quote:
Zelfs een goede rechte leer en een zuivere geheiligde regel kan niet de gezindheid van het hart vormen, als die er niet is. Als ik dus spreek over regels en leer is dat niet om het hart te vormen van medeforummers, maar om het reeds gevormde hart iets te vertellen. En een gewillig hart waarin de geest getuigt zoekt altijd wat het is dat God wil. Maar niet in een slaafs volgen van de regels die door het verstand worden opgelegd. Maar in een voortdurend de dingen overleggen in het hart met de vraag wat het is dat God wil. En het Woord van God is daarbij leidinggevend.
Niets anders. En de Geest werkt het hart van de mens en legt daarin gedachten en ingevingen en inzichten en bezieling. Maar niet de regels van het verstand, maar de genade brengt verlossing:
quote:
Heb.13:8 Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid. Wordt niet omgevoerd met verscheidene en vreemde leringen; want het is goed, dat het hart gesterkt wordt door genade, niet door spijzen, door welke geen nuttigheid bekomen hebben, die daarin gewandeld hebben.
De regel is hier een
spijze. Is het dan zo gesteld dat er geen regels zijn voor de gelovigen en zij alleen uit genade leven? Nee; zo is het niet. Het ligt wat genuanceerder:
quote:
Heb.12 14 Jaagt den vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand den Heere zien zal; Toeziende, dat niet iemand verachtere van de genade Gods; dat niet enige wortel der bitterheid, opwaarts spruitende, beroerte make en door dezelve velen ontreinigd worden.
16 Dat niet iemand zij een hoereerder, of een onheilige, gelijk Ezau, die om een spijze het recht van zijn eerstgeboorte weggaf. Want gij weet, dat hij ook daarna, de zegening willende beërven, verworpen werd; want hij vond geen plaats des berouws, hoewel hij dezelve met tranen zocht.
Hebr.12: 1 zegt het sterk en genuanceerd: Daarom dan ook, laat ons afleggen allen last, en de zonde, die ons
lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Heb.6:1 Daarom, nalatende het beginsel der leer van Christus, laat ons tot de volmaaktheid voortvaren; niet wederom leggende het fondament van de bekering van dode werken, en van het geloof in God,
Van de leer der dopen, en van de oplegging der handen, en van de opstanding der doden, en van het eeuwig oordeel. En dit zullen wij ook doen, indien het God toelaat.
10 Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten, en den arbeid der liefde, die gij aan Zijn Naam bewezen hebt, als die de heiligen gediend hebt en nog dient.
Maar wij begeren, dat een iegelijk van u dezelfde naarstigheid bewijze, tot de volle verzekerdheid der hoop, tot het einde toe; Opdat gij niet traag wordt, maar navolgers zijt dergenen, die door geloof en lankmoedigheid de beloftenissen beërven. quote:
Heb.4:1 Laat ons dan vrezen, dat niet te eniger tijd, de belofte van in Zijn rust in te gaan nagelaten zijnde, iemand van u schijne achtergebleven te zijn.
Want ook ons is het Evangelie verkondigd, gelijk als hun; maar het woord der prediking deed hun geen nut, omdat het met het geloof niet gemengd was in degenen, die het gehoord hebben.
3 Want wij, die geloofd hebben, gaan in de rust, gelijk Hij gezegd heeft: Zo heb Ik dan gezworen in Mijn toorn: Indien zij zullen ingaan in Mijn rust! hoewel Zijn werken van de grondlegging der wereld af al volbracht waren.
Want Hij heeft ergens van den zevenden dag aldus gesproken: En God heeft op den zevenden dag van al Zijn werken gerust. En in deze plaats wederom: Indien zij in Mijn rust zullen ingaan!
Dewijl dan blijft, dat sommigen in dezelve rust ingaan, en degenen, wien het Evangelie eerst verkondigd was, niet ingegaan zijn vanwege de ongehoorzaamheid,
7 Zo bepaalt Hij wederom een zekeren dag, namelijk heden, door David zeggende, zo langen tijd daarna (gelijkerwijs gezegd is): Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet. Want indien Jozua hen in de rust gebracht heeft, zo had Hij daarna niet gesproken van een anderen dag. Er blijft dan een rust over voor het volk Gods.
Want die ingegaan is in zijn rust, heeft zelf ook van zijn werken gerust, gelijk God van de Zijne.
Wat is Rust ?Dit gaat over de Rust. Deze laatste tekst wordt nog wel vaak te gemakkelijk gelezen.
De rust is: het ingaan na gedane moeite.
Voor de Joden: De rust is het beloofde land. Dat is een rust om nog in te gaan
In het beloofde land: gearriveerd in de rust, maar de rust blijft als vooruitzicht. Het is nu de verlossing. En er blijft dus nog een rust over om in te gaan.
