quote:
sabbatvierder schreef op 30 november 2010 om 19:36:@zwever
Even ter info waarom alle denominaties op 2 na de zondagsrust prediken:
De katholieke kerk verandert Gods Wet.
Het is niet nodig de katholieke kerk te beschuldigen van de verandering van de Sabbat, ze maakt er zelf aanspraak op:
Toch is je lijstje citaten niet bijster indrukwekkend. Een instantie als Katholiek Nieuwsblad (of Catholic Press in jouw geval) spreekt niet namens de katholieke Kerk. Ook een bisschop spreekt niet namens de katholieke Kerk als het niet in samenspraak met zijn collega's is. We hebben op dit forum overigens al te vaak met mensen te maken gehad die claimen iets waarheidsgetrouw te citeren terwijl in het origineel iets heel anders staat.
Het is overigens pure plagiaat om hele lappen tekst van internet te plukken zonder bronvermelding. Je tekst komt rechtstreeks van:
http://www.agp-internet.c...4f/00000096881210f48.html Een zeer dubieuze site onder beheer van de zevende-dags adventist Riley Jack.
Wil je daadwerkelijke informatie over de katholieke Kerk en haar leer dan verwijs ik je niet naar zo'n valse site die slechts kan teren op halve waarheden en hele leugens maar naar
http://www.stvitus.nl/KKK alwaar de catechismus van de katholieke Kerk door te bladeren is. Daar kun je zelf zoeken op "zondag" en te weten komen waarom katholieken de zondag houden.
Ik zal de eerste relevante alinea's voor je plaatsen:
---
DEEL III: HET LEVEN IN CHRISTUS
TWEEDE SECTIE: DE TIEN GEBODEN
EERSTE HOOFDSTUK: 'Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand'
ARTIKEL 3: Het derde gebod
Denk aan de sabbat; die moet heilig zijn voor u. Zes dagen zult gij werken en alle arbeid verrichten. Maar de zevende dag is de sabbat voor de Heer uw God. Dan moogt gij geen enkele arbeid verrichten (Ex. 20,8-10).1
De sabbat is gemaakt om de mens, maar niet de mens om de sabbat. De Mensenzoon is dus Heer ook van de sabbat (Mc. 2,27-28).
2168
Het derde gebod van de #dekaloog# herinnert aan de heiligheid van de sabbat: 'de zevende dag is een sabbat, een volstrekte rustdag, gewijd aan Jahwe' (Ex. 31,15).
2169
De Schrift herinnert in dit verband aan de schepping: 'In zes dagen immers heeft Jahwe de hemel, de aarde, de zee met al wat er in is gemaakt. Maar de zevende dag heeft Hij gerust en zo de sabbat gezegend en tot een heilige dag gemaakt' (Ex. 20,11).
2170
De Schrift onthult in de dag des Heren ook nog een herdenking van de bevrijding van Israël uit de Egyptische slavernij: 'Bedenk dat gij slaaf zijt geweest in Egypte en dat Jahwe uw God u met sterke hand en uitgestrekte arm uit dat land heeft geleid. Daarom heeft Hij u geboden de sabbat te onderhouden (Deut. 5,15).
2171
God heeft de sabbat. aan Israël gegeven om die als een teken van het onverbreekbare verbond te onderhouden.1 De sabbat hoort toe aan de Heer, hij blijft als een heilige dag gereserveerd voor de lofprijzing van God, van zijn scheppingswerk en van zijn heilzaam optreden ten gunste van Israël.
2172
Het handelen van God staat model voor het handelen van de mens. Als God op de zevende dag 'rustte om op adem te komen' (Ex. 31,17), moet de mens ook 'zijn werk laten liggen' en de anderen, vooral de armen, de kans geven Om 'op adem te komen' (Ex. 23,12). De sabbat doet ons de dagelijkse arbeid onderbreken en stelt een rustpauze in. Het is een dag van protest tegen de slavernij van de arbeid en de cultus van het geld.1
2173
Het evangelie vermeldt talrijke incidenten, waarbij Jezus ervan beschuldigd wordt de wet van de sabbat te overtreden. Maar nooit doet Jezus afbreuk aan de heiligheid van die dag.1 Met gezag geeft Hij aan wat er de juiste interpretatie van is: 'De sabbat is gemaakt om de mens, maar niet de mens om de sabbat' (Mc. 2,27). Met echt mededogen kent Christus zich het recht toe 'om op de sabbat goed te doen veeleer dan kwaad, iemand te redden liever dan hem te doden' (Mc. 3,4). De sabbat is de dag van de Heer van alle barmhartigheid en van de eer van God.2 'De Mensenzoon is Heer van de sabbat' (Mc. 2,28).
DEEL III: HET LEVEN IN CHRISTUS
TWEEDE SECTIE: DE TIEN GEBODEN
EERSTE HOOFDSTUK: 'Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand'
ARTIKEL 3: Het derde gebod
II. De dag des Heren
Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt, laat ons hem vieren in blijdschap (Ps. 118,24).
