Dank voor de reacties! En dsWim, gezien de tijdstippen waarop jij post is het tijdverschil helemaal niet zo'n probleem

1. Ik droeg de benaming 'paradigma' alleen aan omdat ik een globale overeenkomst zag met een andere situatie. Van mij hoeft niemand in paradigmata te denken; maar voor de analyse van een situatie (conflict) kan het handig zijn om verschillende denkpatronen, vooroordelen, modellen, complexen van vuistregels, wat dan ook, te onderscheiden. Laten we het niet hebben over de beste term hiervoor. We zijn het erover eens dat dergelijke aannames en vooroordelen een rol spelen in het verstaan en toepassen van de bijbel. (En voor alle duidelijkheid, dát doe jij, dsWim, evenzeer als ik en iedereen.) Het kan verhelderend zijn om deze invloeden te benoemen. Vooral bij de "complexe thema's" die hier aan de orde zijn.
2. De 'shift' van de laatste decennia zou vloeiend verlopen zijn. Dat geloof ik ook. Er is ook al decennia lang een beweging in de kerken die kritisch is op de veranderingen. Dat kan voortkomen uit puur conservatisme; maar ik geloof niet dat dat het enige is. Ik bedoel te zeggen dat de verschuivingen niet zo stil zijn verlopen dat er nu ineens een revolutie op gang komt. Het protest tegen allerlei ontwikkelingen is een lang crescendo, geen attacco. Ik zie het als volgt: de 'bezwaarden' zijn degenen die zich niet hebben willen laten leiden door de verschuivingen, maar er kritisch tegenover zijn gaan staan. Dat tegenover is nu wel heel sterk.
In ben het trouwens eens met de stelling dat de verschuiving veeleer evangelisch georiënteerd is dan modern-theologisch. Gelukkig maar, zou ik zeggen. Ten aanzien van het evangelische denken hoop ik wel dat wij een aantal nuttige kritieken uit de eigen traditie scherp blijven houden. (Dordrecht vs. Arminianen; nuchter christen-zijn vs. dopers perfectionisme; eenheid hart-verstand vs. anti-intellectualisme; etc.) De ontwikkelingen waarvan WoS verslag doet gaan echter niet in die richting. Zonder in details te gaan: het meest riskante lijkt mij de
combinatie van trek in evangelische richting met modern-theologisch gedachtegoed.
3. Maak je geen valse tegenstelling tussen gebods-ethiek en navolgings-ethiek? Als je met het eerste wetticisme of Farizeeïsme bedoeld: dat is natuurlijk niet de bedoeling maar dat heeft de kerk altijd geweten en geroepen. Of denk je dat 'bezwaarden' wetticisten zijn? Ik ken een aantal van hun 'voormannen' en ben onder de indruk van hun drijfveer: die ligt niet in de lijn van gebodjes houden, maar in de lijn van de catechismus. Zij beijveren zich voor de Wet van God "opdat zij met hun hele leven tonen, dat zij God dankbaar zijn voor zijn weldaden en opdat Hij door en geprezen wordt"; zij worden gedreven door "hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven", dat zijn werken "die uit waar geloof, naar de wet van God en tot zijn eer gedaan worden, maar die niet op onze eigen mening of op geboden van mensen gegrond zijn." (HC zd 32, 33).
In termen van wat eerder gezegd is, ook de 'bezwaarden' doen de afwas uit liefde voor hun Vader. Bovendien hebben ze het lef om met hun broers en zussen in discussie te gaan over de manier waarop die de afwas doen: Vader heeft toch gezegd dat Hij wil dat wij zus-en-zo met zijn bestek omspringen ... ? (Excuus voor flauwe woordgrap)
Als je met navolgingsethiek bedoelt: Gods wet doen met het oog op Christus, gehoorzamen uit liefde, dan zou ik zeggen: dan is er toch geen onenigheid? Als het betekent: de liefde tot Christus gebruiken als een manier om gehoorzaamheid minder zwaar te nemen, dan protesteer ik. En geen enkele hermeneutiek kan uit onder de klemmende woorden van Jezus,
Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is. (Mat 7,21)
Concreet de vraag, dsWim: hoe zie jij het verschil tussen gebods- en navolgingsethiek? En hoe speelt dit verschil concreet een rol in de kerken?
