Dat is ook een idee. IK heb dit trouwens al op 23-1-2004 geschreven. HEt is wat kortaf, maar dat was nu eenmaal de opdracht. Ik wil dit graag gaan uitbreiden, bijvoorbeeld met de andere teksten die hierovergaan.
God, de kerk en homoseksualiteit.Inleiding
Een aantal jaren geleden zat er een man bij ons in de kerk (een baptisten gemeente) waar veel mensen erg gek op waren. Hij was actief lid en zong mee in het koor. Maar op een gegeven moment zei hij, dat hij erachter gekomen was, dat hij homoseksueel was. Toen hij zei, dat hij niet kon uitsluitend, dat hij praktiserend zou worden, was hij niet meer welkom in de gemeente. Nog dit jaar las ik op het Internet dat een homoseksuele jongen niet naar de kerk gaat, omdat hij homoseksueel is en hij weet, dat de meeste christenen dat afkeuren.
Aan de andere kant zijn er ook kerken, zoals verschillende Baptisten gemeenten en Hervormde kerken (officieel sinds de hervormde synode in 1982), die homoseksuele mensen niet weren en zelfs homoseksuele predikanten aanstellen.
En dan zijn er ook nog kerken, die op de middenweg zitten. Homoseksuele mensen mogen daar wel lid zijn van de kerk, zolang ze maar niet praktiserend zijn.
Wie heeft er nu gelijk? Weren sommige kerken mensen, die volgens God volkomen welkom zijn? Of zijn sommige kerken veel te vrijzinnig? En kan je mensen in de kerk opnemen, op de conditie, dat ze hun seksuele gevoelens achterwege laten?
Stelling:
Iemand die praktiserend homofiel/lesbienne is, mag geen lid worden van een kerk.
Twee redenen waarom praktiserende homoseksuele mensen geen lid van de kerk zouden mogen worden
1. Het is een zonde.
De Bijbel maakt duidelijk, dat homoseksualiteit slecht is. In Leviticus 18:22 staat “Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk.” en in Romeinen 1:27 staat “en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand. Mannen plegen ontucht met mannen; zo worden ze ervoor gestraft dat ze van God zijn afgedwaald.” Deze twee verzen zijn erg duidelijk. Homoseksualiteit is een zonde en moet dus uit de kerk geweerd worden. Als iemand er dan voor zou kiezen, om geen gehoor aan zijn/haar seksuele gevoelens te geven, dan zou een lidmaatschap volgens sommige mensen nog denkbaar zijn. Maar als diegene zelfs dat niet doet en moedwillig in zonden leeft, dan is lidmaatschap echt ondenkbaar.
2. Gods ideaal.
Toen Adam in Genesis 2 nog alleen was en God voor hem een partner wilde scheppen, die zoals hij was, schiep Hij geen andere man, maar een vrouw. Ook aan de bouw van het lichaam van de man en van de vrouw is te zien, dan mannen en vrouwen voor elkaar gemaakt zijn en niet mannen voor mannen of vrouwen voor vrouwen. Homoseksualiteit gaat dus tegen de bedoeling van God in. In de kerk moeten we juist zorgen, dat we zoveel mogelijk aan het doel van God voldoen. En dat betekent in dit geval: geen homoseksualiteit in de kerk toelaten. Deze reden gaat er dus niet vanuit, dat homoseksualiteit echt een zonde is. Het is gewoon anders, dan dat God het bedoeld heeft en omdat we onze best moeten doen om aan Gods ideaal te voldoen kunnen we mensen, die geen gehoor geven aan Gods ideaal, zoals praktiserende homoseksuele mensen, niet als lid in de kerk opnemen.
Twee reden waarom praktiserende homoseksuele mensen wel lid van de kerk zouden mogen worden
Inleiding op de tegenargumenten.
De meeste mensen, die voor kerklidmaatschap van praktiserende homoseksuele mensen zijn, zijn het niet eens met de teksten die bij reden 1 genoemd staan.
In Romeinen 1 wordt namelijk een scenario afgeschilderd, waarin mensen aan het zondigen waren en waarbij zij de natuurlijke omgang vervangen hadden voor de tegennatuurlijke. Dit betekent, dat deze mensen in de eerste instantie gewone seksuele omgang hadden en door God gestraft zijn voor hun zonden en bij die straf kwamen homoseksuele omgang. Kunnen wij zo’n tekst toepassen op homoseksuele mensen? Hebben zij ooit hun heteroseksuele omgang vervangen door de homoseksuele? Hebben zij dit ook te danken aan zonden? Niemand weet waar homoseksualiteit vandaan komt. Sommigen zeggen, dat mensen gewoon zo geboren worden, anderen zeggen, dat het iets met de opvoeding te maken heeft. Beide redenen kunnen we een homoseksueel persoon niet aanrekenen. Maar toch passen we deze verzen op hen toe. Het enige, deze verzen zeggen, is dat homoseksualiteit niet iets is dat God zo bedoeld heeft. Maar het wordt niet als zonde omschreven.
