quote:
P&A, aangezien jij mede voor mijn inspiratie voor de homilie van vandaag hebt zorg gedragen, leek het me niet onredelijk je die hier te geven als
mijn antwoord op je vraag.
Het is wellicht goed te weten wat een homilie is: dit is een (naar protestantse begrippen extreem korte

) 'preek', gebaseerd op de lezingen van de dag. Vrij toevallig wezen de lezingen van vandaag, het hoogfeest van Christus koning, in de richting waarover ook de paus recent al sprak, en daarmee was het voor mij een redelijk eenvoudige stap naar de discussie die ook hier gevoerd is.
Om de status van deze tekst zo helder mogelijk te maken: een homilie is de verklaring van een gewijde dienaar van de Kerk. Het is zijn persoonlijke "product", maar het is óók het spreken van de Kerk. Dat betekent dat degene die een homilie uitspreekt een forse verantwoordelijkheid heeft om ook werkelijk het woord van de Kerk te spreken. In alle beperktheid maakt een homilie deel uit van het spreken van het Magisterium, en dat betekent dat, hoewel verre van onfeilbaar, het voor een katholiek ook niet volstrekt een kwestie is van "zie maar of je het er mee eens bent".
Tenslotte denk ik dat het goed is als je de teksten kent waarop e.e.a. aansloot:
eerste lezing
Want, zo spreekt de Heer GOD, Ik zal zelf omzien naar mijn schapen en ervoor zorgen. Zoals een herder omziet naar zijn schapen als die verdwaald zijn, zo zal Ik omzien naar mijn schapen en ze veilig terugbrengen van alle plaatsen waar ze verstrooid zijn geraakt op de dag van wolken en dichte duisternis. Ik zal zelf mijn schapen weiden en ze zelf een rustplaats wijzen – godsspraak van de Heer GOD. Het verdwaalde dier zal Ik zoeken, het verlaten dier terughalen, het gewonde dier verbinden, het zieke dier sterken, maar de vette en sterke dieren verdelgen; Ik zal ze weiden zoals het hoort.
U, mijn schapen, zo spreekt de Heer GOD, Ik ga rechtspreken tussen het ene schaap en het andere.
tweede lezing
Maar zo is het niet! Christus is opgestaan uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn. Want omdat de dood er is door een mens, is de opstanding van de doden er ook door een mens. Zoals allen sterven in Adam, zullen ook allen in Christus herleven. Maar ieder in zijn eigen rangorde: als eersteling Christus, vervolgens, bij zijn komst, zij die Christus toebehoren. Daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader zal overdragen, na alle heerschappij en macht en kracht te hebben onttroond. Want Hij moet het koningschap uitoefenen, tot Hij zijn voet heeft gezet op al zijn vijanden. En de laatste vijand die uitgeschakeld wordt, is de dood. En wanneer alles aan Hem onderworpen is, dan zal ook de Zoon zelf zich onderwerpen aan degene die alles aan Hem onderwierp. Zo zal God alles in alles zijn.
Evangelie
Wanneer de Mensenzoon komt, bekleed met zijn heerlijkheid en rondom Hem alle engelen, dan zal Hij plaatsnemen op de troon van zijn heerlijkheid. Alle volkeren zullen vóór Hem bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. De schapen zal Hij aan zijn rechterhand opstellen, de bokken aan zijn linkerhand. Dan zal de koning tegen hen die aan zijn rechterhand staan zeggen: “Kom, gezegenden van mijn Vader, neem het koninkrijk in bezit dat vanaf het begin van de schepping voor jullie klaar ligt. Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen. Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.” Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? Wanneer hebben we U als vreemdeling gezien en U opgenomen, of naakt en hebben we U gekleed? Wanneer hebben we U ziek of in de gevangenis gezien en zijn we naar U toe gekomen?” De koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” Dan zal Hij zich ook richten tot hen die aan zijn linkerhand staan en tegen hen zal Hij zeggen: “Ga weg van Mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen. Want Ik had honger en jullie hebben Me niet te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me niet te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me niet opgenomen, Ik was naakt en jullie hebben Me niet gekleed, Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie hebben niet naar Me omgezien.” Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis en hebben we U niet geholpen?” Dan zal Hij hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je niet voor één van deze minsten hebt gedaan, heb je ook niet voor Mij gedaan.” Zij zullen naar de eeuwige straf gaan, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.’
de homilie die ik daarbij vanmorgen in mijn thuisparochie heb uitgesproken was niet gelijk aan de navolgende tekst, maar was daar wel op gebaseerd:
Christus, koning van het heelal. Dat vieren we vandaag, Christus albeheerser. Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde, zegt de Heer. En met die macht oordeelt hij ons allen. In het Evangelie horen we hoe Hij ons zal oordelen, aan het einde der tijden. Op basis van wat we gedaan hebben in ons leven zullen we gescheiden worden. Aan zijn rechterhand komen de mensen die de wil van de Vader gedaan hebben. Aan de linkerkant komen de mensen die niet de wil van de Vader gedaan hebben. En niemand zal weten waarom hij links of rechts wordt ingedeeld.