2174
Jezus is verrezen uit de doden, 'de eerste dag van de week' (Mt. 28,1) ; (Mc. 16,2) ; (Lc. 24,1) ; (Joh. 20,1). Als 'eerste dag' brengt de dag van Christus' verrijzenis ons de oorspronkelijke schepping in herinnering. Als 'achtste dag', die volgt op de dag van de sabbat1, verwijst hij naar de nieuwe schepping, die met Christus' Verrijzenis een aanvang nam. Voor de christenen is hij de eerste geworden van alle dagen, het eerste feest van alle feesten, de dag des Heren (Hè kuriakè hèmera, dies dominica), de 'zon (ne) dag'.
Wij komen samen op de dag van de zon, omdat het de eerste dag is (na de joodse sabbat, maar ook de eerste dag) waarop God de materie uit de chaos te voorschijn gehaald heeft en de wereld heeft geschapen, en omdat op diezelfde dag Christus uit de doden is opgestaan.1
2175
De zondag is duidelijk onderscheiden van de sabbat, waarop hij wekelijks chronologisch volgt; hij komt voor de christenen in de plaats van de voorgeschreven sabbatviering. De zondag brengt de geestelijke waarheid van de joodse sabbat in het Pasen van Christus tot vervulling en is een aankondiging van de eeuwige rust van de mens bij God. Want de eredienst van de wet was een voorbereiding op het Christusmysterie, en wat daar gebeurde was een zekere voorafbeelding met betrekking tot Christus1:
Zij die leefden volgens de oude ordening der dingen zijn nu gekomen tot een nieuwe verwachting; zij onderhouden niet meer de sabbat, maar wel de dag des Heren waarop ons leven gezegend is door Hem en door zijn dood.1
2176
Door de viering van de zondag wordt het morele voorschrift onderhouden dat van nature in liet hart van de mensen is gegrift: 'God een eredienst bewijzen, die zichtbaar is, die in het openbaar geschiedt en regelmatig gehouden wordt als een teken van de wereldwijde weldaad aan de mensen bewezen'.1 De viering van de dag des Heren vervult het morele voorschrift van het oude verbond, waarvan zij het ritme en de geest overneemt, door elke week de Schepper en de Verlosser van zijn volk te huldigen.
2177
De zondagsviering van de dag des Heren en van de Eucharistie van de Heer staan in het centrum van het leven van de kerk. 'De zondag, waarop het Paasmysterie gevierd wordt, moet uit apostolische traditie in de gehele kerk als de oorspronkelijk geboden feestdag onderhouden worden'.1
2043
'Zo ook moeten onderhouden worden de dag van de geboorte van Onze Heer Jezus Christus, van de Openbaring, van de Hemelvaart en van Christus' Allerheiligste Lichaam en Bloed, van de Heilige Maria, de Moeder van God, van haar Onbevlekte Ontvangenis en Tenhemelopneming, van de Heilige jozef, van de Heilige Apostelen Petrus en Paulus en tenslotte van Allerheiligen'.1
2178
Deze gewoonte van de christenen om samen te komen dateert van het begin van de apostolische tijd.1 De brief aan de Hebreeën herinnert eraan 'niet weg te blijven van onze bijeenkomsten, zoals sommigen gewoon zijn te doen; maar laten wij elkaar moed inspreken' (Heb. 10,25).
De traditie bewaart de herinnering aan een aansporing, die nog altijd actueel is: 'vroeg naar de kerk gaan, tot de Heer naderen en zijn zonden belijden, in het gebed tot inkeer komen (...) de heilige en goddelijke liturgie bijwonen, zijn gebed beëindigen en niet vertrekken vóór de wegzending (...). Wij hebben het vaak gezegd: deze dag is u gegeven voor gebed en rust. Het is de dag die de Heer heeft gemaakt. Laat ons hem vieren in blijdschap'.1
2179
'De parochie is een bepaalde gemeenschap van christen-gelovigen, in een particuliere kerk duurzaam opgericht, waarover de herderlijke zorg, onder het gezag van de diocesane bisschop, aan een pastoor als haar eigen herder is toevertrouwd'.1 Het is de plaats waar alle gelovigen, door de viering van de zondagse eucharistie, verzameld kunnen worden. De parochie maakt de christenen vertrouwd met de gewone vorm waarin het liturgische leven wordt uitgedrukt; zij brengt hen samen in deze viering; zij onderricht hen in de verlossende heilsleer van Christus en beoefent de liefde van de Heer in de werken van barmhartigheid:
Gij kunt thuis niet bidden zoals in de kerk, waar wij met velen zijn, waar wij uit één hart ons gebed naar God richten. Daar is iets meer aanwezig: de eenheid van geest, de eensgezindheid van de zielen, de band van de liefde, de gebeden van de priesters.1
enz enz. Zoek zelf maar eens voor de verdere alinea's en de verwijzingen die her en der in de teksten staan aangeduid met cijfers.