quote:
gaitema schreef op 11 oktober 2012 om 11:40:De sabbath was er niet gericht aan ons, maar aan de joden in de eerste plaats. De sabbath is zoals het oude testament omschrijft een vooruitverwijzing naar de vrede die God zal brengen. Wij als christenen hebben die vrede al door de Heilige Geest. Daardoor is het sabbathgebod geen dag in de week, maar volgens Paulus iets voor de hele week, net als deze evangelist schrijft. Niet een duikbootchristendom van één dag in de week boven komen, maar de rest van de week onderduiken. Paulus schreef dat ook: "voor de ene christen is één dag in de week heilig, voor anderen zijn alle dagen gelijk. Laat een ieder zijn overtuiging volgen." Als je kijkt naar de eerste christenen. Ze kwamen alle dagen van de week samen in de bijbel en Jezus plukte aren op de sabbath. Een aanstoot voor de joden, maar Jezus wees op waar het echt om draait.
Ik koop dus gerust ijs op zondag en werk op de zondag, maar eer God de hele week.
en:
quote:
De sabbat is de viering van hetgeen nu wordt gevierd en in de toekomst voleindigd wordt. Wat je nu viert getuigt van een betere toekomst. Er zal geen bijzondere sabbatsviering meer zijn als de sabbat is aangebroken. Daarom zijn jouw woorden de wet erkennen in de liefde te staan. Dat het sabbatgebod voor jou op een zekere manier geldt is dus rijkdom. Dat is gereformeerd. Dat is bijbels. Vergeet het woord gereformeerd even; want wat ‘gereformeerd’ is, wordt bepaald door wie het zeggen te zijn.
Ik gebruik het woord gereformeerd in dit gesprek vanwege de identificatie met hetgeen gereformeerd is. Naturlijk is wat gereformeerd wordt genoemd een claim christelijk te zijn. Maar, als er meerdere christelijke stromingen zijn, dan is de ontkenning van een gereformeerde identiteit een miskenning van het gereformeerde eigene, ofwel een toeëigening van ‘waarachtig’ christelijk door de gereformeerden, zoals voorheen de ‘ware’ kerk werd toegeëigend. Niets menselijks is een mens met een bepaald karakter vreemd.
Als we dan hebben vastgesteld dat het gebod geldt, dan is de vraag wat dat betekent. Het gebod van God is een vraag om liefde, waarvan de mens getuigt er niet in te kunnen noch uit zichzelf te willen zijn. De satan klaagt over de schuld van de mens, en hij wil ook God rechtvaardig maar liefdeloos stellen in de ogen van de hemelse legermachten. Dat de satan de aanklager is, zegt iets: hij heeft een punt. Hij moet een punt hebben want hij heeft toegang gekregen tot God de Vader om te klagen over de onrechtvaardigheid en liefdeloosheid van de mens. Denk aan het boek Job. Vreselijk is het lot dat de mens is beschoren in de rechtvaardigheid van God. Tot de Verlosser zich baan brak in volkomen duisterheid en Christus kwam, om de satan krachteloos te stellen en de wet van God in rechtvaardigheid te vervullen en te bewijzen getuigenis te zijn van de volkomen Liefde van God de almachtige Schepper van dit al. Vraag: is de mens nu dan voldoende één geworden met God om Zijn wet niet meer van node te hebben tot spiegeling en onderkenning van zijn liefde? Ja: beproef het Woord van God en onderzoek of de mens voldoende één is met God om Zijn wet niet meer van node te hebben tot spiegeling en onderkenning van zijn liefde. Vraagteken. Uitroepteken.
Ik stel dan ook vast dat het gebod bewezen heefteen krachtige getuige te zijn van de heerlijkheid van God en daarom in helemaal niets heeft afgedaan. Hij blijft als getuige om de wolk van heiligen die van haar klachten en lasten en moeiten is bevrijd, en die wordt verenigd met Christus, te bevestigen Gods kinderen te zijn, en daarnaast ook om het overschot van ongelovigen en vervallenen te getuigen van de rechtvaardigheid van het oordeel, net zo lang als zij onder dit oordeel lijden zullen.
quote:
....op een vernieuwde manier.
De dwalingen waarmee wij strijden en waarmee onze tijd nauwelijks weg weet, is de omgang van de christenen met de liefde van God. Lees de geschiedenis van de Opwekking en Willow Creek, en ontdek dat de Opwekking een zaak is van de mens die de zoete zachte banden van hoop en volharding in Christus heeft afgeworpen. Afgeworpen is de last, en omgord en omarmd is de lust. Liefde is het sleutelwoord geworden tot snoering van elk Woord van God en tot acceptatie van elk werk van de mens.
