Er wordt gesteld:
quote:
Hendrik-NG:
Jesaja spreekt hier over een persoon, door de Heer gezalfd. Hij spreekt niet over zichzelf (profeet) maar over een andere persoon. Een koning of hogepriester, want een messias – gezalfde (“only kings and high priests were actually anointed (Rashi, Kimchi)” – Soncino Books of the Bible, Isaiah; waarbij ik de in de voetnoot voorgestelde suggestie niet over neem om deze zalving maar figuurlijk op te vatten – omdat de tekst op de profeet zou slaan – en niet letterlijk te nemen, zoals ik nu doe) .
Duidelijk is dat Kimchi en Rasji worden aangehaald als autoriteit om te laten zien dat alleen koningen en hogepriesters daadwerkelijk werden gezalfd ('
want ... "only kings and high priests were actually anointed" (
Rashi,
Kimchi)...'). Let wel: er wordt naast het aanhalen van de Rabbijnse autoriteiten Kimchi en Rasji verder nergens ook maar enig argument gegeven voor de stelling dat "only kings and high priests were actually anointed."
Hier is een link naar het originele commentaar van Kimchi en Rasji op de betreffende passage (Jesaja 61:1-2) welke ik heb gekopieerd en ge-upload:
klik hier.
En hier is de vertaling van Kimchi:
"-
De geest van Adonaj HaSjem was op mij: De
profeet verklaart dat de goede dingen welke hij al heeft verkondigd, alsmede welke hij nog zal verkondigen, het resultaat zijn van profetie die God op hem heeft doen rusten, en dat God hem heeft gezonden om te vertellen dat er inderdaad een lange ballingschap zal zijn, maar dat zij de troost zullen vinden die geschreven zijn in zijn boek. Ze zouden niet moeten wanhopen m.b.t. de bevrijding want God heeft hem gezonden om deze troostgevingen te verwoorden en om ze te vatten in de Schrift: om bevrijding aan de ballingen te verkondigen, de vernederden die gebroken zijn van hart, want zij lijden in de ballingschap voor God's doel. Indien zij zich scheiden van God's wetten en Zijn eenheid, kunnen ze assimileren binnen de andere volken die hen omringen om te worden zoals zij.
HaSjem heeft me gezalfd: HaSjem heeft mij aangesteld en verhoogd om Zijn boodschapper te zijn om goede tijden aan te kondigen aan de nederigen. We vinden dezelfde term in 1 Koningen 19:15-16, waar HaSjem tegen Eliah zegt: "... en zalf Haza’el om koning te zijn over Aram, en Jehoe ben Nimsji zul je zalven als koning van Israel, en
Elisja ben Sjafat uit Avel Melolah zul je zalven (timsjach) om profeet te zijn in jouw plaats." De aanstelling van koningen gebeurt doorgaans via zalving; ook andere aanstellingen vallen onder de noemer "m.sj.ch." De profeet zegt "de geest van HaSjem was op me, omdat God me heeft gezalfd." Aangezien het mogelijk is om de gave van profetie te bezitten zonder aangesteld te zijn te profeteren over goede tijden aan de mensen, verkondigt hij dat God hem de gave van profetie heeft geschonken om dit goede nieuws te brengen..."
(Verder deelt de RaDaK (David Kimchi) de etymologie van Rasji in verband met de uitdrukking "פקח-קוח" als "open" (van פקח) en "gevangenschap [ballingschap]" (van קוח) vanaf de stam לקח (= "nemen"): de balling/gevangene was in gevangenschap/ballinschap genomen. Dit wordt ook zo vertaald door Rabbi Josef Kimchi.
Ibn Ezra, Ibn Ganah, Menachem en Rabbejnoe Hananel vertalen het als 1 woord: פקחקוח, waardoor het betekent "het openen van de gevangenis." En zo meer. Ook relevant is dat Kimchi niet uitsluit dat het over de messias kan gaan, maar geeft de messiaanse interpretatie als een secundaire optie).
Rasji's commentaar op het vers is zeer bondig en zegt slechts:
"-
...omdat HaSjem me heeft gezalfd: deze zalving is niets anders dan een uitdrukking van edelmoedigheid en grootheid.
-
...om vrijheid te verkondigen aan de gevangenen: d.w.z. het
brengen van de berichten over bevrijding voor hen."
-
... bevrijden uit gevangenschap: "pekach-koach" openen van hun gevangenis en hun gevangenschap en het vrijlaten van hen."
Dat zijn de commentaren van Kimchi en Rasji.
Nergens geven Rasji of Kimchi aan dat deze zalving maar figuurlijk op moet worden gevat
omdat de tekst op de profeet zou slaan.
Zowel de T'NaCh zelf, als Kimchi, als Rasji maken allen duidelijk dat de stam "masjach" (gezalfd) ook wordt toegepast op profeten. Kimchi verheldert dit verder met een letterlijke verwijzing naar 1 Koningen 19:16 waar Elisja als de gezalfde in kwestie wordt bepaald (... we-et Eliesja ben Sjafat me-avel mecholah
timsjach leNasie... {"...en Eliesja ben Sjafat uit Avel Mecholah
zul je zalven als profeet..."}). En in zijn commentaar op Psalm 105:15 is Kimchi even zo duidelijk. Ook Rasji zegt dit impliciet op Psalm 105:15 i.v.m. Genesis 20:7 en Tanchoemah Vajera 25.
Dus de autoriteit van Rasji en Kimchi wordt aangehaald als ENIG argument voor de stelling dat de gezalfde niet de profeet Jesaja kan zijn, terwijl de
zelfde Kimchi en Rasji stellen dat de gezalfde de profeet Jesaja is! In de Soncino staat zelfs letterlijk op dezelfde plaats waar je citaat vandaan komt: "
The prophet announces his mission as herald (Targum, Ibn Ezra,
Kimchi)" En evenmin wordt in de Soncino aangegeven dat deze zalving maar figuurlijk op moet worden gevat
omdat de tekst op de profeet zou slaan.
Het is voor mij erg moeilijk voor te stellen dat het toeval is dat iemand argumentloos de autoriteit van Kimchi en Rasji aanhaalt ter ondersteuning van een argument dat in werkelijkheid juist helder door Kimchi wordt
tegengsproken en allerminst door Rasji wordt ondersteund. Ik vind dit een heel ernstige zaak, omdat een vals beroep op autoriteiten wordt gedaan om een stelling te ondersteunen in een discussie.
Ter verduidelijking:Je zegt: "
Jesaja ... spreekt niet over zichzelf (profeet) maar over een andere persoon. Een koning of hogepriester, want … "only kings and high priests were actually anointed (Rashi, Kimchi)"."
Kimchi: "
[Jesaja] de profeet verklaart dat de goede dingen welke hij al heeft verkondigd, alsmede welke hij nog zal verkondigen, ..."