Door de verlossing in Christus: gearriveerd in de rust van Christus, maar de rust blijft als vooruitzicht. Het is nu de wederopstanding tot eeuwig leven met God. Er blijft dus nog een rust over om in te gaan.
Er blijft dus een rust over voor het volk van God. De Rust van God is de wederopstanding van de heiligen. En het is de smalle weg die wij moeten gaan om die rust in te gaan. En het is dus niet een 100% parallel met Christus die zegt dat Hij de rust geeft. Christus geeft Zijn rust en is de beloofde verlossing en die is ook te ervaren in de Heilige Geest, maar deze verlossing biedt nog een rust die nog ingegaan moet worden door het vlees. Dat is de hemelse Rust van het leven in de Heerlijkheid van Gods aangezicht. Dat is de boodschap van Paulus.
Laten wij dan ons inspannen, om in die rust in te gaan; opdat niet iemand in hetzelfde voorbeeld der ongelovigheid valle. Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.
Hoe werkt deze boodschap door: is het zwaard een rustpunt om op te gaan zitten, of een prikkel om ons te doen ingaan? Kunnen wij rusten, als het zwaard ons aanzet om ons te benaarstigen om de rust in te gaan?
Nee; de Rust dat is de gemeenschap met God. Dat is het koninkrijk der hemelen dat als beloofde land een woonplaats wordt van al Gods kinderen. Zijn wij de rust ingegaan? Of moeten wij nog een weg volgen om die rust in te zullen gaan?
Het is inderdaad tweeledig. De rust mogen wij reeds ervaren in Christus verlossing waarop wij staan en waardoor wij tot God treden. Maar er blijft ons nog een rust en een beloofd land over, om die in te gaan. Want als wij dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, dan kunnen wij barmhartigheid verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden te bekwamer tijd.
Christus volgenAls dan de schrift zegt dat wij geholpen worden te bekwamer tijd, dan is dat geen aansporing om daarin te berusten, maar om ons te herinneren dat er werd gesproken van een benaarstigen om in te gaan. Dan is er geen directe rust en geen kalme reis beloofd, maar een smalle weg met noodzakelijke opneming van de geestelijke wapenrusting en het nimmer laten zakken het zwaard van het Woord.
De rust die wij genieten in Christus is dus een rust van de eis en de plicht om zelf uit genade te leven. De Genade krijgen wij om niet. Maar het werk dat ons wordt geboden en het juk dat ons wordt gegeven en de last die wij torsen is wat wij met die genade gaan doen. Dat is geen zwarigheid in de Geest. Maar in het vlees is dat sterven. Dagelijks sterven. Dagelijks kruisigen wat het vlees ons aansmeert. Dagelijks strijden. Dagelijks onze blik scherpen op zonde en verleiding (c.q. op heiliging). Niet tot onze bekommernis en schuldgevoelens (c.q. tot ontkenning van het kwaad in ons), maar tot onze wapening en verheuging in de enorme genade die ons ten deel is gevallen. Niet tot rust, maar tot vrijmaking van de aardse onmogelijke last en tot volkomen concentreren op onze roeping om uit vrijheid te doen wat goed is in Gods ogen. Wie de zonde liefheeft is niet van God. Wie het kwaad niet haat, is van de satan. Wie God liefheeft, heeft zijn wet lief.
Een rust blijft over om in te gaanZo is dan de conclusie dat de rust waarvan de Heilige Schrift spreekt, wel volkomen is toebereid in Christus' verlossing, maar nog niet volkomen is ingegaan voor de mens. Zo blijft er nog een rust over voor het volk. Zo blijft er nog een rust over, om die te vieren. Zo bevestigen wij dat het gebod van de sabbat niet is afgeschaft; want de Rust is nog niet ingegaan. Maar wij bevestigen dat dat gebod is blijven staan met alle andere geboden tot spiegeling van de liefde en genade die God aan deze wereld heeft gegeven. Genade dat wij niet eeuwig zullen strijden en werken, maar dat er nog een rust te winnen is en een toekomst, die een betere is dan welke wij heden ervaren.
Heb.4:11 Zo laat ons dan ons benaarstigen, om in die rust in te gaan; opdat niet iemand in hetzelfde voorbeeld der ongelovigheid valle.
Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten. En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben.
