quote:
rkdiak schreef op 26 augustus 2009 om 09:42:[...]
Natuurlijk niet. Je geloof is leidend, niet de Bijbel. Zou je de Bijbel "neutraal" bekijken, dan zou je een paar dingen zien, die je nu desnoods met extreem vergezochte redeneringen en met het actief negeren van feiten oplost:
- Je beschikt niet over de Bijbel. Dat wat je "de grondtekst" noemt, is de grondtekst niet. Als je geen Grieks kan lezen is het nog erger: de geroemde King James, Statenvertaling, etc. etc., zijn gebaseerd op vrij slechte middeleeuwse manuscripten en komen niet eens in de buurt van het origineel.
Hoezo zijn de teksten slecht waarop de King James is gebaseerd?
Heb je hiervoor een bron?
Idd zijn er geen origineel geschreven teksten bewaard maar dat wil niet zeggen dat het onbetrouwbaar zou zijn. De Statenvertaling is uit de grondtekst vertaald itt de Vulgata bv.
quote:
- In het proces van kopieren van manuscripten zijn fouten, weglatingen en toevoegingen gemaakt die zo drastisch zijn dat ze de kern van de boodschap van hele stukken, zelfs van hele Bijbelboeken, aantasten en veranderen.
Bron?
quote:
De bestudering van deze zaken, waarbij men dus zoekt naar nieuwtestamentische teksten in hand-schriften en in citaten bij latere schrijvers, heeft raakvlakken met een type onderzoek dat we tekst-kritiek noemen . Dit is een heel belangrijke en boeiende studietak, waarbij men op grond van be-schikbare bewijzen zo nauwkeurig mogelijk probeert vast te stellen hoe de oorspronkelijke tekst is van de geschriften die men onderzoekt. Met experimenten kan men heel eenvoudig bewijzen dat het moeilijk is een stuk tekst van enige lengte over te schrijven zonder minstens een of twee fouten te maken. Wanneer geschriften zoals die van het Nieuwe Testament duizenden malen worden gekopi-eerd en weer gekopieerd, wordt de mogelijkheid van fouten maken zo enorm groot, dat het ons ver-baast dat er niet veel meer gemaakt zijn. Gelukkig maar dat, naarmate het grote aantal handschriften het aantal overschrijffouten doet toenemen, de kans dergelijke fouten te verbeteren ook groter wordt, omdat men meer teksten heeft om onderling te vergelijken. De onzekerheid bij het zoeken naar de oorspronkelijke tekst is dus niet zo groot als men zou denken, maar zelfs opvallend klein. De verschillende lezingen waarover bij de tekstcritici van het Nieuwe Testament nog twijfel bestaat hebben geen betrekking op belangrijke historische kwesties of op het christelijk geloof.
Om te besluiten wil ik de uitspraak van Sir Frederic Kenyon citeren, een geleerde die geldt als een van de meest gezaghebbende op het gebied van oude handschriften
‘De periode tussen de tijd waarin de oorspronkelijke werken geschreven zijn en die waarin de nu nog bestaande vroegste handschriften ontstonden is zo kort dat we hem in feite kunnen verwaarlo-zen, en de laatste grond is verdwenen voor de gedachte dat de bijbelboeken niet de woorden zouden weergeven die indertijd zijn opgeschreven door de evangelisten en de apostelen. Zowel de echtheid als de zuiverheid van de tekst van de nieuwtestamentische boeken, zo mogen we zeggen, zijn voorgoed vastgesteld’
En hier een lijst van het aantal bronnen:
quote:
uit: Het ontstaan van de bijbel
De tekstbronnen
(a) Papyri
De oudste zijn de papyri, met name (P52), de Chester Beatty papyri (P45 47) en de Bodmer papyri (P66, 72, 75) (2e en 3e eeuw).
NB: oudste betekent hier niet: de betrouwbaarste.
