quote:
Chaveriem schreef op 30 april 2010 om 03:58:Waar het mij om ging: De betekenis van het wordt naaste. Het woord naaste betekent (Tenach) stam- of volksgenoot.
Je kunt citeren wat je wil, maar dit isn nu eenmaal de betekenis van het woord. Jij zelf hebt ergens terug geroepen dat God niet verandert, dus trek de lijn dan ook gewoon door. Dit i.c.m. de achtergrond van de Samaritanen, maakt hen een volksgenoot van Juda. niet meer niet minder.
ik heb er geen problemen mee dat iemand iedereen op de hele wereld wil lief hebben als zichzelf, vooral doen, kan de wereld alleen maar beter op worden, maar het is niet de betekenis van het woord naaste...
Taal geeft betekenis aan begrippen binnen een context. Als begrippen dan een basisbetekenis hebben of een visueel beeld gebruiken, dan blijft dat beeld de betekenis voeden, ook in gebruik voor andere omstandigheden. Naaste is geplaatst naast en niet ver weg. De wetten van Mozes herhalen het woord naaste voortdurend. Is naaste dan volksgenoot? Nee, dat hoeft niet, zie ex. 11:2 waar Egyptenaren aangeduid worden als naasten. Het is de context die doet opmerken dat het praktisch om volksgenoten gaat. Wil dat zeggen dat tegenover wie niet naastbij is de wetten van Mozes niet gelden? Nee, niet per definitie.
Maar van de andere kant is naaste ook niet iedereen. Immers, dan heeft het woord naaste geen betekenis meer! Heb uw vijanden lief, wordt ergens geschreven. Maar ook: heb uw naaste lief als uzelf. Daarin ligt per definitie besloten dat er iets van een specifieke betekenis toegekend moet worden aan het begrip naaste. Maar dat begrip wordt vertroebeld doordat wij Jezus neerzetten als liefde-betoner juist ook aan hen die Hem aanvielen. En wij zijn zijn navolgers. Daarom is toch wel van belang om iets van preciesheid toe te passen.
quote:
DiscriminatieIedereen discrimineert. Niet discrimineren is onzin. Het “discriminatie”-begrip gaat erover dat iedereen gelijk is VOOR DE WET !!! De nederlandse wet maakt geen onderscheid. De mensen wel.
Als iemand trouwt discrimineert hij. Als iemand een hulp of werknemer of partner zoekt dan discrimineert hij. Als iemand een vriend zoekt dan discrimineert hij. Als iemand familiehoudend is discrimineert hij. Als het slachtoffer meer van de Samaritaan houdt dan van de priester en de leviet discrimineert hij. Maar Natuurlijk!
Niet discrimineren is niet alleen onzin, maar ook moreel verwerpelijk. WANT discrimineren is onderscheid maken. Dat onderscheid moreel niet willen maken is een hele reeks van morele, en ethische, en sociale plichten en wenselijkheden overboord zetten.
God discrimineert. We noemen het in concrete omstandigheden wel verkiezing of verbond. Verkiezing is een keuze maken, en daar dan vervolgens niet meer van afwijken. Maar dat is geen blinde keuze vanuit het niets. Verkiezing is het vervolgtraject of een uitvloeisel van de liefde. Verkiezing is consequenties nemen uit gemaakte keuzes. Verkiezing is ook inhoud geven aan de gedachte dat wat God samenvoegt in geen enkele tijd meer gescheiden zal worden; dat God de liefde van de mens volgt tot in het duizendste geslacht, en in het concrete geval van Abraham ook bevestigt met een officieel verdrag.