Laat dan niemand meer een sabbat houden?En keren we dan terug naar het uitgangspunt: laat dan niemand oordelen over dagen van sabbatten en van de maan en andere gebruiken. Zegt Paulus hier dat de geboden niet meer gelden? Wie heeft dat erin gemoffeld? Nee hij zegt niets anders dan dat niemand over de viering ervan mag oordelen. Dus zelfs niet over het onnodig houden van de joodse sabbat. Wij oordelen niet omdat wij weten dat christenen uit genade leven. Maar dat is geen grond en aanleiding om te menen dat de wet is vervallen ! Uit genade leeft een christen in een vrije zoektocht tot God. Maar niet om te doen wat goed is in eigen ogen, maar om te doen wat God wil. Waaruit kennen wij de wil van God? Uit de wet van God. Brengt de wet dan enig nut als wij die proberen te houden? Nee, want wij beroepen ons op Christus als het aankomt op de naleven van de wet. Wij kunnen nog niet één van de geboden het minst houden. Maar tegelijk is de wet onze kennisbron van de liefde van God. En wij gaan in ons gemoed in de Geest veel verder dan de letter van de wet. Wat dat betekent leerde Jezus ons in de bergrede. En net zo onbekommerd als wij de wet weten niet na te kunnen houden, omarmen wij in de Geest de wet en leven eruit. Ongeacht de tegenwerkingen van ons vlees.
Waaruit kennen wij onze ellende? Uit de wet van GodEn komt het zover dat wij de liefde verwaarlozen en de wetsovertreders blijken te worden, dan is de wet er om ons aan te klagen. Kennis van de wet is daarom noodzakelijk, om ons te leren niet van de liefde te vallen, in de liefdeloosheid.
Rom.9:31 Maar Israël, die de wet der rechtvaardigheid zocht, is tot de wet der rechtvaardigheid niet gekomen. Waarom? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet, want zij hebben zich gestoten aan den steen des aanstoots;
Gelijk geschreven is: Ziet, Ik leg in Sion een steen des aanstoots, en een rots der ergernis; en een iegelijk, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. De kruisweg gaan in een leven uit dankbaarheidWat zoeken wij dan? Zoeken wij de Rust, dan is er een weg te gaan en een strijd te voeren. Vier dan die rust ook te gelegener tijd. Maar omgordt dan de lendenen en ga weer op het pad in kracht en vertrouwen en volharding. Tot de Morgenster opgaat. Wat zegt men dat de Morgenster reeds is opgegaan? Wat is de wereld om ons heen? Is het om ons heen duister of is het licht? Maar in ons is het licht en dat schijnt en om dat schijnen over deze wereld te doen gaan moeten wij de lamp verheffen. En onze stem. En dan zal God met ons een weg gaan die wij niet altijd willen en niet altijd zien en niet altijd kunnen opbrengen. Maar in de Kracht van de heilige Geest gaan wij die vrijmoedig en in dankbaarheid en met de vreugde van de behaalde overwinning. Zolang wij die weg gaan is de overwinning ons deel. Maar als wij in slaap vallen of menen dat ons licht voldoende is gevoed om uit zichzelf te blijven schijnen, dan komt het Woord van God tegen ons in geweer en treden de gelijkenissen aan tegen ons vlees, en veroordelen ons in ons vlees.
Leven uit genade door de Geest Begrijp me goed. Ik heb geen enkele gedachte om medeforummers te wijzen op iets wat ze niet zouden hebben. Ik spreek vanuit mijn beperkte maar gereformeerde zicht op de bijbelse leer. En ervaring leert dat wie verder af staat vaak meer respect en begrip kan opbrengen, en de bijbelse samenhang kan zien, dan wie eigenlijk gelijk van leer zou horen te zijn, maar het hart op gelijke punten van leer naar een andere omgang neigt.
Maar in elke samenhangende omgang met God zijn elementen van andere omgang evenzovele facetten die in zichzelf een goede plaats kunnen hebben in een samenhangend geheel, maar voor anderen stenen zijn van aanstoot of juist dwalingen die ze van de eigen goede weg doen afgaan. Want doorslaggevend is de gezindheid van het hart en de wil om niet de eigen wil en beleving te zoeken en te doen, maar om Gods wil te zoeken, en Christus' kruisweg te volgen. Want we weten dat dat de weg is waar een wolk van getuigen ons toejuicht: Gezegend hij die komt in de Naam des Heeren! En bedenk daarbij welke weg nog voor Jezus in het verschiet lag lag toen Hij zo werd ingehaald met gejuich... En van Christus mogen we zéker zeggen dat hij Zijn Geest reeds had.
quote:
Maar hoe kunnen wij ons hart besnijden? Wij kunnen niets. We geven ons over aan God in onze machteloosheid.
Ook de
wil krijgen we 100% van God.