(b) Uncialen
Uncialen zijn handschriften in grote letters, op vellum en perkament, daterend van de 4e tot de 9e eeuw, waarvan er ± 300 zijn. De Codex Sinaïticus (א), Alexandrinus

, Vaticanus (

, Ephraemi (C), Bezae of Cantabrigiensis (= van Cambridge) (D), Washingtonianus of Freerianus (W) en Koridethianus (Θ). We zouden hieraan nog uit de 6e eeuw de Codex Claromontanus (= van Clermont) (D2) kunnen toevoe¬gen, die een aanvulling op D is en net als deze zowel een Griekse als Latijnse tekst heeft en de brieven van Paulus (incl. Hebreeën) bijna compleet bevat.
(c) Minuskels
Minuskels zijn handschriften in kleine letters, en dateren uit de 9e tot 15e eeuw. Hun aantal beloopt ± 2650 aan manuscripten en ruim 2000 aan lectionaria. Enkele van de belangrijkere zijn 33 (“de koningin van de minuskels”) uit de 9e (of 10e) eeuw dat op de Openba¬ring na het hele Nieuwe Testament bevat en tot de “Alexandrijnse” groep behoort, en 81 (11e eeuw) dat o.a. een heel goede tekst van de Handelingen biedt. De “Caesareaanse” groep wordt o.a. vertegenwoor¬digd door Familie 1 (d.w.z. de familie die met minuskel 1 begint en nog enkele bevat uit de 12e 14e eeuw) en Familie 13 (twaalf minuskels te beginnen met nr. 13, uit de 11e tot 15e eeuw). De meeste minuskels behoren tot het “Byzantijnse” type.
(d) Versies
Versies zijn de antieke vertalingen van het Nieuwe Testament (= directe vertalingen uit de grondtekst). Van de Syri¬sche versies (afkorting Syr) zijn dat vooral de oud Syrische versies (bewaard in de Codex Syro Sinaïticus en de Codex Syro Curetonianus, ± 200), het Diatessaron van Tatianus (±170), de Pesjitta (± 411), en latere zoals die van bisschop Philoxenus (508), die van bisschop Thomas van Harkel (= Heraclea) (616) en de Palestijns Syrische versie (1e helft 5e eeuw).
Bij de Latijnse versies onderscheiden we de oud Latijnse (It) en de Vulgaat. De oud Latijnse versies zijn vertegenwoordigd in een Afrikaanse tekst (vooral bewaard in de Codex Bobiensis [k] uit ± 400, kennelijk gekopieerd van een 2e eeuwse papyrus, en in e en m) en een Europese tekst, bewaard in de Codex Vercellensis (code: a) (± 360) en de Codex Veronensis (b) die de grondslag vormde voor Hieronymus’ Vulgaat, die onder andere bewaard werd in de Codex Palatinus (5e eeuw), Amiatinus, Cavensis en ± 8000 (!) andere.
De Koptische versies worden naar de gebruikelijke dialecten onderscheiden in Sahidische (Sah) en latere Bohairische (Boh) versies (de laatste vooral bewaard in een Bodmer-Papyrus [III] van het Johannes-Evangelie) en nog enkele Midden-Egyptische dialecten. Daarnaast moeten o.a. de Ethiopische (Eth), Armeense (Arm), Georgische (Geo) en Gothische (Goth) versies worden vermeld.
