quote:
gaitema schreef op 29 december 2010 om 01:39:Ik vind het jammer om hier te zien dat we niet gewoon met elkaar toegeven dat geen kerk vandaag de dag nog is zoals de gemeentes in de tijd van de apostelen en dat we dus nog een hoop van ze kunnen leren. Dat is jammer, omdat we zonder stevige zelfkritiek ons niet echt verder kunnen ontplooien.
Jammer is dat je deze punten ziet als iets waarover wij van mening verschillen. Want dat is denk ik niet zo. Ik denk dat we het eens zijn op al je aangedragen punten:
- Geen kerk vandaag de dag is nog zoals de eerste gemeente.
- Elke kerk kan nog veel leren van de eerste gemeente.
- Een scherp oog en heel veel zelfkritiek is belangrijk voor alle kerken.
En ook jammer is dat het verschil van beleving en behoefte dat we wél hebben, jou tot overwegingen van jammer-vinden brengt. Of anders gezegt: jammer dat je
wonderen verwachten en wonderen zien, als tegenstelling opvoert tegenover wie eerder
sterkte verwachten en sterkte zien. Want deze groepen van gelovigen hebben elkaar heel hard nodig. Ik meen te mogen stellen dat de ene groep zonder de andere groep zware beproevingen krijgt in het persoonlijke geloof, en ook zware beproevingen in het geloofsbeleven van de groep als geheel; en ten tweede dat géén van beide groepen het lichaam van Christus voldoende vorm kan geven als de eigen beleving als de enige geaccepteerde van de twee geldt.
Een voorbeeldStel je eens voor een paar industriële magneten. Je kent ze waarschijnlijk wel: heel klein en supersterk. Die laten elkaar draaien en stoten elkaar zeker sterk af, tot ze in eén richting liggen, en dan komen ze volledig tot hun recht. Echter naar de omgeving wordt het dan eén grote sterke magneet, die naar verschillende kanten ook verschillende krachten laat zien.
En probeer je dan eens voor te stellen dat die magneten niet gedraaid worden, maar in ongelijke willekeurige posities van elkaar vastgezet zijn. Dan is er innerlijk een bepaalde krachtenveld en een spanningsveld, en naar buiten toe zijn er krachten van verschillende richting en verschillende sterkte. Voor de voorwerpen van buiten eerder toegankelijk, maar mogelijk verwarrend; en voor de voorwerpen die zich in dat krachtveld begeven soms een aantrekking in de ene richting en dan weer in de andere richting. En houdt dit beeld dan goed vast. Want het helpt ons misschien elkaar te begrijpen.
ToelichtingWat wil ik met dit beeld zeggen: er is een verscheidenheid van krachten die samen een eenheid vormen. Die eenheid wordt niet een grotere eenheid door de sterktepunten te versterken en te stroomlijnen. Maar zij wordt versterkt door alle krachten op elkaar in te laten werken. Daardoor blijft er een continue uitwisseling en beïnvloeding van krachten van verschillende richtingen. Want onze roeping is om vast te houden aan ons geloof, en om géén schakelbord van lampjes te gaan vormen, maar elk een eigen authentiek licht van God. Maar als je de sterktepunten gaat bevestigen en alle krachten gaat stroomlijnen en wegnemen ten gunste van de sterktepunten, dan treedt er een rust op waarbinnen de krachten onderling geen kracht op elkaar uitoefenen, maar elkaar versterken of bevestigen. Versterking van de sterktepunten leidt dan tot verzwakking van de onderlinge effecten. En doordat alle krachten worden gestroomlijnd treden andersgerichte krachten niet meer op die er wel waren geweest als er geen stroomlijning had plaatsgevonden.
Zo worden de onderlingen krachten geneutraliseerd, en de roeping om onze voeding bij God te zoeken en om elkaar te bouwen wordt ondergeschikt gemaakt aan het grotere geheel.