Ik zie daar twee delen. Ten eerste : ja inderdaad. De erkenning van het Werk van God in onze doop:
Kol.2:8 In Christus bent u besneden met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus; Zijnde met Hem begraven in den doop, in welken gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft. En het tweede deel is Gods weg en wil gaan zoeken in de kracht van de Heillige Geest. Zoals ik eerder noemde: het is maar net naar welke diepte je kijkt en bij welk facet van onderwerp je aangrijpingspunt is. Tweesnijdend betekent dat het zich niet laat vangen in een simpele eenduidigheid. De eenvoud wordt alleen gevoed vanuit het geloof. Dat is voor eenieder. En wie ook de diepten van het Woord wil vatten in het verstand, die moet vanuit de eenvoud ook bereid zijn om de verschillende lagen van diepte elk in eigen waarde en plaats te onderscheiden. Met het risico dat de mens erin verstrikt raakt. Want alleen uit het geloof komen de vruchten van genade.
quote:
Staat het in de bijbel dat we onze oude natuur steeds maar weer moeten doden? Ik vraag me af of we dat wel kunnen. Die oude natuur is dood (en begraven) in Gods ogen. Dat wordt in de doop uitgebeeld. Daarna doen we de nieuwe mens aan. We gaan leven vanuit de Heilige Geest, zoals het in Rom. 8 wordt beschreven.
Ik meen dat ik hierboven er het nodige over heb gezegd. Onze oude natuur is niet dood en begraven in Gods ogen, maar het wordt van ons weggeworpen. David spreekt daar al over. Onze wedergeboorte door de doop is in de Geest. En onze menselijke geest in het vlees wordt bezield door de Heilige Geest, en het doet afstand van het eigen vlees en de eigen geest. Maar de eigen geest en het eigen vlees (kun je als hetzelfde zien) blijven in ons en blijven onze spiegel om aan God te tonen dat wij inderdaad uit de liefde leven. Zou dat niet zo zijn dan zijn wij geen mensen met (enige) kennis van goed en van kwaad, maar Goden. Wij worden zonen van goden genoemd omdat God in ons is en God ons verwekt heeft. Maar door de zonde in ons zijn wij in een gevallen staat. Door Christus zijn wij in staat van overwinning. Maar dan is het wel zaak om die overwinning ook waardig te zijn en daarmee de duisternis te verlichten. Dat is aan ons.
En de zonde tegen de Heilige Geest, dat is God aannemen als Vader, maar dan niet uit Hem te willen leven. Als de oude natuur dood is, dan kunnen we ook niet zondigen tegen de heilige Geest. Maar de oude natuur wordt door ons gekruisigd en in Christus kan zij ons ook niet meer blijvend schade aanrichten. De dood is er, maar ze heeft geen prikkel. De zonde / onze oude natuur plaagt ons, maar wij worden er niet minder van. Maar beter: wij worden gelouterd. Want wij weten ons bevrijd in Christus. De nieuwe mens aandoen is dus niet een jas aantrekken, maar een wapenrusting. Dat is niet een wapenrusting tegen onze omgeving, maar tegen onszelf !
quote:
Het strijden tegen zondige verlangens kan uitermate vermoeiend zijn. Iedere keer gaan we weer onderuit. De nieuwtestamentische manier van denken is om uit te gaan van de genade van God die de Heilige Geest heeft gegeven, waardoor we kunnen overwinnen. Hier begint het proces van heiliging. Ook hier vindt nog wel eens terugval plaats. Maar dat verandert niets aan onze nieuwe positie in Christus. Het hoort bij onze oude natuur die dood en begraven is.
Hoewel je het goed genuanceerd brengt, zie ik hier toch een te evangelische klemtoon. Maar laten we eens kijken: Hoe kun je terugvallen in iets wat je volgens jou niet meer hebt en dat dood is? Het is er dus nog wel? En hoe kun je de realiteit van de zonde in je eigen leven ontkennen? Dat is toch in strijd met onze waarnemingen? Wat is ene terugval in heiliging? Minder heilig, maar nog steeds geen oude natuur? Zondeloos? En ik meen dus dat de evangelische leer hier teveel een klemtoon legt die in de kleine lettertjes van de eigen leer voor oplettende evangelischen weer teruggecorrigeerd worden.
De gereformeerde leer is de bijbelse leer. Maar net zoals de joden de waarheid en het Woord hadden, wil dat niet zeggen dat gereformeerden ook in de waarheid staan. De nuttige gewenste samenhang is dat de leer helder en algemeen wordt en dat de belevers en vierders zich laten gezeggen wat het Woord te zeggen heeft. En daarna wat de kerk te zeggen heeft. En overleggende in het hart en het verstand en dan met lichaam en ziel er wat mee doen. Elk Woord van God begint in de tempel. Elk Woord van God begint in de kerk. Elke Woord van God begint bij hen die zich bekeren. Maar tot wat bekeer je je dan? Tot Christus. Tot het Woord Tot de kerk die het Woord brengt. Tot alle kerken die het Woord 100% menen te moeten volgen. De eenheid die er niet gevonden wordt is er toch. Want God roept op verschillende wegen. En de ware oecumene is de onderlinge erkenning dat de ander zich ook 100% gebonden weet aan het Woord van God en daarvoor belijdt ook al het nodige te willen doen. De liefde laat niet iedereen dezelfde weg volgen. Maar zij vraagt wel dezelfde eerbiedige omgang en trouw.
quote:
Door de inwoning van Christus gaan we genieten van al het goede dat God geeft. Naarmate we leren ons daarop te richten, gaan we ervaren dat God goed, liefdevol en vergevend is. We hebben steeds minder behoefte om de aardse verlangens van de oude natuur te volgen. Dan wordt het leven van Rom. 7 steeds meer vervangen door het leven uit de Geest zoals dat in Romeinen 8 beschreven wordt. Gods wet wordt in ons volbracht.
