quote:
Het spreken in tongen/talen in 1 Kor 14 (het woord klanktaal is inlegkunde om zo een geforceerd onderscheid te maken in 'bestaande talen' zoals in hand 2, en hier dan 'klanktaal', terwijl de grondtekst hier geen aanleiding voor geeft)
is een teken voor de ongelovigejn, en wel voor de ongelovige Joden die het heil niet hadden aangenomen. Als gevolg van hun afwijzing is het heil
naar de volken gegaan en horen zij in hun taal spreken van de grote daden Gods.
En wat hoorden de Joden? Het oordeel dat het heil van hun was weggenomen en gegeven werd aan een volk (uit de volken) dat de vruchten er van zou opbrengen.
Het horen van de verkondiging van het heil in andere talen dan hun taal (die tot die tijd exclusief verbonden was met de woorden Gods) was voor hen een teken en oordeel dat God hen terzijde had geschoven vanwege hun ongeloof.
quote:
In 1 Kor. 14 is de klanktaal een teken voor de ongelovigen. Om ze te bestraffen en boos te maken? Het is voor mij niet zo duidelijk als voor de heer Rendal.
Ik hoop dat mijn opmerking hierboven al wat heeft duidelijk gemaakt.

Deze link dat het een teken voor ongelovigen (en wel Joden) is, wordt niet zomaar gelegd, maar wordt door Paulus zelf gegeven in 1 Kor 14, en wel in vers
quote:
21 In de wet staat geschreven: Door lieden van een andere taal en door lippen van vreemden zal Ik tot dit volk spreken, en toch zullen zij naar Mij niet luisteren, zegt de Here.
22 Derhalve zijn de tongen een teken niet voor hen, die geloven, maar voor de ongelovigen; de profetie echter is niet voor de ongelovigen, maar voor hen, die geloven.
De aanhaling uit de wet staat in:
quote:
Deut. 28: 49
De HERE zal tegen u doen aanrukken een volk, dat van verre komt, van het einde der aarde, zoals een arend aanzweeft: een volk, waarvan gij de taal niet verstaat,
Jes 28: 11-13
11 Voorwaar, door mensen die een onverstaanbare taal spreken, en in een vreemde tongval zal tot dit volk spreken Hij, die tot hen gezegd heeft: 12 Dit is de rust, geeft de vermoeide rust, en dit is de verademing – maar zij wilden niet horen. 13 Zo zal voor hen het woord des HEREN zijn: wet op wet, wet op wet, eis op eis, eis op eis, hier wat, daar wat, opdat zij bij hun gaan achterwaarts struikelen en te pletter vallen, verstrikt en gevangen worden.
Hier zie je dat het horen van die voor de Joden onverstaanbare taal waarin God tot hen spreekt en hen dat als teken geeft: een oordeel van God is omdat zij niet wilden horen.
Derhalve zegt Paulus verder in vers 22, zijn tongen een teken voor ongelovigen - vanwege de aankondiging van dat oordeel van de onverstaanbare talen,in het OT. Het woorden Gods waren niet meer exclusief voor hen, zij hadden niet geloofd.
Dat is de eerste betekenis, reden, van de tongen.
quote:
In vers 25 van dat hoofdstuk lees je zelfs dat het de bedoeling is dat ongelovigen door profetie tot erkenning van de Waarheid komen.
Ik zal even vers 25 in de context quoten zodat het wat duidelijker wordt:
quote:
1 Kor 14
Door lieden van een andere taal en door lippen van vreemden zal Ik tot dit volk spreken, en toch zullen zij naar Mij niet luisteren, zegt de Here. 22 Derhalve zijn de tongen een teken niet voor hen, die geloven, maar voor de ongelovigen; de profetie echter is niet voor de ongelovigen, maar voor hen, die geloven.
23 Indien dan de gehele gemeente bijeengekomen is en allen in tongen spreken, en er komen toehoorders of ongelovigen binnen, zullen zij niet zeggen, dat gij wartaal spreekt? 24 Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of toehoorder binnen, dan wordt hij door allen weerlegd, wordt hij door allen doorgrond, 25 het verborgene van zijn hart komt aan het licht en hij zal zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden, dat God inderdaad in uw midden is.
Je ziet in dit stukje de tegensteling die Paulus schetst:
Tongen- dit volk de Joden zal er niet naar luisteren,
- het is dus een teken voor ongelovigen
- als in de gemeente men in tongen spreekt begrijpt een toehoorder/ongelovige het niet.
Profetie- hier heeft iedere aanwezige, of toevallige toehoorder er wat aan.
- de ongelovige zal onderkennen dat God er is en zal Hem aanbidden.
quote:
Het woord "tong" is in verschillende talen hetzelfde als "taal". Zelfs ook het woord "tongen van vuur". Slaan de tongen van vuur dan ook op de talen? Ik heb gezien dat er in het Engels, Duits, Frans en Farsi overal het woord "tong" gebruikt wordt en niet het woord "vlam". Dat zou er dus inderdaad op kunnen wijzen dat het met talen te maken heeft.
Het waren verschillende talen die de discipelen spraken in hand 2 (tong is hetzelfde als taal - klanktaal is helemaal niet aan de orde m.i. en al helemaal niet in de grondtekst) en als beeld werd m.i. dit gezien door vertonen van tongen (talen) als van vuur (oordeel).
Netzo als de eerste keer in de bijbel wanneer over talen wordt gesproken het ook een oordeel was, bij de spraakverwarring, is het hier een oordeel vanwege de ongelovige Joden die dit voorspeld hadden gekregen in het OT.
quote:
Je bedoelt waarschijnlijk de dubbele uitwerking van de proclamatie van Gods woord. Aannemen = redding, afwijzen = oordeel. Dit vuur verteerde niet, maar was dus een afbeelding van het oordeel.
Het vuur van de brandende braambos, wat niet verteerde, was naar mijn mening ook teken van Gods aanwezigheid. Zo zie ik ook de tongen van vuur op de hoofden in Hand. 2:3.
In het OT, bij de brandende braambos, was het natuurlijk nog zo dat het offer van Jezus nog niet had plaatsgevonden: God is een verterend vuur en dat was daar nog heel duidelijk. Dat het de braambos niet verteerde was wrs om het vuur de aanwezigheid van God was, en Hij daar was in die braambos. Als die dan zou verbranden, zou God daar ook niet meer in aanwezig kunnen zijn.
En de tongen van vuur, daaraan kon je misschien wel de aanwezigheid van de Heilige Geest die God is- uit afleiden, maar op zich is dat natuurlijk vreemd. Jezus heeft nooit zo'n tong van vuur op Zijn hoofd gehad maar de Geest kwam daar als een duif op Hem.
Dus denk ik toch dat het
niet gaat om het aangeven van de aanwezigheid van God de Heilige Geest, maar om
het oordelende teken wat zich daar manifesteerde: het spreken in tongen in aanwezigheid van de ongelovige Joden.
Je ziet in Hand. ook dat er steeds Joden bij waren als mensen in tongen gingen spreken.
quote:
God is echter een "verterend vuur" Heb.12:29. Waarom was het vuur niet verterend bij de braambos en met Pinksteren? Was het omdat het een afbeelding van het oordeel (over Egypte - over ongelovige Joden) was? Of heeft het te maken met het offer van Jezus?
Over de braambos heb ik hierboven al wat gezegd.
De tongen in handelingen 2, waren tongen
als van vuur: het zag er zo uit. Die tongen waren aanwezig boven de hoofden van de discipelen en hadden daar ook niets te verteren - om het zo te zeggen.
