quote:
nou nee, dat is niet "de vraag". Immers, in het OT was er sprake van een ander verbond, dus het is a priori al niet zo vreemd als de situatie verder ook anders was.
quote:
Alleen al het feit dat Israël een echt 'volk' was (met eigen land, eigen 'ras', natuurlijke afstamming van Abraham, huis-slaven ingesloten, etc.) en de kerk geen echt volk vormt, geeft wel erg te denken, nietwaar?
het laat zien dat de situatie in OT en NT anders is ja. Aan de andere kant, de apostelen doen wel stinkend hun best om de NT-kerk een 'volk' te noemen en de parallel te trekken met het OT volk. Ook dat geeft je te denken, nietwaar? ... Als de NT-kerk niet zou moeten functioneren als een volk, waarom dan dat gedram op het 'volk-zijn'?
42 Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften:
De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden,
deze is tot een hoeksteen geworden; van de Here is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
43 Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt. 44 [En wie op deze steen valt, zal verpletterd worden, en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen.] (Mat.21)
Het koninkrijk wordt aan 'een volk' gegeven. Maar we weten dat het aan de gelovigen is gegeven.
22 Mozes toch heeft gezegd: De Here God zal u een profeet doen opstaan uit uw broeders, gelijk mij: naar hem zult gij horen in alles wat hij tot u spreken zal; 23 en het zal geschieden, dat alle ziel, die naar deze profeet niet hoort, uit het volk zal worden uitgeroeid. 24 En al de profeten, van Samuël af en vervolgens, zovelen er hebben gesproken, hebben ook deze dagen aangekondigd. (Hand.3)
Niet-gelovigen worden uit het volk uitgeroeid. Maar we weten dat God de mensen die niet geloven, niet gedood heeft. Die joden die zich niet bekeerden, bleven gewoon leven. En toch is er geprofeteerd dat ze uit het volk uitgeroeid zouden worden. Die Israelieten hoorden dus niet meer bij het volk van God. Zie ook Romeinen 2 en 9 over joden en Israel en het enten op de olijfboom.
13 En nadat dezen uitgesproken waren, nam Jakobus het woord en zeide: Mannen broeders, hoort naar mij! 14 Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen. 15 En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten (Hand.15)
De gelovigen zijn 'een volk' door God bijeen vergaderd.
24 En dat zijn wij, die Hij geroepen heeft, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen, 25 gelijk Hij ook bij Hosea zegt:
Ik zal niet-mijn-volk noemen: mijn-volk, en de niet-geliefde: geliefde.
26 En het zal geschieden ter plaatse, waar [tot hen] gezegd was: gij zijt mijn volk niet,
daar zullen zij genoemd worden: zonen van de levende God. (Rom.9)
De gelovigen uit de heidenen zullen 'mijn-volk' genoemd worden door God.
16 Maar niet allen hebben aan het evangelie gehoor gegeven. Want Jesaja zegt: Here, wie heeft geloofd wat hij van ons hoorde? 17 Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus. 18 Maar ik vraag: hebben zij het dan niet gehoord? Zeer zeker:
Over de ganse aarde is hun geluid uitgegaan
en tot de einden der wereld hun woorden.
19 Maar ik vraag: heeft Israël het dan niet verstaan? Vooreerst zegt Mozes:
Ik zal u naijverig maken op wat geen volk is,
toornig op een onverstandig volk.
20 En Jesaja waagt het te zeggen:
Ik ben gevonden door wie Mij niet zochten, Ik ben openbaar geworden aan wie naar Mij niet vroegen.
21 Maar van Israël zegt hij:
De ganse dag heb Ik mijn handen uitgestrekt naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk. (Rom.10)
Het (biologische) volk Israel wordt jaloers gemaakt op een onverstandig volk (de heidenen! Zij kennen God niet en zijn dus onverstandig)
14 Vormt geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeen met wetteloosheid, of welke gemeenschap heeft het licht met de duisternis? 15 Welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial, of welk deel heeft een gelovige samen met een ongelovige? 16 Welke gemeenschappelijke grondslag heeft de tempel Gods met afgoden? Wij toch zijn de tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft:
Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
17 Daarom gaat weg uit hun midden,
en scheidt u af, spreekt de Here,
en houdt niet vast aan het onreine.