Toegegeven zij dat naar de buitenkant als een grotere en meer eenduidige en meer eensgezinde kracht optreden. Maar op punten is zij zo sterk dat je er niet van afwijken kunt, en op andere punten is zij zo afstotend, dat je er niet toe geraken kunt. De vraag is dus of het stroomlijnen het geheel wel heeft bevorderd. Zeker als wordt meegewogen dat de krachten juist tot roeping hebben om op elkaar in te werken en in balans te houden en als VERSCHILLENDE leden van het geheeel elkaar tot hand en voet te zijn. Eenheid in verscheidenheij is hier de term die een roeping formuleert om niet de sterkte van de grootste gemene deler te zoeken maar de sterkte van de grootste deviatie. Niet alle sterkte is nuttig en alle eensgezindheid van hart brengt rust. Maar God’s Geest komt met kracht, en als wij die kracht miskennen, dan miskennen en bedroeven wij de Geest.
NuanceringZeg ik dan dan we helemaal niet moeten werken aan eenheid van leer en geloof? Nee, er zijn zeker dwalingen die verwerpelijk zijn, maar we moeten ons ook realiseren dat daarnaast ook veel zaken meer gaan over consonanten en dissonanten dan over het geloof dat komt van binnenuit. Want met elkaar schaven en werken aan de meest volmaakte eenheid van leer maakt een groep weliswaar homogener, maar niet per-sé geloviger en evenmin minder vatbaar voor misleiding en dwaling die weliswaar langzamer, maar eenmaal binnengekomen via de groeps-consensus definitiever een plaats inneemt en een onwrikbaarder positie verwerft.
Één lichaamWie leeft vanuit de kracht van een sterk geloof, heeft in de kern van zijn geloof geen sturing nodig, of gezegging door anderen. Maar juist doordat er anderen zijn die evenzo gevoed en geleid worden door de Geest, kun je je volop overgeven aan je geloof aan God. En God zal Zelf via de eenheid in het geloof met de andere gelovigen ook jouw geloof inzetten als bouwsteen of fundament van Zijn koninkrijk. En het geloof van die anderen inzetten om jou te scherpen of te behoeden als het op verslappingen of dwalingen aankomt. Het gaat er dus niet om dat jouw geloof een beetje preciezer wordt geformuleerd tot een geloof dat geheel de leer naspreekt; maar het gaat er juist om dat je de kracht van je eigen geloof de ruimte geeft om ook gehoord te worden door anderen, en tegelijk het gezag van de kracht van het geloof van anderen toelaat in jouw geloof. Om zo als verschillende in God geaarde individuen de eenheid van het geloof en de Geest en Christus niet alleen te belijden, maar ook te benutten tot een schone geestelijke tempel waarvan Christus het Hoofd is.
dus concreet:Ik kom nu weer terug tot de concreetheid van ons gesprek. Overeenkomstig is dat iedereen alles van God wil verwachten. Maar bij dat verwachten is er een verschil in beleving: Wat je ziet is dat de één geen wonderen zoekt, of nodig heeft, of verwacht, terwijl de ander juist de wonderen als rijkdom ervaart en als bewijs van God’s zegenende hand. Aan de oppervlakte zie je dat een tegenstelling worden waar de één zich stoort aan geruchten van wonderen, terwijl de ander daar juist versterking in het geloof door ervaart. Is deze tegenstelling nu “jammer” of bevestigt zij slechts dat er verschillende leden aan één lichaam zijn?
Om dat te beantwoorden, wil ik de overeenstemming op het punt van “moeten vergelijken met de eerste gemeente” nu gebruiken tot spiegeling van het verschil: de één is als Petrus en gelooft en leeft uit het geloof. En de ander is als Thomas en gelooft niet zomaar iets, en ziet liever aan wat voor ogen is. Zijn deze verschillen nu te wijten aan verschillende geloofsrichtingen, waarvan één minder is dan de ander? Zijn deze verrschillen nu
jammer, en reden om met elkaar te discussiëren over hoe we de verschillen kunnen benoemen en overbruggen met een stukje leer waarin de verschillen tot één geheel worden? Nee, integendeel, de een kan niet zonder de ander! Het is juist op dit punt dat degene die meent te staan in de juistheid van zijn eigen overweging zelf al de steen neerlegt waaraan hij zich nog zal stoten. De bijbelse boodschap waar de eerste gemeente van getuigt is dat de kerk wordt opgeroepen om te zijn wat zij is; namelijk een éénheid in de Geest. Eenheid is niet het heersen over de ander, maar de ander evenzoveel toegang tot kennis en gaven van de Geest toe te rekenen als onszelf, (en ons geestelijk gezag). En aan de ander in het geloof altijd méér gezag als sprekers van God toe te kennen dan aan de wereld en haar geleerden en haar wetenschappers. Want het geloof gaat over het hart, en over God, en over de Geest die inblaast wat God heeft geformeerd zonder wereldse bouwstenen en menselijke bedenksels. Concreet is dus de roeping om je te houden bij het rotsvaste geloof en anderen op te wekken om te geloven waarvan wordt getuigd. En even concreet is de roeping je te houden bij het rotsvaste geloof dat God wonderen verricht en doet en dat ook zal doen als hem dat behaagt, maar dat wij de wolk van getuigen op hun Woord geloven en dat het ons genoeg is als Hij ons Zijn Sterkte biedt.
