quote:
mirt schreef op 22 oktober 2010 om 22:09:Er zijn hier wat zaken mis gegaan waar ingegrepen had kunnen/moeten worden, dat is nu niet meer doenlijk. Ik zal het beter volgen, maar laat verder alles maar staan. Ik zou wel het volgende alleen nog willen benadrukken: Als Ignatius herhaaldelijk zegt dat hij Gaitema niet uitlachtte, dan horen we daar van uit te gaan. Als Gaitema zegt dat hij geen angst wil zaaien, dan gaan we daar ook van uit.
Mjah, na enige dagen zelfbezinning en dit draadje met rust te hebben gelaten wil ik er alleen het volgende nog over zeggen. Ik had ook niet de indruk dat Gaitema echt de
intentie had om angst te zaaien. Ik heb ook helemaal niets tegen gaitema als persoon. Sterker nog, ik heb groot respect voor de manier waarop hij zijn geloof beleefd en in de praktijk brengt met jeugdwerk etc. Alleen af en toe, bij sommige teksten die hij hier neerzet sta ik even 3x met mijn ogen te knipperen of hij het echt zo bedoeld als hij het er neerschrijft. Aangezien ik niet helemaal thuis ben in alle diverse protestantse stromingen weet ik ook niet altijd zeker of het om het gedachtegoed van één of andere stroming gaat of dat het wellicht een persoonlijk geloof van de schrijver kan zijn of wellicht ook een ongelukkige woordkeuze. Als het slechts dat laatste is, is het op zich nog niet eens zo’n probleem want dan kan het altijd nog verhelderd worden; bovendien verdiend mijn eigen woordkeus ook niet altijd de schoonheidsprijs.
Feit blijft natuurlijk wel, dat er al eeuwenlang doemdenkers zijn geweest die het einde van de wereld aankondigden en daar Bijbelteksten voor misbruikten. Na de atoomboom op Hiroshima en de daaropvolgende kernwapenwedloop tijdens de Koude Oorlog riep men ook: ‘Ja, dit is het einde van de wereld, en Petrus wist het al want het staat letterlijk in 2 Petr 3:10-12
” Die dag gaan de hemelsferen in vlammen op, en de elementen vatten vlam en smelten weg.”. En zo gaat iedereen in het wilde weg interpreteren, dat is van alle tijden blijkbaar.
Hoop en vertrouwenMaar als christenen hopen we op de eeuwigheid. Maar eeuwigheid is niet iets wat aan het einde gebeurt, als we dood zijn. Het begint
nu, telkens als we delen in Gods leven. Het breekt door telkens als we haat overwinnen met liefde. De nu-generatie leeft in feite niet in het huidige moment, maar ze leeft voor wat op het moment staat te gebeuren. Ze leeft voor de bevrediging die ze op het punt staat te ontvangen, voor de aankoop die op komst is, geanticipeerde vervulling. We zappen voortdurend, hopend op een nog beter, of nog leuker programma. Hoop betekent Gods eeuwigheid
NU door de wolken durven laten breken. Hoopvol zijn betekent helemaal in dit moment leven.
De viering van de Eucharistie is een sacrament van onze hoop op het koninkrijk, het ultieme teken. Maar je kunt
nu al een glimp van het koninkrijk opvangen. Nu kun je zijn toekomstige vreugde proeven. We hebben tekens nodig die getuigen van de toekomst. Het Laatste Avondmaal was de confrontatie tussen twee soorten macht. Aan de ene kant was er de macht van de politieke en religieuze autoriteiten. Dit was de brute en domme macht. Het was de macht die Jezus met geweld gevangen nam, hem opsloot, hem vernederde en hem vermoordde. Het was de macht van Pilatus die tegen Jezus zei:
‘‘U weet toch dat ik de macht heb om U vrij te laten, maar ook de macht om U te laten kruisigen?’ (Joh 19:10).