Als je de oude natuur nog kunt volgen, is die duidelijk nog actueel aanwezig. Maar het maakt voor je geloof niet uit hoe je erop komt. De boodschap is dat het is uit te drukken in meer en in minder. Dat er een verandering is die niet over een nacht ijs gaat, maar een proces is waar een mens gemakkelijk zijn hele leven mee kan vullen.
quote:
Mijn vermoeden is dat het vaak voorkomt dat er steeds schuldgevoelens zijn waardoor men zich veroordeeld voelt. Satan zal ons in het nieuwe leven willen ontmoedigen en ons steeds weer schuldig verklaren door ons te herinneren aan ons verleden. We moeten die gevoelens, ook vage schuldgevoelens resoluut afwijzen. We mogen proclameren dat we verlost zijn van de zonden.
Opnieuw: dit is dubbel. Tweeledig.
Ook dit noem ik bij uitstek een evangelische benadering. Want deze benadering moet gecorrigeerd worden in het leven door de Geest en ook in de leer in de kleine lettertjes. Want als leer lijkt het voor een gereformeerde niet geheel juist.
Want het is een klemtoon die proclameert dat het de ogen wil toesluiten en de oren wil toestoppen voor aanspreekbaarheid op zonde en dwaalleer en verflauwing van de liefde. Alsof daar geen ruimte en geen plaats meer voor is bij de heiligen.
Want ook een heilige kan wel degelijk zondigen. Ook een heilige kan dwalen. Ook een heilige kan zich verharden. Ook een heilige kan zich liefdeloos uiten. Ook een heilige kan blijken toch een laatste te zijn.
Schuldgevoel is dus onlosmakelijk verbonden met alle zondaars die een geweten hebben dat hen aanklaagt. De satan klaagt aan. De satan dat is ook het onkruid dat opgroeit tussen de kinderen van God. Maar ook de wet klaagt aan. Ook de liefde klaagt aan. Heel de schepping klaagt. Als er geen klagen is, dan is er geen verlossing nodig. Ook geen advocaat of middelaar. Maar als jij je geweten toesluit omdat je geen schuldgevoel wilt hebben, dan doof je het licht en bedroef je de Heilige Geest. Ga achter mij, tegenstander! zegt Jezus tegen een rots van een gelovige.
Wat je bedoelt, is dat mensen blijven hangen in schuldbesef over hetgeen
achter hen ligt en in Christus gerekend wordt vergeven te zijn geworden. Wat je bedoelt is ook dat mensen door het schuldbesef niet eens tot Gods troon durven komen. Maar ik vrees dat dat een vooroordeel is over een ander, zonder te beseffen dat niet die ander maar jijzelf de kern hebt gemist.
Want net zoals jij in blijdschap alle schuldgevoel resoluut afwijst, wijst die ander resoluut alle gearriveerdheid af. Maar het is dezelfde medaille. Het is hetzelfde vat. Het is hetzelfde geloof. Het is dezelfde leer. En van demedaille is wonderlijk genoeg de voorkant onze ellende en onze beproevingen. Dat is het waar wij groeien in dankbaarheid en waar de glans vanaf springt als wij erin zijn. En de achterkant van de medaille, dat is een leven in materiële welvaart en in een heerlijk beleven van het goede op aarde van de geloofssdiensten. Het is de achterkant van de medaille die roemt tegen de voorkant dat de voorkant te zwaar op de hand is. Maar het Woord van God leert ons dat welvaart en ook geestelijke genoemde rijkdom een verleiding is en een struikelsteen. Wij zijn niet op aarde om de blijdschap te verkondigen die wij hier verdiend hebben. Wij zijn op aarde om de blijdschap te verkondigen waarop wij hopen en waardoor wij in dit leven haast stelselmatig en bewust de moeilijkste wegen kiezen. Want die blijdschap maakt ons tot kiezen voor droefenissen. Alsof we er iets winnen op de eigen ellende.