4. De kwestie van fictie in historische bijbelgedeelten is intrigerend, wetenschappelijk heel interessant, maar ook een kat die je niet zonder handschoenen moet aanpakken. Wat heeft het voor effect als je in de kerk van nu zegt, dat een bepaald gedeelte in de bijbel wel eens fictie zou kunnen zijn? De post-moderne mens is nog immer hardstikke modern in dit opzicht: als iets misschien niet terug gaat op "historische feiten" betekent dat voor hem, dat je het minder serieus hoeft te nemen. En daarvoor staat zo'n passage niet in de bijbel. Als de bijbel zegt dat God de wereld schiep in zes dagen, doet hij dat niet als een natuurkunde-handboek. Mee eens. Maar hij doet het wel degelijk om ons wereldbeeld te vormen naar het model dat God ons aandraagt. Fictie of niet, de auteur (Mozes, en via hem: God) zegt tegen ons: ga nu maar met de wereld om vanuit dit idee. Maakt het dan ook nog maar iets uit of het "fictie" is of niet? Gods fictie is heilzamer voor ons dan wetenschappelijke non-fictie. Het echte probleem zit 'm daarin, dat de mogelijkheid van fictie voor ons, eigenwijze westerlingen, een aanleiding is om een eigen interpretatie de voorrang te geven. Concreet zie ik dat in WoS gedaan worden door Doedens met het oneindig flauwe argument dat het licht er niet had kunnen zijn voordat de zon er is. Dus niet waar dus fictie dus ... ? Het dwaze van God, ook de verhaaltjes die Hij vertelt, is wijzer dan de mensen, inclusief hun historisch besef.
De teksten zeggen niet van zichzelf of ze fictie zijn of niet. So what? Een bijbels verhaaltje heeft evenveel gezag als bijbelse geschiedschrijving; als God-geblazen schrift is het nuttig voor allerhande vormen van onderricht, bemoediging, vermaning en zelfs weerlegging.
Of je Schriftgezag moet beperken tot de
begrepen Bijbel, is nog maar de vraag. Het gezag komt niet bij ons begrip vandaan maar bij de sprekende God. Je kunt natuurlijk meegaan in moderne (en al verouderde) filosofieën die teksten het vermogen ontzeggen om zelf betekenis te hebben, maar het is allang duidelijk dat dat tot ongebreideld relativisme leidt. De benadering van de Bijbel als een tekst begrepen door een groep lijkt me in de lijn van Gadamer; ik vind zijn benadering ook al te relativerend. De Bijbel heet de Schrift (
grafê), niet het Gelezene of het Begrip.
Natuurlijk speelt het werk van de Geest een rol in ons verstaan van de Schrift. Over de manier waarop Hij ons verstand verlicht (
illuminatio) is al veel geschreven. Het is iets anders dan de doorzichtigheid (
perspicuitas) van de Bijbel. De verlichting door de Geest ligt veel meer in het vlak van het voor waar aannemen van wat ons wordt voorgehouden. De boodschap van de dood en opstanding van Christus zijn objectief en begrijpbaar, onverhuld beschreven in de Schrift, en zelfs de betekenis van die gebeurtenis staat zwart op wit. Daarom is bijbelse theologie verzoeningstheologie; je hebt geen gemeente nodig om die betekenis in de Schrift te ontdekken. Iets anders is de conclusie dat deze boodschap waar en waardevol is, de bereidheid om je door haar te laten gezeggen, de manier waarop je daaruit samen concreet leeft. Dát kan alleen de Geest bewerken, dát kan alleen in een geloofsgemeenschap. Maar dat neemt niets weg van de
geschreven Bijbel als autoritatieve bron.