Maar dat schept de basis, niet het eindstation. Het verbond heeft twee delen. Want "Jacob heb ik liefgehad en Ezau heb ik gehaat." Prachtig voorbeeld hoe het systeem werkt. Beiden, zowel Jacob als Ezau zijn verbondskinderen. Beiden zijn verkozen door God. En beiden zullen ook deelachtig worden het geluk dat God hen volgt en in het werkt. Maar dat wil niet zeggen dat beiden goed terecht zullen komen. Dus twee zijn er in het verbond en een kan aangenomen worden en de ander kan verworpen worden. En dat is de tweede norm van de discriminatie: de liefde. God discrimineert naar liefde voor Hem; hier is het dat Piebe tot de nuchtere vaststelling komt dat in wezen iedereen voor God gelijk is en beoordeeld wordt op de liefde. Dat is niet een nieuwe norm maar een specificering van de eerste norm. Want waar wij spreken van verbond gaat het in wezen om de liefde van God voor Abraham. Dus hoewel het oppervlakkig misschien niet zo opvalt is ook de eerste norm van verkiezing een liefde-norm, die in het bijzonder teruggaat tot Abraham en in het algemeen ook tot Adam.
Zonder aanzien des persoonsDit is een begrip dat niet gaat over verkiezing of over liefde of over hoe iets normatief te scheiden, maar het gaat juist over het niet
af te laten leiden van het wezenlijke, van het innerlijke, van de geestelijke werkelijkheid die achter de schijn en de wereldse werkelijkheid schuil gaat. Dit begrip zegt dus nmm. niets over de (verkiezende) liefde maar alleen over het doorbreken en het doorzien van schijnwerkelijkheden - hetzij ten goede, hetzij ten kwade.
Naastequote:
Chaveriem schreef op 27 april 2010 om 03:29:Even misverstand uit de wegruimen: Ik zeg niet dat je (mede)mensen, naaste en vreemdeling, niet zou moeten liefhebben. Ik zeg alleen dat niet iedereen je naaste is.
Een wild vreemde is wel degelijk NIET je naaste (in beginsel)
Ja, ik denk dat je daarin gelijk hebt.
quote:
Chaveriem vervolgde:
Overigens Jezus zegt: "Heb je vijanden lief", maar Jezus zegt ook:"Koop een zwaard!" (Lu 22:36). Een zwaard koop je niet om aardappels mee te schillen.
Maar ook niet om een oor te villen... De zwaarden dienden om de schrift in vervulling te doen gaan. Als er geen zwaarden zijn kun je er ook niet voor kiezen om ze niet te gebruiken. (zoals bijvoorbeeld Jesaja predikte in hoofdstuk 31: Wee degene die steunt op paarden, en vertrouwen op wagenen, omdat er vele zijn, en op ruiters, omdat die zeer machtig zijn; en zien niet op den Heilige Israëls, en zoeken den HEERE niet.)
En dat blijkt ook wanneer Petrus Jezus wil beschermen, maar op aansturen van Jezus stopt. In niets blijkt of wordt aannemelijk dat Jezus opriep om die zwaarden ook voor iets anders te gebruiken dan om er des te uitdrukkelijker afstand van te kunnen nemen. Ik denk dat daaarin het principe wordt getoond dat God het is die deze overgave werkte, en niet de machten van het duister. Of zoals Jezus zei: dit is het uur van de duisternis. En terwijl de overpriesters en ouderlingen hem tegemoet waren getreden als was hij een moordenaar (naar de profetie dat hij met de wettelozen werd gerekend) bracht hij juist daarin liefde (genezing van het oor) en overgave (wapens overgeven).
En wie dunkt u was de naaste van de knecht wiens oor afgeslagen werd? Was dat Petrus, of de overpriester, of Jezus? Dat was Jezus, toen hij de wapens neerlegde en de wonden heelde.
Jezus was dus de naaste van de knecht. En Petrus toonde zich de naaste van Jezus. Maar alle andere discipelen en juist ook ook Petrus zelf, allen die Hem veel nader waren dan de knecht, die lieten hem ook links liggen toen het erop aankwam.
