quote:
op 01 Oct 2003 17:08:54 schreef Mezzamorpheus:[...]
Angst is een slechte raadgever. Volgens mij wil God niet dat je (alleen) uit angst je tot Hem keert. Hij is een liefdevolle Vader die met open armen wacht tot alle verloren zonen en dochters thuiskomen. Maar inderdaad is de hel wel een realiteit die we onder ogen moeten blijven zien.
Maar je begaat wel een fout door het lied 'O Happy Day' hierin te betrekken. Dat lied staat in een totaal andere context als jij hem plaatst.
Hier een link naar de tekst van het lied:
http://www.metrolyrics.co.../Traditional/O_Happy_Day/
Iets mis mee?
Sorry Mezzamorpheus, ik heb een fout gemaakt.

Bedankt voor de link.
Ik dacht inderdaad dat het heel ergens anders over ging. Maar bij deze weet ik dan beter.

Helemaal zo'n slecht lied nog niet, als ik dat zo eens zie. Het gaat er over de zonde, en over Jezus.
Ik bedoel niet zozeer angst, alsof ik in een paniekerige angst zou verkeren voor God. Nee, ik kan niet zeggen dat dat mijn leven kenmerkt. Ik weet wat het is om de wonderlijke werkingen van Gods Geest te ervaren. Dat ging wel eens door nauwe gangen, waarbij de duivel bepaald niet stil zat. Maar dan mocht ik ook wel eens merken dat Jezus niet alleen maar vroeger een storm kon stillen met Zijn wonderkracht. Dat heb ik zelf ook wel eens in figuurlijke zin ondervonden, waarbij aan satan het zwijgen werd opgelegd, met al zijn aanklachten en verzoekingen.
Wat mijn leven wel is gaan kenmerken, is een heilig en diep ontzag voor God. Dat kwam er door schriftstudie. Ik ben diep onder de indruk geraakt van Gods grootheid, heiligheid en almacht. Als je daar indrukken van krijgt, dan gebeurt er wat in je leven!
Jesaja kreeg daar ook eens iets van te zien, en hij was er zó ondersteboven van, dat hij alleen nog maar kon zeggen:
"Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een man, onrein van lippen, en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen is, - en mijn ogen hebben de Koning, de HERE der heerscharen gezien." (Jesaja 6:5) Maar was Jesaja dan geen vrome man? Hij was een profeet van God! Och ja, maar wat blijft daarvan over als een mens eens tegenover God komt te staan! Dan hebben we helemaal niets meer om ons op voor te laten staan.
En bij Paulus moet het ook diep gezeten hebben, want hij zegt in II Corinthiërs 5:11 (SV):
"Wij dan, wetende den schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof, en zijn Gode openbaar geworden." (Eidotes oun
ton fobon tou kuriou...) (Ook weer zo'n tekst die in mijn geheugen gebrand staat. Het valt me overigens wel op dat de taal van de SV heel wat bevindelijker aandoet dan de taal van de NBG-vertaling, ook bij diverse andere teksten. Ik heb wel eens iets gelezen over doorwerking van opvattingen van vertalers in de vertaling...)
Wel moeten we er rekening mee houden dat een mens bepaald niet geneigd om Christus als zijn Verlosser aan te grijpen. Marcus 2:17: "En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering." En die gezonden, dat zijn dan de zieken die hun ziekte niet beseffen, in geestelijke zin.
Nee, er zijn geen belemmeringen om tot Christus te komen, en Hem als Verlosser aan te nemen. Maar een mens moet daar meestal toe bewogen worden, door het kennen van zijn ellende en rampzaligheid. Wie zijn ellendige staat voor God niet kent, zal niet snel behoefte voelen aan die Verlosser.