18 en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot Vader zijn
en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn,
zegt de Here, de Almachtige. (2 Kor.6)
De belofte dat God voor Israel God zal zijn en dat Israel zijn volk zal zijn, wordt zomaar toegepast op alle gelovigen. Die zijn 'God volk'
13 In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de heilige Geest der belofte, 14 die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid. (Efeze 1)
Alweer: God heeft in Christus een volk verzameld en verlost.
6 Nu echter heeft Hij een zoveel verhevener dienst verkregen, als Hij de middelaar is van een beter verbond, waarvan de rechtskracht op betere beloften berust. 7 Want indien dat eerste onberispelijk ware geweest, zou er geen plaats gezocht zijn voor een tweede. 8 Want Hij berispt hen, als Hij zegt:
Zie, er komen dagen, spreekt de Here, dat Ik voor het huis Israëls en het huis Juda een nieuw verbond tot stand zal brengen,
9 niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen maakte
ten dage, dat Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte te leiden, want zij hebben zich niet gehouden aan mijn verbond
en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd, spreekt de Here.
10 Want dit is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis Israëls na die dagen, spreekt de Here:
Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen,
en Ik zal die in hun harten schrijven,
en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.
11 En niet langer zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende:
Ken de Here,
want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen.
12 Want Ik zal genadig zijn over hun ongerechtigheden,
en hun zonden zal Ik niet meer gedenken.
13 Als Hij spreekt van een nieuw (verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning. (Hebr.8.)
Israel valt gewoon onder het nieuwe verbond. Het oude verbond was ten tijde van dit schrijven (voor de val van Jeruzalem? voor de verwoesting van de tempel?) al niet ver meer van de verdwijning, of zelfs: toen God bij monde van Jeremia de uit Jer.31 aangehaalde profetie sprak, was het oude verbond al niet ver meer van de verdwijning (twee opties, waaruit je op basis van Hebr.8 niet kunt kiezen, lijkt me).
Het verbond waar Jezus middelaar van is, wordt in de profetie in Jer.31 een verbond met Juda en Israel genoemd. Is er één nieuw verbond of zijn er meerdere verbonden waar Jezus middelaar van is?
26 Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over, 27 maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de wederspannigen zal verteren. 28 Indien iemand de wet van Mozes terzijde heeft gesteld, wordt hij zonder mededogen gedood op het getuigenis van twee of drie personen. 29 Hoeveel zwaarder straf, meent gij, zal híj verdienen, die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het bloed des verbonds, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht en de Geest der genade gesmaad heeft? 30 Want wij weten, wie gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden! En wederom: De Here zal zijn volk oordelen. 31 Vreselijk is het, te vallen in de handen van de levende God! (Hebr.10)
Verbreken van het nieuwe verbond wordt gewoon in lijn en zelfs als erger gezien dan het verbreken van het OT verbond. Dat wordt ondersteund met de opmerking dat God
zijn volk zal oordelen. Dat gaat (alweer) over alle gelovigen.
7 U dan, die gelooft, geldt dit kostbare, maar voor de ongelovigen geldt: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is geworden tot een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots der ergernis, 8 voor hen, die zich daaraan, in hun ongehoorzaamheid aan het woord, stoten, waartoe zij ook bestemd zijn. 9 Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: 10 u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen. (1 Petr. 2)
parallel met de opmerking in Rom.9:25:
Ik zal niet-mijn-volk noemen: mijn-volk en de opmerking van Jacobus bij het apostelconvent (Hand.15:
"hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen"). De gelovigen zijn 'een volk' maar waren dat eerst niet.
Ook in Openbaring (zo NT als het maar kan) zijn de gelovigen 'het volk':
4 En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen (Opb.18.)
Zoals ik al zei: ze doen hun stinkende best om te laten merken dat de gelovigen uit de heidenen, die eerst niet samen een volk waren, dat nu als gelovigen wel zijn. En parallel daaraan zie je, dat wat op "Israel" van toepassing is volgens de OT profetieën, op dat "volk" van gelovigen wordt toegepast.