En daarin zie je dat het begrip "naaste" wordt gerelativeerd tot liefde van en tot een ieder die op je pad komt, ongeacht het aanzien van zijn persoon, en derhalve ook wel heel veel verder gaat dan goed doen in eigen kring. Dit zou ik de algemene naastenliefde noemen. De gedachte over het beeld dat Jezus als de Samaritaan is, kan ik dus wel volgen. Dat is een ontferming en liefdebetoon voor alle leven dat gered kan worden. Jezus is bij uitstek de verzamelaar en de herder voor alles wat verdrukt is en moet lijden. Kom tot mij allen die verdrukt zijn, zegt hij. Dit is de eerste algemene norm dat God in Jezus de handen uitstrekt en ons redt. Ja, een ieder redt die op deze aarde is geboren.
Maar tegelijk is het beeld van Jezus als Samaritaan misleidend. Want het suggereert dat de Samaritaan liefde blijft bewijzen ongeacht de beantwoording van die liefde. Het suggereert een algemene liefde van Jezus voor alles wat leeft. En die suggestie wordt dan een leerstuk met voorbeelden van Jezus met hoeren en tollenaars. Maar dat is in het geheel niet zuiver. Want de redding die Jezus brengt is ten eerste een redding van de zonde. Vergeten wordt dat die tollenaars Jezus zochten en wilden ontmoeten en zijn boodschap omarmden. En zoals Jezus tegen de hoer zij: “ga heen en zondig niet meer”. Jezus gaf echt geen vrijbrief voor blijven in de zonde; hij was er juist om de zondaar te redden uit de poel van zonde. Maar wie niet gered “wil” worden kan hij niet helpen. Of zoals Jezus het zelf zegt: Alleen die mijn Vader mij geeft zullen gered worden. En tegen hen die het kwaad vertegenwoordigden was Jezus zeker niet liefdevol maar fel en veroordelend.
En ons eigen voorbeeld van de Samaritaan bevestigt het voorgaande: want de gelijkenis gaat niet over de liefde van de Samaritaan, maar over de liefde die de geredde verplicht is te betalen aan de Samaritaan. De Samaritaan is en-passant aan de orde als barmhartige en ontfermer. En dat past inderdaad dan precies (met dank aan Gaitema) in het plaatje dat Jezus als de Samaritaan is. Want Jezus bewijst barmhartigheid en ontferming aan de wetgeleerde, en hij roept de wetgeleerde op om geen aanstoot te nemen, om geen onderscheid des persoons te maken, en HEM lief te hebben die hem barmhartigheid bewijst. Eigenlijk is dit dezelfde boodschap als Jezus aan Johannes de doper geeft als die Hem vraagt naar zijn reddingsplan.
De gelijkenis gaat over de wetgeleerde die zichzelf wilde rechtvaardigen en Jezus zegt tot hem: aan wie van deze drie voorbijgangers is het slachtoffer de meeste liefde verschuldigd? Niet aan het ambt, niet aan de broeder, maar aan degene die hem barmhartigheid bewees, is het antwoord. Nu, doet gij evenzo, zegt Jezus. Waarmee Jezus dus inderdaad bewerkt dat de wetgeleerde zichzelf niet meer kan rechtvaardigen. Het is een oudtestamentisch voorbeeld dat de eredienst (priesters en levieten) de liefde vertolkt, maar niet vervangt. Het is de liefde en barmhartigheid die God zoekt, die door de priesters en levieten getoond horen te worden.
Wie is de naaste van de geredde? Als we daar volksgenoot willen lezen, dan zou het antwoord moeten zijn: alle drie. Als we daar broeder zouden lezen, dan zou het antwoord moeten zijn alle drie. Maar het is tegenovergesteld: de broederschap of het volk wordt GEVORMD door de norm van de naastenliefde. Ieder is je broeder die barmhartigheid en liefde bewijst. Waarbij opgemerkt zij dat liefde niet "begeerte" is maar het bijbelse begrip liefde - dat ons getoond wordt door de wet.