(e) Kerkvaders
Dit zijn de bijbelcitaten van de vroege kerkvaders. Zij zijn van belang omdat zij ouder zijn dan de oudste codices, maar niet altijd betrouwbaar doordat (1) de kerkvaders soms vrij (uit het hoofd) citeerden of de tekst parafraseerden, en (2) hun geschriften de invloeden van de overlevering ondergingen. Hoe gewichtig hun aanhalingen niettemin zijn, blijkt uit het feit dat vóór het eind van de 1e eeuw al 14 van de 27 nieuwtestamentische boeken geciteerd waren (door Pseudo Barnabas en Clemens van Rome) en rond 150 n. Chr. al 24 boeken (door o.a. Ignatius, Polycarpus en Hermas). Bovendien haalden zij niet alleen alle boeken maar ook praktisch alle verzen van het Nieuwe Testament aan! Alleen al bij Irenaeus (Ir), Justinus Martyrus, Clemens van Alexandrië (Clem Alex), Cyprianus (Cyp), Tertullianus (Tert), Hippolytus en Origenes (Or) (allen vóór de 4e eeuw) vinden we tussen de 30 en 40.000 aanhalingen. Uit later eeuw kunnen we daaraan nog o.a. Athanasius (Ath), Cyrillus van Jeruzalem (Cyr Jer), Eusebius (Eus), Hieronymus en Augus¬tinus (Aug) toevoegen, die bijna alle nieuwtestamentische boeken citeerden.
(f) Lectionaria
Een bron van teksten wordt gevormd door de talloze lectionaria, leesboeken die gebruikt werden voor de godsdienstoefeningen en speciaal gekozen bijbelgedeelten bevatten. De meeste ontstonden tussen de 7e en 12e eeuw, terwijl enkele fragmenten zijn overgebleven uit de 4e tot 6e eeuw.
(g) Ostraca
Tenslotte noemen we de ostraca (potscherven), die het schrijfmateriaal van de armen vormden (zo werd een kopie van de Evangeliën gevonden op twintig 7e eeuwse ostraca; totaal zijn er een kleine 1700 bekend), en de talloze oude inscripties op muren, pilaren, munten en monumenten.
quote:
- Zowel op controleerbare feiten, op verwijzingen, op historische weergaven als op theologische visies, zijn de auteurs van de boeken van de Bijbel het radicaal met elkaar oneens. Dat geldt óók voor het NT.
Die laatste zin ben ik het al niet mee eens. De menselijke benadering zegt: de auteurs van de bijbelboeken van het NT zijn het radicaal oneens met elkaar.
Het geloof ziet dat er een samenhang is die schijnbare tegenstrijdig heden laat verdwijnen.
De bijbel is nl geen menselijk boek, maar geïnspireerd, en alles heeft zijn reden. Ook de verschillende invalshoeken van de evangeliën, van de briefschrijvers etc.
Dat geldt ook voor verschillende benaderingen van bv Koningen en Kronieken.
Verder is er nog wel meer over te zeggen. Filosofische ideen laten mensen tot bepaalde conclusies komen, zelfs als er geen grond voor zou zijn:
quote:
Omstreeks het midden van de vorige eeuw werd er door een zeer invloedrijke groep denkers heel stellig verklaard dat enkele van de belangrijke boeken van het Nieuwe Testament, o.a. de Evangeli-en en de Handelingen niet bestonden vóór de dertiger jaren van de tweede eeuw van onze jaartel-ling .
Deze conclusie was niet zozeer het gevolg van historisch onderzoek als van filosofische veronder-stellingen. Ook toen waren er al genoeg historisch bewijzen om aan te tonen hoe ongegrond deze theorieën waren, zoals Lightfoot, Tischendorf, Tregelles en anderen in hun boeken hebben duidelijk gemaakt; maar tegenwoordig zijn de beschikbare bewijzen zoveel talrijker en doorslaggevender, dat datering van de meeste nieuwtestamentische boeken in de eerste eeuw redelijkerwijs niet ontkend kan worden, wat onze filosofische vooronderstellingen ook mogen zijn.
Er zijn heel wat meer bewijzen voor de geschriften van het Nieuwe Testament dan voor veel ge-schriften van klassieke schrijvers, terwijl niemand het in zijn hoofd haalt de echtheid van die klas-sieke werken te betwijfelen. En als het Nieuwe Testament een verzameling niet-religieuze geschrif-ten was, zou hun authenticiteit algemeen als vaststaand beschouwd worden. Het is een merkwaardig feit dat historici veel eerder bereid waren de boeken van het Nieuwe Testament als betrouwbaar te accepteren dan vele theologen . Om een of andere reden zijn er mensen die een ‘heilig’ boek op zich zelf als verdacht vinden, en voor zo’n werk veel meer ondersteunende bewijsstukken willen zien dan voor een gewoon wereldlijk of heiden geschrift.