En de verklaring wordt op meerdere plekken gegeven, maar het duidelijkst in Romeinen:
6 Zijn de eerstelingen heilig, dan ook het deeg, en is de wortel heilig, dan ook de takken. 17 Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij als wilde loot daartussen geënt zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen, 18 beroem u dan niet tegen de takken! Indien gij u ertegen beroemt – niet gíj draagt de wortel, maar de wortel ú. 19 Gij zult dan zeggen: er zijn takken weggebroken, opdat ik als loot geënt zou worden. 20 Goed! Zij zijn om hun ongeloof weggebroken en gij staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees! 21 Want indien God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, Hij zal ook u niet sparen. 22 Let dan op de goedertierenheid Gods en zijn gestrengheid: over de gevallenen gestrengheid, maar over u goedertierenheid Gods, indien gij bij de goedertierenheid blijft; anders zult ook gij weggekapt worden. 23 Maar ook zij zullen, wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven, weder geënt worden; God is immers bij machte hen opnieuw te enten. 24 Want indien gij uit de wilde olijf, waartoe gij naar uw natuur behoort, weggekapt en tegen uw natuur op de edele olijf geënt zijt, hoeveel te meer zullen dezen, naar hun natuur, op hun eigen olijf geënt worden. (Rom.11)
Het beeld van de boom. Oude (niet gelovige) takken worden weggerukt, nieuwe takken worden geënt. Beeld van continuiteit: de boom gaat door, alleen de delen veranderen gedeeltelijk.
Paulus is sowieso met die (complexe) onderwerp bezig in de hele Romeinenbrief. Al in Rom.4 stelt hij:
9 Geldt deze zaligspreking dan de besnedene of ook de onbesnedene? Wij zeggen immers: Het geloof werd Abraham tot gerechtigheid gerekend. 10 Hoe werd het hem dan toegerekend? Was hij toen besneden of onbesneden? Niet besneden, maar onbesneden. 11 En het teken der besnijdenis ontving hij als het zegel der gerechtigheid van dat geloof, dat hij in zijn onbesneden staat bezat. Zo kon hij een vader zijn van alle onbesneden gelovigen, opdat hun [de] gerechtigheid zou worden toegerekend, 12 en een vader van de besnedenen, voor hen namelijk, die niet alleen uit de besnijdenis zijn, maar die ook treden in het voetspoor van het geloof, dat onze vader Abraham in zijn onbesneden staat bezat.
13 Want niet door de wet had Abraham of zijn nageslacht de belofte, dat hij een erfgenaam der wereld zou zijn, maar door gerechtigheid des geloofs. 14 Want indien zij, die het van de wet verwachten, erfgenamen zijn, dan is het geloof zonder inhoud en de belofte zonder gevolg. 15 De wet immers bewerkt toorn; waar echter geen wet is, is ook geen overtreding.
16 Daarom is het (alles) uit geloof, opdat het zou zijn naar genade, en dus de belofte zou gelden voor al het nageslacht, niet alleen voor wie uit de wet, maar ook voor wie uit het geloof van Abraham zijn, die de vader van ons allen is, 17 gelijk geschreven staat: Tot een vader van vele volken heb Ik u gesteld – voor het aangezicht van die God, in wie hij geloofde, die de doden levend maakt en het niet zijnde tot aanzijn roept. (rom.4)
De "belofte" is voor alle gelovigen volgens Paulus. Hij komt hier in Rom.9 op terug:
1 Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, want mijn geweten betuigt mij dit mede door de heilige Geest: 2 ik heb een grote smart en een voortdurend hartzeer. 3 Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees; 4 immers, zij zijn Israëlieten, hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften: 5 hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen.