Zijn we uit Thomas of uit Petrus...?En ik ga nog een stap verder. Je schreef dat je bewijzen kunt laten zien van getuigenissen over wonderen. Wat eigenlijk moet er bewezen worden? Wat eigenlijk denk je te
kunnen bewijzen? Is het geloof dan gebouwd op iets dat we kunnen zien en bewijzen? Wie is Petrus en wie is Thomas? En dan blijkt het ook precies omgekeerd te kunnen zijn. Wie de indruk wekt dat hij allerlei vermeende wonderen niet gelooft, die heeft het misschien niet nodig om de vermeende wonderen te zien en te horen,
om te geloven in alle wonderen en alle werken die God kan doen. Maar daarentegen wie zich optrekt aan wonderen en getuigenissen, hij is het die mogelijk zonder die wonderen en getuigenissen minder gelovig zou zijn. Dus opnieuw de vraag: wie is uit Petrus en wie uit Thomas..?
Psalm 133: Ai, ziet hoe lieflijk is het ....Als je het beeld van de magneten kunt plaatsen, dan heb ik nóg een concrete toepassing uit deze draad. Als je in een groep bent en je vindt gelijkgestemden dan is dat een rustpunt en aangenaam, om te ervaren. Vriendschap kan gevoeld worden. Maar de roeping is juist om niet te berusten in rustpunten, maar om juist hen te zoeken en hen te benaderen die anders gestemd zijn, maar wel de eenheid in Christus belijden. Want zij
behoren uit de aard van het lichaam tot hetzelfde huis. Díe winnen en tot je vrienden mogen rekenen is liefdevoller dan je op te trekken en je te spiegelen aan hen die gelijkgestemd zijn. Hoe aangenaam dat laatste ook is. De verschillen bieden een werkterrein en genade van God die je kunt winnen. De overeenkomsten bieden rust, en achterover leunen, en een genade die je kunt verliezen. Want wie meent achterover te kunnen leunen, vraagt erom om ten val te komen.
Tot slot nog een bespiegelende overweging. Woorden kunnen een visie ondersteunen en de andere visie haast lijken te diskwalificeren. Gebruik géén van deze woorden om de andere groep te diskwalificeren. Want de strekking van al mijn woorden is juist dat de twee groepen (in dit geval) niet zonder elkaars voortdurende bijsturing en beïnvloeding kunnen.
Vertrouw en geloof daarom op de kracht van de werking van de Geest, ook via de woorden die wij spreken. Geloof in, en hoop op, Zijn wonderbare werken is de sleutel tot de hemel. Berusten in Zijn onver
biddelijke regering is de sleutel omdraaien waarmee ons hart op slot wordt gezet en God’s genade buitengesloten wordt. Want God zoekt het brandende hart en het rotsvaste geloof.
Wie hard rent kan ook gemakkelijk struikelen. Maar de roeping is toch om zo hard mogelijk te rennen en te strijden voor het goede! Onder behoud van nuchterheid en waakzaamheid, en meetorsende de last van de hele geestelijke wapenrusting die God ons aangereikt heeft.
En dan zal God Zelf zorg dragen voor pleisterplaatsen, en steunpunten, en support.
.. tot zover mijn korte, puntige

, mijmering, die ik graag intrek als ik ergens de plank mis heb geslagen...