Je zou dus kunnen stellen en bewijzen dat het algemene beeld van de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan als bewijs van liefdebetoon aan alle mensen niet secuur is. Hoewel het wel en-passant een juist beeld geeft van hoe we Christus kunnen volgen is de essentie dat we liefde moeten bewijzen aan God boven alles, en daarnaast aan een ieder die ons ook liefdewerken van de Vader bewijst – eerder dan aan priesters en levieten en broeders en zusters die niet barmhartig en liefdevol zijn. Dat is in zekere zin tegengesteld aan een algemeen liefdebegrip voor alle ziel. Dat is in zekere zin een nieuw gemeenschapsonderscheid niet via waarheid en leer, maar via de liefde.
quote:
noot: moeten we dan niet aan broeders meer liefde bewijzen ook als zij liefdeloos zijn? Jazeker wel, want zij vormen met ons een lichaam, en in eigen huis ligt onze grootste roeping.
Maar het is wel in overeenstemming met het algemene richtinggevende: wie is mijn broeder of mijn zuster: die de wil van God doen.
En het een of het ander: woorden kunnen kernen raken, maar de kern is niet in woorden.
En ook de gelijkenis laat opnieuw zien dat de liefde van God niet het eindstation is, maar de basis. God heeft het verbond gesloten en Jezus is de verzoener. Hij toont zich de verzoener aan alle mens. Maar vervolgens is de liefde geëist. Dus inderdaad geen algemene genade voor alle ziel, maar een directe en dwingende oproep tot de bekering die Johannes de doper predikte. Die liefde kunnen we claimen en mogen we afdwingen, maar de ware liefde blijft tegelijk volharden in liefdevolheid, ook als er geen liefdebewijzen voor terugkomen. Want het is een vorm van schatten-verzamelen in de hemel. En pas bij Zijn Wederkomst zal er scheiding zijn van het kaf en het koren, van het graan en het onkruid, van de schapen en van de bokken.
Dus naaste is echt niet iedereen, maar ook niet alleen onze broedersWe kunnen het ook vanuit een andere kant benaderen. Heb uw naaste lief als uzelf, suggereert toch echt een liefde die heel ver gaat. Hoe kun je iemand liefhebben net zoveel als je jezelf liefhebt? En dan blijkt dat de gelijkenis erover gaat om de vraag te stellen: wie denkt u dat de [meest] naaste is? Dat is dus al een vraag naar een vergrotende trap of op zijn minst naar een onderscheidende trap. Dus de gelijkenis zelf kan al niet zinvol worden begrepen als "naaste" een term is voor iedereen. Dat heel de wereld het toch zo interpreteert is gewoon gemakzucht. Gemakzucht omdat een deel van de gelijkenis ook gaat over de algemene liefde zoals getoond door de Samaritaan. Dat is de algemene bewogenheid voor menselijk leed en lijden en verdrukking. Dat is het algemene gevoel waarover God spreekt als Jona de stad Nineve wil laten verdelgen. Dat is het algemene gevoel dat Jezus krijgt als hij de schare overziet - en het gemis aan herders. Dat is ontferming. Dat is barmhartigheid. Dat is goed terugdoen als je iets slechts krijgt. Dat is de oorspronkelijke Liefde van God uitdragen in een duistere wereld. Dat is de liefde voor de mens als evenbeeld van God. Maar dat is geen naastenliefde in de betekenis van de gelijkenis. Want de gelijkenis gaat over de afstand tussen mensen die maakt dat mensen nader tot elkaar komen. En die afstand wordt overbrugd en wordt kleiner naarmate er meer liefde is. Niet eenzijdig maar over en weer. Wie dunkt u dat de naaste is van degene die gered is? Als op deze wijze alle liefde en barmhartigheid wordt beantwoord met maximale liefde, dan wordt de liefde die eens begon versterkt en verspreid en is de liefde als een olievlek die zich over heel de aarde verspreid.