quote:
Van Halpern kunnen wij leren dat het tot de conventies van de bijbelse geschiedschrijving behoort om de directe rede te gebruiken [noot Marloes: ongeveer zoals onze verhalen over Willem van Oranje, bijv, die van J ter Haar, hem ook allerlei dingen laten zeggen: een verhaaltechniek]. In Jozua 2 doet hij dat op zo'n manier dat hij de heidin Rachab formuleringen in de mond legt, die echo's zijn van bekende zinswendingen uit de kring van Israel zelf. Zo gebruikt Rachab in Jozua 2: 9-11 belijdende en doxologische uitdrukkingen die wij ook tegenkomen in Mozes' lied bij de Schelfzee (Ex 15), in verschillende psalmen (135, 136) en in Deuteronomium (2; 4:39; 11:25). Door de dialoog in deze woorden weer te geven, laat de verteller uitkomen dat de ontmoeting met Rachab de functie heeft van een onverwachte bevestiging van Israëls geloofsvertrouwen. Rachabs woorden (hun eigen doxologische taal!) worden dan ook door hen herhaald in Jozua 2.
Op de middelbare school werd ons dit ook geleerd, bij het vak Nederlands. We gebruikten daarvoor het boek van Ton Anbeek: 'Ik heb al een boek'. Alle mooie boeken werden veranbeekt door overal iets achter te zoeken, de schrijver zou alles met een achterliggende gedachte hebben geschreven. Wanneer een meisje bijvoorbeeld een zwart haarelastiekje gebruikte, dan stond dat zwart voor de stemming waarin het meisje was. Let wel, dit is een bedacht voorbeeld, maar zelfs zulke details werden gezien als bewust toegevoegde elementen.
Nu ik de bovenstaande quote lees, dan krijg ik het gevoel dat we bezig zijn de bijbel te veranbeken. De verteller gebruikt een verteltechniek en laat Rachab dingen zeggen om een bepaald doel te bereiken. Maar waarom kunnen we niet geloven dat Rachab deze woorden gewoon gezegd heeft (geinspireerd door de Heilige Geest)? Is dat niet wat het geloof is, dingen die je niet begrijpt toch als waar aanvaarden?
En trouwens, wanneer ik er over nadenk, dan vind ik het aannemelijker dat Rachab dergelijke woorden heeft gesproken, dan dat Jona in een vis heeft gezeten. En ik wil verder niet vervelend zijn, maar zou de opstanding van Jezus dan ook niet als een verhaaltechniek kunnen worden gezien? Wanneer ik het opstandingsverhaal met het oude leerboek van de middelbare school in de hand, zou moeten uitleggen, dan zou alles symbolisch worden.
Wat ik probeer te zeggen en wat me ook enigszins beangstigd, is het volgende: Wanneer we niet meer geloven dat wat in de bijbel staat Gods Woord is en dus waar is. Wanneer we niet meer geloven dat Rachab de woorden gezegd heeft, die in de bijbel staan. Wat geloven we dan eigenlijk nog, en wie kan mij dan vertellen wat ik wel en wat ik niet letterlijk moet nemen? Ds de Bruijne heeft aangegeven dat deze manier van bijbellezen juist geintroduceerd wordt voor de jongeren die met zoveel vragen zitten, maar bij mij komen er alleen maar vragen bij wanneer de enige zekerheid (de waarheid van de bijbel) me wordt afgenomen.

quote:
Bovendien is de kans vrij groot dat als deze manier van bijbellezen de gangbare manier wordt in onze kerken, iedereen dit uiteindelijk intuïtief zal toepassen.
Ik hoop zeker niet dat deze manier van bijbellezen gangbaar wordt in de kerken. Wanneer we het van intuïtie moeten hebben, dan vrees ik het ergste. Dan is het maar te hopen dat we op ons gevoel kunnen rekenen en dat we intuïtief weten wat letterlijk gezien moet worden en wat niet.

Ik kan je iig vertellen dat bij mij een dergelijke intuïtie niet aanwezig is en ook het gevoel ontbreekt. Dus ik hou me vast aan het enige dat ik heb, de bijbel.