Eens even weer verder met dit topic.
Een gedeelte waar we al wat over hebben gezegd met z'n allen en ook een stukje wat volgens mij nog niet zo aan bod is gekomen.
quote:
Johannes 1
vers 11 Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen.
12 Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven; 13 die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn.
Johannes schrijft in vers 11 in de voltooide tijd: de zijnen hebben Hem niet aangenomen.
Dit evangelie begint als het ware als een terugblik; het is aan het eind van de eerste eeuw geschreven en de tempel was al verwoest - God heeft het Joodse volk (tijdelijk) terzijde gesteld.
Dit was m.i. het gevolg van wat we lezen in
vers 11a:
Hij kwam tot het zijneJezus kwam in eerste instantie voor het Joodse volk, dit zie je duidelijk als je begint te lezen in het evangelie van Mattheus. Hij wordt aangekondigd als de koning der Joden, voor het Joodse volk.
Johannes bekijkt dit hier als in vogelvlucht en zegt er gelijk achteraan:
vers 11b:
en de zijnen hebben Hem niet aangenomenHet Joodse volk als geheel heeft Jezus niet aanvaard als de Messias, ze wilden niet dat Hij koning over hen werd.
En Jezus geeft dan uiteindelijk ook aan in bv
quote:
Matt 23
37 Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild. 38 Zie, uw huis wordt aan u overgelaten. 39 Want Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien, totdat gij zegt:
Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren!
24: 1 En Jezus ging de tempel uit en vertrok. En zijn discipelen kwamen tot Hem om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. 2 En Hij antwoordde en zeide tot hen: Ziet gij dit alles niet? Voorwaar, Ik zeg u, er zal hier geen steen op de andere gelaten worden, die niet zal worden weggebroken.
Dat de Joden en met name de leiders van het volk, de Farizeeen en Schriftgeleerden Zijn boodschap niet zo apricieerden, zie je in het Johannesevangelie ook duidelijk naar voren komen.
In de quote uit Matt zie je eerst dat Jezus weent over Jerzualem dat ze niet wilden luisteren toen Hij hen bij zich wilde nemen zoals een hen haar kuikens. Hij zegt dat zij verblind zullen worden en hun huis (van Israel) aan hen wordt overgelaten. Dan volgt er een 'totdat' en is een belangrijk woordje waarna er een belangrijke mededeling volgt voor de toekomst.
Jezus verlaat de tempel en dit heeft een diepere betekenis als je het leest in het licht van de voorgaande verzen.
Hij vertelt zijn dicipelen dat er geen steen op de andere gelaten zal worden.
Dit alles is al achter de rug als Johannes zijn evangelie gaat schrijven. En Johannes zegt daarom in de voltooide tijd dat de zijnen hem niet hebben aangenomen.
Hij vervolgt onmiddelijk:
quote:
vers 12: Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven;
Het is niet zo dat niemand Hem heeft aangenomen, de zijnen wilden niet, maar allen die het
wel hebben gedaan, hebben macht gelregen om kinderen van God te worden. Degenen die uit God geboren zijn wat in Johannes 3 uitgebreid aan de orde zal komen als we een Farizeeer naar Jezus zien gaan om Hem belangrijke vragen te stellen.
Johannes duikt wat dat betreft direct in het diepe: als je uit God geboren bent, ben je een kind van God.

Dit gegeven dat Israel Hem niet heeft aanvaard als Messias en anderen nu het heil ontvangen zie je m.i. op allerlei manieren in de bijbel terugkomen.
Een voorbeeldje:
De gelijkenis van de onrechtvaardige pachters in Matt 21.
De heer des huizes stuurde zijn slaven naar de pachters om de vruchten in ontvangst te nemen, maar zonder succes.
De heer des huizes stuurde uiteindelijk zijn zoon met de gedachte dat Hij wel ontzien zou worden. Maar de zoon wordt gedood. (Zoals de God van Israel zijn profeten naar het volk stuurde - en uiteindelijk stuurde Hij zijn zoon vergl Hebr. 1:1)
Jezus vraagt vervolgens wat de heer zal doen:
quote:
Matt 21
41 Zij zeiden tot Hem: Een kwade dood zal hij die kwaden doen sterven en de wijngaard zal hij verhuren aan andere pachters, die hem de vruchten op tijd zullen afleveren. 42 Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften:
De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden,
deze is tot een hoeksteen geworden; van de Here is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
43 Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt.
De Gemeente wordt in de brieven genoemd het geestelijke huis, waarvan Christus zelf de hoeksteen is:
quote:
1 Petr 2
4 En komt tot Hem, de levende steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar, 5 en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus. 6 Daarom staat er in een schriftwoord:
Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op hem zijn geloof bouwt zal niet beschaamd uitkomen.
7 U dan, die gelooft, geldt dit kostbare, maar voor de ongelovigen geldt: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is geworden tot een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots der ergernis, 8 voor hen, die zich daaraan, in hun ongehoorzaamheid aan het woord, stoten
Andere schriftplaatsen waar dit naar voren komt: Handelingen 4 en Efeze 2.
Deze gelovigen, zijn de'kinderen Gods' waar Johannes het over heeft in vers 12. De mensen die hun geloof bouwen op Jezus Christus.
Door dat geloof zijn ze uit God geboren zoals het volgende vers zegt:
quote:
hun, die in zijn naam geloven;
13 die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn.
Er ligt een verband tussen geloven in de Naam van Jezus en uit God geboren zijn.
De Naam is niet alleen een woord, maar de betekenis van die Naam is ook de kracht van die Naam.
Voor de naam Jezus zien we dat in
quote:
Matt 1
21 Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden.
[...]
men zal Hem de naam Immanuël geven, hetgeen betekent: God met ons.
quote:
Lucas 1:
en gij zult Hem de naam Jezus geven. 32 Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, 33 en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen.
[...]
De heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden.
Dit zijn al heel wat benamingen die inhoud geven aan alles wat Jezus is.
In Handelingen lezen we daarom ook:
quote:
Hand 4
12 En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden.
Dit gedeelte van Johannes 1 vers 12-13 sluit geheel aan bij het laatste vers van dit bijbelboek wat het doel van dit evangelie beschrijft:
quote:
31 maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam