Om nog even te reageren op de Kerk en heilg.
Hebben wij niet allen de geloofsbelijdenis waarin oa deze zin in voorkomt (of een zelfde zin lichtelijk aangepast); 'Ik geloof in de heilige, katholieke kerk'.
In de catechismus van de katholieke Kerk staat hierover;
DEEL I: DE GELOOFSBELIJDENIS
TWEEDE SECTIE : DE BELIJDENIS VAN HET CHRISTELIJK GELOOF DE GELOOFSBELIJDENISSEN
DERDE HOOFDSTUK: Ik geloof in de heilige Geest
ARTIKEL 9: 'Ik geloof in de heilige, katholieke kerk'
PARAGRAAF 3: De kerk is één, heilig, katholiek en apostolisch
II. De kerk is heilig
823
'De kerk bezit, naar wij geloven, een onvergankelijke heiligheid. Christus, de Zoon van God, die samen met de Vader en de Geest met de woorden 'Gij alleen zijt de Heilige' gehuldigd wordt, heeft de kerk als zijn bruid bemind en zichzelf voor haar overgeleverd om haar te heiligen. Hij heeft haar met zichzelf als met zijn lichaam verenigd en haar met de gave van de heilige Geest tot verheerlijking van God overladen'. De kerk is dus 'het heilig volk van God' en haar leden worden 'heiligen' genoemd.
824
De kerk, verenigd met Christus, wordt door Hem geheiligd; door Hem en in Hem wordt zij ook heiligend. 'Het doel van alle werken van de kerk is heiliging van de mensen in Christus en de verheerlijking van God'. In de kerk is dus 'de volheid van de heilsmiddelen' aanwezig. In haar 'verwerven wij door Gods genade de heiligheid'.
825
'Reeds hier op aarde is de kerk getooid met een werkelijke, zij het ook onvolmaakte, heiligheid'. In haar leden moet de volmaakte heiligheid nog verworven worden: 'Met zo talrijke en zo belangrijke heilsmiddelen toegerust worden alle gelovigen van iedere staat en stand, elk langs zijn eigen weg, door de Heer geroepen tot een volmaakte heiligheid, die niets anders is dan de volmaaktheid van de Vader zelf'.
826
De liefde is de ziel van de heiligheid waartoe allen zijn geroepen: 'Zij stuurt alle heilsmiddelen, bezielt ze en leidt ze naar hun doel':
864
Ik begreep dat, als de kerk een lichaam is dat uit verschillende ledematen is samengesteld, het noodzakelijkste en edelste lid haar niet kan ontbreken; ik begreep dat de kerk een hart bezat, en dat dit hart brandde van liefde. Ik begreep dat alleen de liefde de leden van de kerk tot handelen aanzette, en dat, als het vuur van de liefde gedoofd zou worden, de apostelen zouden ophouden het evangelie te verkondigen, de martelaren zouden weigeren hun bloed te vergieten. Ik begreep dat de liefde alle roepingen insloot, dat de liefde alles was, dat zij alle tijden en alle plaatsen omvatte, in één woord: dat zij eeuwig is!
827
'Terwijl Christus echter 'heilig, schuldeloos en onbesmet is, geen zonde heeft gekend, maar alleen de zonden van het volk kwam uitboeten, heeft de kerk zondaars in haar midden; zij is tegelijkertijd heilig en tot uitzuivering geroepen en streeft voortdurend boetedoening en vernieuwing na'. Alle leden van de kerk, met inbegrip van haar bedienaren, moeten erkennen dat zij zondaars zijn. In allen bevindt het onkruid van de zonde zich nog onder de tarwe van het evangelie, tot het einde der tijden.3 De kerk brengt dus zondaars bijeen die door het heil van Christus gegrepen zijn, maar die nog altijd op weg zijn naar heiliging.
De kerk is dus heilig, ook al bergt zij in haar schoot zondaars; want zelf kent zij geen enkel ander leven dan dat van de genade; als haar leden waarlijk hierdoor gevoed worden, dan worden zij hierdoor geheiligd; als zij zich hieraan echter onttrekken, dan vervallen zij tot zonden en lopen zij een bezoedeling van de ziel op die haar heiligheid belemmert. Daarom lijdt de kerk onder deze zonden en doet zij boete hiervoor, terwijl ze tegelijkertijd de macht heeft haar kinderen door het bloed van Christus en de gave van de heilige Geest hiervan te bevrijden.
828
Door sommige gelovigen heilig te verklaren, d.w.z. door plechtig af te kondigen dat deze gelovigen op heldhaftige wijze de deugden hebben beoefend en geleefd hebben in trouw aan Gods genade, erkent de kerk de kracht van de Geest van heiligheid die in haar is, en door hen als voorbeelden en voorsprekers te geven aan de gelovigen ondersteunt zij hun hoop. 'De mannelijke en vrouwelijke heiligen zijn altijd bron en oorsprong van vernieuwing geweest op de moeilijkste ogenblikken in de geschiedenis van de kerk'. Immers, 'de heiligheid is de geheime bron en de onfeilbare maatstaf van haar apostolische werkzaamheid en haar missionaire bezieling'.
829
'Terwijl de kerk in de allerheiligste Maagd de volmaaktheid reeds heeft bereikt, waardoor zij zonder vlek of rimpel is, streven de gelovigen er nog steeds naar de zonde te overwinnen en in heiligheid te groeien; daarom slaan zij hun ogen op naar Maria': in haar is de kerk reeds de volmaakt heilige.
Inclusief verwijzingen terug te lezen op;
http://www.stvitus.nl/KKK/