quote:
learsi schreef op 24 november 2012 om 15:02:[...]
Als ze niet bekeerden, dan heeft G'd de vader hen dus
niet naar Jezus gestuurd ! Het was dus niet de bedoeling van G'd om hen te laten bekeren, Hij heeft hen afgewezen.
Dat is precies waarop ik doelde.
Er kan maar zo één er tussen zitten die later Jezus leerde kennen.
quote:
Palestijnen zetten alle middelen in om aandacht te krijgen voor hun strijd.
Dus jij denkt echt dat als Palestijnse christen hun beklag over hun lot doen, dat ze dan zijn ingezet door de Palestijnse machtlustelingen?
quote:
De PKN sponsort deze club anders behoorlijk.....
Sabeel streeft tegen de Wil van G'd in naar een gedeeld Jeruzalem en Israël, met als dekmantel, zogenaamd het evangelie te brengen. je hebt in het begin zelf aangegeven dat dit zinloos lijkt en niet conform de Wil van G'd, daar Hij hen niet heeft aangeraakt en gestuurd naar de here Jezus.
De PKN is ook pluriform.
quote:
Ezechiel 37
11 Toen zei Hij tegen mij: Mensenkind, deze beenderen zijn heel het huis van Israël. Zie, ze zeggen: Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is vergaan, wij zijn afgesneden!
--> Extra aanwijzing dat de doden van HEEL ISRAEL zijn!
Ezechiel 36
33 Zo zegt de Heere HEERE: Op de dag dat Ik u reinig van al uw ongerechtigheden, zal Ik de steden doen bewonen en zullen de puinhopen herbouwd worden.
U is wederom het huis Israël.
Jeremia 33
8 Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid, waarmee zij tegen Mij gezondigd hebben. Ik zal al hun ongerechtigheden vergeven, waarmee zij tegen Mij gezondigd hebben, en waarmee zij tegen Mij in opstand zijn gekomen.
Hun is hier weer het huis Israël.
Micha 7
18 Wie is een God als U,
Die de ongerechtigheid vergeeft,
Die voorbijgaat aan de overtreding
van het overblijfsel van Zijn eigendom?
Hij zal niet voor eeuwig vasthouden aan Zijn toorn,
want Hij vindt vreugde in goedertierenheid.
19 Hij zal Zich weer over ons ontfermen,
Hij zal onze ongerechtigheden vertrappen,
ja, U zult al hun zonden werpen
in de diepten van de zee.
20 U zult Jakob de trouw bewijzen
en Abraham de goedertierenheid,
die U aan onze vaderen gezworen hebt
vanaf de dagen van weleer.
Jesaja 43
24 U hebt voor Mij met geld geen kalmoes gekocht,
en met het vet van uw slachtoffers hebt u Mij niet verzadigd.
Integendeel, u bent Mij tot last geweest met uw zonden,
u hebt Mij vermoeid met uw ongerechtigheden.
25 Ik, Ik ben het Die uw overtredingen uitdelgt omwille van Mijzelf,
en aan uw zonden denk Ik niet.
Romeinen 11
26 En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.
We zullen er als christenen mogelijk aan moeten wennen.
Maar Vader G'd zal Zelf heel Israël van hun zondigen reinigen bij de wederkomst van Jezus Christus als Messias, waar een deel van ons christenen de boot zullen missen misleidt door de hoer van Babylon.
De hoer die helaas samen met de antichrist tegen het uitverkoren volk Israël (en dus tegen G'd) zal strijden om het te vernietigen.
quote:
Dat geld voor de ware joden.
In de bijbel staat het zo:
Want al zo lief heeft God
de wereld gehad,
opdat een ieder die in Hem geloofd niet verloren gaan, maar eeuwig leven heeft.
Wat de Joden betreft. De bijbel zegt dit:
Johannes 5:24-29
24
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven. 25 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de ure komt en is nu, dat de doden naar de stem van de Zoon van God zullen horen, en die haar horen, zullen leven. 26 Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven, leven te hebben in Zichzelf. 27 En Hij heeft Hem macht gegeven om gericht te houden, omdat Hij de Zoon des mensen is. 28 Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, 29
en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.
Romeinen 2: 1-27
2
Het oordeel Gods over de Joden 1
Daarom zijt gij, o mens, wie gij ook zijt, niet te verontschuldigen, wanneer gij oordeelt.
Want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelf; want gij, die oordeelt, bedrijft dezelfde dingen. 2
Wij weten echter, dat het oordeel Gods onpartijdig gaat over hen, die zulke dingen bedrijven. 3
Rekent gij wellicht hierop, o mens, die oordeelt over hen, die zulke dingen bedrijven, en ze zelf doet, dat gij het oordeel Gods ontgaan zult? 4 Of veracht gij de rijkdom van zijn goedertierenheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid, en beseft gij niet, dat de goedertierenheid Gods u tot boetvaardigheid leidt? 5
Maar in uw weerbarstigheid en onboetvaardigheid van hart hoopt gij u toorn op tegen de dag des toorns en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods, 6 die een ieder vergelden zal naar zijn werken: 7 hun, die, in het goeddoen volhardende, heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, het eeuwige leven; 8
maar hun, die zichzelf zoeken, der waarheid ongehoorzaam en der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, wacht toorn en gramschap. 9
Verdrukking en benauwdheid (zal komen) over ieder levend mens, die het kwade bewerkt,
eerst de Jood en ook de Griek; 10
maar heerlijkheid, eer en vrede over ieder, die het goede werkt,
eerst de Jood en ook de Griek. 11
Want er is geen aanzien des persoons bij God.
De wet baat de Joden niet
12
Want allen, die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en allen, die onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden; 13 want niet de hoorders der wet zijn rechtvaardig bij God,
maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden. 14 Wanneer toch heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder wet, zichzelf tot wet; 15 immers, zij tonen, dat het werk der wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten medegetuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen, 16 ten dage,
dat God het in de mensen verborgene oordeelt volgens mijn evangelie, door Christus Jezus. 17 Indien gij u dan Jood laat noemen, steunt op de wet, u beroemt op God, 18 zijn wil kent, weet te onderscheiden waarop het aankomt, daar gij onderricht in de wet geniet, 19 en u overtuigd houdt, dat gij een leidsman van blinden zijt, een licht voor hen, die in duisternis zijn, 20 een opvoeder van onverstandigen en een leermeester van onmondigen, daar gij in de wet de belichaming der kennis en der waarheid bezit, – 21 hoe nu, gij, die een ander onderwijst, onderwijst gij uzelf niet? Gij, die predikt, dat men niet stelen mag, steelt gij? 22 Die overspel verbiedt, doet gij overspel? Die gruwt van de afgoden, pleegt gij tempelroof? 23 Die u op de wet beroemt, onteert gij God door uw overtreden van de wet? 24 Want de naam Gods wordt om u gelasterd onder de heidenen, gelijk geschreven staat.
De besnijdenis baat de Joden niet 25 Want besneden te zijn heeft wel betekenis, indien gij de wet volbrengt, maar indien gij een overtreder van de wet zijt, is uw besnijdenis tot onbesnedenheid geworden. 26 Zal dan, indien de onbesnedene de eisen der wet in acht neemt, zijn onbesnedenheid niet voor besnijdenis gelden? 27 Dan zal de van nature onbesnedene, doordat hij de wet volbrengt, u oordelen, die, hoewel in het bezit van letter en besnijdenis, een overtreder van de wet zijt.