Aan de andere kant gaat het verhaal van Jezus, vooral in het Johannesevangelie, over een ander soort macht: de macht van het teken en van het woord. Jezus doet tekens, verandert water in wijn, opent de ogen van blinden, doet stommen spreken en wekt Lazarus op. Dit is geen magische kracht, alsof hij een soort voorloper van Gandalf is. Het is de macht van betekenis en waarheid. En dus zegt Jezus tegen Pilatus:
” Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg.’ Hierop zei Pilatus: ‘Maar wat is waarheid?’ (Joh 18:37-38). Het is veelzeggend dat hij niet eens op antwoord wacht. Dat hoeft ook niet – hij heeft tenslotte soldaten. Het Laatste Avondmaal is dus de confrontatie tussen de brute macht en de macht van het teken. Je hebt de macht van Pilatus met zijn soldaten, en de macht van de zwakke en kwetsbare man die brood neemt, het breekt en deelt terwijl de dood voor de deur staat. Iedere Eucharistie is een viering van ons vertrouwen dat in Christus betekenis zal overwinnen, al kunnen we er niet op vooruitlopen.
Angst en moed” Ze vluchtten naar buiten, van het graf weg, bevend van angst en buiten zichzelf. Ze zeiden niemand iets, want ze waren bang” (Mc 16:

.
Angst maakt de vrouwen stil. Angst sloot de discipelen op in de bovenkamer. Angst snijdt ons van elkaar los. Moed spreekt een woord dat gemeenschap sticht en de stilte overwint. Tijdens de mis groet de priester regelmatig de aanwezigen met de woorden: ‘Dominus Vobiscum’, de Heer zij met u. En de aanwezigen antwoorden: ‘Et cum spiritu tuo’, en met uw geest. Het zijn woorden van bemoediging, omdat ze vieren dat we uiteindelijk niet alleen zijn. De Heer is met ons, omdat Hij is opgestaan uit de dood. We bestrijden angst door isolatie te weigeren, door gemeenschap en communie te stichten.
Op Robbeneiland hield Nelson Mandela de moed erin door geheime boodschappen naar zijn medegevangenen te sturen. Ze schreven op stukjes van lucifersdoosje en plakten de boodschappen onder de wc-bril zodat medegevangenen de berichtjes konden lezen. Moed weigert isolatie. Het Franse en Engelse woord voor moed, courage, is afgeleid van het Latijnse ‘cor’, hart. Moed wordt gezien als een kwaliteit van het hart. Je
voelt je bang of dapper. Maar Aristoteles en later ook Thomas van Aquino, zagen het primair als een kwaliteit van het verstand. Het is ‘fortitudo mentis’, de moed om de dingen te zien zoals ze zijn, om het gevaar eerlijk en helder onder ogen te zien. Moed confronteert ons met onze kwetsbaarheid, en onze ultieme kwetsbaarheid is dat we sterfelijk zijn. Vaak lijken we op de vrouwen bij het graf, niet in staat om iets zinnigs te zeggen omdat we bang zijn.
’Niet de doden loven de Heer, niet wie zijn afgedaald in de stilte’ (Ps 115:17). We moeten elkaar moed geven, en zeer in het bijzonder hen met wie we het niet eens zijn. Anders zullen vreugde, vrijheid en geluk – de vrucht van het delen in Gods leven – verschrompelen en kunnen we niet meer getuigen van de Opstanding van het Woord uit de dood. Moed is de deugd die we nodig hebben, willen de andere deugden tot bloei kunnen komen. Shakespeare schreef al: ‘Lafaards sterven vele malen voor hun dood’ (Julius Caesar, Act II). Lafheid kan ons strikken in een denkbeeldige wereld vol met levensbedreigende gevaren. Moed begint met de zoektocht naar de objectiviteit in het gevaar.
Als we met deze moed leven zullen we niet stil en bang zijn, zoals de vrouwen bij het graf. De vrijheid en de vreugde van het koninkrijk zal dan in ons doorbreken. Maar ook al moeten we lijden omwille van de gerechtigheid, toch zijn wij gelukkig te prijzen en moeten we bereid zijn te getuigen van de hoop die in ons leeft. (1 Pe 3:14-15)
Laten we tot aan de jongste dag getuigen van de hoop die in ons leeft, ons wijden aan gebed en het breken van het brood met in gedachten Jezus woorden:
“Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij. (Joh 14:1)
gebruikte bronnen:
Benedictus XVI - Encycliek Spe Salvi (in deze hoop zijn we gered), 2007.
T. Radcliffe O.P. - What's the point of being a christian?, 2005.
Johannes Paulus II - Homilie 22 oktober 1978 - 'Do not be afraid'