Maar de kern is verzaakt. De liefde is door God gecommuniceerd in de Wet. Het is nadrukkelijk niet zo dat de Wet een residu is van tijden van meer primitieve samenlevingen, van goden en mensen die zich goden maakten in hardvochtigheid. Christus was geen hater van de wet maar een liefhebber van de wet. Maar niet vanwege de regels, die enkel de mens konden doden, maar vanwege de liefde die daarin wordt gewaarborgd publiek tentoongesteld te zijn. De aardse heilsstaat is het beloofde land onder de wetten van Mozes. Maar deze heilsstaat mochten wij opnemen in ons hart en in de genade van Gods heerlijkheid uitvoeren in vrijheid aangespoord door de Geest. De testamenten zijn rotsstenen van God die zegt: 'Ik heb u getoond hoe Mijn wetten zijn, en u hebt ze niet gehouden. Maar u hebt kunnen zien en geleerd wie IK BEN.' In Christus, Zijn Zoon krijgen wij deze wetten in ons hart.
Nee; zegt onze tijd-geest, maar het is een andere wet, die wij nu houden. Maar het is geen andere wet, het is de Geest van dezelfde wet. De norm achter de wet draagt de wet, en houdt de wet in leven tot veroordeling van allen die in de zonde zijn, of ertoe verzwakken. Was dat niet zo dan waren alle zondaren vrijgesproken in de nieuwe wet. De nieuwe wet is niet nieuw maar zij is nog ouder dan de oude wet. En daarom zal een christen zich nooit tot tegenstander van de Wet van de God laten maken. Want de tegenstand tot de wet is tegenstand tot de liefde. Dat is tegenstand tot God. Het is daarom dat wij als gelovigen erkennen en belijden dat de wet van God goed is en rechtvaardig, en in ons vlees getuigt dat God goed is en de zonde veroordelingswaardig.
Maar de aangrijping van de satan op ons vlees , waarin de satan ook is geslaagd en ook zal slagen en ook de overwinning zeker heeft gesteld over het vlees, daarin is een kink gekomen. Want de satan krijgt wel het vlees, maar het is geen overwinning. De satan krijgt heel ons leven tot de dood erop volgt, maar zijn prijs is leeg want wij zijn niet meer van hem. Want wij hebben een Geest van de hoop en volharding die de zekerheid van ons verlies teniet doet en in Christus evenzovele harten toebereid tot eeuwige vreugde als God aan Christus heeft toegevoegd.
Nademaal de wet goed is en een vol maar aards getuigenis van de rechtvaardige en liefdevolle God, is het de mens niet toegestaan van dit Woord van God iets af te doen. Het is de mens niet toegestaan van de wet van God iets af te doen. Zijn er dan gelovigen die de wet erkennen goed en rechtvaardig en geldend te zijn, dan is het een andere zaak hoe deze wet weerslag krijgt in het praktische leven. De Heilige Schrift getuigt ons dat in de heerlijkheid van God niemand zijn broeder zal leren hoe God gediend wil worden, want eenieder heeft directe kennis van God en beproeft zijn eigen gemoed of deze in de liefde is. Maar ons leven op deze aarde is onder de aardse heerschappij van de satan die geen recht van spreken meer heeft bij God in de hemel, want hij is neergeworpen op de aarde. In de hemel staat Christus tussen de mens en de satan in. Maar de satan houdt op aarde nog voluit stem en invloed en macht en krachten bij de mens zodat daar een voortdurende wisselwerking is tussen goed en kwaad, en tussen vrijheid in de Geest en beteugeling door de wet. Gelouterd als het zuiverste goud is het doel. Loutering is het nut. Eer aan God is het genot voor de engelen en hemelse legermachten. Heerlijkheid in eeuwigheid de prijs voor de mens. Maar gevraagd is om naar de prijs te grijpen en van Gods Woord te getuigen en te bevestigen dat zij goed is en nuttig deze wereld te schiften en te duiden tot op het bot van elke levende ziel. Ik weid wat uit geloof ik, maar liever spreek ik 100 zinnen te lang dan in de clinch te komen over één komma te weinig. En ook heeft het een schiftend nut tot verharding of verzachting. Welnu dan; de vraag is of nu duidelijk geworden is dat wij geen misverstand en geen meningsverschil hebben over de basis dat het bijbelse gebod van de sabbatviering nimmer overbodig geworden is en nimmer uit de wet gesneden is?