6 Maar het is niet mogelijk, dat het woord Gods zou vervallen zijn. Want niet allen, die van Israël afstammen, zijn Israël, 7 en zij zijn ook niet allen kinderen, omdat zij nageslacht van Abraham zijn, maar: Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken. 8 Dat wil zeggen: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods, maar de kinderen der belofte gelden voor nageslacht. (rom.9)
Rom.9 t/m 11 zijn een (sub)betoog in de brief om uit te leggen hoe het kan dat God zijn beloften aan "Israel" niet verbreekt, maar er toch maar heel weinig joden tot geloof in Christus zijn gekomen. De uitleg volgt meerdere sporen. Eentje draait om wat "israel" precies betekent (niet iedereen die jood is, is ook echt jood, al opgemerkt in Rom.2
"28 Want niet híj is een Jood, die het uiterlijk is, en niet dát is besnijdenis, wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt, 29 maar híj is een Jood, die het in het verborgen is, en de (ware) besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter.") en herhaald in Rom.9:6
" Want niet allen, die van Israël afstammen, zijn Israël". Een ander onderdeel is het besef dat God almachtig is en soeverein kan kiezen (Rom.9:14-22, de pottenbakker die met de klei kan doen wat Hij wil) en het feit dat (het biologische) Israel wel deels behouden is (Rom.11:1-10). Heel Paulus' betoog in het midden van de romeinenbrief draait om de vraag hoe het zit met het (biologische) volk Israel, het volk van God en de gelovigen die samen een volk zijn. De laatste twee blijken identiek en zijn het echte Israel.
quote:
Uiteraard geloof ik wel dat de Kerk het 'volk van God' is, maar wel op een hele ándere manier dan Israël dat was. Ik zie het veel meer in de zin van het aardse Jeruzalem versus het hemelse Jerusalem, zoals Paulus dat ook beschrijft. De kerk is het volk van het koninkrijk van God, dat niet van deze wereld is. Pas op de nieuwe wereld vormen we een 'echt' volk.
de apostelen hebben het over het moment van schrijven, en noemen dan de gelovigen al 'volk' en passen dan de OT-beloften al op dat 'volk' toe.
quote:
Wat bedoel ik daar precies mee? Besnijdenis was een teken dat je behoorde bij Gods verbondsvolk, bij Israël. Dat was een letterlijk volk, met hele letterlijke implicaties. Besnijdenis was als een paspoort. Je hoort gewoon bij dat volk, of je nu wilde of niet. Je ziet dan ook dat God terugkeert naar dat volk, ook al zijn ze Hem al generaties kwijt. Omdat het het letterlijke volk van Israël is. Zij hebben hun paspoort, zij zijn dat volk.
Werkt het nu nog net zo? Nee, ik heb een paspoort van Nederland. Ik ben geen Israëliet, en zal dat ook nooit worden. Dat ik lid ben van de Kerk, verandert niets aan mijn nationaliteit (dit in tegenstelling tot wanneer ik Jood zou worden, dan zou ik naar Israël moeten verhuizen, omdat dat het beloofde land is!).
Je metafoor klopt niet helemaal. Ook in OT-tijden waren er elders gelovigen (denk bv. aan Ninevé -- zijn die allemaal verhuisd naar Israel na Jona?).
Ja, ten tijde van het OT was de focus primair (maar niet volkomen) op het biologische joodse volk. Maar ook in die tijd kon je je portie aan fikkie geven (lees voor de praktijkvoorbeelden iets uit Richteren, Koningen of Kronieken, en voor het gevolg daarvan boeken als Klaagliederen, Jesaja en Jeremia).
Het is zeker zo dat de nationale/biologische component in het NT veel kleiner (of: afwezig) is. Het is niet zo dat Nederland christelijk is en Belgie als volk niet. Maar het is wel zo dat de gelovigen uit de volken zelf met 'volk' aangeduid worden. De profetieën die stellen dat God wat niet een volk is Zijn volk zal noemen, etc, worden op de NT kerk toegepast door de apostelen.
quote:
Mijn christen-zijn is meer een soort 'lintje' dat je krijgt tijdens je leven (namelijk, door geloof). Tamelijk klein en onzichtbaar, en maakt niets uit voor je paspoort. Plus, je kunt het niet aan een ander geven, of via het nageslacht doorgeven. Je kunt het alleen maar, uit genade, ontvangen.
