quote:
so far, so good. Met wat gymnastiek kan ik hier wel lezen dat het om Jezus, het Licht, gaat. Hij is immers 'voortijdig' (1 Joh.1/ Joh.1). Waarom dat Licht ons precies aanstoot in de morgen, kan ik niet vatten, maar dat kan natuurlijk -met goede wil- wel gewoon dichterlijke vrijheid zijn. Het Licht stoot ons immers wel vaker aan dan alleen net nadat de wekker is gegaan, maar dit is gezeur in de marge.
quote:
Dat ik niet uitval, dat wij allen
zo zwaar en droevig als wij zijn
niet uit elkaars genade vallen
en doelloos en onvindbaar zijn.
een 'beetje' eenzijdig. Kennelijk heeft het Licht wel een doel, maar dat is niet zo verheven als het Licht wat ik uit de bijbel ken. Dit 'licht' heeft vooral als functie, dat wij het lekker gezellig sociaal hebben met elkaar. Dát is niet wat Het Licht als doel heeft. Hij kwam omdat wij uit
Gods genade zijn gevallen, of beter gezegd: zelf weg zijn gevlucht. Om die breuk te herstellen.
quote:
Licht, van mijn stad de stedehouder,
aanhoudend licht dat overwint.
Vaderlijk licht, steevaste schouder,
draag mij, ik ben jouw kijkend kind.
Uitgaande van de dichter (met katholieke achtergrond) zal 'stedehouder' een (positieve danwel negatieve) referentie aan het pausschap zijn. Maar als ik dat negeer, dan zie ik die stedehouder als Christus, en mijn stad zal dan wel Jeruzalem (het nieuwe?) zijn. Wellicht een beeld voor 'de kerk'. Het licht is Vaderlijk.. dat kan nog wel gereformeerd, omdat het Licht (het Woord) immers het Woord van God is, wat uitgaat van God de Vader.
Maar hoe wij nu 'kijkend kind' zijn, daar zie ik niet zoveel in. Wat betekent dit nu precies? Zijn wij 'kijkers' voor God? Zijn wij a.h.w. diegenen waardoor God in de wereld kan kijken? Of zijn wij diegenen die naar het Licht kijken?
quote:
Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of
ergens al de wereld daagt
waar mensen waardig leven mogen
en elk zijn naam in vrede draagt.
deze verzen geven antwoord op de vraag hoe dat met 'jouw kijkend kind' zat. Het 'licht in mij' kijkt (via) uit mijn ogen de wereld in om te kijken hoe het daar staat. Het 'jouw kijkend kind' gaat dus om de notie dat God dóór mensen naar de wereld kijkt. Een eigenaardige notie voor een orthodox christen, want waarom zou de SCHEPPER van de wereld dóór de oogjes van schepseltjes moeten kijken? God geeft zelf vrij duidelijk aan in het OT dat Hij ver boven ons schepselen verheven is (en daarmee toch een heel ander perspectief heeft).
Maar goed, dat licht moet ergens naar kijken, namelijk naar of de wereld al lief en vriendelijk is geworden. ALS dat licht al ging om Jezus, en het 'kijkend kind' sloeg op 'kijken naar het Licht/Jezus' dan vervalt die interpretatie nu, omdat Jezus hier dan in de wereld kijkt en zit te wachten tot we nu eens allemaal lief voor elkaar gaan doen. Dát is simpelweg niet wat de bijbel zegt over wat Jezus nú doet. Hij staat aan de rechthand van de Vader, om Zijn kerk te sturen en regeren. Dat is wel iets anders dan door mensenoogjes rondkijken en ondertussen flink wat
patience spelen totdat de mensen nu eindelijk eens zelf hun paradijsje op aarde hebben gerealiseerd.
Dan hebben we nog het 'en elk zijn naam in vrede draagt'. Wat is 'zijn naam'? Dit kan zowel slaan op de Naam van God, als ook gewoon op de namen van de mensen. Dus dat mensen weer een individu kunnen zijn en geen nummer. Iemand met een naam zijn. In het licht van het voorgaande, waarbij al meerdere malen aangegeven is door de dichter dat we naar een wereld moeten waarin iedereen lief is voor elkaar, krijg ik erg de neiging om 'zijn naam' op de eigen naam van mensen te laten slaan (maar dit is niet zeker). Maar dat
elk Zijn naam gaat dragen, is vrij onwaarschijnlijk
in het licht van de bijbel, als we naar profetieën als die uit openbaring kijken, of naar de woorden van Jezus, die opmerkte dat de verdrukkingen nota bene verkort moesten worden, omdat er anders geen gelovigen gevonden zouden worden! Dus 'zijn naam' is gewoon een subtiel woordspelletje. Op het eerste gezicht refereert het aan '
Zijn naam', maar dat kan niet, tenzij er alverzoening ("elk") bedoeld wordt. Dus het is óf alverzoening óf sociaal evangelie in deze regels, maar geen orthodox geluid.
quote:
Alles zal zwichten en verwaaien
wat op het licht niet is geijkt.