En laat de liefdelozen zonder gezag dan twisten over de mate waarin de liefde minder van ons vraagt dan de letter. Maar in een tijd waarin het gezag van God is verkracht en verbrokkeld tot evenzovele stenen van afzonderlijke aanstoot als er brokken zijn, is het wezenlijk dat elk christen zich beproeft of het de wet is van God die hij liefheeft, en welk gezag het is van Christus' gemeenschap waaraan hij zijn liefdewerken op deze aarde koppelt. Het zoeken is de norm. Het vasthouden aan gezag van liefdeloosheid is het teruggaan naar de wet van Mozes. Maar de wet van God en het gezag van God is er van oudsher geweest en zal er tot in lengte van dagen zijn. Wees daarom wijs en trouw en volhardend in het invulling geven. Want waar de mens het heeft opgegeven, daar is het pas dat de Geest tot ware bloei komt. Alleen ellende schept de ware voedingsbodem van de Geest. Niet vanwege de ellende, maar vanwege de onmogelijkheid van het hart om zichzelf niet rijk te rekenen met van God gegeven rijkdom. Rust roest. Want vergeten wordt wat de ware rijkdom is.
Het pinksterfeest is een uitstorting van de Geest op de discipelen. Vraag van relevantie: Is het nu zodanig gesteld met het volk van God, dat alle gelovigen de Geest hebben en daar volkomen uit leven? Antwoord: Nee, zeker niet. De Geest kwam en ging, zelfs op (en van) de discipelen. De Geest kwam (en ging) op Saul, en op David, en op Mozes, en op de 70 oudsten van Mozes, en het volk zei later: 'net zoals toen, toen de Geest op die mannen was'. En zo ook het nieuwe testament: de discipelen verwonderen zich en ontdekken dat de Geest ook werkt op de heidenen, op net zo’n manier als het in het begin ook bij de discipelen was.
Daarom. In antwoord op jouw verhaal over het pinksterfeest dat nu het verschil maakt met de joden: Ja, ik begrijp wel je punt. Heiliging van ons leven is iets anders dan van 1 dag per week. Maar ook de priesters van voor de uitstorting van de Heilige Geest hielden de wekelijkse sabbat, naast de dagelijkse offerdiensten. Want de sabbat is het feest van de vooruitgespiegelde rust. En tegelijk van de deels reeds ingegane rust. Precies wat het voor ons ook is. Ook wij zijn er nog niet, want de Geest is niet volkomen in ons. De heiliging gaat niet zonder wankelen en zonder dwalen en zonder vallen. Want de Geest belooft zijn Getuigenis en Zijn Aanwakkering. Maar niet Zijn Rust in Heerlijke Aanwezigheid van God. Dat is een hoofdstuk waar wij aan mogen proeven, en die wij materieel ook mogen meemaken in de scaramenten, of (indien het geen leugen was van de verleiders) ook in feesten van de Geest, maar waarvan de essentie is dat wij dat vieren en meemaken als teken en zege; van een zekere toekomst van meer waarheid en eenheid met God.
Ik vat samen: het vierde gebod hebben wij samen bevestigd goed te zijn en de onderhouding waardig. Wij zijn het niet eens over de wijze en de mate waarin wij dit onderhouden vorm geven. Maar wij bevestigen dat God het is die Zijn Wet heeft gegeven en in Zijn geboden ook voor 2012 een wet legt van de liefde. Dat is de wet die ons tot struikelsteen wordt als wij haar niet meer liefhebben en ons leven aan haar liefde niet willen spiegelen.
quote:
Vandaar dat ik Handelingen 21: 12-30 aanhaalde, omdat je daar precies die discussie tegen komt die Paulus had met de joodse christenen, zoals wij die hier onderling voeren.
Onbegrijpelijk dat je die tekst noemt. Hoe kom je tot het erbij betrekken van deze geweldige tekst? Waarom kwam je niet met de gebruikelijke strijd over de besnijdenis tussen Petrus en Paulus? Zie je niet hoe onze tijd wordt gespiegeld in deze tekst?
Paulus komt in Jeruzalem, en wat overkomt hem daar: een enorme krachtige levensvatbare positief gestemde kerk is gegrondvest. Duizenden, nee zelfs tienduizenden leden, wat een genade en rijkdom van onze Heer en God tot vervolmaking van Zijn Heil en het getal der heiligen die worden verzameld tot Zijn Eer. En niet te vergeten: wat een eenheid met Gods Volk! Samen in eendrachtige aanbidding van Gods Naam: Sadduceeërs, die niet geloven in de opstanding, Farrizeeërs die geloven in de komst van de Messias en de opstanding, en de Messias-belijdende christenjoden, die een Jezus verkondigen die is opgestaan tot heil van alle joden, en ook nog enig heil bewerkt voor de heidenen buiten dit heilige volk.
