build like a thank terug. Als onze ogen elkaar ontmoeten verraad mijn blik blijkbaar complete verwarring. Hoe het ook zij, ze vraagt verder niets. Besluit om een glas zelfgemaakte wijn te nemen en vroeg naar bed te gaan.
Ook op het gebied van profetieen heb ik ernstige bedenkingen uit welke bron men tapt. Is het uit God of komt het voort uit een rijke fantasie.
Dit wil uiteraart niet zeggen dat zulks niet bestaat (profetie)