En dat is ook zo. Nuchterheid en waakzaamheid maakt dat wij niet als fatalisten handelen en leven. Maar misschien doen we dat te weinig. Dankbaarheid voor de zegeningen maakt dat wij ons zelf rijkdom durven aan te meten en ook ons leven opnieuw in dienstbaarheid stellen en verkopen aan bazen en banken. Maar misschien doen we dat teveel. Want wij zijn vrijgemaakt om dienstknechten te worden van de waarachtige God die ons niets anders doet vragen voor onze welvaart, dan ons dagelijks brood. Zijn genade is ons genoeg. Leef de alledaagse sabbat: dat is: wordt priester van God. Werk is er genoeg. Wereldakkers liggen braak. Hoe zouden wij dan hoog opgeven over onze eigen kweek op ons balkon? Het is de ongelovigheid en de hardheid en de natuurlijke drang om langs de weg het wachten op de bruidegom op te geven, dat wij overgaan tot de orde van de dag. Maar is dat in orde? Is dat het vuur van d eeerste liefde? En voor hen die de leer vasthouden en standvastig volharden in de strijd van de goede leer, geldt dat Openbaringen 2 ook kan constateren: maar de eerste liefde; waar is toch de eerste liefde gebleven? Wat heeft onze eerste liefde?
Ik ken mensen die in moeite en vertwijfeling over het eigen leven, zichzelf de genade niet licht toedenken. Gemakkelijk voorwerp van ons minderachting. Maar zijn die werkelijk kleingelovig? Of hebben zij meer besef waar wij vandaan moeten komen en hoe ver wij nog moeten gaan? Zalig de bedroefden. Zalig de armen van geest. Zalig de verdrukten. Het hart moet klein zijn en klein blijven. Om zodoende in het diepste van de elllende God te ontmoeten.
En vanuit de kleinheid te groeien in een nieuwe geest en een nieuw leven. Dat suggereert tijdelijkheid en snelle verandering en verbetering. Maar zelfs het minste sprankje van gearriveerdheid en zelfs het kleinste stukje van ons hart dat wij benoemen als reeds van Christus te zijn, wordt aangevochten door het vlees. Elke stap vooruit is een nieuw handvat voor het kwaad. Elke rust-neming is een laten zakken van onze wapenrusting. Maar dat is de rust die God nimmer kent en die ons ook niet vergund is om te houden of zelfs te vieren. Toch vieren wij wel een rust, en toch weten wij wel ons in Christus' rust verankerd.
Vrijmoedigheid is dus niet een uitnodiging tot gearriveerdheid of hoogmoedigheid. Integendeel. Vrijmoedigheid is een uitnodiging om de diepste ellende te kennen en te ervaren, en dan niet in onszelf maar buiten onszelf, de hulp van Christus te weten. Maar Christus reeds binnen te achten als bevrijder die ons hart leidt maakt onze harten lui en vadsig en ongevoelig voor de diepte waarin wij zijn, waar Christus ons uit wil halen.
Daarom is de vraag tot beproeving: is het wel zo of is het niet zo dat al onze werken voor Christus worden gebracht die als rechter ons zal tegenover komen en al onze werken hoe groot en hoe klein zal beoordelen? Hoe kan Christus veroordelen wat uit Hemzelf komt? Hoe kan Christus rechter zijn over zichzelf? Nee; maar hij is de Verlosser van alle mens die aan Hem is gegeven door God de Vader. Die mens heeft in Hem vrijheid gekregen om te kiezen. Elke dag opnieuw. Geen zekerheid van licht en ruimte en vrede. Maar zekerheid van de werking van de Heilige Geest. Met een vraag van God om een antwoord: wat doen wij met de Heilige Geest? Wat doet ons hart met de Heilige Geest? Wat is de Kracht in ons? Een opwekking tot Leven of een inslaping in begeerlijke rust? Gaan we op pad naar Christus toekomst toe; of gaan we ons voegen bij de Nicolaiten, om te rusten in hetgeen God ons reeds heeft gegeven, en zeker niet meer zal afnemen? Is de ware Verheerlijking van ons lichaam een viering in aardse vrijheid of een beproeving in aardse ellende? Hebben wij dan vrijheid, dan hebben wij het zwaar. Geestelijk gezien is veel aardse vrijheid en dat tellen als eigendom in plaats van verzoeking, is dan ook een verzoek om aardse zwarigheden. We zouden als rijken en sterken dus in de leer moeten gaan bij de armen en verdrukte zielen. Opdat het geestelijk bouwwerk weer een eenheid wordt in gebondenheid, in plaats van een gehele ontbinding in verlatenheid.