Vanuit het gezichtspunt van de historicus moeten in zulke gevallen dezelfde maatstaven gebruikt worden. Maar wij hebben er geen bezwaar tegen als sommige mensen meer bewijzen eisen voor het Nieuwe Testament dan voor andere boeken; ten eerste omdat de waarde die het Nieuwe Testament beweert te hebben voor de gehele mensheid zo absoluut is, en de persoon en het werk van de Hoofdrolspeler zo uitzonderlijk, dat we over die betrouwbaarheid zoveel zekerheid willen hebben als maar enigszins mogelijk is; en ten tweede omdat er ook inderdaad veel meer bewijzen voor het Nieuwe Testament zijn dan voor andere geschriften van vergelijkbare ouderdom.
Er bestaan ongeveer 5000 Griekse handschriften van het Nieuwe Testament, volledige en onvolle-dige.
De beste en belangrijkste gaan terug tot omstreeks het jaar 350, en de twee allerbelangrijkste daarvan zijn de Codex Vaticanus, de kostbaarste schat van de bibliotheek van het Vaticaan in Ro-me, en de bekende Codex Sinaïticus, die de Britse regering op Kerstmis 1933 voor £ 100.000 ge-kocht heeft van de Russische regering en die nu het kostbaarste bezit is van het Brits Museum. Twee andere belangrijke handschriften in Engeland zijn de Codex Alexandrinus, ook in het Brits Museum en geschreven in de vijfde eeuw, en de Codex Bezae, in de universiteitsbibliotheek van Cambridge, die geschreven is in de vijfde of zesde eeuw en de Evangeliën en de Handelingen bevat, zowel in het Grieks als in het Latijn.
quote:
Het is onmogelijk, niet omdat ik dat vind of omdat mij dat goed zou uitkomen, maar omdat het feitelijk, en wetenschappelijk méér dan uitstekend onderbouwd, onmogelijk is, te beweren dat de Bijbel zoals je die vandaag gebruikt juist en volledig Gods woord is, tenzij je daaraan toevoegt dat God nu al een kleine tweeduizend jaar bezig is de Bijbel tot stand te brengen. Maar dan was de Bijbel NIET Gods woord in de tijd van de eerste christenen.
Het probleem is m.i. dat Gods woord, Zijn openbaring dan nooit af is en over tien jaar weer een uitspraak zal komen die ervoor zorgt dat dat Gods woord door de kerk gesproken weer veranderd is.
En jij legt daar je volledige aanvaarding. Ook hier komt het dan op geloof aan,
netzo als bij andere gelovigen die de Bijbel als Gods woord nemen zonder dat eerst de kerk hier allerlei uitspraken over heeft gedaan, dat aanvaarden als van de Geest.
Jij aanvaardt uitspraken van de kerk als van de Geest.
Dat is het verschil en heb ik persoonlijk net zoveel problemen met mensen die uitspraken doen over de bijbel en daarmee Gods woord zouden uitspreken.
quote:
Anders gezegd, je kan je beweringen over de Bijbel slechts volhouden, omdat je bewust of onbewust de ogen sluit voor wat juist in protestante kring al enkele eeuwen extreem nauwkeurig wordt onderzocht en gedocumenteerd. De grondtekst is gewoon niet beschikbaar, en de reconstructie is nog verre van definitief.
Er zijn bepaalde kritici die van alles onderzoeken en uitkomen op beweringen die echter ook weer te ontkrachten zijn.
quote:
Deze informatie is al eeuwen beschikbaar, net zoals de analyse van de talloze fouten en inconsistenties van de Bijbel (los van afwijkingen van de werkelijke grondtekst dus) eenvoudig beschikbaar zijn.