Wat een rijkdom. Wat een heerlijkheid. Wat een schouwspel tot Gods Lof. En dat allemaal rondom die fantastische tempel en op die prachtige tempelpleinen van Salomo. Zo ongekend, dat de Romeinen een paar jaar later graag alle levens van de Joden wilden sparen als ze de stad maar heel lieten. Maar de joden kozen in volharding c.q. verharding voor hun God en hun redding en hun verlossing, en lieten zich afslachten.
Maar zover is het nog niet. De gemeente bloeit en groeit. Wat te doen bij dit schouwspel; Paulus staat er niet goed voor. Want hij brengt een boodschap die niet is naar het vlees van de gemeente. Hij toont een levenspraktijk die niet is overeenkomstig de uitbundige vieringen van het hoogtijvierende volk. Ja; maar het gaat niet om Paulus, maar om God en Zijn Lichaam. Zijn kerk. Zijn heilsplan.
Dus Paulus moet zich aanpassen aan de plaatselijke wensen en tegemoetkomen aan de behoeften van het volk. Hij doet het. Hij kiest een weg van Heiliging. Reiniging naar de wet. Offergave naar de wet. Lossing door een flink bedrag aan lossing van schuld te betalen. Het is geen leugen, want hij houdt zich wel vaker omwille van de zwakheid van de joden aan verschillende joodse gebruiken. En tegelijk is het niet communicatief. Niet onderscheidend. Niet het scherpe tweesnijdende zwaard. En tegelijk is het Gods raad, aangezien de oudsten in de gemeente staan voor het gezag van God. En misschien accepteerde Paulus bewust waar het op uit zou lopen omdat zijn hart voorbereid was op gevangenneming en de dood. Hoe dan ook: wat van tevoren is geprofeteerd toen Paulus op weg ging naar Jeruzalem, wordt bewaarheid: deze hele actie van offeren, en betaling van offergeld, en scheren van de hoofden van nog een paar mannen, en inachtneming van dagen van reiniging brengen helemaal niets op. Paulus wordt onmiddellijk als wetsovertreder ''ontmaskerd'' en de hele actie blijkt van nul en gene waarde. Wat een geweldig verhaal. Het is als toen Jezus bijna al zijn discipelen kwijt raakte door zijn schifting met het zwaard van het Woord.
Wat doet dat allemaal met Gods heilsplan? Zoeken wij een verband? Nee, helemaal niet, Het is een mooi voorbeeld hoe de mens rekent en maar niet los komt van alleen te leven uit het geloof. Toen al. Gods plan ligt vast en in kleinheid in menselijkheid worden de grote geestelijke werken van God openbaar. De rede van Paulus. De gevangenschap en voorgeleiding aan tot aankondiging van de Nieuwe Koning en het Nieuwe Koninkrijk aan alle machthebbers van het Romeinse rijk. God bouwt en bewaart en geen mens ziet het; dan zij die in het geloof rekenen met een heil en een plan dat niet nog gerealiseerd moet worden, maar al af is en klaar en alleen nog een schakel van publicatie aan de hele wereld nodig heeft.
Je had me met deze tekst. Ik had hem nog niet op deze manier gelezen. Ik schrijf eigenlijk altijd uit de losse pols, en als dat niet zo is dan laat ik het bezinken tot het komt; maar nu moest ik hard denken. Wat wil deze tekst zeggen? Wat wil jij met deze tekst zeggen? Wat wil God ons zeggen? Eigenlijk weet ik het nu nog steeds niet. Maar wat in mij opkomt is dat deze tekst ons leert om niet vanwege uiterlijkheden te wijken voor de waarheid van Gods Woord. Niet vanwege de winst Gods Woord te buigen. Niet vanwege het getal en de berekening een haalbaarheidsplan op te stellen.
Maar om te rekenen met geloof alleen.