Leviticus 18 speelt zich af vlak na de uittocht uit Egypte. Tijdens de uittocht gaf God Israël wetten om een modelvolk te worden. Daarin kwam ook deze wet voor, dat mannen niet het bed met elkaar zouden delen. De wet is voor ons komen te vervallen. Wat wij er nu nog mee moeten doen is eruit leren wat de idealen van God zijn, het als paradigma gebruiken. Hieruit blijkt, dat één van de idealen van God is, dat man en vrouw samen horen en niet man-man of vrouw-vrouw.
Beide teksten zijn volgens deze mensen dus geen reden om te zeggen, dat wij homoseksuele mensen uit de kerk moeten uitsluiten, maar alleen dat homoseksualiteit niet Gods ideaal is.
1. Het liefdesgebod en eenheid als christenen.
In Matteüs 22:39, staat dat we onze naaste als ons zelf lief moeten hebben. En Jezus bidt in Johannes 17:11, dat zijn volgelingen, waar dus alle christenen ondervallen, één zullen zijn. Als wij een aantal christenen van kerklidmaatschap uitsluiten, bijvoorbeeld omdat zij praktiserend homoseksueel zijn, terwijl de Bijbel zich daar niet heel duidelijk over uitspreekt. Zijn wij dan niet verkeerd bezig? Hebben wij onze naaste dan lief? Zijn wij dan één? Nee, integendeel. Dan gaan we tegen het tweede gebod in en maken we niet waar, waar Jezus om bad.
Verder schrijft Paulus in 1 Corinthe 12 over het lichaam van Christus. De gemeente is het lichaam en Jezus zelf is het hoofd. Uit dit vers komt duidelijk naar voren, dat je christen-zijn niet alleen kunt doen. Als christen heb je een gemeente nodig, die je kan bemoedigen en waar je je eigen gaven en talenten in kan zetten. Zo vormen de christenen het lichaam, zoals Paulus dat beschrijft. Maar wat als wij praktiserende homoseksuele mensen uitsluiten? Dan kunnen zij zich niet in het lichaam van Christus voegen. Ontzeggen wij deze mensen dan niet iets heel belangrijks? Mogen wij dit deze mensen ontzeggen?
2. Kunnen wij christenen uit de kerk weren?
De meeste mensen zijn we wel over eens, dat homoseksualiteit geen ideaal van God is. Maar riep Jezus alleen maar mensen tot zich, die aan het ideaal van God voldeden? Of riep Hij hen eerst op om aan het ideaal van God te voldoen, alvorens ze op te nemen tussen zijn volgelingen? Of nam Hij ze eerst in zijn groep van volgelingen op, waarnaar ze vanzelf veranderden? Was Maria Magdalena geen prostituee toen Jezus haar riep? Waren Matteüs en Levi geen tollenaars op het moment dat Jezus hen riep? Daar moeten we iets van leren. We zouden iedereen die lid wil worden van de kerk en die Jezus belijdt als Redder en Verlosser gewoon moeten aannemen. Juist dan zijn ze regelmatig in een omgeving van christenen, de beste omgeving om te groeien naar het ideaal van God.
Conclusie
Ik zelf ben tegen de stelling. Ik vind dat praktiserende homoseksuele mensen wel lid van een kerk mogen worden.
Uit de teksten Leviticus 18 en Romeinen 1 haal ik ook, dat homoseksualiteit niet een ideaal van God is. Maar in dat geval zouden ook alle andere mensen, die niet aan het ideaal van God voldoen, geen lid van een kerk mogen worden. Denk eens aan jaloezie en boosheid, die worden ook in Romeinen 1 genoemd. Of het kopiëren van Cd’s. Is dat niet een vorm van stelen? Exodus 20:15!
Iedereen heeft wel iets, bijvoorbeeld een eigenschap of gewoonte, waarvan we weten, dat het eigenlijk niet goed is, maar dat we wel hebben geaccepteerd. We voldoen dus op een zekere hoogte allemaal opzettelijk niet aan het ideaal van God. Net als praktiserende homoseksuelen. Zouden wij dan ook geen lid van de kerk mogen zijn totdat we van die eigenschap of gewoonte af zijn of zolang we het geaccepteerd hebben?
Ik vind, dat we moeten stoppen om homoseksuelen als een aparte groep te beoordelen. Het zijn mensen met een geaardheid, die niet voldoet aan het ideaal van God. Daar moeten we over praten, net zoals dat we dat moeten doen bij al die andere dingen, die ons van het ideaal van God afhouden. We moeten mensen niet weigeren om hun tekort, maar ze de kerk binnenhalen, verkondigen wat Gods idealen zijn, samen bidden enz. Om zo samen te groeien naar het ideaal van God.
Hoe zou het zijn als de kerk één van de weinige plekken zou zijn waar homoseksuele mensen thuis kunnen komen? Wat voor een getuigenis zou dat zijn naar de buitenwereld? Hoe zou het zijn als we weer meer over Gods idealen zouden gaan praten in plaats van over wetten, bijvoorbeeld wie wel en niet lid mag worden? Zou dit geen stap vooruit zijn voor de kerk? En wie weet wat God dan in de levens van deze homoseksuele christenen zal gaan doen.
Bronnen
Internet.
1.
http://www.chjc.nl/veroordeling.htm2.
http://www.ronduit.nl/jc/...t=5578899&cat=27526943.
http://www.thidee.nl/homo.htm