In de laatste eeuw zijn er anders wel weer belangrijke vondsten gedaan die tegenspreken wat jij hier zegt:
quote:
Maar hoe anders ligt dat voor het Nieuwe Testament! Naast de twee hierboven genoemde bijzonder goede handschriften uit de vierde eeuw, de oudste van enige duizenden die we kennen, bestaan er vrij grote fragmenten van papyrusteksten van de nieuwtestamentische boeken die nog 100 tot 200 jaar ouder zijn. De Chester Beatty bijbelpapyri waarvan het bestaan bekend werd in 1931, bevatten delen van elf papyruscodices, en drie daarvan geven de meeste van de geschriften van het Nieuwe Testament weer. Eén er van, met de vier Evangeliën en de Handelingen, behoort tot de eerste helft van de derde eeuw; een tweede, waarin Paulus’ brieven aan de kerken en de brief aan de Hebreeën, is in het begin van de derde eeuw overgeschreven; en de derde, die de Openbaring bevat, stamt uit de tweede helft van die zelfde eeuw.
Een meer recente ontdekking bestaat uit een paar papyrusfragmenten die door experts in de papyro-logie geplaatst worden in het jaar 150 of ouder, en gepubliceerd zijn in Fragments of an Unknown Gospel and other Early Christian Papyri, door H. I. Bell en T. C. Skeat (1935). Sommigen menen dat deze fragmenten gedeelten bevatten van een vijfde evangelie dat sterke verwantschap vertoont met de vier officiële; maar veel waarschijnlijker is de gedachte die is weergegeven in The Times Literary Supplement van 25 april ‘dat deze fragmenten zijn geschreven door iemand die de vier Evangeliën vóór zich had en ze goed kende; dat ze niet bedoeld waren als een zelfstandig evangelie; maar parafrases waren van de verhalen en de verdere inhoud van de Evangeliën, bestemd voor ver-klaring en onderricht, een handboek om de mensen de evangelieverhalen te leren’.
Nog ouder is een fragment van een papyruscodex die Johannes18:31-33,37 e.v. bevat, nu in de John Rylands Bibliotheek in Manchester, en die op paleografische gronden wordt gedateerd in 130 n.C. Hieruit volgt dat het jongste van de vier Evangeliën, dat volgens de traditie in Efeze is geschreven tussen de jaren 90 en 100, in Egypte bekend was minder dan veertig jaar nadat het was ontstaan (als ten minste deze papyrus, wat heel waarschijnlijk is, geschreven is in Egypte, waar hij in 1917 werd gevonden). Dit papyrusfragment is dus een halve eeuw ouder dan alle andere bestaande fragmenten van het Nieuwe Testament .
Een papyrus-handschrift dat kortere geleden ontdekt is en niet zo oud als de Rylands-papyrus, maar in een veel en veel betere conditie, is de Papyrus Bodmer II, waarvan de ontdekking in 1956 bekend is gemaakt door de Bodmer Bibliotheek in Genève; het is geschreven omstreeks 200 en bevat de eerste veertien hoofdstukken van het Johannes-Evangelie met slechts één onderbreking (van twee-entwintig verzen) en grote stukken van de laatste zeven hoofdstukken .
quote:
Als je daarin echt interesse zou hebben, zou je dat kinderlijk eenvoudig kunnen vinden. Ik heb geen enkele interesse in de energieverspilling van overschrijven van voorbeeld, die jij toch niet wil zien.
Een linkje plaatsen is anders kinderlijk eenvoudig.
Zo vond ik een link van die B. Ehrman die je aanhaalde.
Er werd dankbaar gebruik van gemaakt op een islamitisch forum, en die islamieten zijn echt niet bezig met alleen SS-gelovigen te bekritiseren. Nee, de Bijbel en in het verlengde daarvan Jezus Christus wordt naar beneden gehaald en vereenvoudigd, van Zijn goddelijkheid ontdaan. Doet Erhman dat nog niet, zullen zij zeker niet de goodelijkheid van hem aanvaarden...
http://www.islamcity.nl/forum/showthread.php?t=5670Grappig is dan dat er ingrepen zouden zijn geweest mbt de positie van de vrouw.