Geloof dat God het heeft voorzien en dat God er een plan mee heeft, en dat het plan van God naar waarschijnlijkheid al rekening houdt met onze foute omgang ermee. En vanuit het perspectief van de doeners en leraars van het Woord is er de stille onderwerping en trouw en vastberadenheid aan het Woord van God en ook aan het gezag van de kerk. Waarom zou een hogepriester van een dwalende kerk gezag krijgen bij God? En dan ook nog bij herhaling. Omdat God hem een plaats gaf. Wat is dan hetgeen de gelovige moet verwachten en op ingesteld raken? Dit, dat Gods Geest werkt op alle wegen die bestaan, tot de verderfelijkste paden en tot in het dodenrijk toe, maar dat de mens gehouden is om God eer te bewijzen in alle onderdelen van het leven, en juist ook op die plaatsen waar God een formele plaats heeft. Want dan is onderwerping aan de formele plaats een vorm van onderwerping aan God. Acceptatie in confrontatie. Want de liefde aan eenheid en rust kent grenzen. Niet tegen de Geest, in dank aan Gods genade. Maar in trouw, en daarboven in een bewust aansturen op confrontatie met de heersende geesten van deze wereld, en daarboven in openlijke verkondiging van Gods Waarheid. Want het zwaard van de Geest is het zwaard van het Woord. En het lijden op die weg tot eer van God het nuttige doel. Tot vervolmaking van onze weg op aarde op wegen van Paulussen en Stephanussen in navolging van Christus.
Maar ik krijg het niet aan de sabbat gelinkt. Het lukt me niet. Wat wil je me vertellen? Wat is onze gezamenlijke boodschap? Hoe kunnen wij kiezen om de wet van God in liefde tot confrontatie te doen zijn met de geesten van deze wereld? Door als de wereld te worden? Hoe kunnen wij een concreet gebod geestelijk vorm geven tot verheerlijking van Gods naam? Door het af te schaffen in stilte? Of door de wet van de sabbat inhoud te geven tot verheerlijking van Gods naam? Wat is de verheerlijking van God in jouw binnenkamer? Wat wint de wereld ermee? Wat win jij ermee in genade? Wat is de rijkdom van het nu-vieren-wat-we-straks-hebben, tot verlichting van onze omgeving? Is dat op je werk een gebed prevelen in stilte? Is dat opgaan in de wereld en een uurtje per week een vaste samenkomst hebben?
De sabbat is een omgang van de mens met de toekomst van absolute rijkdom en absolute heerlijkheid en absolute genade voor evenzovele zielen als God er ook door onze bedienening toe voegen zal. Is er ook maar iets in deze tekst die oproept om de wet van God klaar en voor ons niet van bijzonder nut te achten? Ik begrijp dat niet.
Ik moet daarom op het punt van de sabbat verstek laten gaan. Ik volg je niet. Als ik deze tekst toepas op de door jou voorgestelde manier, dan is de boodschap dat als Paulus zelfs de joodse heiliging ondergaat, dat jij als protestant ook de protestantse zondag zou moeten wensen te willen ondergaan. Hieruit iets daaraan tegenovergestelds halen vind ik vrij onnavolgbaar.
Maar op een ander punt zie ik een toepassing die relevanter is. Want het onderwerp is hier
identiteit. En de identiteit van de gemeente te Jeruzalem is waarover het in jouw tekst van Handelingen gaat. De joodse christelijke gemeente identificeert zich met het jodendom. Mag dat? Waarom niet zou je denken. Paulus doet het ook. Maar wat is dan het kenmerkende van die identificatie? Het kenmerkende van die identificatie is dat zij
een deel van de waarheid aangrijpen en vasthouden en daarop bouwen, waardoor een andere deel en andere delen naar de achtergrond verschuiven. Dat moet niet.
Jawel, het moet wel zolang het gaat om onderlinge vrede en onderlinge liefde en onderlinge gemeenschap. Maar wat is vrede en gemeenschap als de griekse christenen niet deel mogen hebben aan deze dienst, en zelfs de voorhoven van het Huis van God niet van binnen mogen gadeslaan? Wat is de joodse sabbat houden als dat lijnrecht en onherroepelijk een verbod betekent voor christenen om tot Gods Huis te komen? Waarom laat Paulus hier de christengrieken buitenstaan? Gelukkig getuigt de Schrift dat mensen menen die grieken ook in de tempel gezien te hebben. Goed van Paulus! Als het erop aan komt, dan zal het Zwaard van de Geest of het Zwaard van het Woord of het Zwaard van Gods oordeel schifting maken. Paulus wist van tevoren dat Jeruzalem ook het einde van zijn vrijheid zou betekenen. En er komt een vreselijk belangrijk vervolg op ons verhaal: Lees de geschiedenis verder, en ontdek dat Paulus nog een brief schreef: de brief aan de Jeruzalemmieten, geschreven toen Jeruzalem al belegerd werd en het tijd werd om uit haar te trekken, om Christus te volgen buiten de legerplaats. Dat is het beeld van de rijkdommen van de eredienst op aarde, die wij moeten verlaten om Christus te volgen in verlatenheid en vernedering en verdrukking. Uit genade en tot onze heiliging. Jeruzalem wordt verlaten. Want de hogepriester is niet in Jeruzalem, maar dat is alleen Jezus Christus. Paulus brengt
dan pas aan de joodse christenen eerst duidelijk de leer van schifting tussen de jood en de christenjood. En God heft het zwaard in de romeinen en brengt de tempeldienst zodanig omver, dat die heden in 2012 nog niet weer is opgestart. Dat kan ook niet, want de koning van de Joden uit het geslacht van Koning David, dat is ook de enige nog legitieme hogepriester van de joden in de orde van Melchizedek, en dat is Jezus Christus.
