Goed. Als iedereen het hiermee eens is, kan tegen mensen die met deze dingen moeite hebben (terecht of niet) niet ingebracht worden dat ze niet met hun tijd mee willen gaan. Misschien willen ze wel heel andere eigentijdse vormen...
Dat terzijde.
Mede in aansluiting bij het samengevatte hoofdstuk van Steve Miller kunnen we dus stellen dat er een heleboel vormgevingen mogelijk zijn.
Ik probeer een kleine opsomming te maken van de voor ons relevante liturgische modellen:
- klassiek gereformeerd (de ons welbekende orde van dienst van Datheen)
- Calvinistisch (de liturgie van Calvijn te Straatsburg)
- voorreformatorisch (de oudste - met gebruikmaking van de ordinariumteksten.)
- modern gereformeerd ('liturgische beweging' - overlap met voorreformatorisch)
- evangelisch (praise en worship)
- ...
- ...
Elk van deze mogelijkheden brengt een bepaalde inhoud met zich mee. Een bepaalde 'geloofsbeleving'. Niet alleen de vorm is anders. Er gebeurt m.i. ook écht iets anders in de verschillende tradities. Er zijn andere doelen, andere idealen.
Voorlopig is mijn pleidooi om binnen de traditie te blijven waar je als gemeente in zit. En als je wilt gaan veranderen, eerst de idealen van je eigen traditie grondig te leren kennen, zodat je weet of jouw verandering strijdig daarmee is of niet. Een verandering die strijdig is met het gemeenschappelijke 'doel' van een kerkdienst, schept verwarring, en ontworteling. Dat maakt ook dat je niet simpelweg vormen uit de ene traditie naar de andere kunt verplaatsen. Dat lijkt misschien aan de oppervlakte wel goed te gaan, maar op dieper niveau ontstaan er al snel tegenstrijdigheden.
Veel mensen die tegen verandering zijn, doorzien die tegenstrijdigheden niet, maar voelen ze wel aan. Dat maakt dat standpunten vaak niet goed uitgelegd kunnen worden, waardoor verdeeldheid onstaat.
Goed. Een hele verantwoordelijkheid dus.
Als je dus weet wat je gemeenschappelijke doel is, kun je gaan nadenken over de te gebruiken vormen.
Dan bepaalt de inhoud de vorm, en niet de vorm de inhoud (Qohelets boodschap).
Wat is dan de 'inhoud' van een gereformeerde kerkdienst?
Ik denk dat we daarvoor bij Calvijn moeten zijn, de grondlegger van de gereformeerde traditie. Lees bijvoorbeeld de studie van T. Brienen over de liturgie bij Calvijn (T. Brienen, Calvijn en de kerkdienst, Heerenveen, 1999). Dit boekje lijkt me onontbeerlijk studiemateriaal in de huidige liturgische verwarring. Onderstaande is uit dit boekje afkomstig.
Calvijn zocht naar evenwicht in schriftuurlijkheid en vrijheid. In het nieuwe testament wordt geen blauwdruk gegeven voor de indeling van de eredienst. Er zijn slechts drie dingen die God uitdrukkelijk bevolen heeft:
- dat zijn Woord wordt gepreekt.
- dat er gezongen en gebeden wordt.
- dat de sacramenten worden bediend.
"Voor het overige heeft God de regeling aan zijn mondige kinderen overgelaten, opdat wij die zouden regelen in verantwoordelijkheid, wijsheid en liefde voor God en elkaar." (p50)
Verder zijn er een aantal normen uit Calvijns werk te destileren. Brienen heeft dit gedaan. Een opsomming:
- Geen beelden, maar woorden.
- Schriftmatig "De meeste vormen van valse erediensten komen voort uit het feit, dat wij menselijke regelingen en tradities proberen te volgen. [...] Met menselijke vindingrijkheid om de mooiste en meest verheven liturgische vormen te creëren komen wij er niet."
- liturgische vrijheid (zie boven)
- liturgie tot eer van God en tot heil van de deelnemers "Wij moeten daarom de liturgische handelingen niet verrichten om daarin eigen heerlijkheid te zoeken noch enig buitengewoon kunstzinnig genot te begeren. Het moet ons gaan om God en zijn verheerlijking alleen."
- opbouw van de gemeente is doelstelling van de liturgie
- eenvoud. Geen veelheid en verscheidenheid van ceremonieën
- verstaanbaarheid. Volkstaal. (nederlands dus en geen Engels)
- betamelijkheid of waardigheid. Ordelijk verloop en geen verwarring.
- aanwezigheid van de Heilige Geest voorop stellen.
- Band met het verleden: Calvijn greep terug op de vroegchristelijke misliturgie (vandaar ook zijn pleidooi om in elke hoofddienst avondmaal te vieren)
- gemeenschap. De dingen die we doen doen we met elkaar. Geen solo-optredens
- gerichtheid van de liturgie op het dagelijks leven.
Dit zijn de titels van paragrafen in het boekje van Brienen. Daar wordt e.e.a. verder uitgewerkt.
Het lijkt mij dat elke verandering die binnen dit stramien blijft, een goede kan zijn (= versterkt de inhoud). Verandering die strijdig is met dit ideaalbeeld moet zeer zorgvuldig overwogen worden. Het is niet gezegd dat zulke veranderingen niet mogelijk zijn, maar het gevaar dat de inhoud wordt tegengewerkt, is levensgroot.
Bovenstaande is dus mijn insteek in deze problematiek, die ik trouwens niet als absoluut of onveranderlijk zie.
(nog even dit: Als je meer wilt weten over de geschiedenis van de kerkmuziek kun je beter niet Steve Miller raadplegen. Zijn boek is zeer tendentieus. Zijn boodschap is ongeveer dat 'de kerk' (vooral Calvijn) eeuwenlang de ware aanbidding heeft tegengewerkt, maar dat wij nu gelukkig weten hoe het moet: met populaire muziek. Op zich wil ik me daar best van laten overtuigen, maar Miller kiest uit de (historische) bronnen precies datgene wat hem uitkomt. Hij redeneert naar zijn uitkomst toe. Bovendien verdraait hij zelfs feiten. Elke historicus kan je vertellen dat dat boek heel slecht in elkaar zit. Het is jammer. Er zou eigenlijk een boek met hetzelfde doel moeten komen, maar dan wel met deugdelijke bewijsvoeringen.)