En toch heb je in zeker opzicht ook wel gelijk. Volkomen gelijk, als ik niet stilsta bij mijn stilstaan bij je vorm en het detail. En als het niet het onderwerp diende hoef ik er ook niet bij stil te staan, want ik heb nog geen post van je gelezen waar geen goed gebalanceerd geloof in doorklinkt. Want je hebt gelijk dat het niet onze bestemming is om in de put te zitten en te blijven steken in een zwaarmoedige worsteling. Maar de oplossing is niet wat jij zegt, namelijk dat we schuldgevoelens resoluut moeten afwijzen. De oplossing is dat we des te meer moeten begrijpen hoe groot de hoogte is waarin Christus ons wil verheffen. Het is niet zo dat we elk stukje verhoging en verlost zijn in Christus, ook meer blijdschap krijgen vanwege de afstand die de zonde tot ons krijgt. Nee, maar met elk stukje verlossing of verhoging uit de ellende, krijgen we meer zicht op hoe erg de ellende is waarin we nog gebonden zijn. Met mogelijk nog meer besef van schuld, dan toen we begonnen...
Je merkt het: waar er twee kanten zijn kies ik voor de insteek bij zwaarmoedigheid. Niet omdat ik zwaarmoedig ben. Maar omdat wat zwaarmoedigheid wordt genoemd een normaal en onmisbaar en onlosmakelijk onderdeel is van het geloof. Het is ernst. Ernst is niet de tegenhanger van blijdschap, maar de voedingsbodem. Besef van schuld overhouden, terwijl je bent gered is dus prima. Maar de relevante vraag is of wij ons willen laten redden. Of wij geloven dat Christus ons al heeft gered, en ons nu uitnodigt om in Zijn Kracht daar iets mee te doen. Of wij het geloof aannemen en Christus ook geheel aandoen. Ben je gered, dan is er nog een weg te gaan om ook het vlees te doden en te kruisigen. Es is nog een wet van liefde die vraagt om een spontane hartelijke naleving tot verheerlijking van God en tot verlichting van deze wereld. Ben je gered, dan houd je vast aan je Redder. En de dwaling is daar als je meent de Redder zodanig in je hart te hebben, dat Hij het allemaal doet - wat uit je hart komt. Dat is niet zo.
De Heilige Geest doet “het” en wat hij doet dat is je vervullen met bezieling. Hij geeft kennis van schuld en van verlossing en van een zoekend begeren om te doen wat God graag wil. En daar ga je dan mee aan de slag. Als mens. Als mens van goed en van kwaad. En steeds wordt je opnieuw beproefd of je voor goed gaat, of toch voor het kwaad. Schuldbesef is daar essentieel. Besef van verlost zijn en een zeker gestelde overwinning is daar essentieel. Maar alleen in dat spanningsveld tussen goed en kwaad, kun je goed functioneren als christen-soldaat.
quote:
Als de Heilige Geest ons duidelijk maakt dat we gezondigd hebben is dat duidelijk en omlijnd. Dat kunnen we dan belijden en dan werpt God dat in de diepte van de zee. De Heilige Geest maakt ons dat niet duidelijk om ons veroordeeld te laten voelen, maar om ons te helpen, zodat we het in het licht brengen en bevrijd worden.
Ja. De Heilige Geest is bezieling. De heilige Geest brengt licht. En ons mensenverstand doet er wat mee. Omlijningen en helderheden zijn soms wel en vaak niet duidelijk. De geest van de profeet is aan de profeet onderworpen, zegt de Heilige Schrift ergens. Het mensenhart kan dus gaan heersen over de Geest. Daarom ook kunnen we niet de Heilige Geest hebben, en dan het Woord van God niet nodig menen te hebben. Want de Heilige Geest is één met God en is uit God en zal altijd de mens dringen om Gods Woord te zoeken en te bewaren. Een goede boom brengt goede vruchten voort. Wel is het zo dat waar het goede geweten niet klaagt, ook geen schuld en zelfs geen zonde is. Maar: Het Woord van God kan klagen, en de Wet, en onze medegelovigen, en zelfs de natuur van de schepping. En molenstenen worden toebereid aan hen die anderen doen dwalen en struikelen. Maar het inzicht is hier dus dat ook ons verstand en ons hart ons kunnen doen dwalen.
Maar wat je erover zegt en waar je in meer algemene zin ook op doelt lijkt mij geheel juist: Dat wat is beleden en wat is voorgelegd aan God in een vraag om vergeving, dat zal in Christus naam tot in de diepsten van de zee weg worden geworpen. Maar opnieuw: hoe kun je vergeving vragen voor iets, als je besef van je ellende en je zonde verminderd is? Dus ook dat verhaal is een verhaal met diepe kanten van schuld en verlossing. Maar feit is dat die zonden weg worden gedaan alsof ze niet zijn gedaan en alsof ze nooit in ons waren opgekomen. Want er is voor betaald. En over die zonden in schuldbesef blijven leven is tekort doen aan Gods genade. Begrijpelijk menselijk, en misschien voor sommigen een hulp om te volharden in gevoelens van kleinheid en ellende; maar in christelijke ogen een vraag om meer uitzicht op de werkelijkheid van de hemel die reeds geopend is, en wenkt aan allen die van Christus zijn: Zingt en bereid de weg want Hij komt met haast, de bruidegom die juist ons heeft gekozen tot Zijn bruid !