Wat zegt ons de identiteitskwesties van de joden in Jeruzalem over onze eigen identiteit? Helemaal niets. Maar wel een vergelijking, namelijk dat identiteit overvleugeld kan worden door klemtonen. Wat het aloude gereformeerde was, en waar gereformeerden zich mee identificeerden, dat is de leer van balans tussen de onderdelen van de Schrift. Maar deze als identiteit op te vatten kenmerken, die zijn verwaarloosd en overvleugeld door een identiteit met andere kenmerken. En die andere kenmerken worden samengevat in slechts één woord van aandacht: de
levensheiliging. En dat ene woord is een machtswoord in de handen van hen die het gebruiken voor nog weer een andere identiteit met nog weer een ander woord:
Geheiligden. En dat lijkt nu een onderdeel van de identiteit geworden. Geheiligden, dat zijn zij die actief het heiligen van zichzelf en de eigen daden en het eigen hart niet meer nodig hebben, want Christus heeft het voor hen gedaan. Geheiligden, dat zijn zij die het gebod van de sabbat niet hoeven te vieren, en ook niet geestelijk, want zij zijn reeds geheiligd. Geheiligden zijn gearriveerd in Christus, en rusten in hun werken. Weer dat vermaledijde gearriveerde, maar met een nieuw sausje. Geheiligden vieren een sabbatsleven. Het is principieel niet anders dan het verschil tussen Sadduceeërs en Farrizeeërs. Want de Farrizeeërs geloven dat er nog een opstanding is die een beter leven biedt waarvoor nu ook nog gevochten moet worden. Maar de Sadduceeërs geloofden in de eigen rechtvaardigheid als substantieel onderdeel van het eigen leven. En zij samen, ja zelfs met de christelijke joden, geven in jouw tekst weer hoe zij tesamen in Gods Huis willen zijn en ook eensgezind tot de tempel opgaan... Het kan dus wel.
Maar tussen de geheiligden en de wettischen in, daar is de categorie van hen die zijn bevrijd van de wet, en die zich daarom ook gaan heiligen tot Gods eer. Dat is de mens die erkent dat waar de zonde meerder is geworden, ook de genade veel meer overvloedig is geweest;
Als zij het gebod van de sabbat be-naderen, dan is dat in liefde en onderwerping en zoekende hoe Gods Eer in Heiliging hooggebracht kan worden. Dan is het een zoeken vanuit de voeding van Christus hoe het is dat de rank kan bloeien. Dan is een dag van heiliging en verering van de toekomende heiligheid niet een maximum of een maat, maar een vraag om veel meer van deze heiliging te vieren en te bewerken in dit leven. Dan ineens is het gebod van de sabbat een gebod om te Werken, de werken die getuigen van Gods enige Eer en Gods enige heerschappij en Gods enige Rust en Gods enige uitweg uit deze wereld. De viering van de sabbat is dan misschien wel het grootste evangelisatiewerk dat de kerk kan doen.
Maar; zeg mij eens: is dit de sabbat waarover jij spreekt? Is dit de sabbat waarover de gereformeerde kerken spreken? Nee. Het wettische godloze en liefdeloze is zodanig in ons bloed en in onze gedachten in onze woorden, dat wij uitspreken als de normaalste relevante zaak: ik eet ook gerust een ijsje op zondag.