Zij die het koninkrijk binnen gaan vragen zich af “maar wanneer hebben we dan goede dingen gedaan voor Christus?” En zij die het eeuwige vuur in gaan vragen zich af “maar wanneer hebben we Christus dan niet gezien, wanneer zagen we zijn nood over het hoofd?“
Jezus is gekomen om te dienen, niet om gediend te worden. En juist daarom is zijn oordeel op het einde zo hard. Er is geen beloning voor wie Hem wilde dienen vanwege zijn macht, vanwege zijn koningschap. Er is beloning voor wie Hem werkelijk gediend heeft. Voor wie begrepen heeft dat we Jezus dienen, door de minste onder de mensen te dienen.
Maar toch, is dat dan de goede boodschap van het Evangelie? Wie goede dingen doet gaat naar de hemel, wie geen goede dingen doet gaat naar de hel? Als dat alles is, dan is dat natuurlijk heel mooi voor mensen die zich inspannen om goed te doen. Maar dáár hoefde Jezus toch geen mens voor te worden? Daarvoor hoefde de koning van het heelal zicht toch niet te laten bespotten, martelen en vermoorden aan het kruis?
Sinds Mozes de tien geboden ontving weten we al hoe we ons dienen te gedragen in Gods ogen. Als Jezus niet meer kwam vertellen dan dat we goed moeten doen voor onze naasten, waarom vieren we dan de Eucharistie?
Enige dagen geleden kopte het van huis uit streng gereformeerde Nederlands Dagblad: Paus zegt Luther na: sola fide. Ook andere media gaven het bericht door. De paus had verklaard dat Luther indertijd gelijk had. Mensen die geloven gaan naar de hemel, en mensen die niet geloven niet. Niet wat je gedaan hebt, niet hoe je geleefd hebt heeft betekenis. Alleen geloof.
Als dat klopt, valt wel te begrijpen waarom Jezus mens moest worden. Hij heeft onze zonden gedragen en aan het kruis zichzelf als offer gegeven. Wij kunnen ons als het ware bij dat offer aansluiten in ons geloof. Maar het is niet het hele verhaal. De woorden van vandaag kunnen we niet negeren: Er is geen beloning voor wie Hem wilde dienen vanwege zijn macht, vanwege zijn koningschap. Er is beloning voor wie Hem werkelijk gediend heeft. Voor wie begrepen heeft dat we Jezus dienen, door de minste onder de mensen te dienen.
Wie de woorden van de paus zelf leest, en niet de weergave van Nederlandse journalisten, ziet dat sprake is van evenwicht. Een evenwicht dat we ook in de Schriftlezingen van vandaag kunnen vinden.
Ja, aan het einde zal Jezus ons oordelen. Loon naar werken. Wie Christus gezien heeft in de minste onder de mensen zal beloond worden. Wie Christus niet gezien heeft, wie geen liefde voor de minste onder de mensen heeft getoond, zal buiten geworpen worden. Maar aan dat oordeel is iets wezenlijks vooraf gegaan. Jezus, de herder, is in de wereld gekomen om zijn verloren schapen te zoeken. Zonder de herder kunnen wij niets. Met de herder kunnen we ook de minste onder de mensen als naaste lief hebben.
Goede daden zonder geloof zijn ondenkbaar. Wie zijn naaste lief heeft, toont alleen al daarmee geloof in Christus. En geloof dat zich niet uit in daden van liefde voor anderen is een dood geloof. Het betekent niets, en het zal niemand helpen voor de hoogste rechterstoel.
Dat is de boodschap van de Schrift, dat is de boodschap van de Kerk in alle eeuwen, en dat is ook de boodschap van de paus: Jezus zoekt ons. Als wij in geloof antwoorden doen we dat door liefde te tonen. In dat geloof en in die liefde is onze hoop voor de eeuwigheid.