Neem niets aan van mij. Maar onderzoek zelf hoe de samenhang is. De gereformeerde leer is nooit een leer van ellende en zwaarmoedigheid geweest. Het is altijd een leer van meer kanten geweest: ellende, verlossing, en dankbaarheid. Het is altijd een leer geweest van dagelijkse bekering en een dagelijks noodzakelijk beroep op de verlossing en en vraag om voorspraak. Dat is de bijbelse leer. Zeg het maar als het anders is.
Op.22:12 En zie, Ik kom haastiglijk en Mijn loon is met Mij, om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn.
1 Joh.2:53 En hieraan kennen wij, dat wij Hem gekend hebben, zo wij Zijn geboden bewaren.
4 Die daar zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, die is een leugenaar, en in dien is de waarheid niet;
5 Maar zo wie Zijn Woord bewaart, in dien is waarlijk de liefde Gods volmaakt geworden; hieraan kennen wij, dat wij in Hem zijn.
6 Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft. 1.Joh.5-1 En dit gebod hebben wij van Hem, dat wie God liefheeft, ook zijn broeder moet liefhebben.
1 Een iegelijk, die gelooft, dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren; en een iegelijk, die liefheeft Dengene, Die geboren heeft, die heeft ook lief dengene, die uit Hem geboren is.
2 Hieraan kennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben, en Zijn geboden bewaren.
3 Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar. Joh.153 Gijlieden zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb.
4 Blijft in Mij, en Ik in u. Gelijkerwijs de rank geen vrucht kan dragen van zichzelve, zo zij niet in den wijnstok blijft; alzo ook gij niet, zo gij in Mij niet blijft.
5 Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.
6 Zo iemand in Mij niet blijft, die is buiten geworpen, gelijkerwijs de rank, en is verdord; en men vergadert dezelve, en men werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand.
7 Indien gij in Mij blijft, en Mijn woorden in u blijven, zo wat gij wilt, zult gij begeren, en het zal u geschieden.
9 Gelijkerwijs de Vader Mij liefgehad heeft, heb Ik ook u liefgehad;
blijft in deze Mijn liefde.
10 Indien gij Mijn geboden bewaart, zo zult gij in Mijn liefde blijven; gelijkerwijs Ik de geboden Mijns Vaders bewaard heb, en blijf in Zijn liefde.
26 Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Dien Ik u zenden zal van den Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van den Vader uitgaat, Die zal van Mij
getuigen. [/I]
2 Cor.4:7Maar wij hebben dezen schat in aarden vaten,
opdat de uitnemendheid der kracht zij van God, en niet uit ons;
Als die in alles verdrukt worden, doch niet benauwd;
twijfelmoedig, doch niet mismoedig;
Vervolgd, doch niet daarin verlaten;
nedergeworpen, doch niet verdorven;
Altijd de doding van den Heere Jezus in het lichaam omdragende,
opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam zou geopenbaard worden.
Want wij, die leven, worden altijd in den dood overgegeven om Jezus’ wil;
opdat ook het leven van Jezus in ons sterfelijk vlees zou geopenbaard worden.
15 Want al deze dingen zijn om uwentwil,
opdat de vermenigvuldigde genade,
door de dankzegging van velen,
overvloedig worde ter heerlijkheid Gods.
16 Daarom vertragen wij niet;
maar hoewel onze uitwendige mens verdorven wordt,
zo wordt nochtans de inwendige
vernieuwd van dag tot dag.
Want onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat,
werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid;
Dewijl wij niet aanmerken de dingen, die men ziet,
maar de dingen, die men niet ziet;
want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk,
maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig.
2 Cor.5:1 Want wij weten, dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. Want ook in dezen zuchten wij, verlangende met onze woonstede, die uit den hemel is, overkleed te worden.
Zo wij ook bekleed en niet naakt zullen gevonden worden.
Want ook wij, die in dezen tabernakel zijn, zuchten, bezwaard zijnde; omdat wij niet willen ontkleed, maar overkleed worden, opdat het sterfelijke van het leven verslonden worde.
5 Die ons nu tot ditzelfde bereid heeft, is God,
Die ons ook het onderpand des Geestes gegeven heeft.
Wij hebben dan altijd goeden moed, en weten, dat wij, inwonende in het lichaam, uitwonen van den Heere; (Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.)
8 Maar wij hebben goeden moed, en hebben meer behagen om uit het lichaam uit te wonen, en bij den Heere in te wonen. Daarom zijn wij ook zeer begerig, hetzij inwonende, hetzij uitwonende, om Hem welbehagelijk te zijn.
10 Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.