quote:
grondig christelijk schreef op 19 oktober 2010 om 19:41:@st ignatius
Soms zijn we het eens. Ik heb een concrete vraag. Hoe kan er sprake zijn van een eenmalige wederkomst als Christus telkenmale wederkomt in de eucharistie. Of is het zo dat dit (de eucharistie) het wederkomen is en de mens middels de Kerk moet werken aan een andere wereld. Dat dit dus betekent dat de wederkomst van Christus de terugkerende bemiddeling is via de Kerk en geen zichtbaar gegeven/wezenlijk moment op zich.
Ja, soms zijn we het eens. Ik respecteer je mening, ook al staat die soms diametraal t.o.v. wat ik geloof. Maar dat geeft niet, we hoeven het niet eens te zijn als het maar wel respectvol naar elkaar blijft. Jouw vraag moet ik even in tweeën splitsen, want het is een nogal breed onderwerp.
Tijdens elke mis spreken we de acclamatie uit na de consecratie:
"Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt." Dit is de echo van het 'Maranatha' wat in de Eucharistie van de Vroege Kerk werd gebruikt. En het is tevens een echo van wat er in 1 Kor 11:26 staat:
"Telkens als u dus dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer totdat Hij komt". St. Hieronymus noemt dit de Apostolische Traditie die in gebruik was van de eerste christenen, tot aan de christenen van zijn tijd (en dus nu ook nog steeds). Het demonstreert ook hoe
werkelijk en
levend de verwachting was van Christus' terugkeer in de liturgie van de Vroege Kerk.
Het wachten en het verlangen naar de terugkeer van de Heer, de zgn eschatologische spanning, is niet een puur subjectief feit dat slechts in de geest van de gelovige bestaat. Maar het heeft zijn wortels in de diepte van het Eucharistisch mysterie, dat intrinsiek zelf weer zijn wortels heeft in de Joodse Pesach. In de Joodse Pesach was er ook een vorm van 'verwachting' naar iets. Zij moesten het lam eten 'met de lendenen omgord, met sandalen aan uw voeten en uw staf in de hand en in grote haast' (Ex 12:11),
alsof ze elke moment konden vertrekken. Het woord
Pesach impliceert al: 'passage' of 'emigratie'. Het is een indicatie van het emigreren uit Egypte, naar het Beloofde Land, van deze wereld naar de Vader.
In de Eucharistie wordt deze ‘haast’ meer spiritueel en veel dieper. Het is de wijze waarop Jezus aanwezig is in het sacrament dat ons doet verlangen naar Zijn komst. Het is, als het ware, een gesluierde aanwezigheid. Een absente-presentie. God onthult Zichzelf in de Eucharistie, net zoals hij deed tijdens de Incarnatie. God kan Zich niet rechtreeks tonen want door Zijn majesteit zouden Zijn schepselen vernietigt worden, dus incarneert Hij in het vlees: een gesluierde aanwezigheid. En juist door deze gesluierdheid verlangen we ernaar om Hem te zien zonder 'sluier' maar in volle glorie.
In plaats dat onze dorst gelest wordt naar God's aanwezigheid, wordt het door de Eucharistie juist versterkt. Paulus zegt hetzelfde met zijn beeld van de 'eerstelingen'. We hebben de eerstelingen van de Geest ontvangen, maar we realiseren ons dat die eerstelingen niet afdoende zijn. We verlangen naar de gehele oogst, naar het geheel. En daarom, zo voegt Paulus toe:
“…zuchten over ons eigen lot, zolang wij nog wachten op onze aanneming tot kinderen, op de verlossing van ons lichaam.” (Rom 8:23)
Op deze manier openbaart de Eucharistie de conditie van het christelijk bestaan op deze aarde. Het is dit moment van privilege waarin de Kerk zichzelf ervaart als pelgrimerende Kerk. Het is het viaticum, brood van de reizenden, een voortzetting van de Exodus, het Paschale sacrament, en dat betekent dus ‘passage’. De Vroege Kerk gebruikte in de prefatie van de Eucharistie de uitroep ‘Sursum Corda’, verheft uw hart, en dat zeggen we nog steeds dagelijks in de prefatie. Augustinus zei al:
“Het gehele leven van christenen is een eindeloze ‘sursum cor’. Maar wat betekent dit verheffen van het hart? Het betekent dat we onze hoop gevestigd hebben op God. Zodra de priester zegt ‘Sursum Corda’, respondeert de kerk met ‘Habemus ad Dominum’, we zijn met ons hart bij de Heer. Zorg dat wat je zegt ook echt zo is!” (St Augustinus - Sermon Denis VI)
Diverse Kerkvaders, verwijzend naar Hebr 10:1, onderscheiden 3 stappen in onze heilsgeschiedenis: de tijd van schaduw, van beeld en van werkelijkheid. “De schaduw is in de Wet, het beeld in het Evangelie, maar de werkelijkheid is de Hemel. We wandelen nu in het beeld, maar wanneer de volheid van de perfectie komt, dan zien we van aangezicht tot aangezicht, want perfectie is de werkelijkheid.” (o.a. St. Ambrosius- De Officis I, XLVIII).
Als gevolg hiervan onderscheiden de Kervaders 3 Pesach: de Pesach van de Wet, die van het Evangelie en “een derde Pesach die zal worden vervuld temidden van een myriade aan engelen bij het ultieme feest en de gezegende exodus naar de Hemel.” (Origines – On the gospel of John, X-III). Jezus wijst Zelf al naar een Hemelse Pesach, wanneer Hij bij de institutie van de Eucharistie, spreekt over het mysterie van een nieuwe pesach die vervuld zal worden in het Koninkrijk van God (cf Lc. 22:16).
quote:
Voorts, wat is de eindtijdleer van de Kerk
Just my question!!
Met alle (het meeste) respect overigens
Hierbij vast het antwoord op je eerste vraag. De tweede, over de eindtijdleer, moet ik even nazoeken. De meeste katholieken boeit het meestal niet zo (incl mijzelf) dus weten we meestal ook niet exact wat de Kerk hierover zegt. Ik weet het bij benadering, maar ik zal het eens opzoeken.