Wat geestelijks is er aan die opmerking? Is dan de wet tevergeefs opgesteld? Is dan de heiliging een aanfluiting in het modderbad van gevallen engelen? Heiliging gaat over God. De wet gaat erover dat alles in ons leven is te verdelen in delen van de wet. Want de wet is liefde. Want de liefde is gevraagd in alles. En de liefde waarvan wij getuigen is niet de begeerlijkheid van ons vlees en onze ijsjes, maar van Gods Eer en Gods liefde, en van onze heiliging tot Gods eer. Was het ijsje tot Eer van God? Was het een moment dat de dominee een ijskar hoorden bellen, zich realiseerde dat de collecte nog niet was geweest, en de gemeente op kosten van Christus nodigde om een kwartier te pauzeren tot genieting van een ijsje? Of was je voorbeeld van het ijsje op een moment dat de priester vrij was? Wanneer is de priester van God vrij? Nee, maar het sabbatsgebod gaat als heiligingsopdracht zover dat zelfs je ijsje op maandag nooit wordt gegeven als je alleen bent, maar dat altijd twee of drie om jou heen ook een ijsje aangeboden krijgen. Want het is niet jouw geld en het is niet jouw ijs. Maar het is de onrechtvaardige mammon die in handen komt van een kind van God. Het is Geld van God en ijs tot verkoeling van de kinderen van God, en zij delen dat altijd uit met grote vrijgevigheid: want elke gegeven ijsje als verkoeling gegeven door Gods kinderen is een verkondiging van een betere liefde en een beter leven en een heerlijker toekomst, waarvan wij getuigen dat wij die hier niet nodig hebben maar liever geven aan onze naaste. Want wij hebben het al. Maar liever nog dan het ijs, geven wij de sleutel tot het koninkrijk van God.
De ijsjesparade in het gesprek over de sabbat is daarom in mijn optiek een leugen en een wettische omgang met een waarheid die strijdt met God: namelijk de leugen dat al ons werk en heel ons leven afgenomen is van Christus en gegeven aan onszelf. De leugen dat WIJ in vrijheid de baas zijn over ons eigen leven, en we leven de leugen dat Christus dat fijn vindt.
Maar het spreken over een ijsje eten bestaat bij de gratie van toerekening van liefdeloosheid aan een ander. Maar ondertussen is de balk in eigen ogen zo groot geworden dat de liefde van God er niet meer in te zien, noch weerspiegeld is. Wat dit punt betreft, bedoel ik dan natuurlijk.
Komen we even terug tot de gewone lijn van het verhaal, dan blijft de slotsom dat het gebod van de sabbat op te vatten is als een vraag om heel veel meer, dan wij als mens
bereid zijn om voor God op te brengen, maar dat die ene dag een aanwijzing biedt hoe een volk dat Gods liefde mag en moet beleven, met de viering van het gebod van de liefde ten aanzien van de viering van het huidige en komende koninkrijk, om kan gaan. En waar de liefde vermindert, daar komt het geraamte van de wet door de magere huid van het offerdier heendrukken en die kadert harde lijnen en pijnlijke grenzen voor het vlees. Wettisch? Jazeker. En niet te min! Want de wet zal tot in eeuwigheid de veroordeling verkondigen van hen die de liefde verlaten of er niet in willen zijn.
Maar daarentegen als wij zicht kregen op wat gereformeerd is, dan zouden we groeien in kennis. Of ook: kies liever voor NIET-gereformeerd, dan half-gereformeerd. Want zouden we ons niet half-bekeren voor eigen genot, maar Gehéél tot bekering om heel het leven te willen
Heiligen, dan wordt het anders: Dan ineens wordt ons leven en elke stap en elke daad in dit leven een vraag naar de liefde van God: Hoe kunnen wij in deze daad of in dit stukje leven Gods heiligheid laten zien en onze eigen
heiligheid doen opvallen. Dat is niet een ondergaan in het kwaad met een vrij geweten. Maar dat is juist een uitsteken uit de wereld in een vrij geweten. Uitstekende christenen hebben geen schijn van kans in de wereld op te gaan. Want er komt een licht vanaf en dat licht schijnt over heel de omgeving. Maar het is een vraag om heiliging, dat is een vraag om in elk facet van ons leven te kijken en te beoordelen: hoe is het dat God hier Verhoogd kan worden. Dus niet: wat zou Christus doen, en nog kunnen verantwoorden, maar: Hoe zou Gods Eer en Heerlijkheid door mijn actie of daad of houding kunnen
opvallen (eer krijgen). En dan is er al een wens om het anders te doen dan de wereld. Alles. Want wat wij van God hebben gekregen, en wat wij in vrijmoedigheid namens God verrichten; daarvan zullen wij nooit willen verkondigen: dit is van deze wereld en dit is wat de wereld ook kan doen en hebben en beleven.
Want dat kan niet.
quote:
Het is een bepaalde inzicht dat het sabbathgebod direct in relatie staat met pinksteren (het heilige van de tabernakel) en het 1000 jarig vredesrijk (het heilige der heilige van de Tabernakel). Nu het al pinksteren is geweest, kunnen we door die Geest de sabbath vieren, zoals de joden dat nog in de vooruitzicht hadden. Voor de joden is het namelijk nog geen pinksteren geweest.
Ik ga niet in op het duizendjarig rijk omdat dat onderwerp is van speculatieve leringen.