Mijns inziens is de 'fout' die gereformeerde kerken dus maken dat ze het 'volksidee' te letterlijk kopiëren uit het OT. Ze verwarren daarmee lintjes met paspoorten, en denken dat kinderen dat lintje automatisch overerven. Maar zo werkt het niet met lintjes. Die moet je krijgen via geloof, en niet via de geboorte of welke manier dan ook maar (Joh 1:12-13).
een gelovige jood kon zijn geloof en zijn behoud ook niet aan zijn nageslacht doorgeven. Dat is niet wat de besnijdenis is. Als dat zo zou zijn, dan zou er nooit een ballingschap geweest zijn, nooit afgoderij, etc. Wat wel doorgegeven werd, is iets van een belofte. De ouders horen bij God, dan mag het kind er ook bij horen (maar het kan er uiteraard op latere leeftijd uitstappen, wat ook enthousiast gedaan werd). Jouw 'aanklacht' tegen de 'fout' in de gereformeerde kerken, is dus gebaseerd op een verkeerd idee van wat de besnijdenis is. Er was net zo min 'besnijdenis-automatisme' als er 'verbonds-automatisme' is.
quote:
Ga maar na: stel dat Nederland totaal ontkerkelijkt. Zou God dan zeggen, na een paar generaties totaal heidendom: jullie zijn mijn verbondsvolk, dus ik zal jullie weer in ere herstellen? ... Natuurlijk niet. Maar zo werkte het wel voor de Israëlieten.
en hoe weet je zo zeker dat God dit niet zou doen? Waarom kan God in een tot heidendom vervallen Nederland geen nieuwe kerk planten, zoals Hij wel aan het doen is in allerlei andere landen die ooit christelijk waren, maar nu bv. onder moslim-bewind zijn?
Je maakt de fout, dat je verbondsvolk hier verwart met een stukje uit het verbondsvolk namelijk 'verbondsvolk-afdeling Nederland' en dan denkt dat God die ene afdeling op dezelfde manier zou moeten behandelen als Hij met het overgrote deel van zijn verbondsvolk deed ten tijde van het OT. En bedenk: ook toen werd niet automatisch heel het volk gered. We missen nog steeds de overgrote meerderheid van de 12 stammen. God heeft zijn verbondsvolk ten tijde van het OT bewaard, maar niet op de karikaturale manier die je hier suggereert, maar op een subtiele wijze: uit de omgehouwen boom Israel kwam een lootje op. Alleen een klein deel werd door de ballingschap heen in ere hersteld. En waarom zou God dat op dit moment niet precies hetzelfde doen met Zijn verbondsvolk? Alleen dat jij je dat niet kunt voorstellen, lijkt met niet voldoende als argument.
quote:
Of: In het NT worden de Joden gewaarschuwd dat ze niet moesten vertrouwen op hun afkomst. Zelfs van stenen konden nog kinderen van Abraham gemaakt worden. Nee, het gaat om geloof, dáármee ben je een ware Jood. Als de Joden niet mochten vertrouwen op hun afkomst, terwijl zij nog wel het letterlijke volk van God waren, waarom zouden Christenen dat dan wel mogen?
Ook ten tijde van het OT kon een jood niet vertrouwen op z'n afkomst. Als dat zo was, hadden we geen 10 missende stammen van Israel en geen ballingschap en moordpartijen etc. gehad in Israel ten tijde van het OT. Je creëert eerst een soort karikatuur (bij gebrek aan een beter woord) en contrasteert dat met de werkelijke situatie in het NT. Maar de werkelijke situatie in het OT leek veel meer op die van het NT dan dat jouw geschetste beeld dat doet. Er was geen verbondsautomatisme in het OT, geen gered-zijn-omdat-je-besneden-bent.
quote:
wtkoele:
@Zwever: Een mooie bijdrage!
Helaas heeft de kerk de paspoorten vervangen door lintjes. (...)
zeker mooi. Alleen niet bijbels vol te houden zoals ik liet zien.
Maar laat ik eerlijk zijn, op het eerste gezicht komt het heel aannemelijk over, en het appelleert aan mijn gevoel van logica. Dat betekent echter niet altijd automatisch dat het klopt. Paspoorten zijn niet door lintjes vervangen. Deel zijn van het verbondsvolk van God was nooit een exclusief nationalistische aangelegenheid, maar altijd een geestelijke. Alleen als je eerst een soort besnijdenis-automatisme verzint, kun je dat onjuiste beeld van het OT-verbondsvolk tegenover het NT-gelovige-zijn zetten. Als je dat niet doet, blijken OT en NT veel dichter bij elkaar te liggen, en kun je ook de vele teksten uit het NT die over Gods volk (de gelovigen) gaan, in hun waarde laten.