Taal zal alleen verwoesting zaaien
en van ons doen geen daad beklijft.
Dit resoneert aan 1 Korinte waar Paulus uilegt wat er met verkeerde daden gebeurt (verteerd door vuur). Maar dat 'taal' alleen verwoesting zaait, is dan weer eigenaardig, aangezien God nu juist de hele bijbel door een
sprekend God is, die n.b. Zijn eigen Woord op aarde zond. Maar het kan uiteraard op 'menselijke taal' slaan. Maar.... een belijdenis is ook 'menselijke taal', dus dit lijkt een oproep om zo min mogeljk
te zeggen en daar tegenover dan zoveel mogelijk stil te zijn? Ik dacht dat we van Jezus het evangelie van de daken moesten schreeuwen?
En onze goede daden worden volgens Paulus 'op een hemelse rekening' gezet, en Jezus memoreert dat wij grotere daden (goede werken) kunnen doen dan Hij (omdat wij langer leven, wellicht?) (joh.14:12), dus onze daden kunnen wel degelijk blijven staan. ("(..) en hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken (..) indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen (..)" (1 kor. 3:13-15)
quote:
Veelstemmig licht, om aan te horen
zolang ons hart nog slagen geeft.
Jammer, maar kennelijk horen we vrij weinig meer van het Licht, na onze dood. Dus of Licht nu op Jezus slaat of niet, veel vertouwen in de hemel heeft de dichter niet. En als je dit als onbevangen lezer leest (of je Oosterhuis nu wel of niet kent), je krijgt als lezer dus ook die twijfel mee: is er wel een leven na de dood? En dat terwijl Jezus ons dat juist wel verzekert. Hier wordt in twijfel getrokken (of zelfs ontkend) wat Jezus leert.
quote:
Liefste der mensen, eerstgeboren,
licht, laatste woord van Hem die leeft.
Een mooie frase, die inderdaad op Jezus slaat.
Dus resumerend hebben we het volgende:
- Jezus heeft als doel dat wij lekker fijn sociaal en lief voor elkaar zijn ("niet uit elkaars genade vallen"): humanisme dus, opgehangen aan de kapstok genaamd Jezus
- God moet via het licht in ons ("ik ben jouw kijkend kind. Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ..") naar de wereld kijken en afwachten of daar nog eens een keer dat paradijs gaat ontstaan ("waar mensen waardig leven mogen"), gebouwd door mensen. Want van God die ingrijpt is nergens sprake. Alleen God die toekijkt.
- Dan een spel met '(Z/z)ijn naam "en elk zijn naam in vrede draagt", wat bij nader inzien óf alverzoening ("elk ..draagt") is, óf humanistisch slaat op respect hebben, geen nummer zijn, etc.
- een visie dat 'taal' alleen maar ellende brengt, wat op z'n minst eigenaardig is in een gereformeerde context, waar het woord (en het Woord) juist heel centraal staan.
- een ontkenning (of in twijfel trekken) van het leven na de dood, terwijl we dat met zekerheid mogen geloven omdat het door Jezus beloofd is.
Dus, als ik dit gedicht lees, zonder echt kennis te hebben van de dichter, en ik neem de tekst serieus, dan blijkt ze humanistisch, mogelijk alverzoenend, leven na de dood ontkennend, een passieve god predikend en het nut van belijdenissen en preken ontkennend. En uiteraard
KAN ik de beeldspraak vast wel wat anders lezen, maar hoeveel mensen zullen dat doen? Ik heb geprobeerd zo 'naïef' mogelijk te lezen, en gewoon te kijken wat er geschreven is, en wat bedoeld wordt.
Hoe zou zo'n lied in een eredienst kunnen functioneren, als iedereen die niet het vermogen heeft om dwaling van rechte leer te onderscheiden (jongeren, maar óók veel volwassenen!), geconfronteerd worden met 'geen hemel', 'alverzoening', 'sociaal evangelie', 'passieve god', en diverse malen het tegenovergestelde van wat Jezus of Paulus of andere apostelen vertellen? Dat lijkt mij gevaarlijk, en ik zou de verantwoordelijkheid dan ook niet willen dragen voor zo'n lied, wat alleen met flink wat hulp goed gelezen kan worden (nog los van de principiele vraag, óf je een lied wat niet zo bedoeld is, toch gereformeerd moet kunnen lezen).