De joden vierden de sabbat niet alleen voor de rust van de toekomst, maar ook voor de rust van het heden. Zij werden door God gewaarschuwd en toebereid en verzekerd, dat de rust een verdubbeling van de zegen betekent, waardoor God er Zelf voor Zorg draagt dat de rust van de sabbat wordt vergoed tot zegen en weldaad over het rusten. Ik ben het dus met je eens: wij kunnen de sabbat vieren zoals de joden hem nog niet konden vieren. Maar door dat te zeggen bevestigen wij het goede en het rijke van de sabbat, dat die ook mag gelden voor ons. De sabbat is er voor de mens; weet je nog?
Als wij nu het sabbatsgebod kunnen vieren, dan doen wij dat. Dan erkennen wij van de wet dat zij goed is en waardig onderhouden te worden tot erkentenis van de liefde van God.
quote:
In de praktijk gaat het om de eer aan God van de sabbath en de samenkomsten als gemeente. Het meest ideale is toch zo veel mogelijk samen leven, zoals de eerste christenen dat deden.
Dat klopt niet. Dat is gepraat vanuit een star geprojecteerd beeld. Waarom idealiseer je liefde in die ene omgeving? Is liefde elders onmogelijk? Minder liefdevol? Maar ik begrijp wel je sentiment, maar komt dat niet eerder voort uit een gemis aan liefde in een grote kerk? Maar vergis je niet: Waar de liefde niet is, is een volle huiskamer ook heel akelig en eenzaam, en voelt als verlaten door God. En of dat zo is, is de vraag. Altijd.
quote:
Denk nu voor je zelf eens in hoe het voor hen zou zijn geweest?
Hadden ze een vrije dag op de zaterdag in het Romeinse rijk? Velen waren er zelfs slaven!
Wist je dat veel christenen in bijvoorbeeld Oman op vrijdag kerkdiensten houden?
wist je dat andere christenen elders in landen waar geen weekenden zijn, christenen heel vroeg in de ochtend samen komen, voor ze naar het werk gaan?
Het vraagt om het geestelijk verstaan van het sabbathgebod in relatie met pinksteren, die de joden nog niet gehad hebben, maar wij wel.
Jouw voorbeelden zijn evenzovele principiële erkenningen van de geest van het sabbatsgebod.
Mee eens?
Wat wij méér hebben op de joden, verliezen wij als wij menen méér genade te krijgen dan de joden. Want ook onder de joden was de liefde de norm en het leven uit het geloof de eis. Maar het levensspel is veranderd. Van toonbeeld van uiterlijke heiligheid voor deze wereld, zijn wij toonbeelden geworden voor innerlijke heiligheid in het hart. Maar nog steeds tot toonbeeld voor deze wereld. En de wereld ziet een nieuwe schepping van heiligheid die niet wordt gezien, en gerechtigheid die niet wordt gevoeld in het vlees, maar deze beiden in liefde en vrijheid tot uitdrukking gebracht als toonbeelden van de genade en liefde van God voor wie de prijs veiliggesteld is en de moeite van de dood die dit leven is, hebben afgelegd.
Het wordt getoond met het Woord. En gezien wordt het aan de gemeenschap der heiligen in een leven dat in niets wordt gestuurd door de geesten en begeerten en hoop van deze wereld. Was het maar waar. Maar als alle alledags-sabbattisten werkelijk het leven en de rust gaan leiden waarvan wordt geclaimd dat deze is aangebroken, dan breekt er een tijd en een orde aan van grotere rijkdom dan deze huidige aarde kent. Dat is het rijk waarvan je spreekt. Maar helaas strekt de claim meestens tot behaging van het vlees, en dat blijkt uit de verwerping van de wet, dat deze goed is en de onderhouding in liefde waardig. Jouw hart wil verder dan de praktijk van onze kerken en je hunkert naar de eerste gemeente. Maar beproevingen en verleidingen waren er vanaf het begin. Het plan ging toen niet om de afzonderlijke personen, maar om het geheel van bevestiging van Gods Werk. Kerk. En daar waar God grote werken en krachten deed daar kwam de zegen. Maar wie hard meent te hollen, mag niet vergeten dat het het leven een hordenloop is met slechts een heel klein beetje licht. Dat licht kan meer of minder zijn. Maar het moet altijd gezocht worden met een knijpkat voor heel ons verstand en heel ons hart en van alle onderscheiden leden van ons lichaam. Maar de slotsom is het meest geruststellend, namelijk dat de tijden veranderen en de geslachten vergaan, maar de wijze waarop God een ieder persoonlijk zegent, komt altijd in het licht van het persoonlijk geloof te staan.
Geloof. Persoonlijk.