Er is ook wel eens precies andersom geredeneerd en zei men dat een geeelte niet in de bijbel hoorde vanwege de inhoud, maar hoort het er wel in.
Dat is nu ook net een van de redenen dat het verhaal van de overspelige vrouw werd weggelaten door bepaalde overschrijvers, of niet werd erkend. Hoe kon Jezus 'zomaar' een overspelige vrouw vergeven? Dat was toch een verschrikkelijk zonde?
Hier kom ik nog op terug.
quote:
Overigens, ik gun iedereen een geloof dat inconsistent is en gebaseerd is op het negeren van de waarheid. Ik heb alleen geen zin in een discussie die toch op niets uitloopt.
'De waarheid' valt nog wel over te twisten. Maar goed, jij bent er van overtuigd.
Maar elkaar in de waarde laten, betekent ook dat je respecteert dat een ander er anders over denkt.
Dat een ander dan een geloof heeft j.i. wat 'inconsistent is en gebaseerd op het negeren van de waarheid' vind ik in een discussie nogal vreemd overkomen, zeker als je geen bronnen geeft en dat ook niet wil.
Er zijn netzoveel bronnen die het tegendeel bewijzen en is het maar: waarvoor
wil je kiezen.
Jij kiest dan voor kerkleiders die Gods woord spreken en zo de Bijbel waarheid laten worden.
Verder vind ik het dan weer niet zo geloofwaardig dat de Kerk wel gebruik maakt van een boek wat zo slecht in elkaar zit dat we niet eens weten wat echt is en niet echt is eraan. Er is dan nogal aangerommeld eigenlijk. Maar daar kan zij dan wel weer ware uitspraken over doen en Gods woord spreken, met dit als basis.
Van de echtheid van klassieke werken ligt anders niemand wakker. Een vergelijking:
quote:
Misschien wordt het duidelijker hoe betrouwbaar het Nieuwe Testament is als we kijken wat voor handschriften er zijn van andere oude historische werken. Van Caesar’s De Bello Gallico (geschre-ven tussen 58 en 50 v.C.) bestaan verschillende handschriften, maar niet meer dan negen of tien hiervan zijn goed en het oudste is van een 900 jaar na Caesar’s tijd. Van de 142 boeken van de Ro-meinse Geschiedenis van Livius (59 v.C.-17 n.C.) zijn er nog maar vijfendertig over; deze kennen we uit niet meer dan twintig handschriften van enig belang, waarvan er slechts één, met fragmenten uit boek III-IV, uit de vierde eeuw stamt, de rest is jonger. Van de veertien boeken van de Historiae van Tacitus (circa 100 n.C.) bestaan er nog slechts vier en een half; van de zestien boeken van zijn Annales zijn er nog tien volledig en twee gedeeltelijk over. De tekst van die nog bestaande delen van zijn twee grote historische werken berust helemaal op twee handschriften, een uit de negende en een uit de elfde eeuw. De bestaande handschriften van zijn minder belangrijke werken Dialogus de Oratoribus, Agricola, Germania berusten allemaal op een codex van de tiende eeuw. Het boek Historia van Thucydides (circa 460-400 v.C.) kennen we uit acht handschriften, waarvan de oudste dateert van omstreeks 900 n.C. en enkele papyrusfragmenten uit de tijd rond het begin van onze jaartelling. Hetzelfde geldt voor de Historia van Herodotus (488-428 v.C.).
Toch zou geen enkele classicus luisteren als iemand beweerde dat hij aan de echtheid van Herodotus of Thucydides twijfelde omdat de oudste handschriften die van enig nut zijn voor ons meer dan 1300 jaar jonger zijn dan de originele werken.
(indien niet anders vermeld: citaten van Bruce F.F.)