quote:
Vince schreef op 01 december 2010 om 11:27:@ Vanitas vanitatum... Je haalt niet Bijbelse bronnen aan waar ik vanuit mijn overtuiging niets mee doe. Zoals Openbaring schrijft (uit het hoofd, geen letterlijk citaat): Wee diegene die één jota of tittel toevoegd of veranderd aan de Bijbel. Hier sta ik dan ook 100 % achter.
Vince, ik waardeer je ijver voor het Woord van God als enige autoriteit.
In deze discussie gaat het echter over een interpretatie-kwestie: Hoe moeten we dat autoritaire woord opvatten? De een haalt er dit uit, de ander dat. In zulke gevallen is het goed om je af te vragen of er historische aanwijzingen zijn t.a.v. die interpretatie. Ik vind de
Didache een fijne bron omdat het in tijd heel dicht bij de apostolische periode staat. Als je dit document leest zie je ook dat het grootste deel direct uit de bergrede en andere Bijbelse passages komt. Tenzij je betwist dat de
Didache inderdaad een heel oud getuigenis is van de apostolische, christelijke kerk rond 100 nC, is het een goede bron.
Daar komt nog bij dat anderen historische claims gemaakt hebben op grond van buitenbijbelse bronnen. Bijvoorbeeld de bewering dat de zondag als rustdag pas is ingevoerd rond 400 nC. Mijn citaat uit de
Didache was er vooral op gericht om dit gerucht te weerspreken.
Ik vind het prima om op grond van bijbelse argumenten verder te discussieren. Wat ik probeerde aan te tonen is dat er goede reden is om aan te nemen dat de eerste generatie christenen heel bewust zondagvierders waren. Het gaat terug tot de tijd van de apostelen, wellicht, en zeker tot de tijd van hun directe leerlingen.
Als het waar zou zijn dat zondagsviering tegen de leer van Jezus in gaat, denk je niet dat de apostelen en hun directe leerlingen daar een stokje voor gestoken zouden hebben?
quote:
De vervangingen waar Vanitas over spreekt zijn er niet. Het zijn geen vervangingen. Christus is altijd de hogepriester geweest. Zie het verschil tussen fysiek Israel, geestelijk Israel, het hier en nu en hetgeen nog moet gebeuren.
Ik ben het hier in zekere zin mee eens. Christus was altijd de uiteindelijke hogepriester, en al in het OT was zijn offerwerk de grond waarop de gelovigen gered werden. (Hierin sta ik tegenover dispensationalisten, die zeggen dat God in verschillende stadia van de geschiedenis verschillende wegen ten behoud voorschreef.)
In het OT Israel was er een hogepriester (Aaron & Zn.) die op rituele wijze de Christus vertegenwoordigde. Een plaatje, een voorafschaduwing zo je wilt. Het boek Hebreeen maakt dit duidelijk, en laat ook meteen zien dat de Levitische hogespriester nooit meer dan een plaatje kon zijn--al was het alleen maar omdat hij zelf een zonder was!
De vervanging die plaats vond -- en ik denk dat jij, Vince, het daar wel mee eens kan zijn -- is dat in de plaats van de rituele verwijzing er nu helder zicht is op de achterliggende geestelijke werkelijkheid. Wij zien geen Aaron meer, maar Christus zelf. Onze zaak wordt niet door de hogepriester langs het voorhangsel gedragen, maar wij komen zelf tot de troon van genade. Ik durf hier best van "vervangen" te spreken. Hebreeen zegt dat de tempelrituelen bezig waren te verdwijnen.
Nu een stapje verder: ook de zaterdagse sabbatviering was een plaatje van de geestelijke sabbat, het rusten in God. In Christus is ook dat plaatje overbodig geworden, net als de Levitische priesters, offers, voorhangsel, tabernakel, en noem maar op.
Zowel degenen die zich vastpinnen op de zaterdag als zij die vinden dat alleen de zondag mag zitten er naast, daarom. Het ritueel heeft afgedaan; het werkelijke is gekomen.